‘Dé Nederlandse moslim bestaat niet’

Foto: Reuters
‘Als je er heel orthodox uitziet denken mensen in Noord-Afrika dat je een terrorist bent. Hier kunnen orthodoxe moslims daarentegen in alle vrijheid hun geloof beleven.’

Volgens het begin vorige maand uitgebrachte SCP-rapport De religieuze beleving van moslims in Nederland worden moslims in Nederland steeds orthodoxer. Moslims bidden meer en steeds meer moslima’s kiezen ervoor een hoofddoek te dragen. De Kanttekening sprak over dit rapport met vier Marokkaans-Nederlandse moslims: Said Bouharrou (39) van de Raad van Marokkaanse Moskeeën in Nederland, imam en ondernemer Yassin Elforkani (35), hbo-docent Bedrijfseconomie en D66-gemeenteraadslid in Gouda Zouhair Saddiki (32) en religiewetenschapper en docent Islamitische Godsdienst aan de Thomas More Hogeschool Kamel Essabane (40).

Hokjesdenken, hoofddoeken, polarisatie
Bouharrou herkent zich in de conclusie van het SCP-rapport dat Nederlandse moslims religieuzer zijn geworden: ‘Er gaan tegenwoordig meer mensen naar de moskee.’ Elforkani vult aan: ‘Jongeren zijn veel meer met hun geloof bezig.’ Saddiki merkt op: ‘Je kunt dat gewoon op straat zien.’

De oorzaak van de toenemende religiositeit is volgens Bouharrou de polarisatie in de Nederlandse samenleving. ‘In de media en in de politiek gaat het erg vaak over de islam. Moslims zijn daardoor bewuster geworden van hun identiteit, zijn zich meer in de islam gaan verdiepen en zijn religieuzer geworden.’ Dat men ook meer met het geloof bezig is als het wat tegen zit vindt Bouharrou geen slechte ontwikkeling, wel dat veel moslims zich afkeren van de maatschappij. ‘Daarover maak ik me zorgen. Mensen voelen zich gediscrimineerd. Veel moslims hebben weinig vertrouwen in de overheid en politiek en wantrouwen de politie. Hun perceptie is ook een realiteit.’ Het grote probleem is volgens Bouharrou het hokjesdenken in de media. ‘Moslims worden altijd als een groep gezien, nooit als individu. Maar dé Nederlandse moslim bestaat niet.’

Elforkani noemt polarisatie in de Nederlandse media en politiek ook een oorzaak van de toenemende religiositeit, maar nuanceert dat meteen. ‘Dat kan een element zijn. Toch is het lastig om dat vast te stellen. De religiositeit groeit ook in Arabische wereld. Dat moslims religieuzer worden is een wereldwijde trend.’ Ook de conclusie dat moslims orthodoxer zijn geworden wordt door Elforkani genuanceerd. ‘Het SCP-rapport is antropologisch correct, maar definieert het begrip ‘orthodox’ niet goed. Moslims worden inderdaad religieuzer, maar dat is niet persé orthodox. Dat meisjes vaker een hoofddoek dragen hoeft niet noodzakelijkerwijs het gevolg te zijn van meer orthodoxie. Er zijn bijvoorbeeld vrouwen zonder hoofddoek die zich strikt aan de islamitische regels houden, elke dag bidden en meedoen aan de ramadan, terwijl er daarnaast vrouwen met een hoofddoek zijn die zich aan deze dingen onttrekken. Het dragen van een hoofddoek betekent dat je wilt laten zien dat je een moslim bent, niet dat je orthodoxe denkbeelden hebt. Het SCP-rapport ziet dit soort nuances te weinig.’

Essabane is het daar roerend mee eens. ‘Ik heb echt moeite met de termen ‘orthodox’ en ‘seculier’. Het SCP-rapport veronderstelt dat orthodoxe moslims echte moslims zijn die zich strikt aan de religieuze leefregels houden. Vasten, halal eten, een hoofddoek dragen als je een vrouw bent. Maar het geven aan armoedebelasting, de zakaat, wat één van de vijf zuilen van de islam is, wordt dan weer niet meegenomen in de analyse. Het rapport kijkt alleen naar wat afwijkt van wat ‘normaal’ is. Het onderzoek is vooringenomen en de vragen zijn nogal gestuurd. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd wat moslims van religieus geweld vinden. Zal een SCP-onderzoeker aan Nederlandse christenen ook deze vraag stellen?’

Toch ziet Essabane wel dat het moskeebezoek stijgt en dat islamitische vrouwen vaker een hoofddoek dragen. ‘Dat heeft niet met orthodoxie te maken denk ik, maar met identiteitspolitiek. Moslims willen zich meer als moslim profileren, ook wat uiterlijke kenmerken betreft. Of dat komt door de polarisatie in de samenleving en de kritiek op de islam? Misschien. Maar hier moet meer onderzoek naar worden gedaan.’

Groepsdruk
Turkse en Marokkaanse Nederlanders die zich afkeren van de maatschappij zoeken elkaar vaak op. Volgens Bouharrou is Denk daarom zo succesvol. ‘In Amsterdam en Rotterdam was Denk de grote winnaar bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het is niet alleen een partij voor Turkse Nederlanders, ook veel Marokkaanse Nederlanders voelen zich door Denk vertegenwoordigd. Denk wordt als een partij gezien die onvoorwaardelijk voor Aisha en Ahmed opkomt, zoals de PVV voor Henk en Ingrid opkomt. Het valt mij verder op dat juist orthodoxe moslims die normaliter niet of nauwelijks stemmen en die een minderheid vormen binnen de islamitische bevolkingsgroep massaal voor Denk hebben gestemd.’

Elforkani vindt Denk daarentegen helemaal niet zo islamitisch. ‘Denk is helemaal geen religieuze partij, maar een partij die juist heel erg etnisch is. Het gaat Nederlandse Turken vooral om het Turks-zijn, daarna komt de islam pas. Met name die nadruk op het etnische verschil blokkeert de vorming van een Nederlandse islam.’

Essabane is het met Elforkani eens. ‘Voor Nederlandse Turken speelt nationalisme vaak een belangrijke rol, voor Marokkanen is dat veel minder het geval. Natuurlijk heb je nu ook dat Berber-nationalisme, in reactie op de harde straffen voor de leiders van de Rif-opstand, maar etnische identiteit is voor Marokkaanse Nederlanders minder belangrijk.’

Sadikki maakt zich zorgen over de gevolgen van maatschappelijke isolatie. ‘Voor moslims in Nederland wordt groepsdruk steeds belangrijker. Het gaat niet om innerlijke vroomheid, maar om uiterlijkheden. Wat andere mensen van je vinden is veel belangrijker dan wat Allah vindt, lijkt het wel. Natuurlijk keurt de islam alcoholgebruik en prostitutiebezoek niet goed, maar het is volgens mensen pas écht erg als je niet aan de ramadan meedoet. Mensen willen niet uit de groep worden verstoten. Als je niet aan de ramadan meedoet ben je geen goede moslim en hoor je er niet bij. Mensen willen er graag bij horen en gaan zich dan, naar buiten toe, vromer gedragen en nemen sociaal gewenste standpunten in.’ Saddiki is kritisch over diegenen die meteen met de beschuldigende vinger naar Nederland wijzen. ‘Ons land is juist heel tolerant tegenover moslims, ook tegenover orthodoxe moslims. Als je er heel orthodox uitziet denken mensen in Noord-Afrika dat je een terrorist bent. Hier kunnen orthodoxe moslims daarentegen in alle vrijheid hun geloof beleven. Ik snap daarom niet zo goed dat mensen zich zo tegen Nederland afzetten. Je kunt hier naar school, je hebt toegang tot goede zorg, Nederland is een welvarend land. De polariserende Geert Wilders staat echt niet model voor de Nederlander.’

Nederlandse islam
Toch kraakt Saddiki ook harde noten over de manier waarop het islamdebat in Nederland wordt gevoerd. ‘Die discussie over waar je loyaliteit ligt is funest. Je moet moslims niet tot die keuze dwingen. Dat is wat rechts doet. We moeten gewoon accepteren dat deze mensen Nederlander en moslim zijn.’

Bouharrou beaamt dat. ‘We zijn allemaal individuen. Ik ben behalve moslim ook Nederlander, buurman en iemand die van klassieke muziek, schrijven en kunst houdt. Sterker nog, mijn geloof is een persoonlijk onderdeel van mijn leven, ik deel enorm veel Nederlandse gebruiken en er zijn veel meer zaken die mij met mijn autochtone Nederlandse vrienden en vriendinnen verbinden dan zaken waarin ik van hen verschil. Als je mij in een groep wegzet, word ik onzichtbaar.’

Essabane stoort zich aan de tegenstelling die het rapport maakt tussen seculiere en orthodoxe moslims. ‘Volgens het SCP-rapport ervaren seculiere moslims minder discriminatie dan orthodoxe moslims. Maar is dat wel altijd zo? Turkse nationalisten bijvoorbeeld kunnen heel seculier zijn, maar zich tegelijkertijd, omdat ze nationalist zijn, niet identificeren met de Nederlandse samenleving en zich daardoor buitengesloten voelen. De vooronderstelling van het rapport is dat seculiere moslims zich meer verbonden voelen met onze samenleving. Dat durf ik te betwijfelen. Je kunt ook én een moslim zijn die erg bezig is met geloof én tegelijk die verbondenheid met de maatschappij voelen.’

Elforkani benadrukt dat er langzaam maar zeker zoiets als een Nederlandse islam aan het ontstaan is. ‘De meeste moslims willen gewoon meedoen, participeren aan deze samenleving. Ze willen een goede moslim en een goede Nederlander zijn. Ze zijn religieus, maar kiezen niet voor de strenge orthodoxie, waardoor je jezelf isoleert van de rest van de samenleving en moeilijker een baan krijgt.’ De laatste twintig jaar is er veel veranderd volgens Elforkani. ‘Er verschijnen Nederlandse boeken over de islam, die over specifiek Nederlandse problemen gaan. Zulke lectuur bestond vroeger nog niet. Nederlandse moslims vragen aan de imam of je wel met een sjiitisch meisje of een Nederlandse jongen mag trouwen of wat je moet doen als je zoon homo is. In Marokko worden imams zelden tot nooit met zulke vragen geconfronteerd. De confrontatie met de moderne samenleving zorgt voor theologische bezinning. Daardoor ontstaat een Nederlandse islam.’

Volgens Bouharrou is het daarom zo belangrijk dat er een Nederlandse imamopleiding komt. ‘Daar is veel vraag naar. Een imam moet niet alleen kennis hebben van het islamitische geloof, maar ook van de Nederlandse samenleving. Hij moet de Nederlandse taal spreken, thuis zijn in de Nederlandse cultuur, bekend zijn met de problemen en kwesties die hier spelen. In het verleden is een paar keer gepoogd een Nederlandse imamopleiding in het leven te roepen, maar die pogingen zijn telkens mislukt. Dat kwam doordat de moskeekoepels onvoldoende werden meegenomen in de besluitvorming. Nederlandse imams hadden te weinig kennis van de islam, waren niet voor studie in het Midden-Oosten geweest. Er worden nu gesprekken gevoerd met de Vrije Universiteit Amsterdam voor een Nederlandse opleiding. Na de zomer weten we hopelijk meer.’

DELEN
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.