15.5 C
Amsterdam

EHRM: rechten Turkse leraar geschonden, geen ‘terrorist’ gebruik Bylock-app en Bank Asya

Lees meer

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft de Turkse leraar Yüksel Yalcinkaya vrijgesproken van alle ‘misdaden’ waarvoor de Turkse staat hem tot een gevangenisstraf van zes jaar had veroordeeld. Te weten: het gebruik van de smartphone app ByLock en het hebben van een rekening bij Bank Asya.  

Na de couppoging in juli 2016 werd het gebruik van de ByLock-app door presidentiële noodwetten van Erdogan als een ‘terroristische misdaad´ bestempeld. Volgens de Turkse regering zouden aanhangers van de islamitische prediker Fethullah Gülen door het gebruik van ByLock de coup hebben voorbereid. Vanwege een rekening bij Bank Asya werden ze ook beschuldigd van ‘financiering van terreur’.

Volgens de rechters van het Europese Hof is het echter niet Yalcinkaya die iets heeft misdaan, maar de Turkse staat. Op ‘systemische basis’ zelfs, oordeelt het Hof. Turkije is veroordeeld tot het betalen van 15.000 euro aan Yalcinkaya voor de gemaakte juridische kosten.

‘Turkije moet het systemische probleem van veroordelingen voor terrorisme op basis van het gebruik van ByLock door verdachten aanpakken’, zegt het Hof dat het oordeel ook van toepassing acht op duizenden mensen die na de couppoging zijn opgepakt, ontslagen of gevlucht.

In de zaak, aangespannen door de leraar Yalcinkaya, die in 2022 werd vrijgelaten, wordt Turkije beschuldigd van een hele trits aan mensenrechtenschendingen op massale schaal.

Zo schendt Turkije artikel 7 van de Europese Conventie, ook bekend als het principe ‘geen straf zonder wet’. Dit artikel stelt: ‘Niemand mag worden veroordeeld voor een handeling of verzuim dat op het moment van uitvoering niet als strafbaar feit werd beschouwd volgens nationaal of internationaal recht.’ Met andere woorden: het gebruik van ByLock of het hebben van een rekening bij Bank Asya werd pas strafbaar gesteld na de couppoging, toen de Turkse regering in allerijl presidentiële noodwetten invoerde.

Daarnaast schendt Turkije volgens de rechters ook artikel 6, het recht op een eerlijk proces en artikel 11, de vrijheid van vergadering en vereniging.

Turkije is niet te spreken over het oordeel. Volgens justitieminister Yilmaz Tunc is het Europese Hof met deze beslissing buiten zijn juridische bevoegdheden getreden. Het Hof zou volgens Tunc geen bevoegdheid hebben om de ‘bewijsvoering’ van het Turkse hooggerechtshof te onderzoeken. Dit terwijl Turkije al in 1954 de Europese Conventie heeft geratificeerd.

Deze uitspraken van Tunc hebben tot hoon geleid op sociale media. ‘Hun rechteloosheid is in universele zin bewezen en bevestigd,’ zegt de gevluchte journalist Can Dündar. Hij voegt eraan toe: ‘Ze kunnen deze rechter niet ontslaan en naar het platteland deporteren [verwijzing naar de wisseling van werkplekken van Turkse rechters die uitspraken doen die de Turkse regering niet zint]. Daarom zijn ze boos’, aldus Dündar.

Europarlementariër Rebecca Harms zegt dat deze uitspraak veel te laat komt, maar ze wijst wel op precedentwerking. ‘Honderden Turkse burgers zijn dus onrechtvaardig veroordeeld. Een bittere waarheid voor rechters in Turkije’.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -