4.9 C
Amsterdam

Ruziënd BIJ1: ‘Er heerst een verziekte cultuur binnen de partij’

Shawintala Banwarie
Journalist. Mede-oprichter Desi Solidariteitsplatform.
Tayfun Balcik
Journalist. Programmacoördinator bij The Hague Peace Projects voor de Armeens-Koerdische-Turkse werkgroep. Lid van de Nieuw Amsterdam Raad (Pakhuis de Zwijger).
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Valt BIJ1 UIT1? In juni stapte BIJ1-voorzitter Jursica Mills op; onlangs deden in Amsterdam het bestuur en raadslid Carla Kabamba hetzelfde. Waarom is het zo’n ruziesfeer bij BIJ1? Jursica Mills en de Amsterdamse oud-voorzitter Jürgen Olivieira doen tegen de Kanttekening een boekje open over anti-zwart racisme en een giftige sfeer. ‘Er werd een anti-Carla-appgroep opgericht.’


Twee weken geleden stapte het partijbestuur van BIJ1 Amsterdam op. Oud-voorzitter Olivieira vond zijn voorzitterschap een leerzame, maar ook pijnlijke periode. ‘Er heerst een verziekte cultuur, waarbij mensen niet op een normale en professionele manier kunnen omgaan met elkaar’, vertelt hij. ‘Ik ben vanuit de bedrijfswereld gewend om met elkaar in contact te blijven, feedback te geven, ook als je het met elkaar oneens bent. Maar bij BIJ1 willen veel mensen vanuit hun eigen trauma en activisme tegen van alles en nog wat aan schoppen.’

Dat de Amsterdamse raadsleden Carla Kabamba en Nilab Ahmadi elkaar niet lusten en dat er een machtsstrijd was, was al langer bekend. Er is een bemiddelingspoging gedaan na de gemeenteraadsverkiezingen, die voor even heeft gewerkt. Maar nu is de scheuring toch een feit. Kabamba heeft het BIJ1-schip verlaten en haar zetel meegenomen.

Olivieira vertelt dat Kabamba al tijdens de verkiezingen van maart werd tegengewerkt door ‘het kamp’- Ahmadi: ‘Carla werd verweten dat zij niet de taal sprak die van haar werd verwacht: de taal van het anti-kapitalisme en anti-imperialisme. Maar Carla sprak juist de taal van de belangrijkste doelgroep van BIJ1: gemarginaliseerde groepen. Dit zijn mensen die bezig zijn om te overleven en al een achterstand hebben op de samenleving. Ze willen in begrijpelijke taal worden aangesproken en hebben daarom geen boodschap aan academische analyses over het anti-imperialisme en anti-kapitalisme.’

De onderlinge spanningen liepen al snel over in ‘micro-agressies’. ‘Tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen werden door het poster-plakteam niet de posters van Carla opgehangen en flyers van Carla werden weggehaald. Er werd door mensen van het kamp-Nilab een anti-Carla-appgroep opgericht.’

Ook zou Nilab bij een interne partijverkiezing op een frauduleuze manier van plek 13 naar nummer 3 van de Amsterdamse kieslijst zijn gelanceerd, beweert Olivieira. ‘Er werd door aanhangers van Nilab dubbel ingelogd, waardoor zij meer stemmen kreeg. Ook was er sprake van fraude bij de ICT-medewerkers, waardoor zij op een hogere plek terecht was gekomen.’

Jazie Veldhuyzen was nummer 1 op de kieslijst van BIJ1 Amsterdam en was na de verkiezingen fractievoorzitter. Maar die liet zich vanwege mentale gezondheidsproblemen al maanden niet op de Stopera zien. Intussen werd nummer 2 Kabamba maar niet als nieuwe fractievoorzitter gekozen, maar vervangend raadslid Dinah Bons onlangs wél. Voor Jursica Mills, die in juni was opgestapt als landelijk voorzitter BIJ1, kwam het als een verrassing.

Kabamba had alle taken van Veldhuyzen waargenomen, vertelt Mills. Ze snapt dus niet dat Kabamba niet geschikt geacht werd als fractievoorzitter. Ook vindt ze het niet verstandig dat  Bons, die tevens landelijk bestuurslid is, ‘en dus een controlerende taak heeft’, de nieuwe fractievoorzitter is. ‘Om een partij staande te houden, is het van belang dat de controlerende en uitvoerende taken niet door dezelfde persoon worden gedaan. Ook zou ik niet weten waar mevrouw Bons dan haar tijd vandaan haalt om twee zware taken naast elkaar uit te voeren.’

Wat de precieze persoonlijke reden is van het conflict tussen Kabamba en Ahmadi? Dat kan Olivieira niet geheel duiden. Hij is er ‘wel zeker van’ dat racisme een belangrijke rol speelt.

‘Het is heel moeilijk om anti-zwart racisme aan te tonen, omdat het om subtiele vormen van uitsluiting gaat’, vertelt hij. ‘Je ziet dus patronen dat zwarte mensen binnen de partij – dat zijn Carla Kabamba, Jursica Mills, Quinsy Gario en ik – worden buitengesloten. Carla heeft namelijk nooit de erkenning en de waardering gekregen voor de periode dat zij het fractiewerk van Jazie onverwachts en onvoorbereid moest overnemen. Tijdens deze periode heeft ze heel veel campagnes van BIJ1 uit het vuur gehouden. Zelfs tijdens de campagne van de gemeenteraadsverkiezingen was zij altijd beschikbaar bij de plotselinge afwezigheid van Jazie. Blijkbaar zijn sommige zwarte mensen wel goed genoeg om verantwoordelijke taken gratis te doen, maar je krijgt er niet de erkenning ervoor. Sylvana is een zwarte partijleider, maar door zich niet expliciet tegen afrofobie binnen de partij uit te spreken, heeft zij onvoldoende gedaan om een veilige omgeving voor zwarte leden te waarborgen.’

‘Veel BIJ1-leden zijn zich niet bewust van hun eigen witte privilege’

Racisme, of de beschuldiging van racisme, dat is wel het laatste wat je zou verwachten bij BIJ1. En toch bleek er sprake van subtiel racisme onder leden van BIJ1, aldus Olivieira. ‘Het gaat hier niet om mensen die het n-woord gebruiken, of die voor Zwarte Piet zijn. Racisme is een systeem dat heel diep zit in onze samenleving. Veel mensen vertonen daardoor – onbewust – vooroordelen en racistische gedragingen. Veel BIJ1-leden zijn zich niet bewust van hun eigen witte privilege.’

Olivieira legt uit hoe enkele witte medewerkers van de Amsterdamse fractie en vrijwilligers van BIJ1 hem probeerden ‘weg te pesten’, door te beweren zich onveilig te voelen in zijn aanwezigheid. ‘Eén klacht ging over een aspirant-bestuurslid, een Surinaamse vrouw, die ik had gevraagd wat zij lekker vindt om te koken. Onder Surinamers is dat heel normaal, om over eten te praten. Maar mijn vraag werd door bepaalde witte leden weggezet als seksisme. Ook kreeg ik het verwijt dat ik haar naar het aanrecht zou hebben verwezen.’

Er werden daarna verschillende klachten tegen hem ingediend bij de geschillencommissie, zegt hij, zonder eerst met hem in gesprek te gaan. ‘Dit, terwijl dit bestuurslid van kleur juist aangaf dat ze de opmerking helemaal niet als seksistisch had ervaren en dat dit heel normaal is onder Surinamers. Hierop werd gereageerd met de tegenwerping dat er ook plek moest zijn voor het witte perspectief. Maar BIJ1 was juist opgericht om andere perspectieven de ruimte te bieden dan de witte standaarden.’

De geschillencommissie heeft uiteindelijk alle klachten ongegrond verklaard, vertelt hij, waardoor het landelijk bestuur hier niets mee heeft gedaan. ‘Dat heeft toen veel kwaad bloed gezet bij de fractie. Ik werd genegeerd door leden van de fractie. Uiteindelijk hebben we deze situatie eind oktober vorig jaar besproken.’ Hier zijn veel ‘witte tranen’ gelaten, zegt hij. ‘Eén van de leden heeft ook excuses aangeboden.’

Zwart en wit

De spanningen tussen ‘wit’ en ‘zwart’ in de partij spelen al langer. Vorig jaar was er veel heibel bij BIJ1 over Quinsy Gario, omdat hij ‘giftige mannelijkheid’ zou uitstralen. Gario is niet de minste. De zwarte activist streed tegen Zwarte Piet en stond bij de verkiezingen van 2021 op nummer 2 van de BIJ1-lijst, na lijsttrekker Sylvana Simons. Uiteindelijk besloot Gario zijn eventuele royement niet af te wachten en zegde zelf zijn partijlidmaatschap op.

