Activisten in Nederland op de bres voor de Oeigoeren: ‘We worden stukgemaakt’

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

De Oeigoeren worden door China in heropvoedingskampen opgesloten. Oeigoeren in Nederland protesteren: ‘De Oeigoerse cultuur, maar ook onze religie moet worden stukgemaakt. Ze willen van ons Chinezen maken.’

De Chinese overheid voert een repressieve politiek tegen de Oeigoeren, de islamitische minderheid in het noordwesten van China dat door Oeigoeren ‘Oost-Turkestan’ en door China ‘Xinjiang’ wordt genoemd. Onder het mom terrorisme te bestrijden worden moskeeën verwoest, zijn baarden verboden en worden naar schatting anderhalf miljoen Oeigoeren opgesloten in heropvoedingskampen, die volgens critici in feite concentratiekampen zijn. De Amerikaanse bladen Foreign Policy Journal en Center for World Indigenous Studies spreken van ‘culturele genocide’.

Het nieuws over de Oeigoeren haalt echter zelden de voorpagina’s. Dat komt mede omdat maar heel weinig nieuws ons weet te bereiken – BBC-uitzendingen van oktober 2018 en juni 2019 zijn uitzonderingen. Daarnaast protesteert het buitenland nauwelijks tegen wat China aan het doen is. Dit komt door Chinese propaganda, maar ook omdat landen de economische en politieke grootmacht China niet voor het hoofd willen stoten.

Hoewel de kwestie van de Oeigoeren aan veel Nederlandse mediaconsumenten voorbijgaat en niet op onze politieke agenda staat, zijn er in ons land ook mensen die zich onverzettelijk inzetten voor de Oeigoerse zaak. De Kanttekening sprak met drie van hen: de naar Nederland gevluchte Oeigoerse activisten Abdurehim Gheni en Ablet Bakir en Stijn Deklerck van Amnesty Nederland. Waarom zijn Gheni en Bakir naar Nederland gevlucht? Is er sprake van culturele genocide? En wat moet Nederland doen?

‘Ik stelde kritische vragen’

Abdurehim Gheni woont al meer dan tien jaar in Nederland. Vorig jaar juni ging hij in zijn eentje demonstreren voor de Tweede Kamer in Den Haag, om aandacht te vragen voor de Oeigoeren. Zeven dagen heeft hij toen geprotesteerd. We ontmoeten Gheni in Soestdijk, waar hij met zijn gezin woont.

‘Mijn verhaal begint in 2004, toen er steeds meer Han-Chinezen naar Oost-Turkestan emigreerden’, vertelt Gheni. ‘Aanvankelijk waren we als Oeigoeren in de meerderheid op de school waar ik werkte, maar daarna niet meer. De komst van de Han-Chinezen leidde tot problemen, want de nieuwe docenten waren niet bevoegd en het ontbrak hen aan basale basiskennis. Een vrouwelijke docente liet een chemisch experiment met chloor mislukken, terwijl ik haar goed had uitgelegd wat ze wel en niet moest doen. Maar van de rector van de school kreeg ik de schuld. En toen ik een andere docent vroeg naar zijn diploma’s moest ik ook op het matje komen, want ik stelde kritische vragen. Dat mocht niet.’

Het werd erger. ‘Elk jaar moeten leerlingen een maand lang verplicht werken op een katoenplantage, waar ze elke dag katoen moeten plukken. De werkomstandigheden waren bar slecht. Kinderen moesten om zes uur in de ochtend opstaan en werkten van zeven uur tot zes uur in de avond, ze hadden nauwelijks pauze en kregen voor de lunch maar een broodje. ’s Avonds sliepen ze in een stal. Leerlingen die ziek waren mochten niet zomaar naar huis, maar moesten door een arts worden gecontroleerd. Vaak zei die arts dat ze gewoon konden blijven doorwerken. En als hij je toch afkeurde, dan kreeg je een boete voor elke dag dat je niet werkte.’

Gheni zei er wat van, toen hij zag dat zieke leerlingen toch moesten doorwerken. Dat mocht niet en hij kreeg van de opzichter de volle laag: die vertelde hem dat de Oeigoeren slaven waren en de Chinezen de baas waren. Ook de kritische vragen die Gheni stelde over het vieze drinkwater werden niet op prijs gesteld. ‘Het was echt heel vies, ik heb mij in die maand maar een keer mogen douchen.’

