Erdogan, koning der U-turns

Foto's: AP
U-bochten, Erdogan maakt ze regelmatig.

De president van Turkije liet zich onlangs positief uit over Nederland. ‘We hebben geen probleem met Duitsland, Nederland of België. Integendeel, de mensen die in de regeringen van die landen zitten, zijn mijn oude vrienden’, verklaarde Recep Tayyip Erdogan. Hij voegde daaraan toe dat premier Mark Rutte een aantal signalen heeft afgegeven om de relatie met Turkije te verbeteren. ‘Die zijn toereikend’, aldus Erdogan. Een opmerkelijke U-turn, aangezien hij tijdens de rel vorig jaar tussen Nederland en Turkije, Nederlanders nog onder meer ‘nazioverblijfselen’ en ‘fascisten’ noemde. ‘Nederland moet nadenken over hoe hun vliegtuigen gaan landen in Turkije. Ze zijn nazioverblijfselen en fascisten’, zei hij. Rutte noemde dat ‘bizar’, ‘onacceptabel’ en ‘zeer ongepast’. De Turks-Nederlandse rel barstte los in maart nadat bekend werd dat Turkse ministers in Nederland campagne wilden voeren voor een referendum in Turkije. De Nederlandse regering voelde daar niets voor. Het landingsrecht voor het vliegtuig met de Turkse minister van Buitenlandse Zaken werd ingetrokken en de Turkse minister van Familiezaken mocht het Turkse consulaat in Rotterdam niet in en moest het land onder politiebegeleiding verlaten. Wat volgde was een hevige propagandacampagne van Turkse politici en media tegen Nederland: behalve ‘nazioverblijfselen’ en ‘fascisten’ werden Nederlanders onder meer uitgemaakt voor ‘racisten’, ‘racistische honden’, ‘nazihonden’, ‘kannibalen’, ‘moordenaars’ en ‘kolonisten’ en werd Nederland een ‘schurkenstaat’ en ‘bananenrepubliek’ genoemd. Na al deze beledigingen lijkt Erdogan met zijn ‘mijn oude vrienden’-opmerking het startsein te hebben gegeven voor het verbeteren van de banden met Nederland. Het is niet voor het eerst dat hij een draai van honderdtachtig graden maakt. Een overzicht van twintig andere U-turns van Erdogan.

Rusland-rel
Op 24 november 2015 schond een Russisch gevechtsvliegtuig, dat rebellen in het noordwesten van Syrië bestookte, het Turkse luchtruim, waarna een Turkse F-16 het toestel uit de lucht schoot. Een dag na het incident haalde Erdogan uit naar Moskou. Hij beschuldigde Russische leiders ervan de boel te proberen te bedriegen. ‘Er wordt gezegd dat ze (Rusland, red.) daar waren tegen Daesh (IS, red.). Ten eerste is de terroristische organisatie Daesh niet actief in Latakia en het noorden van dit gebied, waar de Bayirbucak Turkmenen leven. Niemand moet de boel bedriegen’, zei hij. ‘Het feit dat zo’n incident (het neerhalen van het vliegtuig, red.) tot gisteren niet had plaatsgevonden, heeft te maken met het feit dat Turkije kalm en welwillend bleef door de grenzen van zijn geduld op te zoeken. Niemand moet van ons verwachten dat we stil en onverschillig blijven tegenover de schending van onze grensbeveiliging, het negeren van ons soevereiniteitsrecht en de overtreding van onze rechten en wetten.’ De volgende dag maakte hij duidelijk dat het neerhalen van het vliegtuig de juiste reactie was. ‘Als dezelfde schending nu plaatsvindt, is Turkije genoodzaakt dezelfde reactie te geven.’ Hij benadrukte dat excuses aan Rusland niet aan de orde was. ‘We gaan Rusland niet onze excuses aanbieden. Degenen die ons luchtruim hebben geschonden moeten óns hun excuses aanbieden.’ Op 30 januari 2017 waarschuwde hij Rusland. ‘Als Rusland doorgaat met dit soort schendingen van het soevereiniteitsrecht van Turkije, zal ze gedwongen zijn de gevolgen te verduren.’ Op 31 mei 2016 verkondigde de president een totaal ander narrative. Hij verklaarde dat de crisis met Rusland het gevolg was een ‘foutje of vergissing’ van de piloot die het toestel neerhaalde. Bijna een maand later verontschuldigde hij zich in een officiële schriftelijke verklaring tegenover Rusland voor het incident.

Filosofie
Is het Turks wel of niet geschikt om filosofie te bedrijven? Jazeker, volgens Erdogan, of toch niet. ‘Van tijd tot tijd wordt gezegd dat in het Turks geen filosofie en wetenschap bedreven kan worden en dat het geen wetenschapstaal is. Zulke uitspraken zijn volledig doordrenkt van racisme’, zei hij op 20 april 2012. ‘Net als alle talen in de wereld heeft het Turks met zijn rijke woordenschat de kracht aan iedereen die deze taal spreekt een eindeloze, onbeperkte en uitgebreide verbeelding te bieden.’ Op 24 december 2014 verkondigde hij het tegenovergestelde: ‘Met de huidige woordenschat van het Turks kan je geen filosofie bedrijven. Je moet gebruik maken van Ottomaanse, Engelse, Duitse of Franse woorden en concepten.’

Assad
Op 15 augustus 2010 noemde Erdogan de president van Syrië, Bashar al-Assad, ‘mijn broeder’. Vervolgens keerde hij zich tegen Assad. De afgelopen jaren haalde hij meermaals uit naar hem. Zo omschreef hij hem op 27 december 2017 als ‘een terrorist die zich schuldig heeft gemaakt aan staatsterrorisme’.

Abadi
‘Jij kan sowieso niet mijn gesprekspartner zijn. Jij bent niet op mijn niveau, jij hebt mijn klasse niet, jij hebt mijn kwaliteit niet. Dat je schreeuwt vanuit Irak is totaal niet belangrijk voor ons, wij doen wat we willen. Wie is hij? De premier van Irak. Ken je plaats!’, zei Erdogan op 11 oktober 2016 over Haider al-Abadi. Op 25 oktober 2017 zei hij: ‘Ik wil mijn tevredenheid kenbaar maken over het feit dat ik mijn dierbare vriend en broeder Abadi als gast mag ontvangen in onze hoofdstad.’

Libië
Op 19 maart 2011 begon de NAVO een militaire interventie in Libië. Op 1 maart 2011 had Erdogan zich uitgesproken tegen de interventie: ‘Moet de NAVO ingrijpen in Libië? Hoe kan deze nonsens toch realiteit zijn? Wat heeft de NAVO te zoeken in Libië?!’ Twee dagen na het begin van de interventie verklaarde hij: ‘De NAVO moet interveniëren in Libië om te vaststellen en garanderen dat Libië van de Libiërs is.’

Raketafweersysteem
‘Als men overweegt zoiets te plaatsen op ons grondgebied, dan moet het commando aan ons gegeven worden. Anders is het niet mogelijk dat we dit accepteren’, verklaarde Erdogan op 16 november 2010 over het stationeren van een raketafweersysteem van de NAVO in Turkije. Precies een week later zei hij: ‘We hebben gezegd en ervoor gepleit dat het commandosysteem in handen moet zijn van de NAVO.’

Gülen
De beledigingen en bedreigingen die Erdogan de afgelopen jaren heeft geuit aan het adres van de islamitische geestelijke Fethullah Gülen suggereren wellicht anders, maar de president was ooit uiterst lovend over de geestelijke. Hij liet zich herhaaldelijk in het openbaar zeer positief uit over hem. Hij nodigde de geestelijke, die sinds 1999 in Saylorsburg, Pennsylvania woont, zelfs meermaals uit terug te keren naar Turkije, zoals op 15 juni 2012: ‘Wonen in een vreemd land is verlangen (naar het vaderland, red.). De prijs van dit verlangen is heel zwaar. Wij willen degenen die in een vreemd land leven en verlangen naar het vaderland graag onder ons zien. (…) Dit verlangen naar het vaderland moet nu ophouden, we willen dat het ophoudt.’ Hij nodigde zijn publiek uit daar samen op te hopen. ‘Als kinderen van een oude beschaving bedank ik jullie (Gülen en de beweging die geënt is op zijn ideeën, Hizmet, red.) nogmaals in het Turks, de taal van een rijke cultuur, voor jullie oproep (tot vrede, red.) aan ons en de wereld. Laten we samen een eind maken aan het leven in een vreemd land en dit verlangen (naar het vaderland, red.).’ De volgende dag herhaalde hij met soortgelijke woorden zijn uitnodiging aan Gülen, die hij hoca efendi (hoca betekent meester of leraar, het is een eretitel die wordt gegeven aan islamitische leraren; efendi betekent heer, red.) noemde, zoals hij toentertijd wel vaker deed, en gaf aan bereid te zijn er alles aan te doen om zijn remigratie te realiseren. Na het corruptieschandaal dat op 17 december 2013 openbaar werd en corruptie binnen de naaste kring van Erdogan aan het licht bracht, verklaarde de president dat het schandaal een complot was van gülenisten en riep hij Gülen uit tot ‘landverrader’ en ‘terroristenleider’. Hij labelde Hizmet als een ‘terroristische organisatie’, afgekort ‘FETÖ’, voluit ‘Fethullahistische Terroristische Organisatie’, die een ‘parallelle structuur’ gecreëerd zou hebben binnen het staatsapparaat.

Ergenekon
Erdogan verdedigde meermaals trots het Ergenekon-proces. Zo noemde hij zichzelf op 16 juli 2008 de ‘aanklager’ in de zaak die hij vergeleek met de geruchtmakende Italiaanse anti-corruptie-operatie Mani pulite (schone handen) in de jaren negentig. Hij sprak lovende woorden over de aanklagers in de zaak, vooral over hoofdaanklager Zekeriya Öz, en riep het volk op hen te respecteren. Ergenekon zou de naam zijn van een vermeende geheime organisatie die een coup zou hebben beraamd tegen Erdogan. Ergenekon-verdachten verschenen voor het eerst in de rechtbank in 2008. Op 18 februari 2011 omschreef de president Ergenekon als ‘een organisatie die Turkije’s bloed zuigt en energie consumeert’. Op 7 augustus 2014 keerde hij zich tegen Öz: ‘Als een aanklager zich op een onbeleefde en onfatsoenlijke manier, ver verwijderd van de moraal van de staat, zich respectloos kan gedragen tegenover de premier of een minister, dan betekent dat, dat de rechtspraak in dit land verdacht begint te worden.’ Vervolgens maakte hij op 19 maart 2015 een flinke U-turn ten opzichte van Ergenekon. ‘Met deze processen zijn ten eerste ikzelf en heel het land op het verkeerde been gezet. We zijn misleid’, verklaarde hij. ‘We zijn allemaal blootgesteld aan een complot, een couppoging om Turkije in handen te krijgen van een bolwerk, voorzien van sterke steun van media, dat zich heeft georganiseerd binnen onze instellingen (Hizmet, red.).’

Israël
Erdogan heeft zich meermaals negatief uitgelaten over Israël. ‘Ze zijn óók tegen moeders. Ze kennen geen menselijkheid. Dit is afschuwelijk en schofterig, ik vervloek hun. Ze hebben zelfs Hitler overtroffen in barbaarsheid’, zei hij op 20 juli 2014. ‘Israël is een terreurstaat’, verklaarde hij bijna een week later. ‘Wat Israël in Gaza doet is erger dan wat Hitler hun (Joden, red.) heeft aangedaan.’ Hij beschuldigde Israël van ‘genocide’ op het Palestijnse volk. Op 2 januari 2016 liet hij plots een ander geluid horen: ‘In deze regio heeft Israël behoefte aan een land als Turkije. We moeten accepteren dat wij ook behoefte hebben aan Israël. Dat is de realiteit in deze regio.’ Op 10 december 2017 verklaarde hij vervolgens opnieuw: ‘Israël is een terreurstaat.’

PKK
Heeft Ankara onder Erdogans AK-Partij onderhandeld met de PKK? Aanvankelijk ontkende Erdogan dat, later gaf hij het toe. ‘Degenen die zo eerloos zijn dat ze zeggen dat we vier keer met hun (de PKK, red.) samen zijn gekomen, degenen die deze verachtelijke leugen uiten, zullen daar overal voor boeten. Tot de dag van vandaag hebben wij, de AK-Partij-regering, nooit aan tafel gezeten met deze terroristische organisatie en dat zullen we nooit doen. Zoiets doen wij niet, zoiets kan geen plek hebben binnen onze filosofie en visie’, stelde Erdogan op 21 augustus 2010. ‘De AK-Partij-regering zal met geen enkele terroristische organisatie aan tafel zitten of onderhandelen’, herhaalde hij drie dagen later. Op 26 september 2012 erkende hij dat Ankara heeft onderhandeld met de PKK. ‘We zijn de gesprekken (met de gedetineerde leider van de PKK, Abdullah Öcalan, en andere PKK’ers, red.) gestart tijdens de termijn van de toenmalige chef van de MIT (Turkse inlichtingendienst, red.), de heer Emre (Emre Taner, red.). Toen kwam de heer Hakan (Hakan Fidan, die Emre Taner opvolgde als MIT-chef, red.) en met de heer Hakan zijn we op dezelfde manier doorgegaan.’ De volgende dag was hij specifieker. Hij vertelde dat hij als premier hoogstpersoonlijk de twee MIT-chefs voor onderhandelingen heeft gestuurd naar het gevangeniseiland Imrali, waar Öcalan vastzit, en de Noorse hoofdstad Oslo, waar vanaf 2009 onderhandelingen met andere PKK-vertegenwoordigers plaatsvonden. Op 28 december 2012 kreeg de president de vraag of er nog steeds wordt onderhandeld met ‘het eiland’, een in Turkije veelgebruikte verwijzing naar Öcalan en de PKK. ‘Nog steeds, natuurlijk. Het gaat door’, antwoordde hij. ‘Want we moeten resultaat boeken. Als we zien dat het nergens heengaat, dan stoppen we ermee.’

