De slachting in Dersim (1937-1938), voor altijd in het Koerdische geheugen

Ewout Klei
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Op 15 november 1937 werd de Koerdische rebellenleider Seyed Riza uit de oost-Turkse provincie Dersim opgehangen. In Dersim, tegenwoordig Tunceli genoemd, vermoordde Turkije in 1937 en 1938 tussen de 20.000 en 30.000 Koerden. Was dit genocide? En herhaalt het patroon van de gebeurtenissen in Dersim zich op de Koerden van nu?

Twee weken geleden beschuldigde de pro-Koerdische HDP de Turkse regering van genocide op de Koerden. De partij hekelt het harde optreden van het Turkse leger in Noord-Syrië tegen de Koerdische burgerbevolking. Volgens de HDP wil Erdogan ‘een wereld scheppen die vrij is van Koerden’. Met andere woorden: het gaat hier gewoon om genocide.

In de Koerdische angst voor genocide spelen de massamoorden op de zogeheten ‘Dersim-Koerden’ een belangrijke rol. Dersim, de huidige oost-Turkse provincie Tunceli, was in de periode 1937-1938 het toneel van een massamoord op tussen de 20.000 en 30.000 Koerden. Deze massamoord wordt elk jaar op 15 november herdacht. Op die dag in 1937 werden de Koerdische leider Seyid Riza en enkele getrouwen opgehangen.

In dit artikel spreken we met wetenschappers en Koerden over de massamoord in Dersim. Was het inderdaad een genocide? Hoe gaan Turken met deze zwarte bladzijde uit de Turkse geschiedenis om? En welke rol speelt Dersim precies in het Koerdische collectieve geheugen, in het bijzonder van de nakomelingen van de Koerden uit Dersim zelf?

Driedubbele minderheid

De in 1923 opgerichte Turkse Republiek was tijdens het interbellum een éénpartijstaat. De seculiere CHP van Mustafa Kemal Atatürk had alle macht. De staatsideologie was het kemalisme, volgens historicus en genocide-onderzoeker Ugur Ümit Üngör een combinatie van ‘republicanisme, secularisme, étatisme, populisme, revolutionisme en nationalisme’.

De Turkse machthebbers geloofden in één volk, één taal, één religie. Het nieuwe Turkije was etnisch Turks, de taal was Turks en het geloof was de soennitische islam. Deze ideologie werd vanaf Ankara ook naar de periferie verspreid. Üngör: ‘Overal werden partijgebouwen van de CHP opgericht, vanwaar de nieuwe boodschap werd verkondigd.’

In de oostelijke Koerdische gebieden stuitte het Turkse centralisatiestreven op Koerdisch verzet. Turkije sloeg deze opstanden bloedig neer en versterkte de macht van het centrale gezag in deze gebieden, die vroeger slechts losjes onder Ottomaanse heerschappij stonden.

Eén van de meest vrije gebieden was Dersim, zo’n vierhonderd kilometer ten oosten van Ankara. In dit bergachtige, moeilijk toegankelijke gebied had de centrale overheid alleen in naam gezag. De feitelijke heersers waren de verschillende Koerdische stammen, die regelmatig met elkaar in de clinch lagen.

Foto: Wikimedia Commons

De Koerden in Dersim waren een driedubbele minderheid. Ze waren Koerdisch, maar spraken een andere taal: Zaza. Bovendien hingen ze een vrijzinnige sjiitische vorm van de islam aan, het alevitisme.

Volgens Üngör kun je de Koerden uit Dersim vergelijken met de Jezidi’s, die in 2014 slachtoffer werden van een genocide door IS. ‘Jezidi’s vormen ook een geheel eigen minderheidsgroep, met een eigen etnische en religieuze identiteit. Ook zij werden daarom vermoord.’

Martin van Bruinessen is antropoloog en heeft een groot aantal publicaties over onder meer Turkse, Koerdische en Zazaculturen op zijn naam. Hij vertelt dat de Turkse overheid de Koerden in Dersim met de indianen in het ‘Wilde Westen’ vergeleek.

‘De Turkse machthebbers beschouwden Dersim als een woest gebied waar de ‘beschaving’ nog niet heerste. Dit gebied moest worden geciviliseerd. De Koerden in Dersim waren in de ogen van de Turkse machthebbers barbaren. Daarmee werden ze gedehumaniseerd en was het makkelijk om ze in 1937-1938 massaal te vermoorden.’

‘Opstand’ en massamoord

De Koerden in Dersim trokken zich weinig aan van het kemalistische eenheidsstreven. Instituties als het openbare onderwijs, de post en de politie functioneerden alleen in de provinciestadjes. De  dorpen waren vaak onbekend terrein voor de Turkse ambtenarij. De centrale overheid wilde haar macht definitief vestigen in het gebied en aan de lokale autonomie een einde maken.

Op 17 juni 1925 richtten de ministers van Atatürk de ‘Commissie voor Hervorming van het Oosten’ op. Deze commissie kwam met een lijvig rapport, waarin onder andere werd voorgesteld om in Oost-Turkije een permanente noodtoestand uit te roepen. Dat zou de uitvoering van het beleid makkelijker maken. Zes jaar later kwam minister van Binnenlandse Zaken Sükrü Kaya met een apart rapport over Dersim. Kaya noemde tal van misstanden.

Üngör: ‘Het ging om arbitraire geweldsuitoefening door stamhoofden, belastingontduiking, massaal wapenbezit, wetteloosheid en ontwijking van de militaire dienstplicht. Kaya stelde een tweetrapsplan voor: in het eerste jaar van een toekomstige campagne zouden deze problemen met geweld worden bedwongen. In de jaren daarop zouden onderwijs en deportaties dan het turkificatieproces kunnen voltooien.’

‘De Koerden in Dersim waren in de ogen van Turkije barbaren’

Eind 1935 ging de ‘Tunceli-wet’ in werking. Dersim zou voortaan Tunceli heten. Enkele Koerdische stammen zagen de versterkte greep van de centrale overheid in het gebied als een aantasting van hun eigen macht. Ze weigerden daarom hun wapens in te leveren.

Geweld van het Turkse leger tegen de lokale bevolking en verkrachting van Koerdische vrouwen riep een gewelddadige tegenreactie uit. Telefoonkabels werden doorgesneden, Turkse soldaten werden doodgeschoten en in de nacht van 20 op 21 maart 1937 staken leden van de Heyderustam en de Demenustam een politiebureau en een brug in brand.

Antropoloog Martin van Bruinessen: ‘Nationalistische Koerden spreken van een opstand tegen de Turkse staat, maar veel mensen uit Dersim zeggen nu dat er geen opstand was.’ De in Nederland woonachtige Bora Celik, wiens familie uit Dersim afkomstig is, beaamt dit.

‘Er waren in Dersim allemaal verschillende stammen die met elkaar vochten. Er was nauwelijks een eenheid. Turkije legde het in brand steken van een brug en het doorsnijden van telefoonkabels uit als een massale opstand, maar dit is onzin. Het was een slachting.’

Of het in de brand steken van een brug het begin van een opstand was of niet, de Turkse regering interpreteerde dit wel zo en greep keihard in. Ügör: ‘De operatie ‘Bestraffing en deportatie’ begon in de zomer van 1937 en werd geïntensiveerd in juli en augustus.

De Dersim, gewapend met verouderd wapentuig, vochten verbeten maar waren geen partij voor de Turkse mitrailleurs en mortieraanvallen. De Dersim-strijders stonden ook machteloos tegenover de luchtaanvallen die de geadopteerde dochter van Atatürk, Sabiha Gökcen, uitvoerde.’

Een Koerdische nederlaag was onvermijdelijk. Alisjeer, een belangrijke Koerdische rebellenleider, werd in een hinderlaag gelokt en onthoofd. Rebellenleider Seyed Riza wilde daarop met de Turken onderhandelen, maar hij en zijn gevolg werden gearresteerd en op 15 november 1937 opgehangen.

Rebellenleider Seyid Riza, die op 15 november 1937 met zijn gevolg werd opgehangen (Foto: Wikimedia Commons)

De opstand in Dersim was neergeslagen. Toch ging de Turkse militaire operatie door. ‘Eigenlijk bestond de Turkse operatie uit twee fasen’, vertelt de  Bora Celik. Die van 1937, die vooral militair was, en die van 1938, die vooral genocidaal was.’

Üngör: ‘In hoog tempo werd een groot aantal dorpen binnengevallen, mensen werden bijeengedreven en doodgeschoten of levend verbrand. Vrouwen en kinderen werden niet gespaard.’ De historicus schat dat in 1937-1938 tussen de 20.000 en 30.000 Koerden zijn vermoord in Dersim. Ook Van Bruinessen komt tot deze schatting.

Etnocide of genocide?

Dat de gebeurtenissen in Dersim verschrikkelijk waren, daar is bijna iedereen het over eens. Maar was het ook een genocide?

In een wetenschappelijk artikel uit 1994 deed Martin van Bruinessen hier onderzoek naar. Hij stelde toen dat de massamoord in Dersim geen genocide is geweest: ‘Om vast te stellen of een geval van massamoord genocide is, zijn twee criteria van belang: ten eerste intentie en ten tweede het doden van de leden van een specifieke groep ‘als zodanig’, dus om het enkele feit dat ze Joden, Koerden of bijvoorbeeld zigeuners zijn.’

In 1994 waren er onvoldoende historische bewijzen voorhanden om dit aan te kunnen tonen, zegt Van Bruinessen. Wel was het volgens Van Bruinessen sowieso een ‘etnocide’, want de Turkse staat probeerde de Koerdische identiteit te vernietigen. ‘Kinderen uit Dersim die de slachtingen hadden overleefd werden als Turken opgevoed: soennitisch en in de Turkse taal, met als doel dat de eigen identiteit zou uitsterven.’

Üngör spreekt van drie mokerslagen die de Dersim-Koerden kregen te verwerken: ‘De eerste klap was toen Turkije in 1937 en 1938 besloot om de bedevaartplaatsen te vernietigen en de cultuurdragers van de eigen Dersim-cultuur te vermoorden. De tweede klap kwam toen kinderen uit Dersim Turks en soennitisch werden opgevoed en Dersim zelf werd volgebouwd met soennitische moskeeën. De derde klap was de massale exodus van Dersim-Koerden die naar Istanbul, Izmir en het buitenland emigreerden.’

Nieuwe generaties leren geen Zaza meer, zegt Üngör. De taal dreigt uit te sterven. Dit heeft volgens hem ook te maken met het nationalistische onderwijs in Turkije na de coup van 1980. ‘Op school was Zaza verboden.’

Toch zijn er nog Koerden die Zaza spreken. Ongeveer vijftien jaar geleden kwam Üngör nota bene in Delft een 16-jarige Koerdische jongen tegen die Zaza sprak. Zijn ouders hadden hem in het Zaza opgevoed. ‘Maar dit is echt een uitzondering, hoor’, benadrukt Üngör. ‘Ook in Dersim zelf sterft de taal langzaam maar zeker uit.’

Turkse soldaten bewaken vrouwen en kinderen uit Dersim (Foto: Wikimedia Commons)

Er is na 1994 meer informatie boven water gekomen over de slachtingen in Dersim, vertelt Van Bruinessen. Zo zijn er meer documenten ontdekt. Maar belangrijker vindt hij het dat memoires van direct betrokkenen zijn gepubliceerd en dat dorpelingen, militairen en bureaucraten die de gebeurtenissen hebben meegemaakt – en de tweede generatie die veel van horen zeggen had – zijn geïnterviewd. ‘Hieruit blijkt dat het intentie van de Turkse staat was om een aanzienlijk aantal mensen te doden.’

Toch blijft Van Bruinessen voorzichtig, omdat genocide een juridisch begrip is en je een genocidebeschuldiging daarom waterdicht moet kunnen maken. ‘De militairen hadden instructies iedereen die wapens droeg te doden. Maar tevens vind je in officiële stukken de observatie dat in Dersim alle mannen wapens droegen.’

Üngör is stelliger. ‘Vijftien jaar geleden konden we veel dingen niet met zekerheid zeggen, nu wel. Het ging niet alleen om de vernietiging van de eigen Dersim-cultuur, maar ook om de vernietiging van mensenlevens. Het was de intentie om veel Koerden te vermoorden.’

Opvallend is ook dat enkele Turkse hoogwaardigheidsbekleders die een sleutelrol speelden bij de massamoorden in Dersim ruim twintig jaar eerder betrokken waren bij de Armeense Genocide, vervolgt Üngör.

‘Minister Sükrü Kaya van Binnenlandse Zaken was in 1915 directeur van het deportatieapparaat. Hij vervulde in 1938 diezelfde functie weer. Er is veel continuïteit. De kemalisten die in het interbellum aan de macht waren in Turkije hadden in 1915 de genocide op de Armeniërs en Assyriërs gepleegd.’

‘Atatürk is een heilige in Turkije. Hij kan niets fouts doen’

Gifgas

De Koerden in Dersim beschuldigden de Turkse luchtmacht ervan gifgas te hebben gebruikt. Atatürks pleegdochter Gökcen ontkende later in haar memoires dat ze de Koerden hiermee had gebombardeerd.

Üngör zegt dat je met harde bewijzen moet komen. Hij heeft in de Turkse archieven wel gelezen dat er Zyklon B. is besteld bij nazi-Duitsland, hetzelfde gas waarmee de Joden in de Tweede Wereldoorlog in Auschwitz werden vergast. Maar dit gas was oorspronkelijk een onkruidverdelger.

Bora Celik heeft Turkse documenten in handen gekregen over gifgas in Dersim. Er staat niet in dat er Zyklon B. is gebruikt, maar de Turkse minister-president Refik Ibrahim Saydam schrijft vier jaar na de gebeurtenissen aan een wetsvoorstel te werken ‘zodat deze gassen die in Tunceli zijn gebruikt niet meer kunnen worden gebruikt.’ Volgens Saydam was ‘te zien dat deze gassen die worden gebruikt op onze mensen massale burgerslachtoffers veroorzaken. Ik moet mijn schaamte als arts en als mens uiten.’

Celiks grootvader vertelde dat hij vreemde vertakkingen had gezien. Daarom gelooft Celik dat de Turkse luchtmacht Zyklon B. heeft gebruikt. ‘Ik ben zijn beschrijving gaan controleren via het internet, en kwam via Wikipedia op Zyklon B. uit.’ Hij zegt dat Turkse soldaten Zyklon B. of een ander gas ook hebben gebruikt om vrouwen en kinderen te vermoorden. Ze zouden in grotten zijn opgesloten waarvan de ingang vervolgens zou zijn dichtgemaakt.

Sabiha Gökcen en haar team poseren voor een dubbeldekker (Foto: Wikimedia Commons)

Excuses?

In het collectieve geheugen van de Koerden speelt de massamoord op de Koerden in Dersim van 1937-1938 een grote rol. Mensenrechtenactiviste Mila Hewleri*, die uit Noord-Irak – of Zuid-Koerdistan, zoals ze zelf aangeeft – afkomstig is, leerde er in haar tienerjaren over op school. Toch denkt dat ze de Armeense Genocide voor veel Koerden belangrijker is dan Dersim. Het patroon van deze genocide zou zich herhalen op de Koerden van nu.

‘Ook al waren de Koerden tijdens de Armeense Genocide niet de slachtoffers maar samen met de Turken de daders: deze genocide heeft veel meer vergelijkingsmateriaal. Mensen uitmoorden en andere volkeren daarvoor in de plaats neerzetten, culturele elementen verwijderen, deportatie van volkeren, we zien het nu allemaal weer terug in Noord-Syrië.’

Voor veel Koerden beginnen de genocides tegen hen met de Armeense Genocide, vertelt Hewleri, omdat die een precedent schiep: met de Armeense Genocide zou duidelijk worden dat je in het Midden-Oosten best weg kunt komen met volkerenmoord door er een islamitisch element in te gooien.

‘De Armeniërs waren christenen, de Koerden in Dersim waren als alevieten eigenlijk ook geen echte moslims. Nu roepen moskeeën in Turkije een jihad uit tegen de ‘ongelovige’ Koerden in de Rojava (Noord-Syrië, red.). Dat Koerden de Armeense Genocide graag erkend willen zien, komt omdat er genocides zullen blijven komen als we niks leren van deze genocide.’

‘Turkije moet gewoon stoppen met etnisch zuiveren. Het gaat maar door’

Onder de Dersim-Koerden leven de gebeurtenissen uit 1937-1938 nog veel meer. Maar binnen de gemeenschap wordt er verschillend over gedacht. Bora Celik zegt dat mensen uit Dersim die op de pro-Koerdische HDP stemmen zich zeer bewust zijn van de misdaden die Turkije heeft gepleegd.

‘Maar ik heb in Turkije ook familieleden die zich – vanwege een bizarre vorm van zelfhaat – het CHP-standpunt eigen hebben gemaakt. ‘De Turken hebben ons beschaving gebracht’, zeggen ze. Dit argument snijdt geen hout. Er waren nog veel onbeschaafdere Koerdische gebieden in Turkije, met meer criminaliteit, maar daar zijn de mensen niet op die massale schaal uitgemoord.’

De grootvader van Celik had twee broers. Beiden zijn door de Turkse autoriteiten geëxecuteerd. Een zoon van één van die broers zei tegen Celik dat zijn vader geen lieverdje was. Celik zei toen tegen hem: ‘Je vader en je oom zijn niet vermoord omdat ze geen lieverdjes waren, maar omdat ze Koerdisch waren, aleviet waren en Zaza spraken.’

Celik stoort zich aan de Turken die wel de massamoord op Dersim erkennen, maar Atatürk van alle schuld vrijpleiten. ‘Atatürk is een heilige in Turkije. Hij kan niets fouts doen’, vertelt hij. ‘Als er wel iets verkeerds gaat, dan komt dat door zijn slechte ondergeschikten. Het is de mythe van de goede koning en zijn slechte raadgevers in een nieuw jasje. Maar Atatürk vond Ismet Inönü als minister-president te soft en verving hem door hardliner Celal Bayar. Die trad in 1938 zonder mededogen op tegen ongewapende vrouwen en kinderen.’

Premier Celal Bayar (links) en president Mustafa Kemal Atatürk op diens zeiljacht Ertuğrul, 1937 (Foto: Wikimedia Commons)

De huidige president Erdogan was in 2011 de enige Turkse politicus die zich voor de gebeurtenissen in Dersim heeft verontschuldigd. Maar in die beslissing speelde niet louter compassie mee, zegt Van Bruinessen.

‘De onderwerping van Dersim markeert het hoogtepunt van het kemalistische regime, dat ook door Erdogan als onderdrukker en vijand werd gezien. Erdogan wilde laten zien dat hij – in tegenstelling tot de seculiere, kemalistische CHP – zich wel met de Koerden wilde verzoenen.’

Nu is alles anders geworden. Sinds 2015 zijn de Koerden de vijand van Erdogan, die een alliantie heeft gesloten met de ultranationalistische MHP. Van Bruinessen: ‘Erdogans veroordeling was geen excuses. Hij identificeerde zich namelijk niet met het kemalistische regime. Ook toonde Erdogan geen sympathie voor de mensen van Dersim, want hij moet niets van alevieten hebben.’

Üngör vult aan: ‘Het is voor Erdogan gemakkelijker om Dersim te bekritiseren dan de Armeense Genocide. Dersim was de verantwoordelijkheid van de kemalisten, waar islamisten zich tegen afzetten. De Armeense Genocide vond plaats ten tijde van het Ottomaanse Rijk, waarmee Erdogan zich identificeert.’

Bora Celik hecht weinig waarde aan wat Erdogan heeft gezegd. Toch vindt hij dat minderheden in Turkije niet moeten ‘jammeren’ maar hun krachten moeten bundelen om het Turkse regime aan te klagen.

‘Samen sta je sterk. Turkije moet in een gemeenschappelijke verklaring worden veroordeeld. Ook moet Turkije gewoon stoppen met etnisch zuiveren. Want het gaat maar door.’ Celik vertelt over een Dersim-overlevende die in 1938 naar het Syrische Afrin vluchtte. ‘Helaas moeten nu zijn kleinkinderen en achterkleinkinderen voor het Turkse leger vluchten.’

Ook Mila Hewleri is van mening dat het niet bij erkenning en excuses alleen moet blijven. Ze pleit voor educatie en herdenkingsplaatsen als ‘genocidepreventie’.

‘Mensen moeten leren met elkaar samen te leven. Mensen moeten ophouden met geloven dat de ene bevolkingsgroep beter is dan de andere.’

*Deze naam is op verzoek van de geïnterviewde gefingeerd.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here