Etnisch profileren op een vliegveld: hoe bewijs je dat?

Foto: Reuters
De Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen meldde onlangs dat de Koninklijke Marechaussee zich schuldig heeft gemaakt aan etnisch profileren. De Marechaussee ontkent dat. Etnisch profileren blijkt in de praktijk niet eenvoudig te bewijzen, want: aan welke criteria moet het voldoen? De Kanttekening sprak Van Zutphen, een woordvoerder van de Koninklijke Marechaussee en PvdA-gemeenteraadslid Peggy Wijntuin.

De Koninklijke Marechaussee houdt vol niet etnisch te profileren. Die uitspraak doen zij naar aanleiding van een recent rapport van de nationale Ombudsman over de wijze waarop er op Rotterdam The Hague Airport op veiligheid wordt gecontroleerd.

In 2015 landt een gekleurde man vier keer op het vliegveld Rotterdam The Hague Airport. Drie van de vier keer vraagt de Marechaussee naar zijn paspoort terwijl andere – witte – mensen in de rij er niet uit worden gepikt. De uitleg die hij vervolgens van de Marechaussee krijgt, is onduidelijk. Zo krijgt hij te horen dat de marechaussee verplicht is 10 procent van de passagiers te controleren. Dat antwoord geeft de man, een piloot, geen voldoening. Niemand anders lijkt te worden gecontroleerd. Bij een volgende controle krijgt de piloot de verklaring dat hij als laatste uit het vliegtuig is gestapt en daarom gecontroleerd wordt. Hij reist veel voor zijn werk en heeft naar eigen zeggen nergens anders dezelfde ervaringen opgedaan, ook niet op de luchthaven Schiphol.

Bij hem ontstaat het gevoel dat hij anders wordt behandeld dan passagiers met een witte huidskleur en hij dient een klacht in bij de Ombudsman. Er volgt een onderzoek.

“Wij stellen dat er onvoldoende uitleg is gegeven over de reden van selectie van de Marechaussee. Er wordt geen registratie bijgehouden van de passagiers die staande worden gehouden”, aldus de Ombudsman.

De medewerkers van de Koninklijke Marechaussee zeggen reizigers nooit te selecteren enkel op grond van hun huidskleur. Er zijn gevallen wanneer de huidskleur in combinatie met een andere indicator aanleiding is om iemand ter controle staande te houden. Er bestaan naar eigen zeggen geen vaste criteria voor deze selectie. De medewerkers worden getraind in het onderkennen van opvallend gedrag.

“Door ervaring ontwikkel je een bepaald gevoel om op specifieke signalen te letten, een soort zesde zintuig. Eigenlijk gaat het daarbij om afwijkend gedrag. Als ze afwijkend reageren doordat ze bijvoorbeeld schichtig reageren, gehaast zijn of geïrriteerd reageren, kan dit aanleiding zijn ze staande te houden”, aldus een woordvoerder van de Koninklijke Marechaussee.

De Ombudsman zegt te begrijpen dat de man zich gediscrimineerd voelde nadat hij drie keren als enige uit de rij werd gehaald. De vragen die zij de Koninklijke Marechaussee hierover stelden, zijn tot op heden niet beantwoord. Niet door de man zelf, niet tijdens het interne onderzoek en ook niet tijdens het onderzoek van de Ombudsman. “Daarmee heeft het instituut in elk geval de schijn van discriminatie tegen zich. Zij zullen dus zelf moeten beargumenteren waarom er in dit geval geen sprake was van discriminatie. Het enkel aangeven dat het niet de bedoeling was om etnisch te profileren is onvoldoende, de bedoeling bij discriminatie doet er niet toe”, aldus de Ombudsman.

Ineke van der Valk, onderzoeker verbonden aan de UvA, zegt dat het vaststellen van etnisch profileren ingewikkeld is. “Je zult naar de context van de staande houding moeten kijken. Wie wordt er bijvoorbeeld nog meer gecontroleerd?”

Etnisch profileren is een hardnekkig probleem en moeilijk te voorkomen. Je hebt te maken met mensen die onderdeel zijn van een samenleving en die zijn daardoor wellicht bevooroordeeld. Strenger beleid vanuit het instituut zou wat Van der Valk betreft een uitkomst moeten bieden.

“In Tilburg is bij de politie een proef gedaan met formulieren. Agenten dienden na elke staande houding in te vullen waarom een persoon staande werd gehouden. Die verantwoording, daar gaat een belemmering vanuit.”

De Koninklijke Marechaussee geeft aan de specifieke klacht intern te hebben onderzocht. “We hebben de desbetreffende medewerkers gehoord, daarnaast hebben wij gekeken naar de indicatoren op basis waarvan er op die momenten gecontroleerd werd en wij zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat er geen sprake was van discriminatie.”

Naar aanleiding van het rapport van de Ombudsman, zijn ze intern wel bezig met de vraag hoe ze individuele klachten in de toekomst kunnen voorkomen.

“We hebben begrip voor de man die de klacht deed en zullen het rapport van de Ombudsman ter harte nemen. Wij zullen in de toekomst passagiers duidelijker uitleg geven over een controle, desgevraagd.”

Voor de PvdA is dat niet voldoende. Kamerlid Gijs van Dijk wil van de ministers van Defensie en Veiligheid & Justitie weten of de Koninklijke Marechaussee zich schuldig maakt aan discriminatie en wat er gedaan wordt om dat te voorkomen.

Het Rotterdamse PvdA-gemeenteraadslid Peggy Wijntuin vindt dat de politiek stevig stelling moet nemen tegen de handelswijze van de marechaussee. Aangezien de ministers van Defensie en Veiligheid & Justitie over de grensbewaking gaan, vroeg zij Kamerlid van Dijk om hierop te handelen. “De PvdA gaat voorop in de strijd tegen alle vormen van discriminatie en vindt dit typisch een vorm van, al dan niet bewust, onderscheid op uiterlijk waar veel Rotterdammers in hun dagelijks leven hinder van ondervinden. Het oordeel van de Ombudsman moet daarom serieus worden genomen”, aldus Wijntuin.

DELEN
Salima Bouchtaoui
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken. Verslaggever.