‘Nederland is geen bacovenwinkel’

Foto: de Kanttekening
‘Dit is Nederland. Wil je snel je Nederlands paspoort, dan moet je je aan de regels houden.’

De Surinaamse Maureen Ronde zorgde onlangs voor ophef door de Nederlandse inburgeringscursus te weigeren. Ronde volgde in haar jeugd de lagere school in Nederland. Toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd, emigreerde ze naar haar geboorteland. Twee jaar geleden kwam ze terug. Ze vroeg een Nederlands paspoort aan. De Immigratie- en Naturalisatiedienst vroeg haar om een inburgeringscursus te doen. Ronde weigert dat. Ze zei in een interview met de Telegraaf ‘Turken die de taal helemaal niet spreken, krijgen wél een vrijstelling’. Niet alleen Turken, ook Zwitsers en mensen van binnen de Europese Unie hoeven geen inburgeringstraject te doorlopen. Voor de rest van de wereld geldt die verplichting wel.

De Kanttekening sprak daarover Ivar Noordenbos, woordvoerder van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD-Tweede Kamerlid Bente Becker, Bij1-kandidaat bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen So Roustayar en Jonathan Bikker, curator van het Rijksmuseum, die ook verplicht moest inburgeren.

Bacovenwinkel
Op de website van de Surinaams-Nederlandse krant Waterkant leidt het onderwerp tot verhitte discussies. Ene Pakiratigri schrijft: ‘Het is goed als Surinamers voor zichzelf opkomen. Van Nederlanders hoef je niet veel te verwachten. Waren zij ooit niet degenen die slavenhandel tot een hobby maakten? En nu willen ze eisen stellen?’ Ene Sari Tori ziet het juist anders: ‘Dit is Nederland. Wil je snel je Nederlands paspoort, dan moet je je aan de regels houden. Nederland is geen bacovenwinkel (Surinaams voor bananenwinkel of warwinkel, red.). Op je droge reet zitten en vruchten werpen dat gaat mooi niet.’

Eeuwenlange relatie
Noordenbos verdedigt de inburgeringscursus voor Surinamers. ‘Het gaat niet alleen om taal’, zegt hij. ‘Het gaat ook om het leren kennen van de arbeidsmarkt, om maar iets te noemen. Los daarvan bestaat er voor Suriname wel degelijk een mildere behandeling. Dat komt door de eeuwenlange relatie van Nederland met dat land.’ Waarom is er dan niet een verdrag gesloten met Suriname om dit op te lossen? ‘Er is geen verdrag, maar wie in Suriname de middelbare school heeft afgemaakt met een voldoende Nederlandse taalvaardigheid, hoeft geen inburgeringsexamen te doen.’

De zaak van Ronde staat niet op zichzelf. In 2009 moest Bikker zihc melden voor een inburgeringstraject. Opmerkelijk, aangezien hij op dat moment bij het Rijksmuseum werkte als curator van zeventiende-eeuwse Hollandse meesters. Een Rembrandt-expert met Nederlanders ouders die opgroeide in Canada en voor zijn studie Nederlands had geleerd moest zich ondanks een indrukwekkend curriculum vitae tóch melden. Hij liet het er niet bij zitten, maar hoe de hoorzitting over zijn lot afliep weet hij negen jaar na dato nog niet. ‘Ik heb er nooit meer iets van gehoord’, laat hij weten. Hij werkt nog altijd op dezelfde plek.

Geen uitzonderingen
Integratie is nooit ver weg van de politieke agenda. Hoe kijkt regeringspartij VVD, tevens de grootste van het land, naar deze specifieke kwestie? ‘Ongeacht een verdrag dat Turkse Nederlanders uitzondert van de verplichting inburgeringsexamen te doen verwacht de VVD dat iemand die naar Nederland komt zich inspant om mee te doen’, zegt Decker. ‘Integratie is voor alle nieuwkomers even belangrijk, dat geldt ook voor Surinamers.’ De partij zegt sowieso te willen voorkomen dat conflicten en onvrijheden uit het thuisland naar Nederland worden geïmporteerd. ‘Daardoor integreren mensen onvoldoende. Dat risico bestaat bijvoorbeeld als moskeeën onder aansturing staan van de Turkse overheid, die vervolgens dicteert wat mensen van Turkse komaf hier zouden moeten doen en vinden.’ Eerder deze week is een motie van de VVD, waarin transparantie bij de financiering van moskeeën wordt geëist, aangenomen.

Gelijke monniken, gelijke kappen
Roustayar ziet inburgeringscursussen sowieso niet zitten. Roustayar wijst op het gedeelde verleden van Nederland met landen als Suriname en Turkije. ‘Surinaamse Nederlanders zijn Nederlanders en dus onderdeel van de samenleving, net als Turkse Nederlanders. Beide landen hebben een geschiedenis met Nederland, die amper terugkomt in het onderwijs.’ Er zit nog een andere kant aan inburgeringscursussen, vindt Roustayar. ‘Met het beleid waarbij Surinamers wel en Turken niet een cursus moeten volgen, zet je groepen tegen elkaar op.’ Bovendien pleit de Bij1-kandidaat voor gelijke monniken, gelijke kappen. ‘Wanneer de overheid vindt dat men bepaalde regels en wetten of enige kennis over Nederland zou moeten verkrijgen, dan zou Bij1 graag zien dat we dat doortrekken naar iedereen. Dus ook EU-ingezetenen.’

Waarom hoeven Turken niet in te burgeren?
In 2011 besliste de Centrale Raad van Beroep dat Turkse Nederlanders niet verplicht kunnen worden een inburgeringscursus te volgen. De uitspraak volgde op een overeenkomst tussen Turkije en de EU, die al in de jaren zestig werd gesloten. Dat om naar Europa migrerende Turken niet te belemmeren bij het vinden van werk. Het associatierecht bepaalt bovendien dat Turken die in Nederland wonen niet slechter behandeld mogen worden dan Europeanen. Sinds 1973 zijn er geen nieuwe regels toegevoegd aan de bepaling, waardoor een inburgeringsexamen voor Turken niet van toepassing is.

DELEN
Dennis l'Ami
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.