Suriname staat volgende week, op 1 juli, stil bij de 163-jarige herdenking én viering van de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij. In de hoofdstad Paramaribo komen Surinamers bijeen bij het standbeeld Kwaku. Zo meldt de Waterkant.
Dit jaar wil de organisatie Stichting Comité Herdenking Afschaffing Slavernij en Onderzoek naar het Slavernijverleden extra nadruk leggen op de VN-resolutie waarin slavernij als de ‘ernstigste misdaad tegen de menselijkheid’ is aangenomen.
1 juli 1863 is de officiële datum van de afschaffing van de slavernij, maar in Suriname werd die nog eens met tien jaar verlengd, tot 1873, als ‘schadeloosstelling’ voor de plantagehouders die hun inkomsten verloren. De slavenhouders zijn de enige groep die tot nu toe een financiële compensatie heeft ontvangen. Slachtoffers, nabestaanden en nazaten van tot slaaf gemaakten hebben die nooit gekregen.
In Nederland gaan al lange tijd stemmen op om ook de ware slachtoffers van de slavernij en hun nabestaanden schadeloos te stellen voor de misdaden die toen zijn begaan. Volgens de activist Regillio Vaarnold schiet de 200 miljoen euro die na de excuses van Mark Rutte beschikbaar werd gesteld tekort. In een interview met de Kanttekening in 2022 stelde hij dat het bedrag volgens zijn berekeningen 20 miljard euro zou moeten zijn.


