Kritiek op Israël als dekmantel voor Jodenhaat?

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Is kritiek op Israël een dekmantel voor Jodenhaat? Of is de beschuldiging van antisemitisme een dekmantel om gegronde kritiek te delegitimeren? 

Onlangs publiceerde onderzoeksbureau Kantar het rapport Antisemitisme op Twitter, websites, blogs en fora. Uit dit onderzoek, geschreven in opdracht van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), zou blijken dat meer dan de helft van de antisemitische uitlatingen op het Nederlandstalige deel van internet gerelateerd is aan de Joodse staat.

Journalist en socioloog Martijn de Rooi, werkzaam bij pro-Palestinastichting The Rights Forum, heeft kritiek op de manier waarop Kantar het onderzoek heeft uitgevoerd. Hij vindt tevens dat het CIDI kritiek op Israël in de sfeer van antisemitisme probeert te trekken: ‘De bezorgdheid van het CIDI en van politieke partijen als de ChristenUnie over antisemitisme is misschien deels zuiver, maar heeft mede een politieke bedoeling. Doel is dan om de politiek van de staat Israël te steunen en kritiek daarop verdacht te maken.’

De Kanttekening sprak met De Rooi en met het CIDI over het Kantar-rapport en de relatie tussen antisemitisme en Israëlkritiek. Is Israëlkritiek, zoals het CIDI in zijn persbericht stelt, vaak een dekmantel voor Jodenhaat? Of wordt de antisemitismebeschuldiging tegenwoordig vaak te lichtvaardig gemaakt, met als doel om legitieme kritiek op Israël verdacht te maken?

‘Foute’ Joden

De Rooi heeft zich gestoord aan de titel van het persbericht van het CIDI: ‘Kritiek op Israël op internet vaak dekmantel voor antisemitisme.’ Volgens hem wordt daarmee de indruk gewekt dat achter kritiek op Israël ‘vaak’ antisemitisme schuilgaat. ‘Maar Kantar heeft geen onderzoek gedaan naar de kritiek op Israël op internet, maar naar antisemitisme op internet. Als je wilt weten of achter Israëlkritiek vaak antisemitisme schuilgaat, moet je Israëlkritiek onderzoeken en dan kijken hoe vaak deze kritiek antisemitisch van aard is.’

Volgens De Rooi gooit het CIDI antisemitisme en Israëlkritiek vaak welbewust op één hoop, omdat de organisatie opereert met een dubbele pet op. ‘Aan de ene kant is het CIDI een organisatie die opkomt voor Israël, maar aan de andere kant monitoren ze ook het antisemitisme. The Rights Forum pleit ervoor deze twee dingen uit elkaar te halen. Het monitoren van antisemitisme moet door een onafhankelijke instantie gebeuren.’

Het CIDI is volgens De Rooi daarnaast slordig met de interpretatie van cijfers. ‘Opvallend is dat het CIDI onder verwijzing naar zijn eerder dit jaar gepubliceerde rapport Monitor Antisemitische Incidenten opnieuw beweert dat er nog nooit zoveel antisemitische incidenten werden geregistreerd als in 2019. Dat is een volstrekt onverantwoorde conclusie, die op basis van de Monitor helemaal niet te trekken valt. Wij hebben dat in een analyse toegelicht. Het illustreert nogmaals dat het monitoren van antisemitisme bij het CIDI niet in goede handen is.’

Ook over het Kantar-rapport is De Rooi kritisch. ‘De context ontbreekt. Het rapport ontdekte 1.033 antisemitische uitingen op Twitter en internet in één jaar, maar is dat veel of weinig? Natuurlijk is elke antisemitische uiting er één te veel, maar zijn er verhoudingsgewijs meer antisemitische uitingen dan bijvoorbeeld islamofobe, homofobe of racistische uitingen? Ontwikkelt antisemitisme zich langs dezelfde lijnen als andere vormen van racisme, of is er sprake van een zelfstandige ontwikkeling? Daarop geeft het onderzoek geen antwoord.’

‘Het monitoren van antisemitisme is bij het CIDI niet in goede handen’

Verder heeft De Rooi kritiek op enkele tweets die als ‘antisemitische’ voorbeelden worden aangehaald door Kantar, die volgens hem helemaal niet antisemitisch zijn.

