9.6 C
Amsterdam

Afro-Nederlanders bepleiten gratis wijziging slavennaam: ‘Het is een recht’

Mercita Coronel
Journalist gespecialiseerd in culturele diversiteit.

Lees meer

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 in Suriname moesten de vrijgelatenen een naam krijgen: ze werden immers burger. Zij kregen hun naam van een ambtenaar, een slavenhouder of een plantage. Sommige nazaten van tot slaafgemaakten willen deze naam veranderen. Maar dat is niet makkelijk en kost veel geld – behalve in Utrecht, dat onlangs besloot zo’n wijziging te vergoeden. ‘Naamsverandering moet een recht zijn. De namen zijn ons immers met geweld gegeven.’


Omdat tot slaaf gemaakten na hun vrijlating geen bestaande familienaam mochten krijgen, werden de namen aangepast en soms verzonnen door de ambtenaren of slavenhouders. Zo kregen tot slaafgemaakten voornamen als Poelepantje of Mettertijd en achternamen als Hakbijl of Madretsma (‘Amsterdam’, maar dan achterstevoren).

‘Die achternaam zegt iets over je identiteit wat heel krachtig is, maar die niet bij ons past zoals Leeuwarden of Neus’, zegt de Utrechter Guno Mac Intosch (foto). Mac Intosch kreeg de naam van de plantagehouder waar zijn voorouders werkten. ‘Mijn voorouders kwamen via Nigeria in de Britse kolonie Barbados in het Caribisch gebied terecht. Een deel is na de afschaffing van de slavernij naar Brits-Guyana gegaan en een deel daarvan is in Nickerie, Suriname terecht gekomen. Mijn familie ontwikkelde zich in Coronie.’

Mac Intosch verdiepte zich afgelopen jaren in identiteitsvragen. ‘Taal en naam hebben daarmee te maken. Een naam zegt iets over herkenning, en de klasse waar je uit voortkomt. Ik heb in het bedrijfsleven gewerkt, mijn westerse naam heeft daarbij toen zeker geholpen. Woorden hebben kracht, maar dragen ook een spirituele kracht in zich en staan in relatie tot de natuur. Ik wilde mij van de oude ketens ontdoen en daarmee ontdoen van de naam Mac Intosch, want die hoort niet bij mij.’

Een reis naar Ghana naar onder meer fort Elmina, de plaats waar tot slaafgemaakten werden verscheept, gaf Mac Intosch het laatste zetje: hij ging zijn voornaam veranderen naar Yaw. Dat is nu zijn huidige naam. ‘In de West-Afrikaanse traditie heeft de geboortedatum een religieuze, sociale en spirituele betekenis. In Ghana en Nigeria krijgen kinderen de voornaam van hun geboortedag. Ik ben nu bezig met het kiezen van mijn tweede en derde naam. want volgens West-Afrikaanse traditie vertellen die iets over je beroep en je karakter. Ik ga daarover in gesprek met vrienden en een spirituele coach die de traditie kennen.’

Mac Intosch is de eerste in de familie die zijn naam wilde veranderen. Zijn dochter volgt zijn voorbeeld. ‘Wij zijn de voorlopers en hebben het daardoor moeilijk. De eerste generatie Surinamers en Antillianen in Nederland waren niet met dit onderwerp bezig. Ik, die van tweede generatie ben, wel. Ik denk dat elke generatie zich steeds bewuster wordt van de eigen afkomst en geschiedenis en dat dit proces ook goed is voor de huidige en volgende generaties, die bij integratievraagstukken tussen wal en schip vallen, of om andere redenen niet door de eigen community worden geaccepteerd. Ik kom door deze zoektocht dichter bij mijzelf en dat geeft mij de kracht om door te pakken.’

‘Het gaat om het erkennen van in het verleden gemaakte fouten’

Het recente besluit van de gemeente Utrecht om de administratieve kosten op zich te nemen bij het veranderen van slavennamen juicht Mac Intosch toe. Utrecht onderzoekt nu hoeveel mensen gebruik willen maken van zo’n naamsverandering.  Een overbodig onderzoek, vindt hij. Naamsverandering voor nazaten van tot slaafgemaakten moet een recht zijn.

‘De namen zijn ons immers met geweld gegeven. Naamsverandering heeft met traumaverwerking te maken. Amsterdam heeft zijn excuses gemaakt en er komt een slavernijmuseum. Naamsverandering is een volgende stap in dat proces. Het gaat om het erkennen van in het verleden gemaakte fouten. Het is een helingsproces dat serieus genomen moet worden. Men moet niet, zoals minister-president Mark Rutte, zeggen: ‘Wij hebben niets met die voorouders te maken.’’

De discussie over naamsverandering speelt ook in andere landen, weet Mac Intosch. ‘Nederland is een van de laatste landen die de slavernij heeft afgeschaft. Het zou goed zijn als Nederland op dit gebied het voortouw zou nemen en de naamsverandering wettelijk mogelijk maakt. Met deze stap kan Nederland laten zien dat onze gemeenschappelijke geschiedenis wel degelijk correctie nodig heeft en naamsverandering cruciaal is in het verwerkingsproces van ons trans-Atlantische slavernijverleden.’

Plantage Onverwacht

Ruth Pinas uit Amsterdam is het eens met Mac Intosch: de naamsverandering moet gratis zijn en zonder het verplichte psychologisch onderzoek. ‘Waarom? Om mijn naam te laten veranderen? Die achternaam hebben we niet zomaar gekregen. Anderen hebben ons die naam opgedrongen. De slavenhouders hebben onze voorouders veel pijn gedaan.’

Beeld: Ruth Pinas

Pinas zette zich in de jaren negentig in voor de positie van Surinaamse vrouwen in de Bijlmer en voor homorechten. Ze ontdekte jaren geleden dat haar naam Franse wortels heeft. Een bezoek aan Lourdes bracht haar langs het Franse dorp Pinas. Ze stond perplex. Er waren ook Franse slavenhouders in Suriname, ontdekte ze. Vooral in district Para in Suriname komen namen als Piqué en Pirouw voor, vertelt ze.

Er waren 48 vrijgelatenen op plantage Onverwacht, die bezit waren van Joodse Nederlanders en de naam Pinas meekregen. De vader en grootouders van Pinas hebben nog op de plantage Onverwacht gewerkt, weet Pinas. Haar moeder vertelde af en toe brokjes die haar moeder haar weer had verteld. ‘Zij moesten eten leveren aan witte mensen terwijl ze zelf honger hadden. En het was soms net The Bold and the Beautiful. Ik heb een broer die mijn neef is.’


‘Door een naamsverandering heb je het idee dat je een deel van je voorouders bent’

Zoals Yaw Mac Intosch zijn dochter voorgaat, volgt Ruth Pinas wellicht haar zoon. Want hoewel zij geen plannen heeft om haar naam te veranderen, wil haar zoon dit wel. ‘Mijn zoon is daar veel meer mee bezig dan ik. Hij krijgt te maken met racisme en discriminatie op zijn werk.’

In de Bijlmer zijn mensen veel meer bezig met dit onderwerp, vertelt Pinas. ‘‘Waarom hebben ze dit onze voorouders aangedaan?’, vraagt mijn zoon zich af. Als mijn zoon en mijn dochter hebben besloten om hun naam te veranderen dan doe ik het ook. Mijn kinderen en ik doen alles samen. Door een naamsverandering heb je het idee dat je een deel van je voorouders bent.’

