3 C
Amsterdam

Een afbeelding van Mohammed tonen: provocatie of academische vrijheid?

Shawintala Banwarie
Journalist. Mede-oprichter Desi Solidariteitsplatform.

Lees meer

Een Amerikaanse universiteit brak met een docente, omdat zij tijdens een college een veertiende-eeuwse afbeelding van de profeet Mohammed had laten zien. Naar aanleiding van dit incident laait in de Verenigde Staten de discussie over academische vrijheid weer op. In hoeverre moet je als docent rekening houden met de gevoelens van religieuze studenten?


Het is een rustige collegedag in oktober. Universitair docent kunstgeschiedenis Erika Lopez Prater van de Hamline Universiteit in Minnesota geeft een online college en waarschuwt haar studenten: ze is van plan een afbeelding van de profeet Mohammed te laten zien. Wie dat niet wil zien, krijgen de mogelijkheid om het college over te slaan.

Daarna toont Prater een bekende veertiende-eeuwse afbeelding, waarop te zien is hoe de profeet zijn eerste openbaring ontvangt van de engel Gabriël. (De afbeelding is online onder andere hier te zien, voor wie dat wil.)

Ondanks die uitgebreide waarschuwing besluit één studente, de voorzitter van een islamitische studentenvereniging in Minnesota, een klacht in te dienen tegen de docente. Ze vindt de afbeelding een aanval op haar geloof. De universiteit besluit in december het contract van Prater niet te verlengen en verwijt haar ‘islamofobie’.

Academische vrijheid

‘Ik vind het heel flauw dat er een klacht tegen haar is ingediend’, vertelt Javad Hashmi, promovendus Islam aan de Harvard Universiteit en onderzoeksleider bij de Amerikaanse organisatie Muslim Public Affairs Council (MPAC), die zich inzet voor maatschappelijke en politieke emancipatie van moslims. Hashmi stelde samen met MPAC een verklaring op, waarin zij eisen dat Prater weer mag lesgeven aan de Hamline Universiteit. ‘Ze wilde juist de diversiteit aan tradities binnen islam laten zien aan haar studenten en hiermee negatieve vooroordelen over islam tegengaan.’

Naast Hashmi zijn ook andere islamitische academici in de Verenigde Staten verbijsterd over het ontslag van de docente. Tijdens een panelgesprek over academische vrijheid, georganiseerd na het nieuws over haar ontslag, vertelt Prater dat illustraties een onmisbaar onderdeel van de colleges kunstgeschiedenis vormen.

Intussen heeft ook de universiteit toegegeven dat het verkeerd was om haar als ‘islamofoob’ te bestempelen. Maar desondanks vrezen veel academici in de Verenigde Staten dat door dit incident de academische vrijheid onder druk is komen te staan.

Ottomaanse miniatuurschilderijen

Veel moslims zijn er stellig van overtuigd dat de islam het afbeelden van de profeet verbiedt. Maar dit is een eenzijdige visie, stelt de Leidse hoogleraar Islam en het Westen Maurits Berger. ‘In islamitische teksten staat geen verbod op het afbeelden van mensen, en ook niet van de profeet. Maar theologen uit de klassieke islamitische periode (de achtste tot de tiende eeuw, red.) interpreteerden de Koran en uitspraken van de profeet alsof het niet de bedoeling was om aan figuratieve kunst te doen. God heeft volgens deze theologen het monopolie op de schepping van levende wezens, en het afbeelden van mensen zou een aantasting zijn van Gods macht. Het afbeelden van de profeet was dus niet zozeer verboden, maar het gebeurde gewoon niet. In plaats daarvan bloeide de islamitische kunst door middel van versierde teksten, daar leende het Arabisch schrift zich goed voor.’

Pas in de vijftiende tot de achttiende eeuw, tijdens de Ottomaanse en Perzische rijken, gaven sultans opdracht om afbeeldingen te maken van de profeet, vertelt Berger. ‘In het Ottomaanse Rijk ontwikkelde zich de kunst van het miniatuurschilderen, die vooral is ingezet om verhalen te illustreren, zoals het levensverhaal van de profeet. De kunstenaars beeldden in sommige gevallen Mohammed wel af, maar dan zonder dat zijn gezicht te zien was.’

‘In het Perzische Rijk gingen ze makkelijker om met afbeelden van de profeet’, vervolgt Berger, ‘omdat sjiieten wat het afbeelden van de profeet betreft minder strikte regels hanteren dan soennieten.’

Cartoons

Enkele jaren terug kende Nederland een rel die vergelijkbaar is met wat er nu in de VS speelt. In 2020 lieten docenten van een school in Den Bosch en een school in Rotterdam in hun lessen de beruchte Mohammed-cartoons van Charlie Hebdo zien. De aanleiding was toen de moord op de Franse geschiedenisleraar Samuel Paty.

‘Als we alles wat mensen beledigend vinden niet meer mogen zeggen of tonen, kunnen we de scholen sluiten’, vindt Berger. Hij denkt dat niet alle moslims aanstoot nemen aan het afbeelden van de profeet.


‘Hoewel ik zelf vind dat het afbeelden van de profeet niet kan, erken ik dat er islamitische tradities zijn waarin een andere mening wordt uitgedragen.’

Bij de affaires rond het afbeelden van de profeet in Deense cartoons en in het Franse blad Charlie Hebdo was het probleem vooral dat het om satirische afbeeldingen ging. Berger: ‘Als de profeet Mohammed op een eervolle manier was afgebeeld, als een soort Grieks icoon, dan vraag ik me af of er zoveel ophef zou zijn ontstaan. Het continu beledigen en bespotten van de profeet heeft kwaad bloed gezet. Hierdoor reageren islamitische leerlingen soms heel emotioneel.’

Zelf heeft Berger tijdens zijn colleges over de islam historische afbeeldingen en cartoons laten zien. ‘Ik liet een Mohammedcartoon zien naast een cartoon over de Holocaust, om mijn studenten duidelijk te maken dat iedereen vanuit een eigen moreel kader beslist of een beeld beledigend is. Ik probeer op een academische manier de confrontatie met gevoelige onderwerpen aan te gaan. Voordat ik de afbeeldingen liet zien, heb ik de studenten gewaarschuwd. Er zijn nooit opmerkingen gekomen.’

‘Universiteit gecapituleerd’

Erika Lopez Prater toonde geen cartoon, maar een historische afbeelding getoond. Maar ook als het wel een spotprent was geweest, horen moslims kalm te blijven, vindt Hashmi: ‘De Koran leert ons om beledigingen te negeren, of nog beter,  kalm te reageren.’

Berger vraagt zich af wat de plek is van satirische cartoons over de profeet in het onderwijs. ‘Ik ben absoluut voor de vrijheid van meningsuiting, maar een docent of leerkracht is niet aangenomen om zijn eigen mening te propageren. De taak van de leerkracht is juist om een onderwerp goed uit te leggen en vanuit meerdere visies te belichten. Ik leer mijn studenten dat er mensen zijn die islam een mooi geloof vinden, dat er mensen zijn die bang zijn voor de islam en dat er mensen zijn die negatief denken over dit geloof..’

Hashmi vindt het oneerlijk dat de universiteit capituleerde voor die moslims die helemaal geen afbeeldingen van de profeet willen zien, terwijl hierover binnen de islam verschillend wordt gedacht. ‘Hoewel ik zelf vind dat het afbeelden van de profeet niet kan, erken ik dat er islamitische tradities zijn waarin een andere mening wordt uitgedragen.’

De cartooncontroverse heeft er in ieder geval toe geleid dat veel docenten in een ingewikkelde spagaat zitten: enerzijds willen scholen kritisch denken stimuleren, anderszijds willen ze hun best doen om rekening te houden met de religieuze gevoelens van leerlingen en studenten.

Open dialoog

Rutger van Eijken, filosoof en lector sociale studies aan de Avans Hogeschool, vindt de ontwikkelingen in de VS zorgwekkend. Tegelijk denkt hij dat studenten en docenten nog wel nader tot elkaar kunnen komen: ‘Christenen deden ooit moeilijk over films. Tegenwoordig komt de kritiek vaker uit de islamitische gemeenschap. Soms moet je daardoor als docent op je woorden letten, maar het levert ook mooie gesprekken op. Zo had ik het onlangs met studenten over hoe de in 2004 vermoordde filmmaker Theo van Gogh kritiek leverde op de Amsterdamse gemeenteraad, die een voorstelling over de vrouwen van de profeet Mohammed wilde verbieden. Studenten met een islamitische achtergrond waren het met de gemeenteraad eens, maar toen ik betoogde dat het eigenlijk vreemd is dat een ander kan bepalen wat ik zie, lees of luister, vonden ze dat ook.’

Uiteindelijk wil niemand zich beperkt voelen in denken of doen, zegt Van Eijken. ‘Moslims willen niet dat een ander bepaalt of ze wel of geen hoofddoek mogen dragen, niet-moslims willen niet dat een ander voorschrijft welke film of voorstelling ze wel of niet mogen zien.’

Belangrijker dan het benadrukken van vrijheid van meningsuiting in het onderwijs is dat leerkrachten en studenten meer naar elkaar luisteren, vindt Van Eijken ‘Toen tijdens een les een islamitische studente zei dat ze gekwetst was door een cartoon over de profeet, probeerde ik haar zorg en aandacht te geven. Als docent heb je immers een verantwoordelijkheid en dien je een handreiking te doen naar degene die zich gekwetst voelt.’

Hoewel ze een heel andere mening hadden over het nut van het tonen van een cartoon kregen Van Eijken en de studente wel een verzoenend gesprek, vertelt hij. ‘Ik legde haar namelijk uit dat het verbieden van cartoons de vrijheid van anderen beperkt. Zij begreep dat we elkaar juist vrijheid moeten gunnen, omdat zij ook niet wil dat haar vrijheid verkleind wordt.’

Islamitisch modernisme

Javad Hashmi vindt dat de media moslims en de islam vaak als tegenstanders van de vrijheid van meningsuiting neerzetten. Hij wijst er echter op dat vrijheid van meningsuiting juist een veelbesproken onderwerp is onder islamitische theologen van de laatste honderd jaar. Zij trachten moderne ideeën te verenigen met de Koran. Deze traditie heet het islamitisch modernisme.

Daartegenover, legt Hashmi uit, staat islamitisch fundamentalisme dat modern gedachtegoed bestrijdt. Het conservatieve traditionalisme neemt een middenweg tussen deze twee tradities. Sinds de jaren zestig groeide islamitisch fundamentalisme, mede dankzij de financiële steun die de VS tijdens de Koude Oorlog gaf aan de fundamentalistische bewegingen die zich tegen de Sovjetunie keerden.

Veel modernistische islam theologen zijn volgens Hashmi vervolgens naar de VS gemigreerd omdat ze daar in vrijheid hun traditie konden voortzetten. Dit verklaart volgens hem waarom, in het algemeen, moslims in dat land progressiever zijn dan moslims uit andere landen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -