Het kabinet-Jetten wil, na een omstreden deal van 380 miljoen euro voor ontwikkelingshulp, de wet tegen de ‘verheerlijking van terrorisme’ doorzetten. Antropoloog Martijn de Koning vreest dat die wet vooral mensen onder een vergrootglas legt die opkomen voor bijvoorbeeld de rechten van Palestijnen.
In ruil voor 380 miljoen euro extra voor ontwikkelingshulp zou D66 zijn verzet hebben laten varen tegen een VVD-wetsvoorstel dat het verheerlijken van terrorisme strafbaar stelt. Met het steeds rechtser en extremer worden van het parlement is D66 eigenlijk niet eens nodig om de wet tegen de zogenoemde ‘verheerlijking van terrorisme’ door de Kamer te krijgen, schrijft de Volkskrant, die ook de geschiedenis van het wetsvoorstel schetst.
‘Al in 2016 lanceerde het toenmalige CDA-Tweede Kamerlid Mona Keijzer een wet om het verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen. Het ging haar om het actief verheerlijken of goedpraten van gewapende strijd en terreurdaden’, schrijft de Volkskrant.
Daarmee worden meestal islamistische terreurdaden bedoeld, omdat die binnen rechtse politieke kringen vaak het dominante referentiekader vormen. Critici wijzen erop dat geweld of misdrijven van staten als Israël of de Verenigde Staten doorgaans niet als terrorisme worden beschouwd. Vorig jaar nam de Tweede Kamer bovendien een motie aan die opriep om activisten van ‘antifa’ officieel als leden van een terroristische organisatie te bestempelen.

Dit wetsvoorstel vindt zijn oorsprong in de strijd tegen islamistisch terrorisme, in de periode dat Nederlanders naar Syrië en Irak afreisden. Martijn de Koning, universitair hoofddocent antropologie aan de Radboud Universiteit, deed destijds veel onderzoek naar dat fenomeen. Tegenwoordig doet hij onder meer onderzoek naar discriminatie van moslims (islamofobie) en activisme onder moslims. Net als diverse pro-Palestijnse organisaties, waaronder PAX, The Rights Forum en Plant een Olijfboom, is hij kritisch op de wet.
Waarom bent u kritisch op deze wet?
‘Een wet die het verheerlijken van terroristische misdrijven strafbaar stelt, lijkt op het eerste gezicht vanzelfsprekend. We willen immers voorkomen dat geweld tegen burgers wordt aangemoedigd of gevierd. Toch roept deze wet een belangrijke vraag op: wie bepaalt eigenlijk wat als terrorisme wordt gezien?’
Hoe zou u zelf die vraag beantwoorden?
‘Onderzoekers binnen de zogeheten critical terrorism studies wijzen erop dat terrorisme geen neutrale term is. Door de geschiedenis heen werd geweld van gekoloniseerde bevolkingen vaak aangeduid als terrorisme, terwijl geweld van staten eerder werd voorgesteld als ordehandhaving, veiligheid of zelfverdediging. Volgens deze onderzoekers werkt die geschiedenis nog altijd door in hedendaagse politieke debatten.’
‘Mensen gaan zichzelf censureren’
‘Dat zien we bijvoorbeeld in discussies over Palestina. Geweld van Palestijnen wordt vaak vrijwel onmiddellijk als terrorisme benoemd. Geweld van de Israëlische staat wordt daarentegen doorgaans beschreven als zelfverdediging, militaire operaties, veiligheidsmaatregelen of terrorismebestrijding. Daarmee verdwijnt de bredere context van bezetting, onteigening en militaire overheersing gemakkelijk uit beeld.’
Kan deze wet ook Nederlandse moslims raken, los van de Palestijnse kwestie?
‘Sinds 11 september 2001 zijn moslimgemeenschappen steeds vaker onderwerp geworden van toezicht, monitoring en preventief veiligheidsbeleid. Daardoor zijn moslims in het publieke debat regelmatig niet alleen burgers, maar ook potentiële veiligheidsrisico’s geworden. Tegen die achtergrond roept de nieuwe wet vragen op over de grenzen van politieke meningsuiting. Zou iemand die stelt dat Oekraïners zich met geweld mogen verzetten tegen een bezetting worden gezien als iemand die een bevrijdingsstrijd ondersteunt? En zou iemand die hetzelfde zegt over Palestijnen sneller het verwijt krijgen terrorisme te verheerlijken?
‘Dat betekent niet dat het bestrijden van terroristisch geweld geen legitiem doel is’
De kern van de zorg is niet dat grote aantallen mensen zullen worden vervolgd. Veel waarschijnlijker is een zogenoemd chilling effect: mensen gaan zichzelf censureren, omdat onduidelijk is waar de grens precies ligt. Studenten, journalisten, wetenschappers, kunstenaars en activisten kunnen ervoor kiezen gevoelige onderwerpen te vermijden om beschuldigingen of juridische problemen te voorkomen.’
Die gevoelige onderwerpen hebben vooral betrekking op gemarginaliseerde groepen.
‘Voor organisaties die zich bezighouden met Palestina, antiracisme, moslimrechten, vluchtelingenwerk of vredesactivisme kan dit betekenen dat zij vaker onderwerp worden van veiligheidsaandacht, zelfs wanneer zij geweld expliciet afwijzen. De aandacht verschuift dan van wat mensen doen naar wat zij denken, zeggen of met wie zij zich solidair verklaren. Dat betekent niet dat het bestrijden van terroristisch geweld geen legitiem doel is. De vraag is echter of een wet die formeel voor iedereen gelijk geldt, in de praktijk ook daadwerkelijk gelijk uitwerkt.
Wanneer terrorisme een politiek omstreden begrip blijft, bestaat het risico dat sommige vormen van solidariteit, verzet of politieke betrokkenheid sneller door een veiligheidsbril worden bekeken dan andere. De fundamentele vraag die de nieuwe wet oproept, is daarom niet alleen hoe we terrorisme bestrijden, maar ook hoe we voorkomen dat legitieme politieke meningsuiting, solidariteit en democratische participatie onderdeel worden van hetzelfde veiligheidsdomein.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