Omdat Gheni dankzij zijn niet-coöperatieve houding zichzelf in de nesten werkte en negatieve evaluaties kreeg, besloot hij om zijn baan op te zeggen. Hij ging in 2005 naar Maleisië toe om daar te studeren. ‘Vreemd genoeg mocht dat wel. Ik ervoer daar voor het eerst vrijheid. Ik ontdekte dat hoe wij in China werden behandeld niet normaal was.’

Gheni las zich in over de situatie van de Oeigoeren en kwam via internet in contact met Rebiya Kadeer, een Oeigoerse mensenrechtenactiviste en president van het World Uyghur Congress, een organisatie van verbannen en gevluchte Oeigoeren. ‘Ik vertelde haar dat ik mij niet veilig voelde in Maleisië vanwege de grote Chinese minderheid in het land, en dat ik de dwangarbeid op de katoenplantages had gedocumenteerd. Die documenten had ik ook naar Maleisië meegesmokkeld. Kadeer heeft mijn materiaal verwerkt in een verslag, dat onderwerp van discussie werd op een zitting van het Amerikaanse Congres. Dus ik ben blij dat ik alles goed heb bijgehouden.’

Omdat hij niet in Maleisië wilde blijven reisde Gheni in 2007 naar Turkije, om vervolgens door te reizen naar Nederland. ‘Op vliegveld Schiphol heb ik asiel aangevraagd. De marechaussee wilde eerst niet geloven dat ik uit China kwam, vanwege mijn Oeigoerse uiterlijk. Maar uiteindelijk is alles goed gekomen.’

Het duurde acht maanden voordat Gheni statushouder werd, daarna volgde de inburgeringscursus en vijf jaar later, in 2013, werd Gheni Nederlands staatsburger. Hij heeft zich toen laten omscholen, Nederlandse diploma’s behaald, en werkt nu in een laboratorium in Wageningen. Oost-Turkestan verloor Gheni echter niet uit het oog. Hij demonstreert sinds juni 2018 voor de mensenrechten van de Oeigoeren, nu blijkt dat de Chinese overheid de onderdrukking opvoert.

Op dit moment heeft Gheni geen contact meer met zijn familie. De laatste keer dat hij contact had met zijn vader was in mei 2017, nu ruim twee jaar geleden. ‘Mijn vader zei tegen mij:  ‘Alsjeblieft, bel ons niet meer.’ Daarna heb ik niets meer van hem en de rest van mijn familie gehoord. Ook niet via-via. Ik weet dus niet of ze nog leven, of ze in een concentratiekamp zitten, hoe het met ze gaat.’

Ook de vrouw van Gheni, die met hem mee naar Nederland is gevlucht, heeft geen contact meer met haar familie. ‘De laatste keer dat ik ze sprak was drie jaar geleden’, vertelt ze. Ook zij weet over hun lot helemaal niets.

‘Niet alleen de Oeigoerse cultuur, maar ook onze religie wordt stukgemaakt’

Nederlands Oeigoers Platform

Ablet Bakir, die bezig is met het opzetten van het Nederlands Oeigoers Platform, is in 2013 naar Nederland gevlucht. Zijn vrouw is hier eerder aangekomen. Zij hebben evenmin contact met hun familie aan de andere kant van de Chinese grens.

Bakir vertelt dat hij een winkel had in het oosten van China. ‘Chinezen kochten bij mij, omdat ze dachten dat ik een buitenlander was. Om die reden werd ik ook aangenomen bij een bedrijf in Shanghai. Maar toen ze er echter achter kwamen dat ik een Oeigoer ben hebben ze mij op staande voet ontslagen.’

Maar daar bleef het niet bij. Bakir heeft ook een jaar in de gevangenis gezeten, omdat hij op het verkeerde moment op de verkeerde plek was. ‘In de zomer van 2009 was er in Ürümqi, de hoofdstad van Oost-Turkestan, een demonstratie aan de gang. Ik was hier niet bij betrokken, maar toch werd ik opgepakt en voor separatisme veroordeeld.’

