14.2 C
Amsterdam

1914: een Nederlander moet Armeens gebied leiden, maar zal er nooit komen

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Begin 1914 vertrekt de Nederlandse diplomaat Louis Westenenk naar Istanbul voor een belangrijke missie. Hij moet als inspecteur-generaal in Oost-Anatolië een semionafhankelijk gebied leiden waar Armeniërs, onderdrukt door het groeiende Turkse nationalisme, hun toevlucht kunnen zoeken.


Beeld: Singel Uitgeverijen

Enkele maanden later breekt de Eerste Wereldoorlog uit, waar ook de Ottomanen aan meedoen. Westenenk, die nog geen kans heeft gekregen om naar Oost-Anatolië te reizen, blijft in Istanbul.

Eind september besluit hij vanwege de oorlog het land te verlaten, hopend dat hij na de oorlog zijn werk kan voortzetten. Dan vindt in 1915 de Armeense Genocide plaats.

Nadette de Visser, journalist bij het Amerikaanse nieuwsmedium the Daily Beast, schreef een nieuw boek hierover: Missie Turkije. Louis Westenenk en de Armeense kwestie.

De missie van Westenenk naar Turkije is duidelijk mislukt, zo blijkt uit uw boek. Na zijn vertrek zijn zo’n anderhalf miljoen Armeniërs vermoord door het Ottomaanse Rijk. Heeft hij de moordpartijen zien aankomen?

‘Nee, dat heeft hij niet gezien, en hij droeg ook geen verantwoordelijkheid. Er waren in 1914 spanningen tussen Turken en Armeniërs en tussen Koerden en Circassiërs en Armeniërs, maar die waren er altijd al. En de incidenten die plaatsvonden toen Westenenk in Constantinopel – nu Istanbul – was, waren niet noemenswaardig. Het was in het verleden veel erger geweest. Denk aan de Hamidische Bloedbaden van 1894-1896 en de pogroms in en rond Adana in 1909. Louis Westenenk zag de Armeense Genocide niet aankomen. Pas nadat hij vertrok begonnen de spanningen snel op te lopen. Ook de Amerikaanse ambassadeur had in de tijd dat Westenenk in Istanbul was nog niets in de gaten. Dat kreeg hij later pas.’

Wat was het doel van Westenenks missie?

‘Om de juridische en sociale positie van de Armeniërs te verbeteren in een semiautonoom gebied in Oost-Anatolië. Hiervoor werd het Armeense leefgebied opgedeeld in een noordelijk en zuidelijk deel. Westenenk werd inspecteur-generaal van het noordelijke deel, een Noor van het zuidelijke deel.’

Waarom werd juist hij op pad gestuurd?

‘Rusland liet na de Turks-Russische oorlog van 1877-1878 een clausule opnemen in het vredesverdrag, waarin de Armeniërs extra bescherming moesten krijgen. De Russen eisten sindsdien dat deze ‘Armeense hervormingen’ uitgevoerd zouden worden. Pas begin 1914 besloten de grote mogendheden dat het nu eindelijk maar eens moest gebeuren. Dat ging in overleg met het Ottomaanse Rijk. Maar: de Jong-Turken, die sinds 1908 in Turkije aan de macht waren, hadden er helemaal geen zin in. De hervormingen waren nog een erfenis van de sultan, waar zij niets voor voelden.

‘De inspecteurs moesten uit de kleine mogendheden komen, landen als Noorwegen, België of Nederland. Want de grote mogendheden gunden elkaar zo’n invloedrijke post niet. Het Ottomaanse Rijk, dat ook zijn zegje mocht doen, had een sterke voorkeur voor iemand met kennis over en feeling met de islam. Daarom viel de keuze op Westenenk, die in Nederlands-Indië een koloniale ambtenaar was en in Delft Indologie had gestudeerd. Hij had ook kennis van islamitische wetgeving.’

Had Westenenk vanwege deze koloniale achtergrond vooroordelen over de volkeren in Turkije?

‘Die indruk krijg ik niet. Hij uit zich ook in zijn privé-correspondentie niet negatief over niet-westerse mensen. Bovendien is hij heel kritisch op de Franse ambassadeur, die zich laatdunkend over Armeniërs had uitgelaten. Je kon volgens de ambassadeur nét met een Turk bevriend zijn, maar nooit met een Armeniër.’


Merkte u wel iets van die koloniale mentaliteit?

‘Westenenk vond het vanzelfsprekend dat Nederland heerste over Nederlands-Indië. Daarin was hij een typische koloniaal van zijn tijd. Maar ik heb nergens kunnen lezen dat hij Indonesiërs minderwaardig vond, of Turken, Armeniërs of anderen. Daarnaast had hij een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en recht. Hij wilde echt wat van deze missie in Turkije maken.’

Heeft Westenenk überhaupt nog dingen voor elkaar gekregen, in de maanden dat hij in Istanbul was?

‘De Turkse machthebbers wilden de Armeense hervormingen en daarmee de impact van Westenenks missie zo klein mogelijk maken. Maar dat had Westenenk wel door. Hij deed er tijdens de onderhandelingen alles aan om de voorwaarden voor de hervormingen zo gunstig mogelijk voor hem te laten uitvallen. Dat er uiteindelijk niks van zijn missie terecht is gekomen, komt omdat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Er gebeurden allemaal dingen waar hij geen grip meer op had. Westenenk stond op 10 augustus op het punt om naar Oost-Anatolië te gaan, toen de autoriteiten hem meldden dat de missie tot nader order was opgeschort. Eind september vertrok Westenenk naar Nederland, toen bleek dat hij eigenlijk niets meer in het Ottomaanse Rijk kon doen.’

‘Dat Westenenk niets losliet over zijn missie in Turkije is veelzeggend. Ik denk dat hij zich hierover zeer ongemakkelijk heeft gevoeld’

Louis Westenenk was de grootvader van uw schoonmoeder, vertelt u in uw boek. Was uw schoonfamilie ook bekend met deze episode uit zijn leven?

‘Jawel, maar deze periode in Constantinopel was relatief kort. Het gaat maar om vijf maanden uit het leven van Louis. Dus van zijn carrière in Nederlands-Indië, waar hij tot zijn dood in 1930 vele jaren had doorgebracht, was bij hen veel meer bekend. Dat komt ook omdat hij na de missie in het Ottomaanse rijk hierover maar weinig sprak. Louis Westenenk was een hele goede verhalenverteller, weet ik van mijn schoonfamilie en uit bronnen geschreven door tijdgenoten. Dat hij niets losliet over zijn missie in Turkije is veelzeggend. Ik denk dat hij zich hierover zeer ongemakkelijk heeft gevoeld. Vanaf 1915 schrijven de internationale media uitgebreid over de massamoorden op de Armeniërs. Hier moet Westenenk ook zeker iets van hebben meegekregen. Maar hij zit dan alweer in Nederlands-Indië en houdt zich op dat vlak stil.

‘Interessant is trouwens dat Westenenk in 1914 een gedetailleerd dagboek heeft bijgehouden, dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw in een Armeens tijdschrift in de Verenigde Staten is verschenen. Het dagboek staat als bijlage achterin in mijn boek.’ 

In uw boek wilt u ook lessen voor het heden trekken.

Beeld: Singel Uitgeverijen

‘De belangrijkste les is dat landen het nog steeds heel moeilijk vinden om hun eigenbelang op te offeren en om naar het grote plaatje te kijken. De grote mogendheden droomden ervan om hun invloed in het Ottomaanse Rijk uit te breiden en het zelfs op te delen. Denk aan de beruchte Sykes-Picot-overeenkomst in 1916, waarbij Groot-Brittannië en Frankrijk in het geheim het Midden-Oosten verdeelden. Daarbij hielden ze geen rekening met de plaatselijke bevolking. De grenzen die Groot-Brittannië en Frankrijk in 1916 in het geheim trokken bestaan nog steeds. De grens tussen Syrië en Irak is een lange rechte lijn, en dat is ook de grens tussen Jordanië en Irak. Stammen kwamen opeens aan twee kanten van de grens te wonen. Dat een ISIL-jihadist in 2014 zich liet filmen op de grens van Syrië en Irak, terwijl hij een Daesh-vlag in de grond prikte en het einde van Sykes-Picot uitriep, vond ik veelzeggend, zeker ook omdat hij dat deed op dezelfde dag dat ISIL de Islamitische Staat uitriep. Het laat zien dat er directe verbanden bestaan tussen het heden en het verleden en dat fouten uit het verleden nog heel lang kunnen doorwerken.’ 

En de Armeniërs waar Westenenk zich voor inzette, werden zij ook gebruikt?

‘Ja, ze waren voor Rusland in de eerste plaats een breekijzer om het Ottomaanse Rijk open te breken. In maart 1915 sloten Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië de zogenoemde Constantinopel-overeenkomst, waar de drie bondgenoten afspraken dat Rusland na de oorlog Istanbul zou krijgen. Maar vanwege de Russische Revolutie is dat nooit gebeurd.’

Laten naties laten zich nog steeds te erg leiden door eigenbelang?

‘Ja. Denk aan de vluchtelingencrisis. Eigenlijk moet het heel makkelijk zijn, de vluchtelingen volgens een verdeelsleutel gelijkelijk over de verschillende Europese landen te verdelen. Maar het eigenbelang van de verschillende nationale staten heeft ervoor gezorgd dat dit niet is gebeurd en vluchtelingen in de kampen in Griekenland, Turkije en Libië moeten blijven zitten, waar ze leven onder erbarmelijke omstandigheden.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -