De Verenigde Staten hebben woensdag hun militaire missie tegen terreurgroep Islamitische Staat (IS) in Irak beëindigd. De laatste Amerikaanse troepen en militaire uitrusting zijn vertrokken van de luchtmachtbasis Erbil, in het Koerdische noorden van het land.
Daarmee komt een einde aan de missie van de internationale coalitie die in 2014 werd opgezet om IS te bestrijden. Dat meldt het Amerikaanse leger.
De terugtrekking maakt deel uit van een in 2024 gesloten akkoord tussen Washington en Bagdad. Irak neemt voortaan zelf de verantwoordelijkheid voor de veiligheid, terwijl de samenwerking met de VS wordt voortgezet op bilaterale basis. De Amerikaanse strijdkrachten blijven wel betrokken bij de strijd tegen IS in buurland Syrië.
De terugtrekking vindt plaats op een gevoelig moment. Hoewel IS zijn territoriale controle in Irak heeft verloren, zijn er nog altijd slapende cellen actief. Tegelijkertijd bestaat de vrees dat de invloed van Iran op de Iraakse politiek en veiligheidsdiensten verder toeneemt. Pro-Iraanse milities hebben een belangrijke positie in het land en verzetten zich tegen plannen om hun wapens onder staatscontrole te brengen.
De Amerikaanse aanwezigheid in Irak begon met de invasie van 2003, waarbij het regime van Saddam Hoessein ten val werd gebracht. In 2014 keerden Amerikaanse troepen terug om de Iraakse strijdkrachten te helpen in de strijd tegen IS, dat grote delen van Irak en Syrië had veroverd.