Kom los van je slavennaam

De discussie over het veranderen van je ‘slavennaam’ speelt al sinds de jaren tachtig, zegt Simion Blom, raadslid van GroenLinks in Amsterdam. Samen met initiatiefnemer Mourad Taimounti van Denk diende hij in juli 2020 de motie ‘Kom los van je slavennaam, kom los van je slavernijverleden’ in. In deze motie vroegen de twee raadsleden om de naamsverandering voor nazaten van slaafgemaakten makkelijker te maken – zonder naar de rechter te gaan bijvoorbeeld – en om het vergoeden van de daarbij komende administratieve kosten.

Beeld: Simion Blom

De motie kon niet worden uitgevoerd omdat de gemeente niet de bevoegdheid heeft om geslachtsnamen te wijzigen, liet burgemeester Femke Halsema weten. Die bevoegdheid berust namelijk bij de koning. Halsema startte een overleg met de steden Utrecht, Rotterdam en Den Haag over dit onderwerp, waarna zij een brief aan de minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) stuurde met het verzoek om het Besluit Geslachtsnaamwijziging en de Regeling betreffende verzoeken tot naamswijziging en tot naamsvaststelling aan te passen. Dit moet het voor de nazaten van tot slaafgemaakten mogelijk maken hun achternaam kosteloos te veranderen.

‘Het gaat om een principieel besluit’, licht Blom de motie toe. ‘Mensen moeten de vrijheid hebben om de naam die ze hebben gekregen van koloniale ambtenaren te veranderen. Ze staan in hun recht. Ik zie het ook als een vorm van herstelbetaling, zoals het recente excuus van de gemeente Amsterdam voor het slavernijverleden en het besluit voor een slavernijmuseum.’

Het raadslid kent het verleden van zijn voorouders. ‘De naam van mijn stamvader was Coffy, en hij verrichtte slavenarbeid op katoenplantage Sarah Leasowes in het district Coronie. De plantage ligt nog steeds aan de Surinaamse kust. Coffy kreeg de naam Andreas Samuel Blom opgelegd van de ambtenaar die de plantage opzocht aan de vooravond van de afschaffing van de slavernij.’

‘Ik zie het ook als een vorm van herstelbetaling’

Blom wil zijn achternaam zelf niet veranderen, vertelt hij. ‘Ik heb een emotionele band met mijn achternaam, omdat het de naam van mijn ouders, grootouders, neven, nichten, ooms en tante is. Mijn familie waarmee ik mij verbonden voel. Deze naam is onderdeel van mijn identiteit geworden.’

Het plan van Utrecht om niet te wachten op het besluit uit Den Haag en de administratieve kosten bij de naamsverandering te betalen, noemt Blom voortvarend. Hij ziet dit als voorbeeld voor Amsterdam en heeft daar raadsvragen over gesteld: ‘Kan Amsterdam ook niet zo’n aanbod doen?’

Voor Blom is het antwoord uit Den Haag op Halsema’s brief niet alleen van belang vanwege het principiële recht op naamsverandering van de nazaten van tot slaafgemaakten, maar ook vanwege het signaal dat het zou geven aan Nederlanders met een migrantenachtergrond. Hij ziet het als een soort lakmoesproef: ziet Nederland de Surinaams-Nederlandse burgers daadwerkelijk als zijn burgers met legitieme wensen?

Blom twijfelt daaraan, sinds het Haagse politieke klimaat sterk is verrechtst. ‘In de Tweede Kamer is er een politieke partij waarvan de leider urenlang ging dineren met een witte supremacist (Thierry Baudet met de Amerikaanse rassentheoreticus Jared Taylor in 2017, red.) om zich te laten ‘inspireren’. Joost Eerdmans is nu Tweede Kamerlid voor JA21. Hij was recentelijk nog partijleider van Leefbaar Rotterdam, de partij die voorstelde om Antilliaanse tienermoeders te laten steriliseren.’

Volgens Blom is dit gedachtegoed nu onderdeel van het politieke landschap in Den Haag. ‘Ik heb een positief besluit van de regering nodig om hoop te houden dat Nederland mij inderdaad als zijn burger ziet en om niet cynisch te worden, want ik ben teleurgesteld in mijn land.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -