0.5 C
Amsterdam

Mijn tante uit Marokko werd als barbaars omschreven

Ahlam Benali
Schrijver.

Lees meer

We zijn denk ik allemaal grootgebracht met de Nederlandse kinderliedjes. We lachten, leerden en dansten samen hierop. We kregen persoonlijke aandacht en daar werden wij als kind erg vrolijk van. Het zorgde voor geruststelling en het leerde ons om emoties te uiten. We zongen de liedjes gezamenlijk in een kring op de bassischool en daardoor voelden wij ons verbonden met elkaar. Toch voelde ik mij als kind niet bij alle liedjes op mijn gemak.


Terwijl ik als kind het liedje ‘Ik heb een tante uit Marokko en die komt’ op school terugdeinzend meezong, worstelde ik met mijn gevoelens en gedachten. Ik voelde mij ineens anders dan de rest van de klas. Ook vroeg ik mij af waarom de juf het lied met overtuiging zong en of zij echt dacht dat mijn tante zo was. Want het lied kwam niet overeen met de werkelijkheid.

Het was vreemd om mijn klasgenoten te zien geloven dat een tante uit Marokko op twee kamelen naar Nederland komt. Bij haar aankomst in Nederland zou een varken aan het spit worden gebraden. Maar het meest schrijnende vond ik de twee pistolen waarmee tante rondschoot. Waarom werd de tante uit Marokko tijdens het zingen met kinderen zo barbaars omschreven?

Verschillende stigmatiserende en racistische liedjes werden op de basisscholen met de paplepel ingegoten. Iedereen leek dit destijds grappig en normaal te vinden. Niemand dacht na over de gevolgen hiervan. Ik werd regelmatig gekweld met de vraag of mijn tante in Marokko écht twee pistolen had. Ik had haar nog nooit met pistolen gezien. Dit was niet grappig.

Het was pijnlijk dat het liedje meteen aan mij werd gekoppeld. En zoals kinderen door liedjes te zingen intens plezier ervaren, voelde ik bij deze vraag over mijn tante in Marokko intens verdriet.


Met de wijsheid van vandaag neem ik het de docenten van toen kwalijk dat ik onbewust als kind ook meegedaan heb aan stigmatiserende kinderliedjes. Neem ook ‘Hanky Panky Shanghai’, waarbij wij lachend onze ogen tot spleetjes maakten. Hoe zullen kinderen met een Chinese achtergrond zich hierbij hebben gevoeld?

Wanneer ik in gezelschap over mijn tante spreek, maakt altijd wel iemand een zwak geintje

‘Mijn Tante uit Marokko’ is mij blijven achtervolgen. Wanneer ik tegenwoordig in gezelschap over mijn echte tante spreek, is er wel altijd iemand die een zwak geintje wil maken over het kinderliedje.

Nederland zegt voor respect en tolerantie te staan. Maar ik ben diep teleurgesteld dat op scholen nog steeds stigmatiserende kinderliedjes worden geleerd. En ze zijn ook nog eens te bekijken via YouTube.

Terwijl ik mijn eigen kinderen wil beschermen tegen dit soort liedjes, vertel ik hen graag wie mijn tante daadwerkelijk precies is. Mijn tante in Marokko is een prachtige en bescheiden Riffijnse vrouw. Wanneer ze glimlacht worden haar ogen omringd met rimpels die in alle vrijheid haar donkerbruine ogen laten spreken. Mijn tante werkt dagelijks hard op het platteland. Ze heeft geen kamelen, wel kippen.

Iedere ochtend raapt ze een vers gelegd scharrelei. En ze eet het liefst een halal gebraden scharrelkip. Mijn tante lust geen cola, maar drinkt graag water. Ook is mijn tante heel aardig, zacht en gevoelig. Ze heeft geen pistolen, wel een warm groot hart.

Wanneer zij voor mij de liefdevolle traditionele Izran  – gedichten – zingt, voel ik mij weer gerustgesteld, verbonden en geliefd. Ik gun alle kinderen in Nederland een tante zoals mijn tante uit Marokko. Hiep hoi!

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -