‘Islam is een perfecte bron voor mensenrechten’

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

De Kanttekening ging met hoogleraar cross-cultureel recht Tom Zwart in gesprek, onder andere over mensenrechten in de islam, het boerkaverbod en het omstreden Cornelius Haga Lyceum.

Vorige maand kruiste hoogleraar cross-cultureel recht Tom Zwart op NPO Radio 1 de degens met journaliste Fidan Ekiz over het Cornelius Haga Lyceum. Deze school ligt al een tijdje onder vuur, vanwege vermeende banden met het salafistische Kaukasus Emiraat in Tsjetsjenië. Fidan Ekiz is van mening dat de school moet sluiten, maar volgens Tom Zwart worden hierdoor de grondrechten aangetast. Nederland kent immers de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van godsdienst.

De Kanttekening sprak met Tom Zwart over zijn vakgebied cross-cultureel recht, de verhouding tussen mensenrechten en de islam, het boerkaverbod in Nederland, het Cornelius Haga Lyceum en de Islamitische Universiteit Rotterdam, waar Zwart lector is. ‘Laten we erover ophouden dat mensenrechten en de islam onverenigbaar zijn. Je kunt het mensenrechtendiscours verrijken door de islam er explicieter aan te verbinden.’

Gentleman uit Leiden

Tom Zwart studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en schreef een proefschrift over het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Hierna was hij van 1993 tot 1997 hoofd van een afdeling van de directie minderhedenbeleid, die onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken viel. ‘In die jaren hadden we te maken met een grote stroom vluchtelingen, mensen die de oorlog in voormalig Joegoslavië ontvluchtten. Het probleem was dat veel Nederlandse gemeenten weigerden statushouders op te nemen. Hans Dijkstal, die ik juridisch adviseerde, was een uitstekende minister. Hij had een enorme dossierkennis en was een bewindsman met wie je kon lezen en schrijven.’

Zwart bleef zich echter interesseren voor de wetenschap en specialiseerde zich in de cross-culturele kant van de mensenrechten. Als onderzoeker besteedt Zwart in het bijzonder aandacht aan de wederzijdse acceptatie van moslimminderheden en meerderheden in West-Europa en China. Die wederzijdse acceptatie wordt mede bepaald door het islamitische recht. Zwart is daarnaast de oprichter van het Cross-cultural Human Rights Network, dat zich ten doel stelt om het Westen vertrouwelijk te maken met niet-westerse concepten en theorieën over mensenrechten.

Als rechtsgeleerde mengt Zwart zich dikwijls in het publieke debat. Hij doet dat als academicus, met feiten en argumenten. ‘Op Twitter en op de radio werd ik hard bekritiseerd door Fidan Ekiz, die duidelijk op oorlogspad was. Ik houd daar niet zo van. Ik speel op de bal, niet op de man.’ Met mensen met wie hij het hardgrondig oneens is, kan Zwart het soms persoonlijk goed vinden. Dat geldt ook voor Paul Cliteur, hoogleraar in de Encyclopedie van de Rechtswetenschap en directeur van het Renaissance Instituut, het wetenschappelijk bureau van het Forum voor Democratie. ‘Ik ken hem nog uit mijn Leidse tijd. Cliteur en ik zijn het natuurlijk zeer met elkaar oneens, maar we discussiëren op niveau, met argumenten, als gentlemen. Ik feliciteerde hem ook toen bekend werd dat hij voor het Forum voor Democratie in de Eerste Kamer zou komen. Ik zei er wel meteen bij: ‘Maak je borst maar nat, want we gaan de discussie aan’.’

Foto: Youtube

Cross-culturele benadering

‘Cross-cultureel recht’, zo legt Zwart uit, ‘benadert recht vanuit de cultuur.’ Voor de interpretatie van het recht is de cultuur belangrijk. De professor illustreert dit met een voorbeeld: ‘Ik heb namens een aantal islamitische organisaties aangifte gedaan tegen Geert Wilders vanwege een anti-islamfilmpje. Het Amsterdamse Gerechtshof heeft onze klacht ongegrond verklaard, omdat Wilders de islam beledigde, niet de moslims als gelovigen. Maar dit onderscheid bestaat niet voor moslims. Je kunt in de islam geen onderscheid maken tussen het geloof en de gelovigen. Dit heb ik ook beargumenteerd in mijn pleidooi, met beroep op het islamitisch recht. Hoewel het Hof mijn conclusies niet deelde heeft het mijn argumenten wel serieus gewogen, wat winst is.’ Volgens Zwart wordt het christendom in het Nederlandse recht bevoordeeld ten opzichte van de islam, omdat er in het christendom wél een onderscheid wordt gemaakt tussen het geloof en de gelovigen. Zwart: ‘Het gaat om gelijkheid voor de wet. Christenen hebben in de Nederlandse samenleving nog steeds een sterkere juridische positie. Verschillende groepen mensen moeten zich thuis voelen in het rechtsstelsel, want anders ondergraaf je de legitimiteit van dat stelsel.’

Zwart vertelt dat cross-cultureel recht natuurlijk niet alleen over de islam gaat. Hij heeft zelf bijvoorbeeld ook veel onderzoek gedaan naar China, waar het recht een hele andere rol speelt in de samenleving. ‘In China is de moraal veel belangrijker dan de wet. Het gaat om leefregels die mensen ten opzichte van elkaar toepassen. Zolang de wet en de leefregels met elkaar in overeenstemming zijn werkt dit systeem.’ Maar in China worden de mensenrechten toch op grote schaal geschonden, worden religieuze minderheden gediscrimineerd en worden jaarlijks vele mensen geëxecuteerd? Zwart antwoordt dat je niks oplost in China als je de weg van de confrontatie kiest en autoriteiten op hoge toon vertelt wat ze verkeerd doen. ‘Dan luistert niemand meer. Je moet meedenken, meehelpen. Dan krijg je veel meer voor elkaar. Mijn speerpunten zijn godsdienstvrijheid en het voorkomen van rechterlijke dwalingen. Mijn Chinese collega’s en ik boeken op deze punten veel vooruitgang.’

De professor zet zich in het bijzonder in voor de mensenrechten van moslims in China. ‘China is officieel een atheïstisch land, maar sinds de jaren zeventig bestaat er toch godsdienstvrijheid. Wij helpen Chinese moslims te zoeken naar wegen om maximaal van de godsdienstvrijheid te kunnen genieten. We moeten hiervoor rekening houden met de Chinese moraal en de Chinese wet. Op dit moment zijn we bezig met het onderzoeksproject Localization of Muslims. We kijken naar de problemen waarmee moslims in China en West-Europa kampen. Het valt op dat moslims in West-Europa het niet per definitie beter hebben dan in China, in sommige opzichten is hun positie zelfs slechter.’

Maar dat is toch vreemd? China is toch een autoritair geregeerd land waar de Oeigoeren worden onderdrukt? Volgens Zwart ligt het genuanceerder: ‘In de Chinese grondwet is de godsdienstvrijheid opgenomen als een grondrecht. Daar kun je je gewoon op beroepen. En niet alle moslims zijn Oeigoeren. Je hebt ook de Hui, die verspreid over China leven en etnisch Chinees zijn en hun plek in de samenleving willen vinden. Als je in China moslim bent, zijn er wel grenzen. Als je die overtreedt loop je de kans dat je vereniging wordt verboden. Moslims moeten rekening houden met de Chinese cultuur. Dat betekent thee drinken met de bestuurders, dat zorgt voor een vertrouwensband. Als je dat doet, dan krijg je veel ruimte. Als je de Chinese rechtsorde onderschrijft en de Chinese waarden incorporeert in je gedrag, dan wordt je geen strobreed in de weg gelegd. Soms gaat de bescherming van de godsdienstvrijheid zelfs verder dan in Europa. In China kun je halal eten bestellen in gewone restaurants. Ook is  een verbod op onverdoofd ritueel slachten, in Nederland opnieuw op de politieke agenda gezet door Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren, echt ondenkbaar in China. Ik zou niet willen zeggen dat in China alles beter is, maar waar het gaat om halal voedsel wel.’

Foto: YouTube

De Caïro-verklaring

In 1990 kwamen islamitische landen, verenigd in de Organisatie voor Islamitische Samenwerking, met de Caïro-verklaring van de mensenrechten in de islam. Dit was een reactie op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Vanuit het Westen was er veel kritiek op de Caïro-verklaring, omdat de vrijheid van meningsuiting, de godsdienstvrijheid en het recht om de islam vaarwel te zeggen niet worden gerespecteerd. Zwart vindt deze kritiek niet helemaal eerlijk en biedt een heel ander perspectief op de mensenrechten. Hij noemt hierbij drie punten.

Ten eerste is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948, opgesteld door de Verenigde Naties, volgens Zwart geen ode aan het liberalisme. ‘Universaliteit betekent niet dat de toepassing van de mensenrechten uniform moet zijn, dat zij in elk land precies op dezelfde manier geïmplementeerd moeten worden, maar dat iedereen zich in die toepassing moet herkennen. Er hebben ook moslims, hindoes, communisten en anderen meegeschreven aan het document. Ons beeld van de mensenrechten is oppervlakkig, omdat we de achtergrond van de Universele Verklaring, die blijkt uit zo’n drieduizend pagina’s die gaan over de onderhandelingen over de precieze tekst, uit het oog verliezen. Het blijkt dat moslims ook een belangrijke rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van de verklaring.’

Zwarts tweede punt is dat de Universele Verklaring van de Rechten van Mens sindsdien wel liberaal, uniform, wordt geïnterpreteerd. ‘Dat is een probleem, want hierdoor verlies je Afrika, Azië, Zuid-Amerika en de islamitische wereld, die op een andere manier naar mensenrechten kijken. In 1948 onthield Saoedi-Arabië, in tegenstelling tot andere islamitische landen die lid waren van de VN, zich van stemming over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Toen gingen mensen in het Westen denken, ten onrechte, dat de islam niet te verenigen was met de mensenrechten.’

Ten derde is de Caïro-verklaring volgens Zwart een verklaring van islamitische landen, niet een verklaring van de islam. ‘Het is niet een verklaring die door de vier islamitische wetsscholen is opgesteld, islamitische wetsgeleerden hebben de verklaring niet geschreven.’ Volgens Zwart kunnen mensenrechten en de islam juist heel goed samengaan. ‘Laten we erover ophouden dat mensenrechten en de islam onverenigbaar zijn. Je kunt het mensenrechtendiscours verrijken door de islam er explicieter aan te verbinden. In de islam heb je ook de notie van verantwoordelijkheid voor de ander. In het Westen gaat het vooral om de rechten die je hebt en die je moet opeisen, in de islam leer je dat je niet persé iets hoeft op te eisen terwijl je er wel recht op hebt. Dit is te vergelijken met de christelijke notie dat je ‘de minste’ moet kunnen zijn.’

Als je effectief wilt opkomen voor de mensenrechten in islamitische landen moet je je beroepen op de islam, is de boodschap van Zwart. Hij noemt de slechte behandeling van arbeidsmigranten uit India, Pakistan, Sri Lanka en de Filipijnen in de Golfstaten als voorbeeld. ‘Landen als de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar hebben internationale verklaringen over de rechten van arbeidsmigranten getekend, maar brengen die niet altijd in praktijk. Dat komt omdat die internationale mensenrechtenverklaringen als westers, als vreemd, worden gezien. Dat wordt dan een excuus om je er niet aan te houden. Het is daarom beter om van het islamitisch recht uit te gaan. Er zijn een heleboel islamitische regels, in de Koran en in de Hadiths, over de rechten van arbeiders. Zo zijn werkgevers verplicht om hun werknemers uit te betalen, moeten werknemers voldoende verdienen om in hun bestaansminimum te voorzien en ook delen in de winst die er gemaakt wordt. Omdat de islam in islamitische landen een veel hoger gezag geniet dan als westers ervaren mensenrechtenverklaringen, zou je de islam moeten aanwenden om de mensenrechten te versterken. De islam is een perfecte bron voor de mensenrechten.’

Tom Zwart is het ten slotte ook niet eens met islamcritici die beginnen over de doodstraf op afvalligheid, vrouwendiscriminatie en homodiscriminatie. ‘Volgens veel islamgeleerden gaat het niet om geloofsafval op zich, maar om het verraden van de islam in crisistijd. Het is een politieke daad die dan bestraft wordt, dat mensen worden verraden als de gemeenschap in gevaar is. Ook discrimineert de islam vrouwen niet. Dat vrouwen hun eigen domein hebben komt omdat de islam juist veel respect heeft voor de vrouw. In de pre-islamitische tijd werd de vrouw gezien als handelswaar en als lustobject, de islam maakte daar juist een einde aan. In dat opzicht liep de islam honderden jaren voor op het christelijke Westen.’ En homoseksualiteit dan? Zwart: ‘Geslachtsverkeer wordt inderdaad niet goedgekeurd door de islam, maar ook niet door het christendom. Maar moslims zijn juist heel empathisch tegenover homoseksuelen als mensen. Geert Wilders begint alleen over de rechten van vrouwen en homo’s om daarmee moslims te bashen. Hij is juist helemaal niet empathisch.’

Foto: YouTube

Vrijheid van klederdracht en onderwijs

Zwart maakt zich hard voor de godsdienstvrijheid. Naar zijn idee horen daar de vrijheid om een niqaab te dragen en de vrijheid van onderwijs vanzelfsprekend ook bij. Dat de Eerste Kamer akkoord is gegaan met het verbod op gezichtsbedekkende kleding, is volgens Zwart dan ook een enorme miskleun. ‘De term boerkaverbod is niet helemaal terecht, omdat het vooral gaat om de niqaab, de sluier waarbij de ogen nog wel te zien zijn. Er is helemaal geen noodzaak om gezichtsbedekkende kleding te verbieden. Het publiek denkt dat vrouwen worden gedwongen om een niqaab te dragen, maar uit het onderzoek van antropologe en Arabiste Annelies Moors blijkt dat dit helemaal niet waar is. Ook veroorzaken vrouwen met gezichtsbedekkende kleding helemaal geen veiligheidsproblemen, zoals de wetgever zelf toegeeft. Ernstig is bovendien dat de overheid helemaal niet in gesprek is gegaan met niqaabdraagsters, de groep waarover de wetgeving gaat. Onze overheid heeft geen flauw idee hoeveel vrouwen een niqaab dragen of waarom ze dit doen. Alleen de werkgroep ‘Blijf van mijn niqaab af’ heeft dat overzicht. Ten slotte zal het verbod helemaal niet worden gehandhaafd. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema heeft aangegeven dat haar stad de wet niet zal handhaven en de politie heeft aangegeven vrouwen met gezichtsbedekkende kleding niet te willen beboeten, de politie heeft andere prioriteiten.’ Het is symboolpolitiek, concludeert Zwart, die bovendien in strijd is met de godsdienstvrijheid. ‘Het Nederlandse verbod lijkt heel erg op het Franse verbod, dat door het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties in strijd met het gelijkheidsbeginsel en de godsdienstvrijheid is bevonden. Ik verwacht dat het Mensenrechtencomité bij het Nederlandse boerkaverbod tot dezelfde conclusie zal komen.’

Ten behoeve van de rechtsstaat zet Zwart zich ook in voor het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam, dat onder vuur ligt vanwege vermeende banden met het salafistische Kaukasus Emiraat in Tsjetsjenië. Zwart: ‘We hebben in Nederland een rechtsstaat. Dat betekent dat alles wat niet verboden is toegestaan is. De AIVD beweerde dat richtinggevende figuren van de school in contact staan met het Kaukasus Emeritaat, maar de inlichtingendienst komt niet met feiten naar buiten. Pas als bewezen is dat er strafbare feiten zijn gepleegd kan de school sluiten, niet eerder. Maar ook minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft gezegd dat er geen strafbare feiten zijn gepleegd. Daarnaast krijgt de school het verwijt kinderen te indoctrineren met antidemocratisch gedachtegoed, dat haaks op integratie in de Nederlandse samenleving staat. Maar de Onderwijsinspectie, die een onderzoek naar de school deed, komt juist tot de conclusie dat het Cornelius Haga Lyceum aan alle vereisten voldoet. Dit beeld werd bevestigd in een recente NRC-rapportage. Er is dus geen enkele gegronde reden om de school te sluiten of aan te pakken. Toch wordt dit wel geprobeerd. Ik heb mij in het bijzonder gestoord aan het college van burgemeester en wethouders (B&W, red.) in Amsterdam, dat zich met de school bemoeit zonder hiertoe bevoegd te zijn. B&W eigent zich bevoegdheden toe die het niet heeft.’

Ook de Islamic University of Applied Sciences Rotterdam – ook wel bekend als Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) –, waar Zwart als lector aan verbonden is, ligt onder vuur. Meerdere malen zijn er vanuit de politiek pogingen gedaan om de rector van de IUR, Ahmet Akgündüz vanwege controversiële uitspraken aan te pakken en zelfs om de accreditatie van deze universiteit in te trekken. Waarom associeert Zwart zich met deze omstreden instelling? ‘Inderdaad loopt er een procedure tegen professor Akgündüz, vanwege uitlatingen die hij heeft gedaan in een Turkse televisie uitzending, de uitkomst daarvan wachten we af. De IUR is echt een geweldige instelling. Er geven goede docenten les. Ze leiden theologen op, waarvan er velen imam worden, de toekomstige religieuze leiders van het land. Mijn taak is het om de studenten vanuit de islam hun weg te laten vinden in de democratische rechtsstaat, zodat ze op hun beurt de gelovigen kunnen helpen hun ambities binnen die democratische rechtsstaat te realiseren en hun frustraties daarbinnen te uiten. In Nederland wordt veel gesproken over moslims en over islamitische instellingen, maar zelden mét hen. Ik wil deze jongeren met talent ondersteunen.’ De IUR is toch nauw gelieerd aan Denk? ‘Het gaat om een theologische instelling, geen politieke. De IUR is een onafhankelijke instelling die met iedereen binnen de islam in gesprek gaat, van uiterst liberaal tot ultra-orthodox. Toen ik een kleine opiniepeiling deed onder mijn eigen studenten bleek overigens dat Nida de populairste partij was onder hen.’

En Akgündüz dan? ‘Zoals gezegd wachten we de uitkomst van de procedure af. Als minister van Engelshoven (Onderwijs, red.) zou vinden dat zijn uitspraken niet door de beugel kunnen, dan kan zij hem een tik op de vingers geven. In dat geval kan zij zelfs de accreditatie van de IUR intrekken. Ik zal mij ervoor in blijven zetten de IUR te laten voortbestaan.’

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here