‘Het komt door het Zionisme’, schrijft een twitteraar. ‘Dat wordt geassocieerd met Judaïsme, maar dat is erg fout. Er zijn heel veel Joden die het Zionisme sterk afkeuren. Semieten zijn niet alleen Joden, maar ook Arabieren en Palestijnen. Dus anti wat? Slechte scholing en media.’

De Rooi vindt het onbegrijpelijk dat deze tweet als antisemitisch wordt aangemerkt. ‘Hier stelt iemand dat Israëls politiek van bezetting en illegale kolonisering voortkomt uit het zionisme en niet inherent ‘Joods’ is. Mag je dat alsjeblieft zeggen zonder voor antisemiet te worden uitgemaakt?’.

Een ander bericht is als antisemitisch aangemerkt, terwijl het gaat om citaat uit een artikel van De Rooi op The Rights Forum. De tweet luidt ‘Op die manier is de definitie geen instrument om joden tegen antisemitisme te beschermen, maar om joden met onwelgevallige opvattingen – ‘foute’ joden – als antisemiet het zwijgen te kunnen opleggen.’ #ihra #antisemitisme #zionisme #nazisme #bds #israel’.

‘In mijn artikel had ik kritiek op de definitie van het antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA), die de mogelijkheid biedt vormen van Israëlkritiek tot antisemitisme te bestempelen’, vertelt De Rooi. ‘Ik ben zelf Joods, dus ik vind het extra pijnlijk door geharnaste Israëlfans als Bart Schut van het Nieuw Israëlietisch Weekblad als antisemitisch te worden weggezet vanwege mijn kritiek op Israël. Maar nu word ik zelfs door Kantar als antisemiet aangemerkt, omdat ik kritiek heb op de foute IHRA-definitie. Dit bewijst helaas dat de definitie wordt misbruikt om Joden met andere opvattingen de mond te snoeren. Ook critici van de IHRA-definitie van antisemitisme zijn nu antisemiet.’

Reactie CIDI

Hidde van Koningsveld werkt bij het CIDI en ziet het anders. ‘Als The Rights Forum de overduidelijke connectie tussen antizionisme en antisemitisme blijft ontkennen, en zegt een stichting te zijn die zich enkel bezighoudt met het Arabisch-Israëlisch conflict, waarom vinden ze het dan telkens nodig om te reageren op antisemitismecijfers en deze te bagatelliseren?’

Van Koningsveld juicht een breed onderzoek naar antisemitisme toe, waarin ook de vergelijking wordt gemaakt met andere vormen van discriminatie. Hij ontkent dat het CIDI slordig is met cijfers.

‘We hebben nu een andere registratiemethode. Als een persoon bijvoorbeeld twintig antisemitische mails stuurt, geldt dit nu als één incident. In de eerdere Monitors zou dit worden gerekend als twintig incidenten. Daarnaast tellen hakenkruisen en Hitlergroeten tegenwoordig pas als antisemitisch incident in de Monitor als deze gepaard gaan met een expliciete Joodse connectie of verwijzing. Ook telt het Meldpunt Internet Discriminatie (MDI) antisemitische incidenten op internet tegenwoordig enkel als deze daadwerkelijk strafbaar zijn.’

Van Koningsveld vindt dat de twee tweets die De Rooi noemt wel degelijk antisemitisch zijn. ‘In de eerste tweet wordt de suggestie gewekt dat het zionisme geen basis heeft in de Joodse identiteit, terwijl dit uiteraard per definitie wel zo is. Een klein aantal antizionistische Joden wordt zo als token Jew ingezet. In de tweede tweet wordt zionisme gelijkgesteld aan nazisme – zie de hashtags #zionisme en #nazisme.’

‘De kritiek op Israël zelf is niet antisemitisch, maar mondt uit in antisemitisme’

De CIDI-medewerker staat helemaal achter de IHRA-definitie van antisemitisme. ‘Je hebt een definitie van antisemitisme nodig, om op die manier antisemitisme goed te kunnen bestrijden. De IHRA-werkdefinitie is een goede definitie, die ook door veel parlementen, internationale organisaties, universiteiten, enzovoort is aangenomen, onder andere door het Amerikaanse Congres, het Britse Lagerhuis en onze Tweede Kamer’, vertelt hij.

‘De kritiek op Israël zelf is niet antisemitisch, maar mondt uit in antisemitisme. Vooral online. Het is antisemitisme in een nieuw jasje. Antisemitische clichés als het beruchte bloedsprookje – dat de Joden christelijke kinderen zouden vermoorden om hun bloed in de matses voor Pesach te verwerken – komen in een andere vorm terug. Bijvoorbeeld dat Israël zou handelen in de organen van Palestijnse kinderen.’

Van Koningsveld noemt ook de complottheorie dat Joden op allerlei slinkse manieren proberen om de wereld te beheersen. ‘Dat wordt nu ook op Israël geprojecteerd. Denk aan de controverse rond Yasmina Haifi, de ambtenaar die zei dat de islamistische terreurorganisatie ISIS een zionistisch complot was. Er is een sterke overlap tussen klassiek antisemitisme en antisemitische kritiek op Israël.’

Waar Van Koningsveld ook moeite mee heeft is de uitdrukking ‘van de rivier tot de zee’. ‘Dit werd tijdens de anti-Israëldemonstratie begin juli op het Museumplein geroepen, maar wordt bijvoorbeeld ook verkondigd door de Belgische schrijver Dyab Abou Jahjah. Hiermee bedoelen ze dat het hele gebied gezuiverd moet worden van Joden. En die zuivering zal uiteraard niet vreedzaam verlopen.’

Toch is kritiek op Israël is niet per definitie antisemitisch, benadrukt Van Koningsveld. ‘De Rooi en anderen maken een karikatuur van de IHRA-definitie.’ De CIDI-medewerker onderbouwt zijn bewering met een passage uit de werkdefinitie: ‘Kritiek op Israël die vergelijkbaar is met kritiek tegen een ander land kan niet worden beschouwd als antisemitisch.’

‘Je hoeft de Tweede Wereldoorlog er helemaal niet bij te halen om het beleid van Israël af te keuren’

Van Koningsveld legt uit dat er tegenwoordig grofweg drie bronnen van antisemitisme zijn: extreemrechts antisemitisme, extreemlinks antisemitisme en islamitisch antisemitisme. ‘Lange tijd was extreemrechtse Jodenhaat marginaal in Nederland, maar dankzij de opkomst van de alt-right zien we ook steeds meer antisemitisme van die kant’, vertelt Van Koningsveld. ‘Volgens clubjes als Erkenbrand zouden de Joden verantwoordelijk zijn voor de vluchtelingencrisis en op de achtergrond aan de touwtjes draaien.’

Hij benadrukt dat de alt-right ook fel anti-Israël is. Ook is extreemrechts antisemitisme volgens hem nog steeds zichtbaarder dan islamitisch en extreemlinks antisemitisme. ‘Extreemlinks antisemitisme is het meest geraffineerd. Zij zeggen bijvoorbeeld dat Hitler samenwerkte met zionisten. Of noemen Gaza een concentratiekamp.’

De Rooi heeft ook grote moeite met Holocaust-analogieën. ‘Die doen mij pijn. Mijn familie is zwaar getroffen door de Holocaust. Bovendien, je hoeft de Tweede Wereldoorlog er helemaal niet bij te halen om het beleid van Israël af te keuren. Israël schendt het internationaal recht en de universele mensenrechten al tientallen jaren. Dat is het criterium dat wij bij The Rights Forum hanteren, en dat geldt voor alle betrokken partijen even zwaar. In essentie draait het politieke debat om gelijke rechten voor Israëli’s en Palestijnen. Daarbij kunnen we Holocaust-analogieën en bizarre beschuldigingen van antisemitisme missen als kiespijn.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -

3 REACTIES

  1. Er is een groot verschil tussen het Joodse geloof en Zionisme. Zionisme is politiek en heeft weinig met het geloof te maken. Helaas is Israel nu
    little America geworden, onder leiding van Trump en zijn kleinzoon J. Kushner. Pres. Nethanyahu krijgt veel steun van Trump’s Amerika, om een “zuiver joodse staat” te creeeren. Moslims hebben weinig meer te vertellen. Christenen zijn wel in het regering vertegenwoordigd, maar geen Christin mag een huis kopen. Steeds meer niet-Joodse (Palestijnse) gebieden worden in beslag genomen, om nieuwe woningen te bouwen, voor alleen Joden.
    Waar vroeger vele rijke Amerikanen gedurende de lange koude winter maanden naar Florida gingen om te overwinteren, kopen vele rijke orthodoxe Joden nu een tweede woning in een nieuwbouw gebied in Israel, waar zij voor enkele maanden wonen. Wanneer zij terug naar Amerika keren, komen er familie leden in hun plaats, zodat deze woningen zijn altijd bewoond. Hoewel er veel internationale kritiek is kunnen de Palestijnen helemaal niets doen. Het illegale land beroving gaat gewoon door, terwijl zij leven in heel kleine gebieden, onder erbarmelijke condities.
    Maar Israel, heeft nu al grote problemen: dit heel kleine land is zwaar overbevolkt. Met zowel de orthodoxe Joodse bevolking als die van de
    niet-Joodse bevolking’s groepen.

  2. CIDI heeft idd ee dubbele pet op, en schrikt er ook niet voor terug om glashard te liegen. Neem de titel van hun persbericht: “Kritiek op Israël op internet vaak dekmantel voor antisemitisme”. Dit hadden ze helemaal niet onderzocht, en het is ook helemaal niet waar. Ten eerste is er op internet veel en veel meer kritiek op Israël dan de onderzoekers gevonden hebben, en ten tweede is Israël niet synoniem met Joden (het is juist antisemitisch om ze wel gelijk te schakelen), en is Israëlhaat dus niet automatisch antisemitisme, zoals de onderzoekers wel klakkeloos aannemen.

    Antisemitisme is “haat van Joden als Joden”, dus haat van Joden alleen maar omdat ze Joods zijn. Voor haat van Israël zijn veel voor de hand liggende redenen zoals haar etnische zuivering, kolonisatie, bezetting en apartheid, die niets te maken hebben met het Joods zijn ervan.

  3. ISRAELIET, JOOD, ZIONIST EN ISRAELI: ALLEMAAL HETZELFDE?

    Waarop richt zich het antisemitisme?
    Iets beweren over Joden, Israël of antisemitisme is als het lopen in een mijnenveld. Eén woord dat in dit verband verkeerd kan worden uitgelegd en je wordt verdacht gemaakt c.q. aan het kruis genageld. Zie bijvoorbeeld de frequente pogingen om van Agt en Corbyn als antisemieten te ‘’framen’’. Omdat we in de media, jaar in jaar uit, nogal eens met deze termen worden geconfronteerd, lijkt het mij verstandig iets meer helderheid te krijgen over de betekenis van deze begrippen.
    Wanneer je het woordenboek van van Dale (twaalfde druk en internet) openslaat, vind je daarin het woord semitisme niet. Dat is toch wat merkwaardig! Het woord antisemitisme wordt daarin omschreven als Jodenhaat. Waarom acht ik het ontbreken van het woord semitisme merkwaardig? Omdat het antisemitisme zich letterlijk tegen iets keert, namelijk het semitisme, althans dat zou je kunnen denken. Verder speurend in van Dale kom ik wel het begrip Semieten tegen. Dit woord wordt omschreven als benaming voor het ras dat in hoofdzaak de Arabieren en Israëlieten omvat (afstammeling van de in de bijbel genoemde Sem, zoon van Noach). Jood wordt daarin omschreven als iemand behorend tot het Joodse volk, bestaande uit nakomelingen van de stammen Juda en Benjamin dan wel als iemand die het Joodse geloof aanhangt. Het woord jodendom wordt vervolgens omschreven als het joodse volk en als de joodse godsdienst.
    In de Thora c.q. de Bijbel (het Oude Testament) staat meer achtergrondinformatie over de genoemde begrippen. Het eerste boek Genesis vermeldt de directe voorgeschiedenis van de Israëlieten, te beginnen met de drie aartsvaders. De eerste aartsvader was Abraham, de stamvader van zowel de Joden als de Arabieren. Zijn god Jahweh beloofde hem voor zijn nakomelingen het land Kanaän. Je zou deze belofte (het Verbond) kunnen zien als een soort goddelijke Balfourverklaring avant la lettre. De tweede aartsvader was Isaak, de tweede zoon van Abraham. Abraham kreeg deze zoon onverwachts bij zijn lange tijd onvruchtbare eerste vrouw Sara. De eerste zoon van Abraham was overigens Ismael, de stamvader van de Arabieren. Isaak kon aartsvader worden omdat zijn moeder Sara er in geslaagd was Ismael, met zijn moeder het huis, c.q. de tent, uit te werken. Abraham ging volgens het verhaal zo ver, dat hij in opdracht van Jahweh zijn zoon Isaak als brandoffer op een door hem opgericht altaar voor Jahweh vast bond. De derde aartsvader was Jakob, de zoon van Isaak en Rebekka. Jacob werd op zijn beurt aartsvader omdat hij met behulp van een bord linzen zijn oudere broer Esau het eerstgeboorterecht ontfutselde. Deze Jakob kreeg 12 zonen en krijgt in de Bijbel als nieuwe naam: Israël. De nakomelingen van deze zonen vormden de twaalf stammen van Israël, ook wel de Israëlieten genoemd.
    Op de basis van de verhalen in de Bijbel zou men kunnen gaan denken dat semitisme iets zou kunnen betekenen als het voorop stellen van de Semieten, dus als een vorm van positieve discriminatie. Hierin wordt immers gesproken over de Joden als het door God uitverkoren volk. De nakomelingen van Abraham zouden op basis daarvan kunnen zijn gaan denken: wij zijn beter dan de anderen, niet in de laatste plaats omdat God achter ons staat en ons ook beloften heeft gedaan, die hij moet nakomen. Men moet zich hierbij wel realiseren dat de Thora het boek is van de Joden en het derhalve niet zo vreemd is, dat zij door hun eigen god worden bevoordeeld. Jahweh kan immers worden gezien als een stammengod. Elk volk c.q. stam had immers in het verleden zo zijn eigen god(en) en de god van de overwinnaar was blijkbaar (evidence based) beter dan die van de anderen en dus geloofwaardiger.
    Volgens de daarop volgende traditionele joodse wetgeving luidt de definitie van “wie is Joods” en Jood-zijn: alleen die persoon waarvan de moeder ten tijde van de geboorte een Jodin was of de persoon die zich vrijwillig tot het jodendom heeft bekeerd is op grond van de Joodse wetten Joods. Een en ander impliceert dat de etniciteit c.q. het ras blijkbaar een belangrijke rol speelt in het jodendom. Eerst volgens het patrilineaire systeem (zie de aartsvaders) en vervolgens het matrilineaire systeem.

    Beperking van het begrip antisemitisme
    Mensen die zich joods noemen, zien zichzelf, net zoals vele andere groepen trouwens, als bijzonder. Wanneer een groep overwegend op basis van geboorte wordt bepaald en niet iedereen tot deze groep kan toetreden, kunnen de leden en niet-leden elkaar gemakkelijk in termen van ‘’wij’’ en ‘’zij’’ gaan zien. Wij zagen hierboven dat het antisemitisme zich richt tegen joodse mensen, maar blijkbaar niet tegen de joodse godsdienst. Eigenlijk dus het omgekeerde van wat Wilders doet met de Moslims en de Islam. Hij haat niet de Moslims, maar de Islam, dat is althans zijn verdedigingslinie. Aangezien Arabieren ook Semieten zijn, kan hij zich op deze wijze vrijwaren van de beschuldiging van antisemitisme (in ruime zin).
    Het begrip antisemitisme beperken tot Jodenhaat impliceert op een tweetal gronden een onlogische keuze. Waarom dit begrip beperken tot Joden en niet tot alle Semieten en waarom alleen spreken over ‘’haat’’ en niet lichtere vormen van ‘’afkeer’’, leidend tot discriminatie, daar ook onder laten vallen? In de Middeleeuwen speelde in Europa de afkeer van de Arabieren en Moslims, zeker in de geopolitieke beeldvorming, een nog belangrijker rol dan de afkeer van Joden. De Joden werd in ieder geval zo nu en dan nog toegestaan een synagoge te bouwen, terwijl het bouwen van een moskee in Europa nagenoeg ondenkbaar was. Op grond van de gemeenschappelijke vervolging en slachtingen van Joden en Moslims door de Christenen, zoals tijdens de Kruistochten, is de uitsluiting van de Arabieren/Moslims bij de omschrijving van het begrip antisemitisme niet alleen onlogisch, maar ook zeer merkwaardig. Men zou kunnen stellen dat ook momenteel in het Westen de Arabieren/Moslims/Islam haat c.q. afkeer weer duidelijk groter lijkt dan de Jodenhaat c.q. afkeer.
    Dat Joden zelf de Arabieren/Moslims uitsluiten van hun ‘’wij’’ begrip is minder onlogisch. Ondanks hun gemeenschappelijke Semitische oorsprong volgens de Bijbel, beperken zij de eigen groep tot de Joodse familie. Nog al wat Joden maken dan ook een onderscheid bij ‘’wij’’ en ‘’zij’’ tussen Joden en niet-Joden (Gojem). Anders dan de Moslims zien zij de zich ook op de Bijbel baserende monotheïstische Christenen en Moslims in het beste geval als slechts verre familie.
    De belangstelling van een aantal Joden voor alleen de eigen groep komt ook al tot uiting in de Thora/Bijbel. Zo draagt Jahweh in de Bijbelboeken Deuteronomium 7 en Numeri 33 de Joden op alle bewoners uit het Beloofde Land te verdrijven en hen zelfs radicaal uit te roeien. De inname van het Beloofde Land lijkt daar duidelijk gebaseerd te zijn op een vorm van genocide.

    Verbreding van het begrip antisemitisme
    Sinds 1890 (Birnbaum) is er een Zionistische beweging ontstaan die streeft naar een nationale staat voor de Joden. Zionisten zijn overigens niet alleen te vinden onder Joden, maar ook bij conservatief evangelische groeperingen. In Zionistische kringen is men in het algemeen niet alleen voor het monopoliseren van het begrip antisemitisme tot Jodenhaat, maar gelijktijdig doet men daar ook verwoede pogingen om dit begrip in een andere richting weer te verbreden. Onder aanvoering van Netanyahu probeert men daar de begrippen antiZionisme en anti-Israël(isch) als vormen van antisemitisme erkend te krijgen. Zo streven zij er zelfs naar in de verschillende nationale wetgevingen opgenomen te krijgen dat ‘’claiming that the existence of a State of Israel is a racist endeavor’’ en ‘’applying double standards by requiring of Israel a behavior not expected or demanded of any other democratic nation’’ vormen van antisemitisme zijn.
    De Israëlische Knesset nam vervolgens zelfs op 19 juli 2018 een Basis Wet aan met de volgende inhoud:
    A) het land Israël is het historische thuisland van het Joodse volk, waarin de staat Israël is gevestigd;
    B) de staat Israël is het nationale thuis van het Joodse volk, waarin het haar natuurlijke, culturele, religieuze en historische recht op zelfbeschikking vervult;
    C) het recht op nationale zelfbeschikking in de staat Israël is alleen voor (unique to) het Joodse volk.
    Gezien bovenstaande is het niet verwonderlijk dat Israël alle Joden als (mogelijke) Israëlische staatsburgers beschouwt en van oordeel is dat elke Jood ook solidair dient te zijn met Israël. Dit is geheel in overeenstemming met bovenstaand Zionistisch streven. Voor de regeringen van Israël bestaat er blijkbaar geen verschil tussen Israëliet, Israëliër, Zionist en Jood. De rest van de wereld moet die visie van Israël maar ongezien overnemen. Zo niet, dan dreigt een beschuldiging van antisemitisme. De vermenging van de begrippen Jood, Zionist en Israëliër is duidelijk in het belang van Israël. Op deze wijze kan Israël niet alleen de Joodse achterban vergroten, maar ook kritiek op haar staat direct als antisemitisch afdoen.
    Ook lijkt het begrip ‘’haat’’ in de praktijk weer te worden verbreed. Misplaatste grappen over Joden, Zionisten of Israëli’s worden al snel in de media gebracht onder het kopje antisemitisme. Laat staan het ophangen van een Palestijnse vlag, het schelden door gefrustreerde voetbalfans of het inslaan van een ruit bij een Israëlisch restaurant door een gefrustreerde Palestijn. Zelfs het (be)noemen van Joden, Zionisten of Israëli’s kan al leiden tot een beschuldiging van antisemiet.

