‘Achter deze strijd zit een enge censuurdrift’

Foto: Produzioni Europee Associate
‘De tegenstanders streven naar een soort culturele apartheid’, zegt journalist Carel Brendel over de recente actie voor een verbod op indianen- en cowboyfeesten.

Evenementenpodium TivoliVredenburg in Utrecht maakte onlangs bekend geen kinderfeesten met cowboys en indianen meer te willen organiseren, nadat publicist Anousha Nzume en de extreem-linkse actiegroep De Grauwe Eeuw dat bestempelden als racistisch. Door rechtse politieke partijen, het CDA voorop, en op social media werd daar verontwaardigd op gereageerd.

Hoe moeten we deze ophef duiden? De Kanttekening sprak erover met politici Simion Blom en Anne Adema, journalist Carel Brendel, hoogleraar Jan Willem Duyvendak en activist Inge Pierre.

Simion Blom (29), gemeenteraadslid namens GroenLinks in Amsterdam, vertelt dat de discussie over het indianenfeestje en Redface (de indianenvariant op Blackface) in Nederland nog niet eerder is gevoerd. Niettemin is hij van mening dat onze samenleving best ‘cultureel sensitiever’ mag zijn. ‘Een indianenfeestje lijkt onschuldig, maar tijdens het kolonialisme zijn inheemse indianen in Amerika onderdrukt en vermoord.’ Blom vindt het ‘moedig’ dat Tivoli met deze gevoeligheden rekening wil houden.

Die mening staat haaks op die van Anne Adema (27), kandidaat-gemeenteraadslid namens het CDA in Kampen. ‘Het is een kinderfeest. Met carnaval lopen er allemaal volwassen mannen in het zuiden van het land verkleed als uiteenlopende personages. Ik weet niet wanneer we met elkaar hebben afgesproken dat Nederland één grote safe space geworden is. Nog even en er komt een verbod op Lucky Luke.’ Volgens Adema gaat de discussie eigenlijk niet over etnische tegenstellingen, maar om de antithese tussen Amsterdam en de provincie. ‘Het is een grachtengordeldiscussie die is geadopteerd door de linkse media, GroenLinks en een deel van de PvdA. Je zult meer donkere mensen in de provincie treffen die geen moeite hebben met Zwarte Piet of een indianenfeestje dan witte bakfietsmannen bij GroenLinks Amsterdam.’

Onderzoeksjournalist en blogger Carel Brendel (68), auteur van het geruchtmakende boek Het verraad van links, is het roerend met Adema eens. ‘We hebben het over een gezellige verkleedpartij voor kinderen die waarschijnlijk geen enkele racistische of kolonialistische bijgedachte hebben.’ Brendel vindt identity politics hypocriet, omdat meestal alleen blanken racisme worden verweten. ‘In werkelijkheid bestaat er ook racisme van Marokkanen tegen zwarten en Turken, racisme van Surinamers tussen hindoes en creolen, enzovoorts.’ Door zo compromisloos te zijn heeft identity politics volgens Brendel totalitaire trekken gekregen. ‘Achter deze strijd zit een enge censuurdrift. Straks worden alle western films of alle volksfeesten met ‘beledigende’ verkleedpartijen verboden. De tegenstanders streven naar een soort culturele apartheid.’

Hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam Jan Willem Duyvendak (59) ziet dat anders. Hij vindt net als Blom dat onze samenleving sensitiever om moet gaan met identiteitsgevoelige kwesties, ook als er (nog) geen ophef over is. ‘Je hebt geen activisten nodig om maatschappelijke kwesties te problematiseren. Je kunt ook zelf de analyse maken of iets wel of niet racistisch is.’ Het valt de hoogleraar op dat veel voor- en tegenstanders van de indianendiscussie geen dialoog wensen. ‘De actiegroep eist een heleboel dingen en dreigt met geweld, het kabinet vindt de discussie te idioot om het erover te hebben.’ Een vergelijking met het verleden dringt zich op. ‘Zestig jaar geleden, tijdens de verzuiling, waren de ideologische verschillen in ons land enorm, maar werden de tegenstellingen gepacificeerd door de elites. De ideologische verschillen zijn nu veel kleiner, maar de elites slaan elkaar op de kop. De omgekeerde situatie.’

Wat vindt Duyvendak van de door Adema geschetste tegenstelling tussen Amsterdam en de provincie? ‘De wereld buiten de Randstad is ook enorm veranderd na de jaren zestig. Tradities veranderen. Het beeld dat in de provincie de tijd heeft stilgestaan klopt niet.’ Als voorbeeld noemt hij het homohuwelijk. ‘Twintig jaar geleden waren het CDA en ook veel VVD’ers tegen het homohuwelijk, maar nu wordt het als een Nederlandse traditie gezien. Rechtse partijen omarmen de progressieve verworvenheden van links, wel een beetje laat, en gebruiken dat om zich tegen nieuwkomers, vooral tegen moslims, af te zetten. De ideologische verschillen tussen links en rechts zijn in Nederland helemaal niet zo groot. Daarin lijken we totaal niet op de Verenigde Staten, waar de Republikeinen wel een conservatieve culturele agenda hebben. Rechts Nederland vindt vooral dat de ontwikkelingen te snel gaan. Daarom verzetten het CDA en de VVD zich tegen genderneutrale toiletten. Wellicht zullen ze dat over twintig jaar vol vuur verdedigen als Nederlandse traditie.’

Duyvendak laakt het eenzijdig veroordelen van identity politics. ‘Als minderheden ergens kritiek op hebben, dan wordt dat door rechts meteen veroordeeld als identiteitspolitiek. Dat is onterecht. De meerderheidscultuur doet evenzo aan identiteitspolitiek. Al eeuwenlang zelfs. Maar als linkse activisten zich tegen heteronormativiteit of Zwarte Piet verzetten, wordt dat plots veroordeeld als identiteitspolitiek.’

Activist Inge Pierre (48) is verbonden aan de stichting Kaikoesie, die zich inzet voor inheemse indianen uit Suriname. Ze hekelt de stereotyperingen van indianen. ‘Je wordt tot een onnozel iemand gebombardeerd. Indianen zeggen geen ugh en wonen niet in een wigwam. Het is extra pijnlijk, omdat wij door de witte Europeanen zijn verdreven en deels uitgemoord. We zijn nog maar met weinig mensen. Door die clichés wordt ons ingeprent dat we overwonnen zijn. Onze bijdragen aan de wereldeconomie, denk aan maïs en tomaten, worden weggelaten. Het is goed dat de clichés worden aangepakt. We willen kinderen hun plezier niet ontnemen, maar we willen ook dat kinderen onderwezen worden over hoe indianen werkelijk leven.’

DELEN
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.