‘Van den Brink en Jinek vinden cijfers belangrijker dan een inhoudelijk debat’

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

‘In Nederland moeten kritische journalisten het steeds maar weer afleggen tegen de aandachtseconomie.’

Over symbolische zaken wordt veel stennis gemaakt in de media, vooral de sociale media, en ook in de politiek. Denk aan het besluit van de Efteling om de draaimolen Monsieur Cannibale aan te passen, Sigrid Kaag en Jeanine Hennis met een hoofddoek, genderneutrale kinderkleding bij de Hema, klimaatspijbelaars die hamburgers gaan eten bij de Burger King, alles wat met Zwarte Piet te maken heeft, enzovoort. Soms lijkt het alsof dit soort discussies het maatschappelijke en politieke debat domineert, zodat het niet meer over de echte problemen gaat. Waarom maken mensen zich eigenlijk zo druk over incidenten? Is de ophef ‘fophef’ of gaat het eigenlijk over dieperliggende problemen? En verandert onze preoccupatie met onderwerpen die ophef veroorzaken ook de manier van hoe we naar het nieuws, naar de wereld van vandaag, kijken? De Kanttekening sprak hierover met drie duiders van het nieuws: twitterpastoor Jan-Jaap van Peperstraten, mediadeskundige Johan Snel en blogger Wouter Louwerens.

‘Jullie doen er niet meer toe’
Jan-Jaap van Peperstraten is pastoor van Heemstede en een fervent twitteraar. Als theoloog verbaast hij zich dikwijls over de felheid waarmee mensen op het medium Twitter zich druk maken over op het eerste gezicht nogal triviale zaken en elkaar te lijf gaan. ‘Vaak heb ik het gevoel dat een bepaalde discussie helemaal nergens over gaat. Maar tegelijkertijd besef ik, soms ook achteraf, dat er wel een onderliggend probleem wordt aangekaart. De Zwarte Piet-discussie gaat op het eerste gezicht helemaal nergens over. Mensen die zich druk maken over een niet-bestaand figuur. Maar er zit wel een wezenlijke discussie achter: van wie is Nederland? Wie mag kritiek uitoefenen en wie niet? Hoe ga je om met karikaturen van mensen? Is het wel een feest voor iedereen? Je moet voorbij de oppervlakte kijken, maar dat gebeurt helaas niet altijd.’

Voor- en tegenstanders van Zwarte Piet hebben ook veel met elkaar gemeen, meent Van Peperstraten. ‘Het gaat mensen ook om de vraag of ze er mogen zijn. Tegenstanders van Zwarte Piet hebben het gevoel dat ze niet serieus worden genomen, dat ze er niet bij horen, maar dat gevoel hebben voorstanders van Zwarte Piet ook. Ik kom zelf uit Zeeuws-Vlaanderen, waar de PVV veel stemmen krijgt. Natuurlijk is de PVV niet mijn partij, maar ik snap ergens wel dat de mensen op Wilders stemmen. Zeeuws-Vlaanderen is door Den Haag vergeten. Mijn oude middelbare school staat op omvallen. Niemand doet wat. Het lijkt alsof Nederland zegt: ‘Jullie doen er niet meer toe’.’

Volgens Johan Snel, docent journalistiek aan de Christelijke Hogeschool Ede, zijn ophefdiscussies allemaal discussies die over moraal gaan. ‘Ons land is misschien niet meer christelijk, maar moralistisch zijn we nog steeds. Ten diepste zijn we nog heel calvinistisch.’ Dat media van hype naar hype, van ophef naar ophef gaan, heeft volgens Snel te maken met de ontzuiling. ‘Het draait tegenwoordig allemaal om de cijfers. Tijs van den Brink en Eva Jinek vinden luister- en kijkcijfers belangrijker dan een inhoudelijk debat. Media en journalisten hebben aandacht nodig om te overleven. In Nederland moeten kritische journalisten – die zijn er gelukkig nog steeds en ze doen ook heel goed werk – het steeds maar weer afleggen tegen de aandachtseconomie. De consument vindt kwaliteit belangrijk, maar handelt er vervolgens niet naar. Mensen hebben veel waardering voor achtergrondprogramma’s, maar zulke programma’s scoren slecht qua kijkcijfers. Mensen kijken toch liever naar entertainment, wat ze minder waarderen.’

Veranderend medialandschap
‘Degene die het veranderende medialandschap het treffendst belichaamt is Wierd Duk van de Telegraaf’, vertelt Snel. ‘Enkele jaren geleden schreef hij voor Elsevier en kende niemand hem. Ik wel. Ik had waardering voor zijn stukken en had soms contact met hem, hij was een kritische buitenlandcorrespondent met een prettig onafhankelijke koers die zich weinig aantrok van anderen. Tegenwoordig kent iedereen Duk, vanwege de media-aandacht die hij genereert en omdat hij is geradicaliseerd. Duk heeft mij inmiddels geblokkeerd op Twitter, terwijl wij nooit ruzie hebben gehad. Hij vindt het vast handig om van mijn kant niets meer te horen.’

Het veranderende medialandschap heeft volgens Snel ook de vaderlandse politiek veranderd. ‘Echt inhoudelijke debatten worden tegenwoordig nauwelijks nog gevoerd. In de Tweede Kamer zijn politici vooral bezig met elkaar vliegen afvangen. Op onbelangrijke dingen gaan partijen met elkaar de strijd in, waarbij discussie niet het doel is maar makkelijk scoren voor de achterban, om te laten zien dat jij gelijk hebt en de ander niet. De media versterken dit. Geert Wilders en Thierry Baudet ontsnappen aan het journalistieke regime. Wilders mijdt de media zo veel mogelijk, om maar niet kritisch te worden ondervraagd en Baudet wordt nooit kritisch aan de tand gevoeld. Geen enkele journalist die met Baudet mag spreken vraagt door, stelt Baudet de hamvraag of hij wel een echte democraat is, gezien zijn antidemocratische voorstellen en ideeën.’

Een belangrijke rol in het veranderde medialandschap spelen opiniewebsites. De Dagelijkse Standaard, GeenStijl, Joop, The Post Online en kleinere sites als Jalta en Sargasso trekken samen maandelijks miljoenen bezoekers. De nieuwe media behandelen het nieuws op een heel andere manier dan kranten en opinietijdschriften. Dat heeft te maken met het verdienmodel van deze alternatieve media. Alles draait om bezoekersaantallen – en bezoekers trek je tegenwoordig vooral door over identiteitsgelateerde onderwerpen te schrijven. Zoals Joop-opiniemaker en historicus Han van der Horst enkele weken terug opmerkte in onze krant: ‘Mijn stukken over sociaaleconomische onderwerpen op Joop worden lang niet zo goed gelezen als mijn stukken over discriminatie en racisme.’

Iemand die heel kritisch schrijft over de nieuwe rechtse opiniesites en de nieuwe sterren aan het rechtse firmament is Wouter Louwerens, die onder meer blogt voor Duimspijker, Jalta en Joop. Louwerens wordt, omdat hij van zijn hart geen moordkuil maakt en niet bang is om man en paard te noemen, belaagd door twitterhordes – anonieme accounts met nauwelijks volgers die extreme meningen verkondigen en het geluid van andersdenkende twitteraars proberen te smoren. Op dinsdag 12 februari, nadat trollen opnieuw tevergeefs probeerden zijn accounts te hacken, twitterde Louwerens: ‘De sms’jes dat ik een nieuw twitterwachtwoord zou willen, waren al vertrouwd. Ze proberen nu ook Facebook.’

‘Eigenlijk ben ik helemaal niet zo links, ik stem D66’, zegt Louwerens, ‘maar het valt mij op dat een deel van rechts is geradicaliseerd.’ De blogger vertelt dat hij zich niet echt druk maakt over genderneutrale rompertjes bij de Hema of de hoofddoek van Hennis, maar dat de verrechtsing van Nederland hem wel zorgen baart. ‘Politici als Thierry Baudet en journalisten als Wierd Duk proberen extreemrechts gedachtegoed te normaliseren. Over anonieme trollen en marginale figuren maak ik mij niet druk, wel met mensen die echt invloed hebben op het publieke debat. Tegen beter weten in blijf ik mij erover verbazen dat zo veel mensen Baudet en Duk serieus nemen en hun verhalen delen op Facebook, ook kennissen en sommige vrienden van mij doen dat. Discussie op Facebook heeft geen zin, ik hoop ze te overtuigen in de kroeg met een biertje. Soms lukt dat ook.’

Hyperrealiteit
In de Volkskrant stond vorige maand een groot verhaal over hoe gemakkelijk het is om via YouTube op te gaan in extreemrechtse ideeën. YouTube-gebruikers worden via algoritmes gewezen op andere filmpjes. Ook mensen die er niet naar op zoek zijn, kunnen hierdoor bij extreemrechtse, haatzaaiende videokanalen belanden, zoals die van Paul Joseph Watson van Infowars en Sargon of Akkad (zijn echte naam is Carl Benjamin). Andersom gebeurt het ook – mensen die als gevolg van filmpjes die ze bekijken extreemlinks worden, maar dit komt volgens de auteurs van het Volkskrant-artikel veel minder vaak voor.

We moeten de vraag stellen: is Louwerens niet bang dat hij radicaliseert en extreemlinks wordt, omdat hij op sociale media een felle strijd voert tegen extreemrechts en zich grote zorgen maakt over racisme? ‘Ik ben er zelf bij. Ik heb soms wel het idee dat ik word beïnvloed, maar sommige tweets schrijf ik uiteindelijk toch maar niet, omdat dat gewoon niet zo slim is. Ik lees rechtse websites als The Post Online en GeenStijl om voorbij mijn eigen bubbel te kijken. En ik lees ook diverse kranten en bladen. Natuurlijk heb je ook linkse mensen met oogkleppen. De Venezolaanse president Nicolas Maduro wordt bijvoorbeeld door sommigen te gemakkelijk verdedigd. Maar bij rechts zijn de oogkleppen structureler, ook zijn ze veel fanatieker. Als je iets kritisch zegt op Twitter over Wilders of Baudet, heb je opeens een heleboel trollen in je nek. Daar heb je geen last van als je kritiek levert op bijvoorbeeld Jesse Klaver of Rob Jetten. Wel kreeg ik weer trollen in mijn Twitter-tijdlijn omdat ik iets van Jetten had gedeeld. Ik ben geen complotdenker, maar ik heb het idee dat er ook trollen bij zitten die uit Rusland zijn aangestuurd. En natuurlijk boze witte mannen die zich de hele dag vanuit hun zolderkamer lopen druk te maken over van alles.’

Johan Snel vindt dat we radicalisering bij extreemlinks niet moeten onderschatten: ‘Ook daar worden mensen steeds radicaler. Je hebt op links ook heel fanatieke bloggers, die niet op de zaak maar op de man spelen en iedereen met een andere mening lopen uit te schelden en kapot proberen te maken. Les extrêmes se touchent, de extremen raken elkaar: extreemrechts en extreemlinks zijn antidemocratisch en tegen het idee van pluraliteit.’ Van Peperstraten onderschrijft deze analyse: ‘De wereld van social justice warriors (online activisten die zeggen te ijveren voor sociale gelijkheid, red.) is hallucinant. De betekenis is belangrijker geworden dan de waarheid, maar dat heb je ook bij rechts. De Joodse taalkundige Victor Klemperer betoogde in het boek LTI – Lingua Tertii Imperii: Notizbuch eines Philologen (De taal van het Derde Rijk, notitieboek van een filoloog) dat de nazi’s met hun neologismen een eigen werkelijkheid probeerden te scheppen. Niet dat ik de PVV, GeenStijl en het Forum voor Democratie op dezelfde lijn als de nazi’s wil stellen, maar ook zij proberen met hun nieuwe woorden en frames ons denken te beïnvloeden.’

Volgens Van Peperstraten is het probleem van deze tijd dat de hyperrealiteit – de ‘realiteit’ op Facebook, Twitter en verschillende opiniesites – steeds meer de echte realiteit dreigt te worden. ‘Met de dood van God is ook de waarheid om zeep geholpen. Mensen zijn hun eigen realiteit gaan creëren. Toen ik in de jaren negentig studeerde, werd tijdens een filosofievak de postmoderne denker Jean Baudrillard behandeld, die voorspelde dat de hyperrealiteit de realiteit zou verzwelgen. Toen vond ik die gedachte bizar en moest ik erom lachen, maar hij heeft gelijk gekregen. Mensen geloven in hun alternatieve waarheid. Spreek eens met brexiteers. Zij zijn niet voor rede vatbaar en leven in een totaal andere werkelijkheid. Ik doe tegenwoordig ook steeds minder met Facebook. Dat wordt vervuild met allemaal nepberichten. Ik heb helaas te veel ‘vrienden’ toegevoegd. Van mijn echte vrienden hoor ik op Facebook maar weinig. Vroeger kreeg je heel af en toe met racisme te maken, als je moest luisteren naar de foute grapjes van een racistische oom op een verjaardagsfeestje. Nu zie je dagelijks mensen artikelen delen van de extreemrechtse hoaxsite Fenixx.’

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here