15.4 C
Amsterdam

Piek in meldingen van antisemitisme sinds geweld tussen Israël en Gaza

Anne-Rose Hermer
Journalist gespecialiseerd in cultuur. Verslaggever.

Lees meer

Door de recente spanningen in en rond Israël staan ook tegenstellingen in Nederland op scherp. Voor zover bekend is er geen piek in de meldingen van moslimhaat, wel wat betreft antisemitisme.


Het aantal meldingen van antisemitisme nam in 2021 tot nu toe met ruim veertig procent toe vergeleken met 2020, vertelt Anton Vrieler van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), dat meldingen van antisemitisme bijhoudt. ‘Die stijging is bijna helemaal te wijten aan de meldingen sinds het oplaaien van het conflict tussen Israël en Hamas.’ Een dag voor het staakt-het-vuren meldde het CIDI er al tientallen te hebben gekregen.

Denk aan woordenwisselingen als scheldpartijen op straat, discriminerende opmerkingen op school of op het werk. Of digitale privéberichten, waaronder teksten die als bedreiging worden opgevat. Volgens Vrieler gingen daarnaast sommige pro-Palestijnse demonstraties gepaard met antisemitische uitingen tegen Joden als groep.

‘In Amsterdam waren er demonstranten die een Taliban-vlag droegen en opriepen om Israël te vervangen door een islamitisch kalifaat. En via een megafoon klonk tijdens de demonstraties in Amsterdam en Utrecht de Arabische leus (‘Khaybar’, red.) waarin Joden worden gewaarschuwd dat een slachting van hun volk zich zal herhalen.’ Dit is een herinnering aan de slag bij Khaybar in 629, waar alle mannelijke leden van een Joodse stam in Medina werden uitgemoord na een verloren slag tegen het leger van Mohammed.

Ook registreert het CIDI pesterijen van kinderen in en rond scholen, zoals twee jongens rond de tien à elf jaar die na het weekend van de grote pro-Palestinademonstraties ineens werden gepest en antisemitisch werden uitgescholden. In beide gevallen hebben de pesters de omgeving aangespoord om zich ook tegen deze Joodse kinderen te keren – deels met succes, zegt Vrieler.

‘Israël is de duivel’, kreeg een kind te horen als reden dat hij niet geduld werd op een speelplaats. De daders wisten van zijn Joodse afkomst. Het kind werd na een week te angstig om nog naar school te gaan. ‘Dit laat zien dat scholen, ondanks de druk waaronder zij staan, snel en adequaat moeten kunnen optreden tegen dergelijke dynamieken.’

Vrieler denkt dat de voorvallen die hij registreert slechts het topje van de ijsberg zijn. ‘Uit onderzoek blijkt dat het werkelijke aantal incidenten veel hoger ligt dan het aantal gemelde incidenten. Er heerst echter een gevoel dat je niet moet klagen, dat je zeurderig bent als je een melding doet, of zelfs dat antisemitisme er nu eenmaal bij hoort.’ Hij benadrukt ook dat het merendeel van de online retoriek simpelweg teveel is om bij te houden. Wel ziet hij dat online antisemitisme sinds de beschietingen een vlucht heeft genomen.

‘Mensen die op social media een Joodse of Israëlische affiniteit uiten kregen een stortvloed aan antisemitische boodschappen en commentaren over zich heen. Vooral de associatie met Adolf Hitler, de Holocaust en vergassing komen veel voor. Het gaat om opmerkingen zoals ‘Hitler had zijn werk af moeten maken’ of ‘Wat jullie doen is erger dan Hitler’.’

Ook de aard en toon van veel berichten kunnen als bedreiging gelezen worden, zegt Vrielier. ‘Zulke internetintimidatie is niet nieuw, maar het lijkt nu een stuk grimmiger en omvangrijker dan voorheen’, zegt Vrieler.