    Verklaringen voor ontstaan antisemitisme
    In de literatuur kom je als mogelijke gronden voor het ontstaan van antisemitisme zaken tegen als:
    1) de dood van Jezus Christus die de Joden in de Bijbel in de schoenen geschoven krijgen;
    2) jaloezie van de Christenen op de bevoorrechte positie van de Joden in de Bijbel;
    3) het herkenbaar anders zijn van Joden doordat zij als enige groep niet gedwongen werden Christelijk of Moslim te worden omdat het Jodendom als voorloper van het Christendom en de Islam werden getolereerd;
    4) Joden als afzonderlijke (en minder land gebonden) groep erg gemakkelijk als zondebok werden gebruikt bij het ontstaan van maatschappelijke c.q. economische problemen;
    5) de gebrekkige integratie in de samenlevingen waarin de Europese Joden zich vroeger bevonden door een sterke overlap van ras, godsdienst en culturele en sociale identiteit en het al dan niet gedwongen leven in eigen kring;
    6) twijfel aan de loyaliteit van de Joden aan de samenlevingen waarin zij woonden;
    7) het feit dat Joden bij het uitlenen van geld geen rente mogen vragen aan Joden, maar wel aan niet-Joden en zij daardoor soms (grote) schuldeisers werden;
    8) de oververtegenwoordiging van Joden destijds bij de middenstand/winkeliers in Oost-Europa;
    9) de invloed van Joden in de politiek, banken, wetenschappen en media;
    10) de duivel c.q. demonen die via mensen als Hitler een samenleving op het verkeerde been kan/kunnen zetten.
    Wanneer we echter naar de afgelopen eeuw kijken en inzoomen op het ontstaan van het huidige Israël en de relatie daarvan met het antisemitisme, dan lijkt het mij zinvol eerst aandacht te vragen voor een aantal gebeurtenissen die ook van belang zijn geweest voor de inkleuring van deze relatie.
    In de Balfourdeclaratie van 2 november 1917 stelt de Britse regering: His Majesty’s government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, Als reden voor deze verklaring van Balfour wordt gerefereerd aan de veronderstelde propagandawinst daarvan voor de geallieerde oorlogsinspanningen onder de wereldwijde Joodse gemeenschap. De woordvoerder van de Zionisten, Weismann, had niets nagelaten om Balfour ervan te overtuigen dat de Zionisten met hun joodse achterban in de USA en Rusland de doorslag zouden kunnen geven in de Eerste Wereldoorlog.
    De eerlijkheid gebiedt te stellen dat een en ander zeer omstreden was, zeker ook in Joodse kring. Zo was de Joods-Britse Kabinetsminister Montagu mordicus tegen de ondertekening van de Balfourdeclaratie en bestempelde hij deze zelfs als antisemitisch. De Joden hadden in zijn ogen net gelijke burgerrechten gekregen in Engeland en nu pretendeerden die paar zionisten dat zij voor alle Joden in de wereld spraken en dat de Joden maar naar een eigen natie zouden moeten gaan streven.
    Met het oog op de Tweede Wereldoorlog kan bijvoorbeeld ook nog gewezen worden op zaken als het uitroepen van een boycot tegen Duitse goederen in 1933. De kop in de Daily Express luidt op 24 maart 1933: ”Juda declares war on Germany” met als subkop ‘’Jews of all the world unite in action”. In dit artikel is sprake van een wereldwijde boycot van Duitse goederen en van een heilige oorlog. Vlak daarna werd in Amsterdam nog een Internationale Boycot Conferentie georganiseerd door de World Jewish Economic Federation onder leiding van de vooraanstaande en gewiekste Amerikaanse advocaat Samuel Unterm(e)yer. Zijn oproep tot een boycot leidde overigens tot een scherpe afwijzende reactie van professor Cohen uit Utrecht.
    Waarom noem ik deze zaken? Om aan te geven dat enerzijds Duitsers en Joden/Zionisten reden hadden om wat minder vriendelijk over elkaar te denken en anderzijds in Joodse kring ook toen al heel verschillend over het zionisme en de plaats van de Joden in de wereld werd gedacht. Ook toen al speelde de onzuivere vermenging tussen de begrippen Jood, Zionist en Israëli een belangrijke rol. En dan hebben we het nog alleen over het Westen en niet over de bewoners van Palestina, die als gevolg daarvan maar plaats zouden moeten maken voor Israël. Zij hadden een steeds aanzwellende stroom van joodse immigranten zien aankomen, maar onderschatten het zionistisch gevaar voor hen.
    De genocide op de Joden in de Tweede Wereldoorlog heeft zeer waarschijnlijk een doorslaggevende rol gespeeld bij de creatie van Israël in Palestina in 1948. De Zionisten konden hierdoor op meer goodwill rekenen voor hun streven bij zowel de Joden zelf als de rest van de wereld. Na de creatie van Israël ontstaat echter de vraag, in hoeverre deze vorm van semitisme niet juist het antisemitisme heeft gestimuleerd. Zeker in het licht van (de ontwikkeling van) het beleid van Israël ten opzichte van de bevolking van Palestina komt deze vraag steeds pregnanter naar voren. Duidelijk is ook dat Israël en de Zionisten bewust en onbewust erg geneigd zijn elke vorm van kritiek op hen als antisemitisch te bestempelen in de hoop daarmee de eigen positie bij Joden en niet-Joden te versterken. Men schuwt daarbij zelfs niet terug voor het aanwakkeren van afkeer c.q. haat tegen de Arabische landen en de Islam in de rest van de wereld door ze als antisemieten weg te zetten.
    Als zodanig lijkt het (beschuldigen van) antisemitisme het belangrijkste politieke instrument van Israël om haar machtspositie in het Midden Oosten te ondersteunen. Zelfs belangrijker dan het bezit van kernwapens, waarvan men het bestaan officieel niet wenst te erkennen, hoewel men er af en toe wel zelfs mee dreigt.