Koerdisch probleem
Heeft Turkije wel of geen Koerdisch probleem volgens Erdogan? Hij heeft meermaals gezegd dat Turkije geen Koerdisch probleem heeft, maar hij heeft ook meermaals gezegd dat het land juist wel een Koerdisch probleem heeft. Zo ontkende hij op 25 december 2002 dat het probleem bestaat. ‘Ik zeg dat zo’n probleem niet bestaat’, benadrukte hij. ‘Je moet niet geloven dat er een probleem is, je moet geloven dat het er niet is. Als je gelooft dat er een probleem is, dan is er een probleem. Als je zegt dat er geen probleem is, dan is er geen probleem. Wij zeggen dat zo’n probleem niet bestaat.’ Op 12 april 2005 ontkende hij opnieuw. ‘Voor ons bestaat zo’n probleem niet.’ Op 10 augustus 2005 erkende hij voor het eerst het Koerdische probleem. ‘Als elk probleem persé een naam gegeven moet worden, in dit land kan het Koerdische probleem niet aangepakt worden met discriminatie, geweld of methoden die de sociale vrede verstoren. Noem het ‘de gemeenschappelijke eisen van onze burgers met Koerdische roots’ of ‘het zuidoostenprobleem’ of ‘het Koerdische probleem’.’ Hij voegde daaraan toe: ‘Het Koerdische probleem en veel andere problemen zijn voor ons democratiseringsproblemen.’ Twee dagen later verklaarde hij: ‘Het Koerdische probleem is niet het probleem van een deel van het volk, maar van heel het volk, het is ook mijn probleem.’ Hij voegde daaraan toe: ‘Van Koerden, Turken, Circassiërs, Abazanen en Lazen, het is het gemeenschappelijke probleem van alle burgers van de Turkse republiek.’ Vervolgens ontkende hij weer meermaals, zoals op 15 maart 2015. ‘Nog steeds hebben ze het telkens weer over het Koerdische probleem. (…) Zoiets bestaat niet’, zei hij. ‘Mijn broeder, wat heb je niet? Ben je als Koerd president geworden in dit land? Dat ben je geworden. Heb je een premier geleverd? Dat heb je gedaan. Heb je een minister geleverd? Dat heb je gedaan. Heb je bestuurders geleverd aan de hoogste segmenten van de staat en doe je dat nog steeds? Inderdaad. Zit je in de Turkse strijdkrachten? Ja. Wat wil je dan nog meer, wat wil je? Voor de liefde van Allah, wat maakt jullie anders dan ons? Jullie hebben alles!’

Georgiër
Liggen Erdogans roots in Turkije of Georgië? ‘Ik ben ook een Georgiër, onze familie is een Georgische familie die is gemigreerd van Batoemi (stad in het zuidwesten van Georgië aan de Zwarte Zee, dichtbij de grens met Turkije, red.) naar Rize (de grootste Turkse stad aan de Zwarte Zee, tussen Trabzon en Batoemi, red.)’, zei hij op 11 augustus 2004 tijdens een bezoek aan Georgië. Op 6 augustus 2014 verklaarde hij: ‘Ze hebben van alles gezegd over mij. Zo zei iemand dat ik een Georgiër ben en weer iemand anders zei nog veel lelijkere dingen, zoals dat ik een Armeniër ben. Mijn opa, mijn vader, allemaal, ik ben een Turk.’

IHH
Op 31 mei 2010 onderschepte Israël in de Middellandse Zee een scheepskonvooi met hulpgoederen voor Gaza. Israëlische militairen doodden negen activisten, onder wie acht staatsburgers van Turkije en een Turkse Amerikaan. De Turkse ngo IHH (Interationale Humanitaire Hulporganisatie), die banden heeft met Hamas, was één van de organisatoren van de actie. ‘Ze (Israël, red.) richten hun wrok op een humanitaire hulporganisatie (de IHH, red.), kijk ze dan. Welke humanitaire hulporganisatie? Een hulporganisatie die met Mavi Marmara (de naam van het IHH-schip dat deelnam aan het scheepskonvooi voor Gaza, red.) met gevaar voor eigen leven medicijnen, babyvoeding en voedsel bracht naar baby’s in Gaza’, zei Erdogan op 16 juli 2014. ‘Israël haat deze hulporganisatie (de IHH, red.) vanwege Mavi Marmara. Om dezelfde reden haat Pennsylvania (verwijzing naar Gülen, red.) deze organisatie. Wat zei hij (Gülen, red.) ook alweer (over de onderschepping van het scheepskonvooi voor Gaza, red.): ‘Ze hadden de autoriteiten (Israël, red.) om toestemming moeten vragen (om hulpgoederen te mogen afleveren aan mensen in Gaza, red.).’ Wie zijn die autoriteiten? Degenen in het zuiden die zij (Gülen en de Hizmet-beweging, red.) liefhebben (Israël, red.) of wij? Aangezien wij de autoriteiten in Turkije zijn, nou, wij hebben sowieso toestemming gegeven, maar voor hen (Gülen en de Hizmet-beweging, red.) is het Israël (de autoriteiten, red).’ Op 29 juni 2016 keerde Erdogan zich tegen de IHH. Hij beweerde dit keer dat hij de organisatie geen toestemming had gegeven. ‘Hebben jullie toestemming gevraagd voor het brengen van deze humanitaire hulp vanuit Turkije aan de toenmalige premier (van Turkije, Erdogan, red.)?’

Eén taal
‘Mijn volk heeft één taal, ik heb het over het Turkse volk, ze heeft één taal’, zei Erdogan op 26 december 2010. Op 26 mei 2011 ontkende hij dat hij dat ooit heeft gezegd of ervoor heeft gepleit: ‘Ik heb nooit ‘één taal’ noch ‘één religie’ gezegd. Nergens kan je zo’n uitspraak van mij vinden.’ Hij noemde mensen die dat zeggen ‘leugenmachines’.

Derde brug in Istanbul
Op 6 maart 2016 lanceerde Erdogan de afronding van de derde brug over de Bosporus in Istanbul als een groot succes: ‘Toen we hieraan (de bouw van de brug, red.) begonnen op 29 mei 2013 zeiden sommigen dat het niet zou lukken. Vooral toen de Gezi-incidenten begonnen zeiden ze dat twee hoopjes beton achter zouden blijven. Daarover is geschreven en gespeculeerd. Ze kwamen zelfs helemaal hierheen om te demonstreren op zee. Toen zij dat deden zeiden wij ‘nee, met de Yavuz Sultan Selim-brug gaan wij Europa verbinden met Azië en dat zal ons belangrijkste boodschap aan de wereld zijn’.’ Hij concludeerde trots: ‘Alleen zij die groot denken kunnen zulke grote projecten realiseren.’ Bijna eenentwintig jaar eerder, toen hij burgemeester van Istanbul was, had hij zich nog fel uitgesproken tegen een derde brug in de stad. Op 27 april 1995 omschreef hij het als ‘de vernietiging van onze longen’. ‘Het derde brug-project is zelfmoord. Het is moord. Insjallah (bij Gods wil, red.) komt een nieuwe regering aan de macht voordat dit project wordt uitgevoerd’, zei hij. ‘Een initiatief als dit zal dodelijke gevolgen creëren voor de verstedelijking en binnenstedelijke transportsysteem van Istanbul.’

Atatürk
Erdogan heeft meerdere keren de oprichter en eerste president van de Turkse republiek, Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938), bekritiseerd en vervolgens vriend en vijand verrast door de loftrompet te steken over hem. In het kader van een publieke discussie over een alcoholverbod in Turkije noemde Erdogan op 28 mei 2013 Atatürk, en zijn opvolger, Ismet Inönü (1884-1973), ‘twee dronkelappen’, zonder hun bij naam te noemen. Zijn opmerking oogstte veel kritiek, vooral van parlementsleden van de door Atatürk opgerichte sociaaldemocratische partij, de CHP (Republikeinse Volkspartij). Later ontkende hij dat hij met zijn opmerking doelde op Atatürk en Inönü. Op 14 juni 2014 pronkte hij met het feit dat zijn partij spoorwegen heeft laten aanleggen in het land, waarbij hij Atatürk opnieuw kleineerde: ‘Mustafa Kemal was toch dol op ijzeren netten (spoorwegen, red.)? Ze hebben de Onuncu yil marsi (hymne gewijd aan Atatürk, red.) geschreven. Wat wordt daarin gezegd? ‘We hebben ijzeren netten gebreid.’ Waar heb je ze dan gebreid man? Je hebt niets gebreid. Wij hebben ze gebreid, wij!’ Op 29 september 2016 bekritiseerde hij de onder leiding van Atatürk overeengekomen Vrede van Lausanne, een vredesverdrag uit 1923, waarmee de Turks-Griekse Oorlog (1919-1922) werd beëindigd en de grenzen van Turkije werden vastgesteld. Hij verklaarde dat ‘sommigen’ (Atatürk en zijn collega’s) het verdrag als een overwinning probeerden te verkopen, terwijl ze hadden gefaald tijdens de onderhandelingen. Op 10 november 2017 klonk Erdogan opeens als een kemalist. Hij noemde Atatürk voor het eerst in het openbaar Atatürk. Tot dat moment noemde hij hem consequent Mustafa Kemal, wat algemeen geïnterpreteerd werd als een poging te vermijden Atatürk eer aan te doen door hem Atatürk, wat ‘vader der Turken’ betekent, te noemen. Hij beloofde dat de AK-Partij Atatürks erfgoed zal beschermen. ‘Het respect van onze natie voor Atatürk is eeuwig’, zei hij. ‘Niets is natuurlijker dan respect tonen voor iemand die de leider was van zo’n strijd.’

