Een ingetogen bijeenkomst in Rotterdam wil zaterdag ruimte maken voor rouw, solidariteit en bezinning rond de situatie in Iran, zonder politieke kaping of buitenlandse agenda’s, en volledig geleid door Iraanse stemmen zelf.
In Rotterdam wordt aanstaande zaterdag 17 januari een bijeenkomst gehouden uit solidariteit met het Iraanse volk. De samenkomst is een initiatief van Rotterdam Verwelkomt Vluchtelingen samen met een aantal Iraanse (mensenrechten-)activisten, met ondersteuning van de Rotterdam Palestina Coalitie en Comunidad Chilena Rotterdam. Het gaat nadrukkelijk niet om een demonstratie, maar om een moment van herdenking, rouw en bezinning.
Volgens medeorganisator Ineke Palm is die keuze bewust. ‘We willen stilstaan bij wat er gebeurt in Iran en respect tonen voor de dappere mensen die daar de straat op gaan. Hun stem klinkt hier nauwelijks door.’ De bijeenkomst is opgezet in overleg met Iraniërs in Nederland en mensenrechtenactivisten, benadrukt zij. ‘Het woord is dan ook vooral aan de Iraniërs met wie we samen werken. Zij kennen het land het beste en wat er speelt.’
Wat ze niet willen
Een van de grootste gevoeligheden rond de bijeenkomst is de vrees dat deze gekaapt wordt door andere politieke agenda’s. Daarom is besloten dat er geen vlaggen worden meegenomen. ‘We hebben gezien hoe bijeenkomsten in andere steden werden overgenomen door pro-Israëlactivisten die met Israëlische vlaggen zwaaiden’, zegt Palm. ‘Dat willen we absoluut voorkomen. Dit is geen pro-Pahlavi-bijeenkomst (de zoon van de laatste sjah, red.), geen pro-Israëlactie en ook geen oproep tot Amerikaans ingrijpen.’
Die spanning maakt het organiseren ingewikkeld, erkent zij. ‘Hoe geef je uiting op straat, zonder dat het wordt gelezen als steun voor iets wat het niet is?’
‘Dit is geen pro-Pahlavi-bijeenkomst geen pro-Israëlactie en ook geen oproep tot Amerikaans ingrijpen’
Onder de organisatoren en betrokken activisten bestaat brede overeenstemming over wat zij níét willen: militair ingrijpen van de Verenigde Staten. ‘Dat maakt het alleen maar erger’, zegt Palm. Ze wijst daarbij op historische ervaringen, zoals de door het Westen gesteunde coup in Iran in 1953, toen premier Mohammad Mosaddegh werd afgezet ten gunste van een prowesters regime. De rol van Israël, dat troonpretendent Reza Pahlavi steunt, en Amerikaanse belangen in de regio zorgen voor terughoudendheid ten aanzien van Iran onder Nederlandse moslims en linkse activisten.
Tegelijkertijd neemt het geweld in Iran toe en worden de protesten groter, aldus Palm. ‘Er circuleren cijfers over duizenden doden, maar die zijn nauwelijks te verifiëren omdat er bijna geen informatie over Iran het land uitkomt. Mensenrechtenactivisten hebben wel netwerken in Iran, maar contact leggen is op dit moment vrijwel onmogelijk.’
Verlegenheid over wat wél moet gebeuren
Die onzekerheid leidt tot een zekere verlegenheid bij de organisatoren. ‘Het is best lastig om te formuleren wat er nu moet gebeuren’, zegt Palm. ‘We weten vooral wat we niet willen: een Amerikaanse militaire interventie. ’Er moet wel actie worden ondernomen. We denken bijvoorbeeld aan het op de terroristenlijst zetten van de revolutionaire garde, Iraanse diplomaten het land uit, Iraanse ambassade sluiten, enz. Ten aanzien van sancties: het hangt er heel erg vanaf wat voor sancties het zijn. Deze moeten het regime treffen en niet de bevolking.’
De bijeenkomst van zaterdag is daarom geen actie met concrete eisen, maar eerder een moment van gezamenlijke reflectie. ‘Herdenken, rouwen, strijdbaar blijven en samen zoeken naar wat we kunnen doen. We gaan wel snel werken aan een pakket van noodzakelijke maatregelen en eisen.
Ik hoop wel dat Nederland en Europa het dit keer niet bij woorden laten maar durven doorpakken. De ervaringen wat betreft de genocide in Gaza stemmen mij niet optimistisch.’
Er is nu echt iets aan het gebeuren in Iran
Hoop, ondanks alles
Ondanks de twijfel en de gevoeligheden wil Palm niet cynisch worden. ‘Er is nu echt iets aan het gebeuren in Iran. Het bijzondere is dat het verzet heel breed is en verschillende groepen meedoen: mensen van de bazaars, studenten, jongeren en ouderen, allerlei verschillende etniciteiten, breed over het gehele land. Het is niet alleen de economische situatie, maar vooral ook de eis om vrijheid na tientallen jaar onderdrukking. Er leeft iets.’
Die dynamiek voedt een voorzichtige hoop dat verandering mogelijk is, ook al is het onduidelijk hoe die eruit zal zien.
‘De Iraniërs moeten zelf bepalen wat de toekomst is’, benadrukt Palm. ‘Dat is hun beslissing. Het enige wat wij hier kunnen doen, is ruimte maken voor hun stem, zonder die te claimen of te kapen.’