    Hoe verder?
    Hoe het antisemitisme tegemoet treden? Een aantal suggesties:
    1) Erkennen dat het begrip antisemitisme niet alleen betrekking heeft op Joden, maar op alle Semieten c.q. het joodse en het islamgeloof.
    2) Erkennen dat de afkeer van Nederlanders en Joden tegen Arabieren en Moslims evenzeer moet worden bestreden als de afkeer van Nederlanders en Arabieren tegenover Joden.
    3) Beschuldigingen van antisemitisme door Israël en het CIDI niet meer lichtvaardig en kritiekloos overnemen.
    4) In het onderwijs niet alleen aandacht schenken aan de gevoeligheden van Nederlandse Joden ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog, maar ook aan die van de Arabische en Islamitische Nederlanders t.a.v. het kolonialisme in het Midden Oosten.
    5) In het geschiedenisonderwijs ook aandacht schenken aan het feit dat de geschiedenis veelal wordt geschreven door de overwinnaars en niet door de verliezers.
    6) Erkennen dat het Nederlandse buitenlandse beleid t.a.v. het Midden Oosten weinig evenwichtig is geweest omdat daarbij altijd de veiligheid van Israël op de eerste plaats heeft gestaan, ook als dat ten koste ging van het internationale recht en de mensenrechten.
    7) Erkennen dat het zelfbeschikkingsrecht voor het Joodse volk niet betekent dat dit recht kan worden toegepast in een gebied/land zonder toestemming van de aldaar wonende mensen
    8) Het begrip terroristische organisatie niet al te gemakkelijk te misbruiken als rechtvaardiging voor het vernietigen van de uitslag van democratische verkiezingen en van de sociale en economische infrastructuur van een volk.
    9) Erkennen dat wanneer Israël een bijzondere band claimt van alle Joden met dat land en bepaalde groepen Joden of anderen zoals AIPAC dat ook onderschrijven, dat het dan ook is toestaan die groepen Joden/Zionisten aan te spreken op de afwezigheid van schuldgevoel bij hen ten aanzien van het treurige lot van de Palestijnen door het ontstaan van dat land en het daarin gevoerde beleid.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here