De Chinese autoriteiten sloegen die demonstratie keihard neer. Er vielen naar schatting bijna tweehonderd doden en zo’n 1.700 gewonden. Ook werden meer dan 1.500 mensen gearresteerd, waarvan er tientallen de doodstraf kregen. Bakir was een van de ongeveer vierhonderd Oeigoeren die in de gevangenis belandde. ‘Maar ik wil niet iedereen veroordelen’, benadrukt Bakir. ‘Veel mensen in China weten niet wat er gebeurt in Oost-Turkestan. Dat is echt iets van de communistische partij.’

Foto: Ablet Bakir

Volgens Bakir wonen er nu zo’n tweeduizend Oeigoeren in Nederland. Vanwege de vervolging en onderdrukking in China heeft hij het initiatief genomen voor het Nederlands Oeigoers Platform. ‘Dit draait op dit moment helemaal op vrijwilligers, eigenlijk zouden we een vaste kracht in dienst moeten hebben.’ Het platform heeft als doel om mensen in Nederland bewust te maken van wat er nu gebeurt met de Oeigoeren. ‘De bedoeling is dat onze website, waar we nu druk mee bezig zijn, over een half jaar online komt. We moeten nog veel doen.’

Gheni is niet betrokken bij het platform, maar is tegenwoordig elke zaterdag en zondag te vinden op de Dam in Amsterdam, waar hij aandacht vraagt voor de Oeigoerse zaak. Hier wordt Gheni wel eens lastiggevallen door boze Chinezen, vertelt hij. ‘Zij zeggen dat ik allemaal onwaarheden verkondig. Ook is er wel eens een foto gemaakt van mijn auto, inclusief het kenteken.’

Gheni beweert ook dat hij wel eens bedreigd is door Chinese informanten. ‘Maar ik laat mij niet intimideren. Ik blijf doorgaan. Ik moet dit verhaal vertellen.’ Onlangs heeft hij een brief gestuurd naar de Chinese ambassade. ‘Ik heb nog geen antwoord gekregen. Als ik het antwoord over een paar weken nog steeds niet heb, dan ga ik voor de ambassade demonstreren.’

‘China wil geen gezichtsverlies lijden’

Is er sprake van een culturele genocide op de Oeigoeren? Gheni vindt die term eigenlijk te voorzichtig. ‘Er is ook een etnische genocide aan de gang. Niet alleen de Oeigoerse cultuur, maar ook onze religie moet worden stukgemaakt en Oeigoerse vrouwen worden gedwongen om met Chinese mannen te trouwen – want als ze dat niet doen, dan wordt iedereen naar een concentratiekamp gestuurd. Ze willen van ons Chinezen maken. De Chinese overheid stuurt niet voor niets heel veel Han-Chinezen naar Oost-Turkestan toe. Ze komen daar om ons land over te nemen.’

Stijn Deklerck van Amnesty International spreekt over een verschrikkelijke mensenrechtencrisis van enorme omvang. ‘In september kwam het rapport Where are they? uit, waarin wij als Amnesty – met de informatie die we hadden – de situatie hebben geschetst. Mensen zitten vast in kampen, Oeigoeren in het Westen hebben geen contact met hun familieleden in China, er zijn getuigenissen dat mensen worden gedwongen af te stappen van het islamitische geloof en Chinees moeten leren, brainwashing dus. Het doel is dat ze Han-Chinezen worden en trouw zijn aan de communistische partij.’

Deklerck noemt dit ‘Mao Zedong-taferelen’, die volgens hem herinneren aan de Culturele Revolutie. ‘Oeigoeren worden gedwongen om rode liederen te zingen. Als je je opdreunlessen niet leert krijg je straf, zoals onthouding van voedsel, eenzame opsluiting of een pak slaag.’

