4.2 C
Amsterdam

Dakloze Pieneke hoopt op een vaste woonplek. ‘Op straat is het heel zwaar’

Gijs de Swarte
Gijs de Swarte
Journalist. Schrijver. Filmmaker.

Lees meer

Uit de recente ETHOS-telling (*) blijkt dat er in Amsterdam 11.000 daklozen zijn en een veel hoger percentage buitenslapers dan in de rest van het land. Experts vertellen wat erachter schuilgaat en wat eraan te doen is. Aflevering 3: een dakloze.

We zijn bij het inloophuis van De Regenboog Groep in Amsterdam-Zuid. Pieneke, die daar gebruik van maakt, is geen ‘gewone’ economisch dakloze. Dat zijn overwegend mensen, doorgaans zonder al te zware psychische of verslavingsproblemen, die nog wel bij vrienden en kennissen kunnen slapen. Maar hoe snel het bergafwaarts gaat als je vanuit die nog enigszins hanteerbare situatie op straat belandt, kent ze maar al te goed. Een keurige dame dus, van in de vijftig, die keurig spreekt; niemand zou eraan twijfelen als ze zei dat ze ergens officemanager was, of lerares. Dat het anders ligt, wordt al aangegeven als een medewerker van het inloophuis haar sterkte wenst voor dit gesprek. ‘Je kan het echt wel, Pieneke, dat weet ik van je.’ En ze is, zegt ze, ook wel zenuwachtig, maar wil ook zeker ‘alles’ vertellen. ‘Ik ben de schaamte voorbij. Nou ja, toen ik laatst blikjes uit een vuilnisbak ging halen, moest ik wel ergens overheen. Toen dacht ik: nou ben ik echt een dakloze.’

Wil je iets zeggen over hoe het gekomen is?

‘Ja, oké, de korte versie dan. Mijn ouders hadden een café in Den Bosch en waren alcoholisten. Geen aandacht, mishandeling, mijn vader kreeg Korsakov, van school gegaan. Drugs. Ik werd uit huis geplaatst en ging van de ene naar de andere plek. Nooit een papiertje gehaald. Ik had heel graag willen leren en mee willen doen met de maatschappij. Ik heb ook altijd heel veel respect gehad voor mensen die gewoon werken. Maar in die tijd, in die chaos, kon ik niet bedenken hoe dat te doen. Ik heb ook een tijd begeleid kunnen wonen. Maar daar kwamen wel al die formulieren en aanslagen en wat al niet binnen. Ik heb van alles geleerd door de jaren heen, gewoon van het leven. Maar dat overzicht, dat had ik toen helemaal niet. Ik stopte het maar in een doos.’

Dus schulden?

‘Ja. En opgenomen geweest.’

Hoe ging het naarmate je volwassener werd? Ik begreep dat er ook rustiger perioden in je leven waren.

‘Ja, ik ben achttien jaar getrouwd geweest met een vrachtwagenchauffeur. Hij heeft me heel erg geholpen. Hij gaf me zekerheid, stabiliteit, en ik wist dat ik dat nodig had. Ik probeerde het wel vol te houden met hem. Maar in die tijd ben ik tot het besef gekomen dat ik op vrouwen viel. Op een gegeven moment ging het gewoon niet meer.’

Hoe ben je dakloos geworden?

‘Ik denk… ik was toch wel heel kwetsbaar. En een huis vinden, dat gaat gewoon niet. En op straat is het heel zwaar. Als je eenmaal op straat bent, wordt alles snel veel moeilijker. Dat probleem heb ik niet alleen.’

Het sluipende gevaar van economische dakloosheid?

‘Ja, op straat slapen, dat is echt…’ (Schudt haar hoofd.)

Kun je de eerste nacht op straat nog herinneren?

‘Dat was in Amsterdam-Noord. Ik ben daar bij het filmmuseum gaan liggen, want daar is een overkapping. Maar ik werd weggestuurd en toen begon het te gieten. Toen ben ik maar een beetje rond gaan lopen met mijn slaapzak en mijn hele hebben en houwen. In de ochtend kreeg ik een kop koffie van een schoonmaakster van het filmmuseum.’

En de dagen daarna?

‘Beetje rondlopen en die avond in een parkje daar vlakbij gaan liggen. Er kwam een man op me af. Ik was zo bang. Ik heb mijn capuchon over mijn hoofd gedaan en een beetje nonchalant met mijn been gezwaaid. Daarna ben ik nog vaak bedreigd en ik ben ook een paar keer mishandeld. En toen dacht ik wel: ik moet naar een inloophuis gaan.’

‘Toen ik laatst blikjes uit een vuilnisbak ging halen, moest ik wel ergens overheen’

Wat doe je zoal gedurende de dag?

‘Meestal hetzelfde riedeltje. Ik loop naar het pleintje hier in de buurt en haal een kop koffie bij de Albert Heijn. Of een cola. Ik drink veel cola. En ik heb meelwormen en voer de duiven en de kauwen. Dan wat rondlopen, blikjes verzamelen. Terug naar het inloophuis… maar…’

Maar?

‘Het is wel een heel erg fijne plek. Alleen mensen die hier werken hebben echt te veel werk, die werken zich een slag in de rondte.’

Maar?

‘Er zijn gewoon te weinig van dit soort huizen in de stad. Er zijn zoveel mensen die een plek nodig hebben… Ik bedoel, nou ja, je hebt natuurlijk geen plaats van jezelf, geen privacy.’

Hoe zie je je toekomst?

‘Het gaat wel beter. Ik praat een keer per week met een ervaringsdeskundige. Iemand die zelf ook dakloos is geweest. En in april hoop ik iets te horen over een meer vaste plek om te wonen. Daar hoop ik echt op. Het is hier zo druk. Ik ga soms toch weer de straat op, want ik kan dat niet aan. Al die mensen. Ik kan niet zo goed tegen prikkels meer. Eigenlijk ben ik altijd op mijn hoede. Daar komt dat ook door. Daar word je zo moe van.’

(*) De ETHOS-methode van de Europese Unie telt niet alleen mensen die op straat leven, maar ook mensen in tijdelijke opvang, mensen die net uit een instelling komen en mensen die tijdelijk bij familie of vrienden verblijven. In de hele regio Amsterdam-Amstelland gaat het om 13.070 dak- en thuislozen: 11.352 volwassenen en 1.718 kinderen.

Lees ook de twee andere afleveringen in deze reeks:

Ruim 11.000 daklozen in Amsterdam. ‘De meeste inloophuizen zijn overvol’

Ook moeders met kinderen raken dakloos. ‘Een drama’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -