Ahmad

Foto: Reuters

De telefoon gaat drie keer over. Er klinkt wat gerommel, gevold door een verlegen mannenstem. Hello? Het is Ahmad. Ik weet niet veel meer over hem dan de paar gegevens op het formulier dat ik in mijn hand houd. Zijn e-mail-adres, telefoonnummer, het stadsdeel waar hij woont en zijn leeftijd (28 jaar). Verder lees ik dat hij pas sinds tien maanden in Nederland verblijft, elektrotechniek heeft gestudeerd, over de Syrische nationaliteit beschikt en een tijdelijke verblijfsvergunning toegewezen heeft gekregen.

Hi Ahmad, this is Natascha. I am the volunteer from Vluchtelingenwerk you have requested. Terwijl ik mezelf deze woorden hoor uitspreken bijt ik op mijn tong. The volunteer you have requested? Kan ik nog neerbuigender overkomen? I’d like to make an appointment with you, is that okay? Het lijkt of hij even twijfelt, misschien had hij niet verwacht dat hij een jonge vrouw als ‘maatje’ toegewezen zou krijgen. Ik wil hoe dan ook niet overkomen als de Nederlander die hem wel even zal helpen om haar eigen geweten te zuiveren en de wereld te tonen wat een goed mens ze toch is.

Ik begin mezelf voor te stellen en ik ratel, iets dat ik altijd doe als ik een beetje zenuwachtig ben. Hij blijft opmerkelijk stil, totdat hij me onderbreekt. Sorry, I don’t speak English well, slow down. Ik heb er een hekel aan om heel duidelijk en langzaam te spreken, omdat je dan altijd het risico loopt dat je iemand als kleuter behandelt, maar ik heb geen keuze. IS IT OKAY IF WE MEET THIS WEEK TO SEE IF WE HAVE A MATCH? De woorden klinken vreemd in mijn eigen oren. Hij vindt het goed, al heeft hij weinig tijd. Hij gaat drie ochtenden per week naar school en werkt de overige vier dagen als afwasser in een restaurant. Ik vraag me af of hij eigenlijk wel op me zit te wachten, maar anders zou hij zich toch niet hebben opgegeven voor het maatjesproject van Vluchtelingenwerk?

Uiteindelijk komen we uit op tuersday, waardoor ik niet goed weet of hij nou dinsdag of donderdag bedoelt. LETS MEET THIS TUESDAY OKAY? Weer die achterlijke nadruk op ieder woord. Als iemand zo tegen mij zou praten zou ik op z’n minst agressief worden. Ik hoor dat Ahmad twijfelt. Ten slotte zegt hij: No, not tuesday, this is a very important day, Syria is playing against Australia for the World Cup selection, maybe we qualify. Het wordt dus donderdag.

Ik vraag waar hij wil afspreken. Is er een café in de buurt van zijn huis waar hij graag komt? Het is de bedoeling dat ik hem iedere week drie uur lang thuis opzoek, maar voor de eerste kennismaking lijkt een neutrale plek me geschikter. Weer twijfelt hij. Yes, there are cafes but I have never been there, because I haven’t got enough money.

Dom, daar had ik rekening mee moeten houden. Statushouders krijgen een uitkering, alleen moeten ze daarvan ook de huur, meubels voor het nieuwe huis en lessen voor hun inburgeringsexamen betalen. De vrijwilligerscoördinator vertelde me dat de meesten nog geen vijftig euro per week overhouden om van rond te komen. Niet echt genoeg voor een soy caramel latte macchiato bij een of andere hipsterplek lijkt me zo.

Uiteindelijk besluiten we om elkaar te treffen voor de Hema op Amsterdam Centraal. I WILL MEET YOU THERE AND TAKE YOU TO A NICE PLACE. I WILL BUY YOU COFFEE, OF COURSE. Het is ijzig stil aan de andere kant van de lijn. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. Hoe minder denigrerend ik probeer over te komen, hoe meer ik daarin faal. Hopelijk heeft hij door dat ik het ondanks mijn onhandigheden echt niet kwaad bedoel.

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.