Maar waarom doet China dit allemaal? Volgens Deklerck wil Beijing de regio meer aan China binden, vanwege de natuurlijke rijkdommen in de regio en omdat Xinjiang een kruispunt is van diverse handelsroutes. ‘Het Chinese beleid is na 11 september 2001 steeds repressiever geworden’, vertelt Deklerck. ‘Oeigoeren die kritiek uiten op de Chinese staat en de communistische partij werden vanaf toen consequent weggezet als terroristen. Er was een aantal terreuraanslagen, waarbij de Chinese overheid zei dat het om Oeigoeren ging. Maar dit kan geen verantwoording zijn voor de grootschalige en verregaande onderdrukking van het hele Oeigoerse volk en andere etnische minderheden in Xinjiang.’

Sinds drie jaar staat de noordwestelijke regio onder leiding van Partijsecretaris Chen Quanguo, eerder bekend om zijn autoritaire bestuur in Tibet en zijn betrokkenheid bij de vervolging van de spirituele Falun Gong-beweging. Net als de voornamelijk islamitische Oeigoeren moeten ook deze groepen vandaag afrekenen met grootschalige onderdrukking, en ook christelijke groepen ontsnappen niet aan vervolging.

‘Nederland kan nog veel meer doen voor de mensenrechten in China’

Deklerck ziet een patroon: ‘De communistische partij wil absolute gehoorzaamheid, en tolereert geen andere bron van morele of sociale autoriteit. Religies, levensbeschouwingen, groepen die zich onafhankelijk organiseren van de Chinese partijstaat, zij worden allen gezien als een bedreiging door de Chinese partijstaat.’

Volgens Deklerck heeft het opkomen voor de mensenrechten van de Oeigoeren zeker zin, ook al lijkt het er misschien op dat hij en anderen niets weten te bereiken. ‘China wil geen gezichtsverlies lijden. Beijing vindt het niet leuk als er vanuit het buitenland kritiek komt op de mensenrechtenschendingen, op de behandeling van de Oeigoeren. Het feit dat de Chinese regering met nepnieuws komt en agressief blijft beweren dat het allemaal reuze meevalt in Xinjiang bewijst juist dat ze die kritiek vervelend vinden. Je ziet dat de kritiek ze raakt, dat het iets uithaalt.’

China kan dus niet alles naast zich neerleggen, zegt Deklerck. Landen moeten kritiek op China uitoefenen, maar de publieke opinie speelt ook een grote rol. ‘Daarom is het zo belangrijk dat we aandacht voor deze zaak blijven vragen.’

Het buitenland, waaronder ook Nederland, laat volgens Deklerck echter steken vallen als het om de mensenrechten in China gaat. ‘Het is voor de Oeigoeren natuurlijk enorm wrang dat islamitische landen er het zwijgen toe doen. Nederland zwijgt gelukkig niet over de crisis in Xinjiang, maar kan nog veel meer doen voor de mensenrechten in China. Het is heel belangrijk om de universaliteit van de mensenrechten te benadrukken.’

China heeft mensenrechtenverdragen ondertekend, is internationale verplichtingen aangegaan, maar probeert haar verantwoordelijkheid te ontlopen door zich te beroepen op andere ‘waarden’ en zo te beargumenteren dat zij niet gebonden is aan het huidige mensenrechtensysteem, vertelt Deklerkck. In de nieuwe China-beleidsnotitie, die op 30 september wordt besproken in de Tweede Kamer, zou Nederland al te veel meegaan in dit Chinese ‘waardenverhaal’.

‘Helaas’, zegt Deklerk. ‘In plaats van de juridische mensenrechtenverplichtingen van China centraal te stellen, gaat de notitie uitgebreid in op een discours dat de verschillen benadrukt tussen Nederlandse en Chinese waarden. Het is belangrijk dat dit aangepast wordt in de beleidsnotitie, en dat Nederland resoluut en consequent inzet op de universaliteit van mensenrechten in verdere contacten met China.’

Op 23 september beantwoordde minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken de Kamervragen over het bericht ‘Oeigoeren in Europese landen worden onder druk gezet door de Chinese overheid’. Blok zegt dat er inderdaad melding wordt gemaakt van de druk die Chinese veiligheidsdiensten uitoefenen op personen in China, om hun familieleden in Europa aan te sporen persoonsgegevens met hen te delen. Verder vindt Blok het volstrekt onacceptabel als Oeigoeren in Nederland daadwerkelijk worden geïntimideerd. Dan is er volgens hem sprake van ongewenste buitenlandse inmenging.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here