Volgens Vrieler kregen Joden in Nederland tijdens de laatste Israëlisch-Palestijnse beschietingen vaak met uitsluiting te maken, ook door bekenden, puur vanwege iemands ‘affiniteit’ met Israël en los van diens politieke kleur. Hij garandeert dat bij alle meldingen is nagetrokken of het doelwit van de uitsluiting of scheldpartij niet zelf heeft geprovoceerd.

‘Antisemitisme en racisme mogen niet getolereerd worden, ongeacht iemands standpunt over Israël’

CIDI hanteert de antisemitismedefinitie van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA). Dat is bewust om politisering van het begrip tegen te gaan, stelt Vrieler. Maar critici vinden dat IHRA te veel een koppeling maakt tussen Israëlkritiek en Jodenhaat. Kritiek dat het bestaan van Israël zou ingegeven door racistische overwegingen merkt IHRA bijvoorbeeld aan als antisemitisme, evenals het collectief aanspreken van Joden op het beleid van Israël of het vergelijken van nazi-Duitsland met Israël.

Volgens Abdou Menebhi, voorzitter van het Euro-Mediterraan Centrum Migratie & Ontwikkeling (EMCEMO), ziet het CIDI iedereen die tegen Israël is al als antisemiet. ‘En dat is niet waar’, stelt hij resoluut. Onder EMCEMO valt ook Stop Islamofobie, een organisatie die meldingen van moslimhaat bijhoudt. Menebhi ziet de laatste maanden geen piek in het aantal meldingen van moslimhaat. Hij signaleert wel iets anders: ‘Het CIDI staat onvoorwaardelijk achter Israël. Volgens mij zorgt dit voor spanningen.’

CIDI-medewerker Vrieler verwerpt de stelling dat iedereen die tegen Israël is volgens zijn organisatie een antisemiet zou zijn. ‘Dat is onzin. Een vooroordeel. Ik nodig Menebhi uit om onze website en onze nieuwsbrieven eens goed te lezen, zodat hij weet wat onze echte mening is.’

Het CIDI neemt een onafhankelijk standpunt in en is als het moet ook kritisch op de Israëlische regering, aldus Vrieler. Zo is het CIDI voor een tweestatenoplossing en tegen de bouw van nederzettingen door Israël in de Westelijke Jordaanoever.

‘Wij vinden dat Israël het recht heeft om in vrede en veiligheid te bestaan. Dat recht wordt opvallend vaak en makkelijk ontkend. Het CIDI is tegen het in twijfel trekken van dit bestaansrecht.’

Het is problematisch om te suggereren dat een standpunt over Israël antisemitisme mag veroorzaken, redeneert hij. ‘Antisemitisme en racisme mogen niet getolereerd worden, ongeacht iemands standpunt over Israël.’ In tegenstelling tot Menebhi denkt Vrieler dan ook niet dat de standpunten van het CIDI voor extra spanningen zorgen.

Toch kan wat Menebhi betreft het wel CIDI een voorbeeld nemen aan een andere Joodse organisatie: Een Ander Joods Geluid. ‘Zij zijn wél solidair met de slachtoffers en nemen een standpunt in tegen Israël’, zegt hij. ‘Ze hebben ook gesproken tijdens de manifestatie tegen de Israëlische apartheid. Een Ander Joods Geluid durft wél kritiek te leveren.’

Menebhi ziet het klimaat binnen Nederland veranderen. ‘Moslims zouden terrorisme steunen, werd er vroeger gezegd. Dat hoor je nu minder. Steeds meer mensen nemen tegenwoordig een open houding aan tegenover Israël en de Palestijnen. Ze zien dat het gaat om ongelijke machtsverhoudingen. Hoewel de Nederlandse regering en de meeste media nog steeds achter het ‘recht op zelfverdediging’ van Israël staan, kantelt de publieke opinie. Ook in de Verenigde Staten slaat het publiek aan het twijfelen.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -