De man die Hitler een open brief schreef

Foto: Das Bundesarchiv
Mensrechtenactivist Armin T. Wegner waarschuwde in een vroeg stadium voor de Holocaust en was getuige van de Armeense Genocide. Historicus Ewout Klei dook in deze voor Nederland grotendeels onbekende geschiedenis.

In het voorjaar van 1933, vlak nadat hij het Duitse Rijk (1871-1945) effectief veranderd had in een dictatuur en de eerste maatregelen tegen de Joden in gang waren gezet, kreeg Adolf Hitler een bijzondere brief onder ogen. De brief was geschreven door de Duitse schrijver en mensenrechtenactivist Armin T. Wegner (1886-1978) en dateerde van 11 april. Wegner protesteerde tegen de Joden-vervolging. De brief is om twee redenen bijzonder: 1) het was het enige openlijke protest in nazi-Duitsland tegen de Joden-vervolging; 2) de auteur die daartegen protesteerde was in 1915 als Duitse officier ooggetuige van de Armeense Genocide.

Wegner was van 1886 en dus enkele jaren ouder dan Hitler. Hij kwam uit een oud adellijk Pruisisch geslacht, met een stamboom die terugging tot de tijd van de kruistochten. Wegner promoveerde in de rechten en schreef daarnaast een boel gedichten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was hij eerst arts aan het westfront, voordat hij vertrok naar het Ottomaanse Rijk (1299-1922) en in dienst trad bij veldmaarschalk Colmar von der Golz (1843-1916). Wegner aanschouwde de deportatie van de Armeniërs en ontdekte dat ze werden uitgeroeid door de Ottomanen.

Met gevaar voor eigen leven besloot Wegner alles te fotograferen, met als doel dat deze misdaad tegen de menselijkheid niet zou worden vergeten. Ook maakte hij aantekeningen en verzamelde hij informatie van andere getuigen, om zo een goed beeld van alles te krijgen. De Ottomanen kregen uiteindelijk lucht van deze activiteiten, met als gevolg dat Wegner terug naar Duitsland werd gestuurd. Ze vernietigden zijn foto’s, maar gelukkig had Wegner de negatieven het land uit weten te smokkelen, omdat hij die had verstopt in zijn heupgordel. Mede daardoor weten we heel goed wat er met Armeniërs gebeurd is. De Ottomaanse autoriteiten hadden Wegner natuurlijk het liefst uit de weg geruimd, maar dat konden ze niet doen omdat het Duitse keizerrijk hun bondgenoot was.

Toen de Eerste Wereldoorlog ten einde was pleitte Wegner in een open brief aan de Amerikaanse president Woodrow Wilson (1856-1924) voor een onafhankelijk Armenië. Deze brief verscheen in vele kranten. Het feest ging uiteindelijk niet door, omdat de Turkse nationalisten en de Russische communisten een gelegenheidscoalitie hadden gesloten. Wegner bleef zich echter inzetten voor Armeniërs en hoopte dat zij zich met de Turken zouden verzoenen.

In 1921 was Wegner getuige in het geruchtmakende proces tegen Soghomon Tehlirian (1897-1960). Deze Armeense nationalist had in Berlijn Talat Pasja (1872-1921) vermoord, de architect van de Armeense genocide. Wegner vertelde tijdens dit proces over de gruwelijkheden die hij tijdens zijn verblijf in het Ottomaanse Rijk had aanschouwd, voor de jury mede een reden om Tehlirian vrij te spreken.

Wegner was als mensenrechtenactivist en pacifist niet bepaald blij met de machtsovername van de nazi’s, begin 1933. Vooral het antisemitisme zat hem dwars. Toen de nazi’s op 1 april 1933 met een anti-Joodse boycot kwamen besloot Wegner daartegen te protesteren. Hij schreef begin april een open brief, die hij aan verscheidene kranten aanbood. Geen enkele krant durfde de brief echter te publiceren. Daarop zond Wegner de brief naar het Braunes Haus in München, het hoofdkwartier van de nazipartij, met het verzoek om de brief naar Hitler door te sturen.

In zijn brief veroordeelde Wegner in ondubbelzinnige bewoordingen de discriminatie van de Joden. Hij herinnerde Hitler aan de Joden die veel voor Duitsland hadden betekend, zoals de beroemde natuurwetenschapper Albert Einstein (1879 -1955), en de circa twaalfduizend Joden die tijdens de Eerste Wereldoorlog in dienst van de keizer waren gesneuveld. Joden konden kortom ook goede Duitsers zijn. Wegner had ook kritiek op Hitlers idee van een zuiver ras. De Duitsers stamden af van onder andere de Franken en de Friezen en hadden ook ‘onzuiver’ Slavisch bloed in de aderen. En bovendien, kwam de Führer zelf niet uit Oostenrijk? Volgens Wegner stond niet alleen de toekomst van de Joden op het spel, maar ook de toekomst van Duitsland. De Joden hadden de slavernij in Egypte, de ballingschap in Babylonië, de Spaanse inquisitie en de Russische pogroms overleefd, dus ze zouden ook de nazi’s overleven. Maar Duitsland zou als men niet stopte met de Joden-vervolging een grote schuld op zich laden, die niet gauw zou worden vergeten. Wegner deed in zijn zes pagina’s tellende brief een moreel appel op Hitler. Een waarlijk groot man was in staat om zijn fouten toe te geven en daarvan te leren. Hitler moest stoppen voordat het te laat was, want als hij de Joden kwaad zou doen zou dit ook kwade gevolgen voor Duitsland hebben. Wegner drukte Hitler op het hart dat hij zijn brief niet schreef omdat hij een vriend van Joden was, maar omdat hij liefde had voor het Duitse volk. De edelmoedigheid, de trots, het geweten en de eer van het Duitse volk waren in het geding.

De nazi’s voelden zich niet verplicht tot een inhoudelijke repliek. Martin Bormann (1900-1945) schreef Wegner dat hij de brief naar de Führer zou doorsturen, en daar bleef het voorlopig bij. Op 19 augustus werd Wegner opeens gearresteerd door de Gestapo. Wegner werd achtereenvolgens in de concentratiekampen Oranienburg, Börgermoor en Lichtenburg opgesloten. Na een aantal maanden besloten de nazi’s hem vrij te laten. Hij pakte meteen zijn koffers en vluchtte nazi-Duitsland uit. Hij kwam via Groot-Brittannië en Palestina in Italië terecht en overleefde daar, met een beetje geluk, de Tweede Wereldoorlog (1939-1945).

Hoewel bijna niemand in Duitsland en Nederland hem kent is Wegner door de Joden en Armeniërs in het zonnetje gezet. In 1967 kreeg Wegner van Israël de Yad Vashem-onderscheiding, omdat hij de eerste en enige Duitser was die openlijk tegen de Joden-vervolging had geprotesteerd. Hoewel Wegner niemand persoonlijk had gered had hij tevergeefs getracht om leed op grote schaal te voorkomen, door zich rechtstreeks tot Hitler te wenden. Daarnaast wist Wegner op het moment dat hij zijn brief schreef dat dit niet bepaald zonder persoonlijke risico’s was, omdat na de Rijksdag-brand al vele tegenstanders van het naziregime waren opgepakt en gemolesteerd door de nazi’s. De commissie die zich boog over de vraag of Wegner ook een ‘rechtvaardige onder de volkeren’ was vond deze twee redenen doorslaggevend. Wegner was geen doorsnee held, maar verdiende het eerbetoon dubbel en dwars. Een jaar later plantte Wegner ook een boom in Israël, wat bij de Yad Vashem-onderscheiding hoort. In 1968 werd Wegner bovendien opgenomen in de Orde van de Heilige Gregorius, vanwege zijn decennialange belangeloze inzet voor de zaak van de Armeniërs.

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog bleef Wegner boeken schrijven. Hij keerde niet terug naar Duitsland, maar bleef in Italië wonen. Mede daardoor vergat het Duitse publiek hem. In 1978 overleed hij op eenennegentigjarige leeftijd. In 1996, enkele jaren na de Armeense onafhankelijkheid, werd een deel van Wegners as herbegraven bij het genocidemonument in de Armeense hoofdstad Yerevan. De president van Armenië was aanwezig bij deze staatsbegrafenis.

DELEN
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.