De negatieve ervaringen van Gario worden gedeeld door Manju Reijmer, van 2017 tot 2018 bestuurslid Diversiteit in het landelijk bestuur van BIJ1. Hij vertelde Trouw dat hij een burn-out heeft overgehouden aan deze tijd, omdat zwarte mensen binnen de partij voortdurend zouden zijn tegengewerkt. Volgens Reijmer heeft BIJ1 eerder zwarte mensen geroyeerd als lid. ‘Mensen met ontelbare privileges moeten hun plek kennen’, vindt hij.

Jursica Mills was ten tijde van Gario’s royement voorzitter van BIJ1. ‘Als partijbestuur hebben we het rapport (over Gario, red.) in handen gehad. Ik kan niet zeggen wat de inhoud van de klachten was, wel kan ik zeggen dat de manier hoe het zich heeft afgespeeld zeer ongelukkig was. Feit blijft dat een aanzienlijk aantal leden zich onveilig heeft gevoeld in zijn aanwezigheid en dat hier een onafhankelijk onderzoek naar is geweest.’

Maar met de kennis van nu heeft ze meer begrip voor Gario. ‘Ik begrijp dat als je je begeeft in een onveilige situatie, je dat toxische en onveilige gedrag kan overnemen als verdedigingsmechanisme en dat je dat dan doet besluiten de partij te verlaten. Ik kan ook begrijpen dat je je door de onveilige situatie getriggerd voelt, waardoor je gedrag zult tonen waarop je later wellicht niet zo trots bent.’


‘Bepaalde BIJ1’ers krijgen meer ruimte om fouten te maken en te leren dan andere – zwarte – BIJ1’ers’

Mills stapte in juni uit het landelijk bestuur vanwege een ‘onveilige’ en ‘toxische’ sfeer. Dat komt door meerdere factoren, legt ze uit. ‘Ten eerste dat er een onveilige sfeer heerst binnen de partij, door bijvoorbeeld de vijandige manier hoe mensen elkaar aanspreken bij een meningsverschil. Dat er over mensen wordt gesproken in plaats van mét mensen. En dat bepaalde BIJ1’ers meer ruimte krijgen om fouten te maken en te leren dan anderen (zwarte, BIJ1’ers, red.). Ook viel het me op dat juist de mensen die meer op mij lijken (zwart zijn, red.) aan het kortste eind trekken binnen BIJ1.’

‘Wanneer geen van je pogingen als voorzitter om hier een verandering in te brengen slaagt, omdat je geen steun hebt van de relevante partijen en onvoldoende personele en financiële middelen tot je beschikking hebt, dan blijven er maar twee keuzes over: óf je blijft in een onveilige situatie de partij vertegenwoordigen, óf je stapt op. Ik koos voor het tweede.’

Haperende organisatie

In juni bekritiseerde het Amsterdamse bestuur de kandidatuur van landelijk fractiemedewerker Rebekka Timmer als de nieuwe landelijke voorzitter van BIJ1. Niet veel later bemoeide het landelijk bestuur, mét Timmer, zich met de interne kwesties in Amsterdam.

Olivieira: ‘Wat er mis ging, is dat de partijtop niet onafhankelijk te werk ging. Het waren mensen als Rebekka Timmer die eigen poppetjes (Dina Bons, red.) op bepaalde posities wilden hebben en daarmee een groot aandeel hadden in het conflict bij Amsterdam. Timmer wilde ook per se partijvoorzitter worden, en ze ging een interne strijd aan met Jursica. Ze heeft wel haar kwaliteiten als leider, maar is voornamelijk bezig met een populariteitsstrijd.’

Mills noemt BIJ1 als organisatie amateuristisch. ‘Tijdens de oprichting van de partij had BIJ1 moeten bedenken hoe je ervoor zorgt dat persoonlijke relaties niet zwaar wegen in de besluiten die de partij aangaan. Maar dit is niet gebeurd. Dit geldt zowel landelijk als lokaal.’

Ook had BIJ1 beter moeten bedenken hoe aantijgingen van racisme door de partijtop en het bestuur worden opgevangen, vertelt Mills. ‘Als bepaalde dingen binnen de partij gebeuren en je besluit deze problemen niet te adresseren, dan stem je indirect in met deze problemen. Het is daarom kwalijk dat Simons en Timmer zwegen over de problemen in de partij.’ Mills richt zich tot hen: ‘Omwille van jouw functie wordt jouw advies wel ten harte genomen en die rol moet je ook te allen tijde pakken.’

Anja Meulenbelt, Gloria Wekker, Glenn Hellberg, Marian Sax en Willem Schinkel hebben als elders (ouderen) veel gezag onder BIJ1-leden. Maar ze faalden in hun taak als conflictbemiddelaars, meent Olivieira: ‘Ze gingen problemen onder het tapijt vegen en wilden niet dat mensen naar de media stapten. Ze gingen met mensen praten om alles te verzachten. Hierdoor ontstond een giftige cocktail, die nu is geëxplodeerd. Je mag dus concluderen dat de elders hebben gefaald.’ Sowieso heeft hij moeite met het concept ‘elders’: zij plaatsen zich volgens hem boven de rest van de leden.

Olivieira heeft veel respect voor Sylvana, die met weinig financiële middelen een partij opgericht heeft en in de Tweede Kamer is verkozen. Toch vindt hij dat Simons te weinig tegen ‘afrofobie’ in haar partij gedaan. Ook dat BIJ1 ‘haar baby’ is, vindt hij problematisch.

‘Je kunt dan immers niet meer objectief zijn. Hierdoor was Sylvana soms niet kritisch genoeg naar de partijleden die al vanaf het begin bij BIJ1 zaten. Sylvana moet niet vergeten dat er later nieuwe mensen bijgekomen zijn die over meer kwaliteiten beschikken. Als één persoon verschillende petten op heeft – dus leider is, maar ook goed bevriend raakt met bepaalde personen -, dan ontstaat een cultuur waarbij niet meer professioneel gehandeld wordt. Mensen reageren vanuit hum emoties en trauma; daar valt niet mee te werken.’

‘De kern: BIJ1 zegt voor een gelijkwaardige en rechtvaardige samenleving te staan, terwijl de partij intern zich niet aan deze principes houdt’

Mills: ‘We leven in tijd waarin we als samenleving verbinding nodig hebben. Veel achtergestelde groepen hebben niet mee kunnen denken over de inrichting van de samenleving waar ook zij een onderdeel van uitmaken. Daar moeten we met z’n allen verandering in brengen. Het is belangrijk dat er een partij is die zich dáárvoor inzet.’

‘De kern is dat BIJ1 zegt voor een gelijkwaardige en rechtvaardige samenleving te staan, terwijl de partij intern zich niet aan deze principes houdt. De mensen die daar formeel of informele macht hebben, die zwijgen daarover. Ik schaam mij over het feit dat er nu berichten in de media verschijnen van nota bene BIJ1-leden die de ervaringen van andere al dan niet ex-leden teniet willen doen. Is dit niet datgene waar BIJ1 zo tegen is?’

Reactie BIJ1

Waarom bemoeide het landelijk bestuur zich met de ruzie in Amsterdam en schoof het Dina Bons als nieuwe fractievoorzitter naar voren? We vroegen het aan het landelijk bestuur zelf.

‘In Amsterdam ontstond een impasse en dit dreigde in een breuk uit te monden’, antwoordt het bestuur. ‘Met instemming van alle betrokken partijen is er een meeting georganiseerd om de raadsleden aan tafel te krijgen, onder begeleiding van een onafhankelijke gespreksbegeleider en om tot een gezamenlijke beslissing te kunnen komen.’

Inschikkelijker is het partijbestuur tegenover de kritiek van Jursica Mills, dat de partij beter had moeten bedenken hoe aantijgingen van racisme door de partijtop en het bestuur worden opgevangen. Dit heeft het partijbestuur niet goed gedaan, erkent het bestuur.

‘Als nieuw bestuur hebben we daarom gelijk de opdracht op ons genomen om het gesprek hierover aan te gaan. We hebben op 10 en 11 september de eerste bijeenkomsten georganiseerd, waar we met leden dieper zijn ingegaan op de oorzaken van ontstane conflictsituaties. Bij het schrijven van ons bestuursplan, dat we binnenkort aan de leden presenteren, zullen wij proberen de aantijgingen concreet te doorgronden en er samen met de leden juiste maatregelen op bedenken.’

Het partijbestuur zegt zich verder niet te herkennen in de beschuldiging van Olivieira, dat landelijk voorzitter Timmer aan vriendjespolitiek doet en haar ‘poppetjes’ op sleutelposities wil hebben.

Carla Kabamba wilde niet reageren op vragen van de Kanttekening. Ook Nilab Ahmadi wilde niet reageren, net als Jazie Veldhuyzen, die nog steeds ziek thuis zit.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -