8.5 C
Amsterdam

Iraanse vluchtelingen uit Oekraïne verliezen verblijfsvergunning: ‘We zijn boos en doodsbang’

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Vijfduizend niet-Oekraïense vluchtelingen kwamen vorig jaar vanuit Oekraïne naar Nederland. Ze hebben niet de Oekraïense nationaliteit en hebben in dat land ook geen verblijfsvergunning. Dus moeten ze binnenkort terug naar hun vaderland. Onder deze groep bevinden zich ook vluchtelingen uit Iran. Zij stellen zelf dat ze onder geen beding kunnen terugkeren.


Vijfentwintig Iraniërs trokken aan de bel, nadat ze op 23 november vorig jaar een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op de mat kregen. In die brief stond dat ze binnenkort Nederland moeten verlaten. Ze benaderden het Iraans-Nederlandse GroenLinks-raadslid Melody Deldjou Fard uit Utrecht, die daarop raadsvragen stelde. Ook kijken de vijfentwintig of er advocaten zijn die hen willen helpen. Eind januari zal er namelijk een officiële beschikking van de IND op de mat vallen, en dan hebben ze nog vier weken de tijd om een bezwaarschrift in te dienen tegen het besluit.

Op dit moment verblijven meer dan tachtigduizend Oekraïense vluchtelingen in Nederland, die gevlucht zijn nadat in februari vorig jaar Rusland hun land binnenviel. Daarnaast kwamen vanuit Oekraïne ook vluchtelingen met een andere nationaliteit ons land binnen, de zogenoemde derdelanders. Zij werkten of studeerden in Oekraïne. Veel van hen hadden een tijdelijke vergunning om in het Oost-Europese land te verblijven. Aanvankelijk kregen zij dezelfde behandeling als de Oekraïense vluchtelingen en vielen ze onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), waardoor ze aanspraak konden maken op de opvang en de voorzieningen in Nederland.

Maar volgens de Nederlandse regering – die zich hiervoor baseert op signalen vanuit de veiligheidsregio’s in ons land, de gemeenten en de IND – maakt een deel van deze groep derdelanders misbruik van de Nederlandse regels. ‘In begin werd een heel ruimhartig beleid gevoerd’, vertelt Birgit de Bruin, woordvoerder van staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) van Justitie en Veiligheid. ‘Maar toen bleek dat er veel mensen tussen zaten die uit veilige landen kwamen.’ Zij vallen sinds 19 juli niet meer binnen deze richtlijn, zegt ze. ‘Per 4 maart verliezen derdelanders hun ontheemdenstatus en hebben ze geen recht meer op opvang onder de Richtlijn tijdelijke bescherming. Derdelanders die na 4 maart niet meer onder de richtlijn vallen, hebben de mogelijkheid om de reguliere asielprocedure te doorlopen. Er blijft dan recht op opvang.’

‘Wij kozen ervoor naar West-Europa te vluchten. Het Iraanse regime weet dat, en neemt ons dit kwalijk.’

Op 23 november werden derdelanders hierover persoonlijk geïnformeerd via een brief. En dit bericht sloeg in als een bom.

‘Geen toekomst in Iran’

Asal Vosoughi (31) maakt deel uit van de groep van vijfentwintig Iraanse vluchtelingen die elkaar helpen. Ze woont meer dan negen maanden in Nederland en werkt in een Amsterdams viersterrenhotel als chef-kok. ‘In juni zei IND tegen ons dat we hier voor langere tijd mochten blijven, en dat ze ons verblijf zou verlengen met drie jaar. Maar daar is nu opeens op teruggekomen. We zijn bang voor de toekomst, want die is ongewis en dat is doodeng. We hebben geen hoop meer. Eerst hadden we nog toekomstplannen, maar nu is alles onzeker. Ik ben boos op IND, maar ook op mijzelf.’

Tandheelkundestudent Mersad Homaei Rad (24), die ook bij deze groep hoort, is de wanhoop nabij. ‘Toen de Russen Oekraïne binnenvielen verloren we ons huis. Nu hebben we ons hoop verloren’, vertelt hij. ‘Met deze brief van IND hebben we geen zicht op het Nederlanderschap, tenzij we asiel aanvragen en naar Ter Apel gaan, en helemaal opnieuw beginnen.’

Mersad is nu derdejaars student. ‘Ik zou wel willen switchen en mijn studie continueren aan een Nederlandse universiteit, maar ik heb daar het geld niet voor. Daarom volg ik de colleges van mijn Oekraïense universiteit nu online. En daarnaast heb ik nu geen baan. Niemand wil mij werk geven, omdat op 4 maart mijn verblijfsvergunning afloopt.’

In 2019 ging Mersad van Iran naar Oekraïne om er te studeren. ‘In Iran is weinig toekomst. De universiteiten in ons vaderland zijn slecht en ze nemen lang niet iedereen aan. Ik was liever in West-Europa gaan studeren, maar dat was te duur. Daarom koos ik voor Oekraïne. Teruggaan naar Iran is geen optie. Toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, evacueerde Iran haar staatsburgers met een speciaal vliegtuig. Wij kozen ervoor niet met dit vliegtuig mee te gaan, maar naar West-Europa te vluchten. Het Iraanse regime weet dat, en neemt ons dit kwalijk.’

Terugkeerpremie


Asal, die begin 2021 in Oekraïne aankwam, waar haar man een jaar eerder al werkte, wil evenmin terug naar Iran. ‘Omdat Mersad en ik in Nederland hebben gedemonstreerd tegen het regime zijn we ons leven in Iran niet meer zeker. In Nederland zijn Iraanse spionnen actief, die beelden maken van onze protesten. Als we het vliegtuig pakken naar Iran, worden we meteen gearresteerd.’

Asal en Mersad maken dan ook geen gebruik van de terugkeerpremie, de financiële bijdrage wordt betaald door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) aan derdelanders die wel teruggaan naar hun land van herkomst. De repatriëringsservice van het ministerie van Justitie en Veiligheid beloofde derdelanders vijfduizend euro als ze zich tussen 15 november en 31 december 2022 aamelden voor vertrek, en uitreis binnen 1 maand na aanmelding. Derdelanders die zich tussen 1 januari en 1 februari aanmelden voor vertrek en binnen een maand na aanmelding uitreizen krijgen tweeduizend euro. Asal: ‘Iran is niet veilig. Het is schandalig dat ze ons dit hebben durven voorstellen.’

Inmiddels heeft ook de politiek zich met de kwestie bemoeid. Sylvana Simons van BIJ1 diende op 13 december twee moties in: een om de opvang van derdelanders te continueren en een om afgewezen Iraanse asielzoekers (dat is een andere groep dan de Iraanse vluchtelingen uit Oekraïne, zij hebben immers geen asiel aangevraagd) niet naar Iran terug te sturen. Het land is volgens Simons te onveilig, vanwege de executies en het geweld tegen demonstranten. De Kamer verwierp beide moties met een overgrote meerderheid van stemmen.

‘Iran is onveilig’

GroenLinks-raadslid Melody Deldjou Fard uit Utrecht richtte zich in haar raadsvragen van 15 december wel specifiek op de Iraanse vluchtelingen uit Oekraïne. Haar vragen aan het college van burgemeester en wethouders diende ze in samen met de fracties van BIJ1, Denk en de lokale partij Utrecht Solidair. Ze vroeg of het stadsbestuur bereid is om de zorgen over Iraanse en andere niet-Oekraïense vluchtelingen, die dreigen te worden uitgezet naar een onveilig land, wil delen met de landelijke overheid. Ook vroeg Deldjou Fard of het college bereid is om samen met andere steden op te trekken, om aan te geven dat deze situatie onwenselijk is, en de landelijke overheid te vragen naar oplossingen te zoeken. Het college heeft hierop nog geen antwoord gegeven.

Advocaat Thomas Thissen, gespecialiseerd in het vluchtelingenrecht, denkt dat de Iraanse vluchtelingen uit Oekraïne er misschien toch verstandig aan doen om asiel aan te vragen in Nederland. ‘Stel, je komt met een visum naar Nederland om te studeren, terwijl je eigenlijke reden om naar Nederland te gaan een vluchtreden is, vanwege je seksuele geaardheid of vanwege je bekering tot een ander geloof. Als je je dan meldt met een asielaanvraag, dan zal de IND je vragen: ‘Waarom heb je zo lang gewacht?’ Aan de andere kant: het is nu wel duidelijk dat de situatie in Iran sinds september vorig jaar heel onveilig is.’

Na 4 maart kunnen mensen die onder de genoemde Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen, inderdaad een asielprocedure starten. ‘Dit kan als iemand bijvoorbeeld denkt niet veilig te zijn in het land van herkomst’, vertelt woordvoerder De Bruin van staatssecretaris Van der Burg. ‘De IND beziet momenteel hoe de asielprocedure voor deze groep mensen eruit moet zien.’

Recht op bezwaar

Asal en Marsad willen in Nederland blijven maar zullen echter pas formeel asiel aanvragen als het echt niet anders kan. ‘Maar als ik moet kiezen tussen asiel aanvragen of naar Iran te worden teruggestuurd, dan kies ik wel voor het eerste’, zegt Marsad.

Asal vindt de gang van zaken onrechtvaardig: ‘Zeven maanden geleden vertelde de IND mij dat ik net zo zouden worden behandeld als Oekraïense vluchtelingen. Maar dan opeens verandert Nederland de regels. We vragen alleen, aangezien ons land niet veilig is, dat we hier kunnen blijven.’

Nadat ze op 23 november vorig jaar de IND-brief in de bus kregen stapten Asal en Mersad niet naar een advocaat, naar eigen zeggen omdat die hen toch niet kon helpen. Asal: ‘Twee mensen uit onze groep, een koppel, klopten aan bij een advocate. Zij vertelde dat ze niet veel voor hen kon betekenen.’

De advocate in kwestie, die net als het koppel niet met volledige naam in dit artikel wil, ontkent dat ze dit gezegd heeft. Het ligt volgens haar een stuk genuanceerder. ‘Ik adviseer op basis van wat mijn cliënten mij vertellen. Ik kijk naar de wet en naar wat mogelijk is. En natuurlijk moet je naar een advocaat stappen tijdens dit soort situaties.’

De brief die de Iraanse vluchtelingen in november kregen, is nog geen formele beschikking. Dat bevestigt IND-woordvoerder Mijke Bol. ‘Die brief was vooral informatief van aard, zodat ze zich voor kunnen bereiden op het definitieve besluit.’ Die definitieve beschikking komt eind januari.

Vluchtelingen die het niet eens zijn met dit besluit, kunnen hiertegen bezwaar maken, mits ze dit binnen vier weken doen, aldus advocaat Thissen. De brief van eind januari zal vluchtelingen expliciet wijzen op dit recht om bezwaar te maken, vertelt Bol. Asal twijfelt nog, maar Mersad vertelt dat hij dit zeker zal doen.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -