5.4 C
Amsterdam

Na 40 jaar migrantenkiesrecht is de politieke emancipatie nog niet klaar

Lees meer

In het Stefanus Theater in Utrecht gaan betrokkenen met elkaar in gesprek. Wat heeft veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten nu eigenlijk opgeleverd?

Een open samenleving waarin iedere burger meetelt, dat was de belofte die migranten in 1985 kregen bij de invoering van het lokaal kiesrecht. De politieke participatie nam sindsdien toe, maar het gevoel van uitsluiting verdween niet. Vooral onder de tweede generatie en jongeren lijkt het vertrouwen in instituties af te nemen.

Die spanning tussen belofte en werkelijkheid staat centraal in het Stefanus Theater in de Utrechtse wijk Overvecht. Professionals, politici en buurtbewoners komen er samen voor een bijeenkomst van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN). De vraag van de avond: wat heeft veertig jaar gemeentelijk kiesrecht ons gebracht?

‘Als je elkaar opzoekt en in gesprek gaat, kun je samen werken aan gelijke rechten en kansen’, zegt Joke Verkuijlen uit Zaltbommel. Als voorzitter van de Stichting Landelijke Werkgroep Mudawwanah is zij al jarenlang betrokken bij de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap. Met haar stichting zet zij zich in voor de emancipatie en participatie van Nederlanders met een migratie- of vluchtelingenachtergrond.

‘Zij kunnen invloed uitoefenen en de belangen van hun achterban behartigen’

Verkuijlen: ‘Ik ben geraakt en diep onder de indruk van de betrokkenheid en inzet van mensen in de zaal, zowel maatschappelijk als politiek gebied. Er heerst vermoeidheid, omdat er minder vertrouwen is in de politiek. Tegelijkertijd zie ik ook een verandering waarbij veel mensen het belang inzien om te gaan stemmen.’

‘De kansen op de arbeidsmarkt zijn niet gelijk verdeeld, en jongeren worden afgewezen voor stageplekken en banen’, zegt Verkuijlen. ‘Dit soort problemen lossen we op door meer mensen van kleur op verschillende posten. Zij kunnen invloed uitoefenen en de belangen van hun achterban behartigen.’

Mohamed Mahdi (uiterst links) en Houda Hamel (uiterst rechts) tijdens het paneldebat in Utrecht. Beeld: Samira el Kandoussi, Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN)

Onderzoekers Zeki Arslan, Peter Zwaga en Alfons Fermin presenteerden tijdens de avond de bevindingen uit hun bundel Veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten. Een rode draad in de bundel is de relatief laagblijvende opkomst tijdens gemeenteraadsverkiezingen: in 2018 stemde net iets minder dan de helft van de Amsterdammers met een migratieachtergrond. De hoogste opkomst was onder de Turkse Nederlanders, terwijl bij Marokkaanse Nederlanders in vergelijking met de drie andere migrantengroepen de minste stemmen werden geteld.

‘De eerste generatie migranten was terughoudender’

‘Als gevestigde partijen nauwelijks ruimte bieden aan de belangen van Nederlanders met een migratieachtergrond, dan kiezen veel mensen ervoor om niet te stemmen’, vertelt onderzoeker Arslan, voorzitter van het Platform Sociale Binding. ‘Dit gevoel niet gehoord worden zien we vooral bij de jongere generatie. De uitsluiting en discriminatie die zij ervaren, dragen daaraan bij.’

‘De eerste generatie migranten was terughoudender, omdat zij vooral bezig was zich in te passen in de maatschappij. Bovendien was er een taalbarrière. De tweede en derde generatie hebben een veel betere taalbeheersing en voelen meer de noodzaak om hun plek op te eisen in de maatschappij. Maar als zij zien dat er vanuit de politieke partijen weinig wordt geluisterd naar hun zorgen, ontstaat er wantrouwen.’

Gastarbeiders erbij betrekken

Nederland kende tijdens de jaren tachtig al honderdduizenden migranten: eerst kwamen de Molukkers rond de jaren vijftig, en nog geen decennium later arriveerden de gastarbeiders uit onder andere Turkije, Marokko en Spanje. De grootste groep migranten bestond uit Surinamers die tussen 1970 en 1980 naar Nederland kwamen. De Surinamers hadden vanwege hun Nederlands staatsburgerschap, dat zij erfden uit het koloniale verleden, wel het recht om te stemmen. Maar dit gold niet voor de gastarbeiders.

Pas toen de Nederlandse politiek inzag dat arbeidsmigranten niet terugkeerden maar zich blijvend wilden vestigen, kwam hun politieke participatie op de agenda. In 1979 werd dat onderwerp voor het eerst serieus besproken. Enkele jaren later legde het kabinet in de Minderhedennota vast dat minderheden meer bij de besluitvorming moesten worden betrokken. Arbeidsmigranten konden zo, vanaf de zijlijn, meedenken.

In 1983 werd de Grondwet gewijzigd om de weg vrij te maken voor lokaal kiesrecht voor
niet-Nederlanders. In 1986 konden zij voor het eerst daadwerkelijk hun stem uitbrengen. Stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen mochten alleen burgers met de Nederlandse nationaliteit.

Meer raadsleden van kleur verkiesbaar

Een hoopgevende bevinding uit de bundel, is dat meer raadsleden met een migratieachtergrond zich verkiesbaar stellen. Dat klinkt bemoedigend, maar er is meer nodig om de representatie te vergroten, vindt Mohamed Mahdi, directeur van de culturele organisatie El Hizjra. Zelf was hij jarenlang actief bij FORUM, een onafhankelijk kennisinstituut en adviesorgaan voor de overheid op het gebied van integratie en minderhedenbeleid, dat inmiddels niet meer bestaat. ‘We kwamen vanuit verschillende migrantengroepen en allerlei politieke achtergronden bij elkaar om met de regering in gesprek te gaan over wetgeving en overheidsbeleid. Het voordeel was dat je samen krachten kon bundelen om je stem te laten horen.’

‘ik zie ook steeds meer voorbeeldfiguren voor onze gemeenschappen’

‘Nu is dat heel anders, omdat raadsleden meer gefocust zijn op de eigen partijbelangen en niet zozeer op het collectief. Het resultaat is dat je wel raadsleden hebt met een migrantenachtergrond, maar die nog niet voldoende zijn toegerust om ook te begrijpen hoe je de stem vanuit de migrantengemeenschappen echt op de voorgrond brengt. Individueel doen de raadsleden het heel goed, en ik zie ook steeds meer voorbeeldfiguren voor onze gemeenschappen. Maar als je kijkt naar de campagnes en het beleid dat gevoerd wordt, dan ontbreekt het nog aan kennis.’

Zeki Arslan presenteert de bundel. Beeld: Samira el Kandoussi, Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN)

Daarbovenop krijgen raadsleden van kleur met allerlei obstakels te maken, volgens Arslan. ‘Ze willen migrantengemeenschappen de hand reiken door problemen als arbeidsdiscriminatie, emancipatie van de vrouw, problemen met huisvesting of meertaligheid in het onderwijs bespreekbaar te maken binnen de raad. Maar ze krijgen al gauw het verwijt er alleen voor de ‘eigen mensen’ te zijn en niet voor het algemeen belang. Een samenwerking met bijvoorbeeld moskeebesturen of buurtverenigingen wordt al snel geïnterpreteerd als een vorm van cliëntelisme, ofwel vriendjespolitiek met de eigen achterban’, zegt Arslan.

‘Tegen raadsleden uit migrantengemeenschappen wordt ook vaak gezegd dat zij zich horen te richten op het ‘algemeen belang’, vertelt onderzoeker Zwaga, ook werkzaam bij Platform Sociale Binding. ‘Maar de positie van boeren of homorechten zijn ook belangen waarvoor wordt opgekomen. Het wrange is dat wanneer een autochtoon raadslid wil opkomen voor een specifieke groep, men dit eerder als een positieve boodschap ziet. Raadsleden met een andere etnische achtergrond worden sneller verdacht gemaakt.’

Vrouwen stappen uit de schaduw

Ondanks veertig jaar stemrecht zijn migrantenvrouwen en hun nazaten in de statistieken ondervertegenwoordigd. Toch laat de praktijk zien dat deze groep vrouwen steeds meer uit de schaduw stapt en haar stem gebruikt, zegt Houda Hamel. Zij werkt als manager in het sociaal domein en staat op de kieslijst voor GroenLinks-PvdA in Den Bosch. ‘Ik ben de eerste vrouw met Marokkaanse roots in Den Bosch op een verkiesbare plek en dat voelt voor mij als een opgave die groter is dan mijzelf, meer als een collectieve prestatie. Ik ben namelijk niet alleen vanwege mijn etniciteit en vrouw-zijn in een kwetsbare positie, maar ook omdat ik uit een achterstandswijk kom, waar kansen niet vanzelfsprekend zijn.’

‘Dit maakt de stap naar de politiek uitdagender, maar brengt ook voordelen met zich mee’, zegt Hamel. ‘Ik ken de leefwereld waar ons beleid vaak over gaat, maar zelden spreekt iemand in de politiek vanuit die belevingswereld.’

