‘We willen onze voetafdruk zo klein mogelijk houden’

Foto: Johan Bakker
‘Duurzaamheid is nu rendabel en het is een hype’, zegt moskeebestuurder Yücel Aydemir. ‘Vanuit het geloof gezien is het een schande dat de aandacht hiervoor er niet eerder was. Ook moskeebesturen denken vaak met hun portemonnee.’

Steeds meer bedrijven en huishoudens in Nederland kopen zonnepanelen, betere isolatie of een warmtepomp. Maar hoe duurzaam zijn gebedshuizen? De Kanttekening maakte een rondgang langs kerken, moskeeën, synagogen, tempels en retraitecentra.

Kerken
Op het dak van het bijgebouw van de Trefpuntkerk in Bennebroek liggen sinds drie jaar meer dan zestig zonnepanelen. ‘Daarmee is het stroomgebruik grotendeels duurzaam’, zegt Anne Gelderloos. De milieuvriendelijke koers werd zeven jaar geleden ingezet toen Gelderloos met haar ervaring als duurzaamheidsadviseur bij een ingenieursbureau lid werd van het College van Kerkrentmeesters. Sindsdien kwamen er milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen, ging de kerk afval scheiden en kocht het uitsluitend fairtrade koffie en thee. Ook de som geld die de kerk tien jaar geleden voor de verkoop van de pastorie had gekregen werd voortaan duurzaam belegd. Gelderloos: ‘Voorheen zaten we in AAA-fondsen die gericht waren op het hoogste rendement. Afgelopen jaren hebben we het geld grotendeels in fondsen van duurzame banken, zoals Triodos en ASN, gestopt.’

De kerk in Bennebroek is één van de honderdvijftig kerkgemeenschappen die zich hebben aangesloten bij de Groene Kerken-actie. Een bescheiden aandeel op een totaal van ongeveer vierduizend kerken in Nederland. ‘Maar de groep groeit explosief’, zegt Atie de Vos, de drijvende kracht achter de actie. ‘Afgelopen jaar zijn we van honderd naar honderdvijftig gebedshuizen gegaan.’ Daarnaast weet De Vos dat er alleen al in Brabant ongeveer dertig kerken staan die genoeg doen met duurzaamheid om zich aan te sluiten bij de Groene Kerken. ‘De eerste stap om te vergroenen heeft vaak een financieel motief. Kerken willen de energierekening naar beneden halen. Daarnaast worden kerkgemeenschappen gedreven vanuit de zorg voor de schepping.’

Het grootste deel van de aangesloten kerken is protestant. ‘Het protestantisme is wat activistischer dan de Katholieke Kerk’, verklaart De Vos. Het was dan ook Protestante Kerk in Nederland (PKN) die de actie vijf jaar geleden opzette. ‘Er was toen net een conferentie geweest van alle christelijke kerken in Ghana’, vertelt De Vos. ‘De Afrikaanse kerken hadden daar het thema klimaatverandering aangedragen. Ze deden een beroep op de vervuilende rijke landen. Dat was voor de PKN de aanleiding om te zeggen ‘wij moeten meehelpen’.’

Sinds de encycliek Laudato si (geprezen zijt gij) uit 2015 waarin paus Franciscus inging op de beschermwaardigheid van de aarde en het milieu, melden ook steeds meer katholieke kerken zich aan bij de Groene Kerken. Sindsdien hebben zich volgens Vos twintig katholieke kerken aangesloten.

Moskeeën
Naast de houten voordeuren van de Utrechtse Ulu-moskee hangt een bordje waarop staat dat de Turkse moskee ook is aangesloten bij de Groene Kerken-actie. ‘Eén van de criteria bij de bouw was dat het gebouw duurzaam moest zijn’, zegt Yücel Aydemir, voorzitter van het moskeebestuur. ‘Niet uit zuinigheid, maar vanuit het geloof, verspillen mag niet bij ons.’ Dus kwamen er sensorkranen tegen waterverspilling bij de rituele wassing en is de koepel zo gebouwd dat de gebedsruimte verlicht wordt met buitenlicht. ‘Pas als het donker is hoeven we daar elektriciteit te gebruiken.’

Diyanet, de koepelorganisatie van Turkse moskeeën, tekende in juli samen met de Groene Kerken-actie een verklaring voor de verduurzaming van gebedshuizen. Naast de Ulu-Moskee sloten nog zes andere Diyanet-moskeeën zich aan bij de actie. In totaal zijn honderdzesenveertig Nederlandse moskeeën aangesloten bij de koepelorganisatie.

‘Over vijf jaar is meer dan de helft van die moskeeën een groene moskee’, denkt Aydemir, die ook penningmeester is van Diyanet. ‘Duurzaamheid is nu rendabel en het is een hype. Vanuit het geloof gezien is het een schande dat de aandacht hiervoor er niet eerder was. Ook moskeebesturen denken vaak met hun portemonnee.’

Ook voor de Marokkaanse Khalid-moskee in Heerhugowaard was geld overhouden in eerste instantie de belangrijkste reden om zonnepanelen en een energiezuinige boiler aan te schaffen, zegt penningmeester Abdelhakim Sabili. De moskee kon in 2014 een gemeentelijke subsidie krijgen voor de aanschaf van zonnepanelen. ‘De panelen zijn hartstikke rendabel’, zegt Sabili. ‘Het bedrag dat we zelf in moesten leggen hebben we nu al terugverdiend.’

Sabili ziet juist voor islamitische gebedshuizen veel kansen om te verduurzamen komende jaren. ‘Veel moskeeën zijn nieuwbouw. Bij de bouw kan dan al rekening worden gehouden met de toekomstige ambities.’ In het geval van de Khalid-moskee werd er vloerverwarming in het pand gelegd. ‘We willen nog een grotere elektrische boiler aanschaffen zodat de vloerverwarming niet meer met gas verwarmd wordt.’ Ook de Ulu-moskee ziet dat in de toekomst het gebouw nog duurzamer kan worden. Aydemir: ‘De afvalscheiding kan nog beter. Maar we zijn er nog niet uit hoe we dat moeten organiseren.’

Synagogen
In tegenstelling tot moskeeën zijn er nauwelijks nieuwbouw synagogen. ‘En ook niet echt verbouwingen’, zegt Ruben Vis, algemeen secretaris van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK). Bij die koepelorganisatie zijn ongeveer veertig synagogen aangesloten. Het gebrek aan ontwikkeling van de panden is volgens Vis één van de redenen dat zijn antwoord op de vraag hoe groen synagogen zijn ‘redelijk negatief’ is. ‘Ik ken geen synagogen en sjoels die al iets doen met duurzaamheidsbeleid. Ook vanuit de NIK is er geen overkoepelend beleid. We zouden best een kenniscentrum kunnen zijn of de gemeenten stimuleren, maar dat gebeurt niet.’

Toch speelt volgens Vis het thema in de joodse gemeenschap waarschijnlijk net zo veel als in andere geloofsgemeenschappen. ‘Er is ook zeker een religieuze grondslag voor verduurzaming.’ Maar joodse stichtingen die zich met duurzaamheid bezighouden kent Vis niet. ‘Joodse organisaties houden zich over het algemeen niet zo bezig met algemene onderwerpen als milieu, armoede of vluchtelingen in tegenstelling tot bijvoorbeeld christenen. Christenen hebben dan ook meer een geloofsopdracht om zich te ontfermen over andere mensen en zaken, ook buiten de christelijke kring. Joden hebben dat niet.’ Daarnaast speelt volgens hem de minderheidspositie die joden van oudsher in Nederland hebben een rol. ‘Daardoor zijn joodse organisaties waarschijnlijk wat terughoudender in het maatschappelijk debat.’

Het beeld dat Vis van het NIK schetst herkent Madelon Bino niet. ‘Wij vinden zeker dat we ons bezig moeten houden met duurzaamheid. Joden geloven dat de wereld niet volmaakt is. Wij proberen die een klein beetje beter te maken’, zegt de directeur van de Liberale Joodse Gemeente (LJG) Amsterdam. De gemeente waarvan elfhonderd families lid zijn, is de grootste van de tien liberale joodse gemeentes in Nederland.

De liberale gemeentes zijn niet aangesloten bij het NIK. ‘Het liberale jodendom is een wat modernere vorm van het geloof. We staan meer in de wereld. Onze gemeente is geen eiland in het maatschappelijk debat. We organiseren debatten, voorstellingen en diners. Daar komen ook veel niet-religieuze joden op af’, legt Bino uit. ‘Vooral na de oorlog is het liberale jodendom gegroeid in Nederland.’ Daardoor hebben de liberale gemeentes vaker een nieuwbouw synagoge.

In 2010 werd de nieuwe synagoge van de LJG Amsterdam opgeleverd. ‘Het gebouw is gebouwd met energievriendelijke verwarming. Dat betekent dat er geen thermostaat is, maar dat de temperatuur zich aanpast aan het aantal mensen in een ruimte’, vertelt Bino. ‘Daarnaast denken we na over zonnepanelen. We hebben een heel geschikt dak op het zuiden, maar de panelen zijn erg duur, dus we wachten nog op een gunstige subsidieregeling.’

Voor duurzaamheid is niet altijd een zak geld of een nieuwbouwpand nodig. Bino: ‘We organiseren vaak maaltijden. Soms voor wel honderdvijftig mensen. Voorheen werd het eten dat over was weggegooid. Tegenwoordig geven we dat eten mee aan mensen die het nodig hebben, of brengen we het naar de voedselbank.’

Tempels en retraitecentra
In Zeeuws-Vlaanderen, tussen Hulst en Terneuzen werd zes jaar geleden het Boeddhistische retraitecentrum Metta Vihara opgeleverd. ‘Het pand is helemaal energieneutraal gebouwd. Er is geen gasleiding. Warmte krijgen we via warmtepompen uit de aarde. Elektriciteit komt van veertig zonnepanelen’, vertelt bestuurslid Ksantivadin. Zelf voor de toiletten is een systeem aangelegd waardoor ze kunnen doorspoelen met regenwater. ‘Maar vanwege bacteriegroei spoelen we nu weer met leidingwater. Zodra er een goede ecologische oplossing is uitgevonden tegen die bacteriën koppelen we het systeem weer aan.’

De inspiratie om het centrum zo te bouwen komt uit het boeddhistisch gedachtegoed, zegt Ksantivadin. ‘We willen onze voetafdruk zo klein mogelijk houden. Eén van de leefregels van het boeddhisme schrijft voor dat we moeten leven met zorg en respect voor iedereen. Wie bijdraagt aan de klimaatverandering kwetst en schaadt andere levende wezens. Bewoonde eilanden komen steeds meer onder water en diersoorten sterven uit.’

Om die reden probeert het retraitecentrum het duurzame gedachtegoed tot in de puntjes door te voeren. ‘We kopen zo veel mogelijk fairtrade en biologisch dynamisch voedsel’, zegt Ksantivadin. ‘Heel het centrum is vegetarisch en de gevorderden zijn zelf veganistisch. Om te zorgen dat onze spullen geen lange en vervuilende afstand hoeven af te leggen kopen we zo veel mogelijk lokaal. Ook de wasmachine hebben we hier in de buurt gekocht. Dat is misschien iets duurder, maar dan heb je toch weer wat kilometers bespaard.’

Metta Vihara is een mooie uitzondering. ‘De meeste tempels en kloosters zitten in oudere gebouwen’, zegt Micha Reitman, voorzitter van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). ‘Dan is het vaak vooral een kwestie van zo weinig mogelijk stoken.’ Bovendien zitten de boeddhistische gebedshuizen vaak in gehuurde locaties. Daardoor hebben ze zelf geen zeggenschap over de verduurzaming van het gebouw.

De BUN is er volgens Reitman nooit aan toe gekomen om op koepelniveau duurzaamheidsbeleid te maken. ‘Dat heeft met de schaalgrootte van het boeddhisme in Nederland te maken.’ Bij de BUN zijn zes van de acht Nederlandse tempels aangesloten en zeven kloosters en retraitecentra.

DELEN
Gidi Pols
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken en geschiedenis.