De ommezwaai van Macedonië

Foto: Reuters
‘Als het nationalistische blok erin slaagt om hervormingen tegen te houden, dan kan het conflict escaleren.’

Ondanks dat Macedonië grote vorderingen maakt met de emancipatie van haar minderheden, blijven etnische spanningen een punt van zorg. De Kanttekening sprak erover met een Macedonische hoogleraar en de voorzitter van een Duitse denktank.

Als de Europese Unie een prijs zou uitreiken voor de kandidaat-lidstaat met de meeste progressie in de laatste twaalf maanden, dan zou Macedonië een wel heel serieuze kandidaat zijn. De recente ommezwaai van het land is met recht revolutionair te noemen. Minderheden hebben meer rechten gekregen en de oplossing voor een decenniaoud conflict met Griekenland lijkt in de maak. Drijvende kracht achter de hervormingen zijn de islamitische etnisch Albanese politieke partijen van het land. Zij helpen premier Zoran Zaev aan een meerderheid in het parlement.

Het duurde liefst zevenentwintig jaar, maar eindelijk zit er beweging in het conflict over de zogeheten naamkwestie. Bij de Verenigde Naties staat Macedonië geregistreerd als de ‘Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’, omdat buurland Griekenland de naam ‘Macedonië’ claimt voor een eigen provincie. De burenruzie houdt Macedonië tot nu toe weg van de onderhandelingstafel voor EU-lidmaatschap: Griekenland spreekt steeds een veto uit. Lang weerhielden nationalistische gevoelens de beide landen ervan een oplossing te vinden, maar de Macedonische en Griekse premiers hadden vorige week groot nieuws: ze hebben een compromis bereikt dat voor zowel Griekenland als Macedonië acceptabel is. Noord-Macedonië is de nieuwe naam van het land. De nieuwe naam moet nog wel door beide parlementen en door een meerderheid van de Macedoniërs worden goedgekeurd.

Daarnaast maakt de Macedonische regering sinds kort vaart met de emancipatie van de etnisch Albanese minderheid. De overwegend islamitische groep is goed voor een kwart van de totale Macedonische bevolking. In maart dit jaar erkende het parlement het Albanees als tweede landstaal. Etnische Albanezen kunnen nu hun politie- en overheidszaken in het Albanees afhandelen en hun vertegenwoordigers mogen in het nationale parlement Albanees spreken. Dat kon tot begin dit jaar alleen op regionaal niveau, en dan alleen in die regio’s waar ten minste twintig procent van de bevolking etnisch Albanees is.

Maar nog helemaal hosanna is het niet in Macedonië. Ondanks de zevenmijlslaarzen waarmee het land af en toe hervormt, blijven de etnische relaties voor spanningen zorgen. De grootste partij van het land is mordicus tegen iedere hervorming die de etnische Albanezen emancipeert. De nationalistisch-conservatieve VMRO-DPMNE organiseert waar mogelijk verzet. Begin juni nog protesteerden tienduizenden Macedoniërs op hun initiatief tegen Zaevs ‘apocalyptische’ beleid.

Het waren protesten met een bedenkelijk randje. Onderhuids smeult het etnische conflict tussen de twee grootste bevolkingsgroepen. Het land bevond zich in 2001 al op het randje van een burgeroorlog tussen de Slavische en etnisch Albanese bevolkingsgroepen. Ook nu is de etnische kloof nog duidelijk zichtbaar. ‘Het conflict van 2001 is destijds bevroren met hulp van de internationale gemeenschap, maar op geen enkele manier opgelost’, zegt Mitja Žagar, hoogleraar aan de Universiteit van Primorska en hoofd onderzoek bij het Instituut voor Etnische Studies in Slovenië.

Žagar mist in het huidige Macedonië de leiders die de Albanese en Slavische bevolkingsgroepen in de jaren tachtig van de vorige eeuw hadden. ‘De leiders die bruggen slaan zijn verdwenen en vervangen door min of meer nationalistische leiders.’

In zijn oordeel over de huidige transformatie is Žagar ambivalent. ‘Ik ben hoopvol en bezorgd. Het huidige regeringsbeleid kan de situatie in Macedonië voor iedereen verbeteren. Maar als het nationalistische blok erin slaagt om hervormingen tegen te houden, dan kan het conflict escaleren.’ Met het nationalistische blok doelt Žagar niet alleen op de VMRO, maar ook op een aantal Albanese nationalistische partijen, benadrukt de hoogleraar.

Want het nationalistische blok is allesbehalve machteloos. Zo weigerde president Gjorgje Ivanov, afkomstig uit de VMRO, lange tijd de verrassende coalitie tussen Zaev en de Albanese partijen goed te keuren. De nieuwe coalitie streefde volgens hem een buitenlandse agenda na, die het land op den duur zou splijten. De weigerachtige opstelling van Ivanov veranderde pas nadat in april 2017 een veldslag in het Macedonische parlement plaatsvond. Nationalisten bestormden het parlement nadat de etnisch Albanese Talat Xhaferi tot voorzitter van het parlement benoemd was. Toenmalig oppositieleider Zoran Zaev was het voornaamste slachtoffer. Hij verliet het parlement met een bebloed hoofd. Twee maanden later had Macedonië een regering.

Ook de taalwet van maart dit jaar kwam niet zomaar door het parlement. Opnieuw was het president Ivanov die weigerde te tekenen. Toen het wetsvoorstel dientengevolge voor een tweede keer door het Macedonische lagerhuis moest schopte VMRO-leider en voormalig premier Nikola Gruevski een rel. Met enkele partijgenoten trok hij eerst de microfoon weg en morste daarna expres water op het bureau van Xhaferi, juist op het moment dat die tot stemming wilde overgaan. Met hulp van beveiligers ging de stemming uiteindelijk door. Overigens is Gruevski inmiddels veroordeeld vanwege machtsmisbruik bij de aankoop van een kogelvrije Mercedes.

Het eerstvolgende moment waarop het etnische conflict mogelijk de kop weer gaat opsteken, zal in de herfst zijn: dan stemmen de Macedoniërs naar verwachting over de nieuwe naam van het land. Dušan Reljić, hoofd van de Brusselse afdeling van de Duitse denktank Stiftung Wissenschaft und Politik (SWP), denkt niet dat de nationalisten de nieuwe naam in dat referendum zomaar weg kunnen stemmen. Volgens hem staan veel meer Macedoniërs achter Zaevs beleid dan uit de verhoudingen in het parlement blijkt. ‘Dat was goed zichtbaar bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Zaevs partij was de grootste in zevenenvijftig gemeenten. De nationalistische VMRO won in slechts vijf gemeenten.’ Veel meer vraagtekens zet Reljić bij een andere groep. ‘De grote vraag voor het referendum is wat het gematigde en het nationalistische Albanees-Macedonische blok gaan doen.’

Reljić nuanceert dat de ommezwaai van Macedonië volledig op het conto van het land zelf geschreven kan worden. De Verenigde Staten speelden een beslissende rol in de val van de nationalistische Gruevski, zegt hij. ‘Zij wilden dat hij uit het Macedonische machtscentrum verdween. De Balkan kent een Pax Americana. De Amerikaanse invloed is groot, zeker met de hulptroepen van de Europese Unie.’ Gruevski stapte begin 2016 op na een afluisterschandaal. Toen kwamen bandopnamen aan het licht van hoge ambtenaren die discussieerden over verkiezingsfraude en het wegpoetsen van moorden. Volgens Reljić waren het de Amerikanen die Gruevski het laatste zetje gaven.

Op de achtergrond speelt Turkije een bescheiden rol. Het land steunt Macedonië in de naamkwestie en als het gaat om toetreding tot de NAVO, maar doet dat vooral om rivaal Griekenland dwars te zitten. De Turkse investeringen in het land zijn relatief klein. Macedonië is voor Turkije vooral symbolisch van belang: Atatürk leefde en studeerde er. Veel groter is de rol van Albanië. Begin deze maand werd bekend dat de Albanese Balfin Group driehonderdvijftig miljoen euro investeert in de bouw van een reusachtig winkel- en appartementencomplex. Het is de grootste Albanese investering in het land tot nu toe.

Reljić van het SWP looft, net als Žagar, de progressie van het Balkan-land, maar vreest dat de emancipatie uiteindelijk tot federalisering zal leiden. Afschrikwekkend voorbeeld daarbij is Bosnië, dat door het opdelen van het land in federaties en kantons nauwelijks meer bestuurbaar is. Reljić: ‘Het ideaal van federalisering duikt steeds opnieuw op in het narratief van Albanese nationalisten. Waarom zouden ze stoppen met het eisen van meer rechten?’

Is Macedonië Grieks of niet?
De ligging van Macedonië is in de loop van de geschiedenis nogal eens veranderd. Het Griekse Macedonië van Alexander de Grote lag voor het grootste gedeelte in het huidige Griekenland, met slechts een kleine strook in wat tegenwoordig Macedonië heet. Als Romeinse provincie was Macedonië een stuk groter. Het grondgebied besloeg een groot deel van huidige Macedonië, de helft van huidig Albanië en een flink gedeelte van Griekenland. De meest afwijkende ligging had Macedonië onder het Byzantijnse rijk. Het land werd in zijn geheel naar het oosten verschoven. Dat wat nu Macedonië heet, viel er destijds geheel buiten. Onder de Ottomanen werd tot slot de basis gelegd voor het huidige streefgebied van de extreemste nationalistische denkers: Macedonië besloeg naast het huidige Macedonië een stukje Bulgarije en een hap uit Griekenland.

DELEN
Jochem van Staalduine
Journalist gespecialiseerd in de Balkan. Verslaggever. Correspondent.