Volgens Hamel is de relatief lagere participatie van vrouwen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond in de politiek geen op zichzelf staand fenomeen. Het is een historische erfenis van een onzeker en onzichtbaar bestaan in Nederland. ‘Het verhaal van de vrouw van de gastarbeider is zelden volledig verteld. Toen de arbeidsmigranten in Nederland arriveerden, waren dat vooral mannen, terwijl de vrouwen pas veel later naar Nederland kwamen, vaak in het kader van gezinshereniging. Zodoende ging de aandacht altijd uit naar de positie van de man. Daarnaast raakten de vrouwen in een sociaal isolement, omdat ze hun vertrouwde omgeving achterlieten en aankwamen in een land waarvan ze de taal niet spraken en het systeem niet kenden.’

‘Zij leerden de kinderen navigeren tussen twee werelden’

‘Toch gingen deze vrouwen zich in de schaduw organiseren; zo vormden zij de stille ruggengraat van die eerste generatie migranten. Zij waren degenen die zichzelf wegcijferden voor het grotere belang, zij zorgden voor de wijken en buurten. Zij leerden de kinderen navigeren tussen twee werelden. Daarin schuilt de kracht van de vrouwen uit de eerste generatie, en die kracht dragen zij over op de vrouwen nu. De opkomst van vrouwen met een migratieachtergrond in de politiek is daarom écht een belangrijke doorbraak. Daarbij werkt het systemisch door: wanneer jonge meiden met een migratieachtergrond iemand in een dergelijke positie zien die op hen lijkt, gaan zij geloven dat dit pad ook voor hen is weggelegd. En zo eren we wat is geweest en bouwen we aan een toekomst waarbij aan tafels waar besluiten worden genomen alle stemmen worden gehoord, óók die van de vrouw met een migratieachtergrond uit een achterstandswijk.’

Hoe krijg je een betere vertegenwoordiging van Nederlanders met een migratieachtergrond?

De prangende vraag van het paneldebat in Utrecht is: vanuit welke kant moet nu verandering komen om een betere vertegenwoordiging van Nederlanders met een migratieachtergrond te verkrijgen? Arslan: ‘Ik denk dat naarmate kiezersgroepen zich laten horen via de media, lobbygroepen en raadsvergaderingen, er een betere representatie komt. Alleen moeten ze wel die macht claimen. Politiek is namelijk een machtsmiddel. Maar die macht krijg je niet zomaar. Je moet moeite doen door je stem te laten horen en je te verenigen. Vooral in grote steden maken de migrantengemeenschappen twintig procent tot een kwart van de bevolking uit. Dus wat rechtse partijen ook zeggen over Nederlanders van kleur; ze kunnen niet meer om ons heen.’

Huidige arbeidsmigranten

Het belang van georganiseerde lobbygroepen en politiek bewustzijn wordt duidelijk door een vergelijking met de huidige arbeidsmigranten uit EU-lidstaten, voegt Zwaga toe. ‘Bij deze groep ontbreken dergelijke lobbyorganisaties, zoals je die bij Marokkaanse en Turkse Nederlanders hebt, en dit verklaart waarom zij nog grotendeels onzichtbaar blijven voor de politiek.’

‘Het mag niet zo zijn dat Nederland een half miljoen kiezers uit EU-landen onzichtbaar en ongehoord laat. Dat is inhumaan. Waarom heeft Nederland deze migranten niet gestimuleerd om te gaan stemmen?’, voegt Arslan toe. ‘Is dit onwetendheid van de Nederlandse overheid? Of is het een gebrek aan aandacht voor diversiteit binnen de migrantengemeenschappen? Ik heb niemand gehoord die naar deze groep arbeidsmigranten omkijkt.’

‘Het mag niet zo zijn dat Nederland een half miljoen kiezers uit EU-landen onzichtbaar en ongehoord laat’

De noodzaak van politieke emancipatie geldt met name voor de jongere generatie, zegt El Hizjra-directeur Mahdi. ‘Jongeren willen zichzelf terug zien in de samenleving, en als dat niet lukt, dan zijn ze ook minder gemotiveerd om te gaan stemmen. Maar dit betekent niet dat zij de strijd hoeven op te geven. Ik heb namelijk wel hoop als ik naar het aankomende kabinet-Jetten kijk, dat er verandering komt en meer oog komt voor kiezers van kleur. Maar wij moeten lokale politieke partijen wel ‘stalken’ door hen eraan te blijven herinneren dat Nederland van iedereen is. Ik probeer daarom altijd jongeren te motiveren om zich bij maatschappelijke organisaties en politieke partijen te melden. Natuurlijk maak je weerstand mee, maar dat belet hen niet om door te zetten.’

Mahdi betwijfelt echter of onderling organiseren en lobbyen alleen voldoende zal helpen om het stemmen te stimuleren. Hij pleit daarom voor een radicale stap: ‘De herinvoering van de stemplicht. We hebben een opkomstplicht voor burgers om te gaan stemmen. Dit zal de manier zijn om de stemopbrengst van mensen met een migratieachtergrond naar een Nederlands gemiddelde te brengen. Want het gebruikmaken van kiesrecht is een fundamenteel recht.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -