Taal is niet neutraal

Foto: AP

We begonnen de les met een spreekbeurt. Het onderwerp van Latisha’s praatje was depressie, angststoornis en zelfmoord. Geen gemakkelijke materie, maar ze wil psycholoog worden, dus dit heeft haar interesse. Het was een boeiend verhaal, waarbij ze ook aandacht besteedde aan hoe om te gaan met mensen met depressie: ‘Zeg nooit dat je weet hoe een persoon zich voelt, want dat weet je niet, maar wees lief, toon belangstelling en zeg dat je van hem of haar houdt.’

Najib, die altijd overal commentaar op heeft en altijd A zegt als ik B zeg (‘wat is Ali B. goed hè?’, ‘weet u wie pas echt goed is, juf? Najib Amhali’), wist erover mee te praten: ‘Ik had een vriend en die had hulp nodig en toen vroeg hij hulp en toen betaalde hij me, omdat ik hem hielp.’ Geld is de rode draad in Najibs leven, zijn raison d’être als het ware, en zodoende had hij het verhaal van Latisha meteen omgezet naar een businessmodel. Zijn opschepperij werd met enige schamperheid ontvangen. Mohammed: ‘Ah, oké, en toen werd je wakker?’

Latisha kreeg een applausje voor haar spreekbeurt en door gingen we met de les. We behandelden de Nederlandse grammatica, niet mijn favoriete onderdeel van de les, maar wel belangrijk. Het ging over de bedrijvende en de lijdende vorm van een zin, het verschil tussen ‘ik maak mijn huiswerk’ en ‘mijn huiswerk wordt gemaakt’. In het eerste geval is er sprake van een activiteit, in het tweede geval is dat nog maar de vraag. Goed, als er staat ‘mijn huiswerk wordt gemaakt door mij’, dan is het duidelijk wie de pineut is voor het maken van dat huiswerk: jijzelf, en dat betekent dat er actie ondernomen moet worden, maar je zou de ‘mij’ in die zin ook als slachtoffer kunnen zien die veroordeeld is tot het maken van huiswerk. De zin ‘ik maak mijn huiswerk’ is een wat feitelijker mededeling die eigenlijk alleen maar een activiteit benoemt.

Met zijn allen deden we een oefening uit ons tekstboek; elke leerling las een zin op en zei of het een zin in de lijdende of de bedrijvende vorm was. Dat was nog niet zo makkelijk, leerlingen haalden de bedrijvende en lijdende vorm regelmatig door elkaar.

Opeens daagde het me, de grammatica was eigenlijk een metafoor van het leven in het algemeen en de leerlingen in mijn klas in het bijzonder. Sommige mensen doen hun best, gaan aan de slag en maken er wat van, zien zichzelf niet als onmachtig, hoewel ze dat misschien soms best zijn. Anderen zien minder goed wat hun eigen rol is in hun leven en voelen zich voornamelijk speelbal of slachtoffer van ‘de omstandigheden’. Nu is voor dat laatste misschien wat te zeggen, want omstandigheden zijn vaak ingrijpend en invloedrijk, maar je zult er toch mee moeten leven, met die omstandigheden. Dat vereist actief handelen. Als je niet het verschil ziet tussen bedrijvend – ofwel actief handelen – en lijdend – geen invloed hebben op de situatie – dan betekent dat, dat je niet ziet hoe je invloed kunt uitoefenen op je leven, hoe je het actief vorm kunt geven. Jezelf als slachtoffer zien kan tot passiviteit leiden en daar schiet je niets mee op, want de omstandigheden zijn vaak moeilijker te veranderen dan de manier waarop je ermee omgaat.

Grammatica mag dan niet mijn favoriete onderdeel van de Nederlandse les zijn, door de link die ik ineens zag werd het al een stuk interessanter. Het brengt me bij waar ik de les mee was begonnen: ontlezing: ‘Ik las gister dat er niet meer gelezen wordt en dat vind ik een slechte ontwikkeling. Daarom gaan we voortaan elke les vijf à tien minuten lezen. Iedereen neemt een leesboek mee of leent een boek uit de bakken achter in de klas. Dat is niet om jullie te pesten, maar om jullie beter te maken.’ Dat waren mijn woorden aan het begin van de les. Zonder het te weten was ik vooruitgelopen op de grammaticales over lijdende en bedrijvende zinnen. Er mag dan minder gelezen worden, daar gaan we in mijn les wat aan doen, van lijdend naar bedrijvend. Taal is niet neutraal.

De namen in deze column zijn gefingeerd.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).