‘De Palestijnen willen echt vrede’

Foto: Jesse Voorn
Een Israëlische ex-soldaat en een Palestijnse ex-strijder brengen samen de boodschap van vrede. Assaf Yacobovitz en Jamil al-Qassas kwamen onlangs naar Nederland met de boodschap “beide partijen moeten elkaar als mensen gaan zien”. De Kanttekening sprak hen.

De Israëliër Assaf Yacobovitz zat bij de Israëlische luchtmacht en voerde bombardementen uit op Palestijnse doelen en de Palestijn Jamil al-Qassas maakte deel uit van de eerste intifada, een opstand tegen Israël en pleegde een aanslag. De twee waren vroeger vijanden, maar hebben al jaren de wapens neergelegd. Ze kwamen elkaar tegen bij de vredesorganisatie Combatants for Peace en zijn nu vrijheidsstrijders. Over hen en over de andere activisten van beide kanten is de film Disturbing the Peace gemaakt, waarmee zij de wereld over trekken, met een boodschap voor vrede en geweldloos verzet. Onlangs gaven zij in het debatcentrum De Balie in Amsterdam een lezing over vrijheid.

Combatants for Peace bestaat uit voormalige Israëlische soldaten en Palestijnse strijders, die tegen de bezetting en tegen het aanhoudende geweld zijn. Hun boodschap vindt nog maar weinig navolging in Israël en daarbuiten en de twee worden aan hun eigen kant gezien als verraders. Maar ze hebben een sterk geloof in empathie en geven de moed niet op. “Israëliërs en Palestijnen moeten echt leren om vreedzaam naast en met elkaar te leven en elkaars mensenrechten te respecteren”, zegt Yacobovitz.

Assaf en Jamil willen vooral laten zien dat we allemaal mensen zijn. Met hun organisatie proberen ze de cirkel van geweld te doorbreken. “Ik dacht altijd dat Israël niet geïnteresseerd was in vrede, zeker de jongeren niet, maar bij Combatants for Peace zaten veel jonge Israëliërs die juist wel vrede wilden en daar aan werkten, ze willen niet het leger in en deelnemen aan het geweld. Dat vragen ze ook van de Palestijnen”, vertelt Jamil. Het begin was lastig voor hem. “Ik vond het moeilijk om Assaf te ontmoeten, omdat hij militair was geweest en misschien wel mijn broer had gedood.” Dat was anders voor Assaf. “Ik was onder de indruk van Jamils innerlijke rust. Hij was echt zichzelf, maar had wel een moeilijk verhaal. Inmiddels zijn we goede vrienden, reizen we samen en heb ik zijn humor leren kennen en de verhalen over zijn kinderen en familie. Voor mij is hij geen Palestijn, maar Jamil.” Dat is volgens de twee de essentie van het probleem. Beide partijen moeten elkaar als mensen gaan zien.

Hun werk voor Combatants voor Peace ligt gevoelig thuis, bij vrienden en familie. Jamil: “Er kwamen mensen naar me toe die vroegen waar ik mee bezig was, omdat ze vonden dat dit niet de echte Jamil was. Sommige vrienden praten niet meer met me. Mensen die tegen het vredesproces waren. Maar over het algemeen is er nu acceptatie. In de eerste intifada nam ik deel aan het geweld, maar ik zag geen verandering. Niet bij andere Palestijnen, maar ook niet bij mezelf. Nu met Combatants for Peace heb ik wel het idee dat we dingen veranderen en een dialoog voeren voor verandering. Het is nu nog klein, maar die verandering wordt steeds groter. Er komen nu Palestijnen bij onze organisatie, die bij de autoriteiten werken en dat helpt. Daardoor komt er steeds meer acceptatie aan de Palestijnse kant voor wat wij doen.” De omgeving van Assaf reageerde wat beter. Assaf: “Ik kom uit Tel Aviv uit een links milieu en mijn familie is ook links georiënteerd. Dus ik kreeg redelijk wat steun en waardering. Maar voor veel Israëliërs in onze organisatie geldt dat niet. Die worden er echt op aangekeken door familie en vrienden.”

Beide partijen staan al lang vijandig tegenover elkaar en beschuldigen elkaar ook van alles dat fout gaat. Het blijft moeilijk om het vertrouwen van de andere kant te winnen. Jamil: “Beide partijen kennen de andere kant niet echt. De Israëliërs kennen de Palestijnen niet en weten alleen dat er Palestijnen zijn die ze willen doden, uit hun huizen willen schoppen of wraak nemen. Ze weten niet dat een groot deel van de bevolking in vrede gelooft, de Palestijnen nemen genoegen met slechts 22 procent van het oorspronkelijke Palestijnse gebied, terwijl de Israëliërs denken dat ze alles willen. De Palestijnen zien alleen de onderdrukking van de regering van Netanyahu, die erg radicaal is. In hun ogen hebben de Israëliërs sinds de Oslo-akkoorden geen enkele stap richting vrede gedaan en zijn er alleen maar meer bezettingen bijgekomen. Ik snap dus heel goed dat de Palestijnen niet meer in een oplossing geloven. De Palestijnen willen echt vrede en ze hebben het meer nodig dan de Israëliërs.” Er is al vaak geprobeerd om vrede in het Midden-Oosten te brengen, maar geen enkele poging leidde tot succes. Toch denken Assaf en Jamil dat zij wel kans van slagen hebben. Assaf: “Wij hebben geen andere keus dan samen te staan zoals we dat nu doen. Zelfs nu we nog niet veel invloed hebben, voelt dit als iets noodzakelijk, iets dat we moeten doen. Stap voor stap worden we groter en sterker. Duizenden mensen komen op onze activiteiten af en sluiten zich bij ons aan, van beide kanten. We moeten wel onthouden dat we niet de enige organisatie zijn die dit doet, maar wij zijn de enige organisatie die doet wat wij doen. Gelukkig zijn er aan beide kanten organisaties die net als ons een andere realiteit proberen te creëren. Een realiteit van mens tot mens. Het gaat om samen handelen en dingen doen, niet alleen maar om het samenzijn en om samen het onrecht, het geweld en de bezetting aan beide kanten te bestrijden. Samenwerking is het doel en zal uiteindelijk het resultaat zijn van ons werk. Maar daarvoor moeten we elkaar wel eerst ontmoeten, samenkomen, elkaar onze persoonlijke verhalen vertellen, elkaars vertrouwen winnen en elkaar erkennen.”

Het daadwerkelijk benoemen van een oplossing is moeilijk voor de twee voormalige strijders. Assaf: “Ik denk dat het verkeerd is om in dit deel van de discussie gezogen te worden. Een discussie die een oplossing probeert te formuleren en zelfs met allerlei mogelijkheden komt om een oplossing te formuleren. Dat is een grote fout. Want die discussie stuit steeds weer op problemen. Net als de cirkel van geweld is er een cirkel van discussie, die zichzelf steeds weer herhaalt en het gaat nergens heen. Net als het verbreken van de cirkel van geweld, wat wij proberen te doen, willen we ook de cirkel van een futiele discussie doorbreken, die ons nog nooit verder heeft gebracht. Dat doen wij door aan te geven hoe we de dingen graag zien, namelijk een wereld zonder geweld, waar mensen met elkaar verbonden zijn en vertrouwen hebben in een wereld met Palestijnen en Israëliërs samen. Daar geven wij vorm aan door echt vanaf de grond met mensen te werken en het geweld en de ongerechtigheid te veroordelen. We hebben veel mensen binnen onze organisatie die een oplossing steunen. Sommigen willen een tweestatenoplossing, anderen streven naar één staat en anderen zien liever een confederatie. Maar wij zijn voor een tweestatenoplossing.” Ze hebben nog een lange weg te gaan. Jamil: “We hebben veel tijd nodig en het zal lang duren. We moeten echt het denken van mensen veranderen en dat kost tijd. We willen naar een oplossing toe die voor beide kanten werkt. We zullen onze hoop niet verliezen en altijd onze idealen met de mensen om ons heen blijven delen.”

Ook de politiek kan daarbij nog wat doen, maar dat is niet de insteek van Combatants for Peace. Assaf: “Wij hebben allemaal deelgenomen aan de cirkel van geweld en we nemen daar allemaal onze verantwoordelijkheid voor, maar daar zijn we uitgestapt en nu werken we schouder aan schouder, zonder geweld en zonder ongerechtigheid. Als we dat zien, dan verwerpen we dat. We hopen dat onze invloed op politiek niveau ook mogelijk is, door een grote gemeenschap te zijn, waar men niet meer omheen kan. Dat is onze manier om de politiek te beïnvloeden. Wij werken van onder naar boven. We bedrijven dus al een vorm van politiek en bij het volk krijgen we steeds meer betekenis en invloed, maar bij de politieke partijen moet je gewoon maar geloven dat wat je doet een invloed heeft op mensen en de keuzes die ze maken. Mensen in het parlement kennen Combatants for Peace ook en promoten ons ook. Maar het beïnvloeden van politici is niet ons eerste doel.” Jamil sluit af: “Wij werken met mensen en niet met de politiek. We proberen die politiek wel te veranderen, maar dat doen we door het denken van mensen te veranderen. Die gaan voor de politici stemmen en zo proberen we te zorgen voor verandering.”

DELEN
Jesse Voorn
Journalist gespecialiseerd in politiek en maatschappij.