Kobani
Tijdens het IS-offensief op de Noord-Syrische stad Kobani, bij de grens met Turkije, zei de president op 7 oktober 2014: ‘Ayn al-Arab, ook bekend als Kobani, is gevallen of staat op het punt om te vallen.’ Op 6 januari 2015 zei hij: ‘Is Kobani gevallen? Het is niet gevallen.’

One minute
Erdogan maakt ook weleens een U-turn op dezelfde dag. Op 29 januari 2009 begon hij een rant tegen Israël en de toenmalige president van het land, Shimon Peres (1923-2016), met wie hij in een panel zat in het Zwitserse Davos. Hij deed dat met de woorden one minute, waarmee hij de moderator van het panel onderbrak om zijn verhaal te doen. ‘Meneer Peres, je bent ouder dan ik. Je verheft je stem. Ik weet dat je zo luid praat, omdat je schuldig bent. Ik zal mijn stem niet verheffen (verheft zijn stem, red.), weet dat’, begon hij. ‘Wat betreft doden, jullie kunnen heel goed doden. Ik weet heel goed hoe jullie kinderen op stranden hebben beschoten en gedood.’ Hij ging nog even door en vervolgens stond hij op en verliet hij de zaal. Even later verklaarde hij tijdens een persconferentie dat zijn woorden niet gericht waren aan Peres, maar de moderator van het panel.

Presidentieel systeem I
Op 30 maart 2015 zei Erdogan dat hij in het partijprogramma van de AK-Partij het stuk over de invoering van het presidentiële systeem had gelezen: ‘Het is op een heel gedetailleerde manier behandeld. Ik heb het zelf gelezen en mijn mening gegeven.’ Zo’n vijf uur later ontkende hij dat hij dat ooit heeft gezegd: ‘Ik heb nooit verklaard dat ik het partijprogramma heb gelezen. Ik heb alleen gezegd dat de geachte premier (Ahmet Davutoglu, red.) zijn ideeën over het presidentiële systeem met mij heeft gedeeld.’ Het presidentiële systeem, gericht op de flinke uitbreiding van de macht van de president, werd met een nipte meerderheid goedgekeurd in een referendum op 16 april 2017.

Presidentieel systeem II
Erdogan maakt ook weleens een U-turn in dezelfde toespraak of hetzelfde interview. Op 5 juni 2011 antwoordde hij, in een live uitgezonden tv-interview, op de vraag of het presidentiële systeem een plek heeft in zijn hart: ‘Het heeft een plek in mijn hart.’ Een kleine elf minuten later ontkende hij, in hetzelfde interview, dat hij dat ooit heeft gezegd. ‘Zoiets heb ik nooit gezegd, nee’, beweerde hij. ‘Ik heb niet gezegd dat het presidentiële systeem een plek heeft in mijn hart.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, extremisme en Turkije. Eindredacteur van de Kanttekening.