‘Het Koerdische volk is eensgezinder dan ooit’

Foto: Reuters
Koerdische Nederlanders veroordelen in felle bewoordingen de Turkse aanval op Afrin. Koerdoloog Martin van Bruinessen wijst erop dat de reden achter de aanval gezocht moet worden in de Turkse binnenlandse politiek. Hij constateert dat Erdogan nationalistische sentimenten probeert te mobiliseren om het volk achter zich te krijgen.

Turkije begon op 20 januari een militaire operatie in het noorden van Syrië, gericht tegen de Koerdische organisatie die het kanton Afrin en andere delen van Noord-Syrië bestuurt, de PYD (Democratische Eenheidspartij) en de SDF (Syrische Democratische Strijdkrachten). De SDF is een militaire coalitie die gesteund wordt door de Verenigde Staten. De gewapende tak van de PYD, de YPG (Volksbeschermingseenheden), is onderdeel van de SDF, naast Arabische, Turkmeense en christelijke strijdgroepen. Turkije beschouwt de PYD als de Syrische vleugel van de PKK (Koerdische Arbeiderspartij), die op de Turkse, Europese en Amerikaanse terreurlijsten staat. Het offensief is volgens Ankara dan ook gericht tegen terroristen in het gebied.

De Kanttekening sprak de gerenommeerde koerdoloog en emeritus hoogleraar Martin van Bruinessen (Universiteit Utrecht) en vijf Koerdische Nederlanders over de Afrin-operatie.

Noord-Syrië
De Koerdische aanwezigheid in Noord-Syrië vormt volgens Van Bruinessen geen militaire bedreiging voor Turkije. ‘Totaal niet’, benadrukt hij. Hij ziet wel een andere bedreiging. ‘Turkije beschouwt het feit dat er een zelfbesturend Koerdisch gebied bestaat aan de zuidgrens van Turkije als een gevaarlijk voorbeeld voor de Koerden in Turkije. Turkije vreest dat het succes van de PYD het onafhankelijkheidsstreven van haar ‘eigen’ Koerden aanwakkert of versterkt.’

Wat is de rol van de PKK daarin? ‘De PYD is volgens de Turkse visie identiek aan de PKK. Turkije maakt zich er zorgen over dat Turkse Koerden deelnemen aan de strijd van de PYD en Syrische Koerden deelnemen aan de strijd van de PKK. Turkije wil niet dat Noord-Syrië een vrijhaven wordt voor de PYD en de PKK, dus probeert het Turkse leger de controle van de PYD over Noord-Syrië te beëindigen en Rojava haar onafhankelijkheid te ontnemen, te beginnen met Afrin.’

Rojava, ook bekend als Syrisch-Koerdistan of de Democratische Federatie van Noord-Syrië, is een de facto autonome regio in Noord-Syrië. Het bestaat uit drie centrale autonome kantons oftewel bestuurseenheden, te weten Afrin, Jazira en Eufraat (voorheen bekend als Kobani). Sommige Koerdische organisaties beschouwen Rojava als een onderdeel van een groot Koerdistan dat ook delen omvat van Zuidoost-Turkije (Turks-Koerdistan), Noordoost-Irak (Iraaks-Koerdistan) en Noordwest-Iran (Iraans-Koerdistan).

‘Als Turkije er heel zijn leger aan committeert, dan moet het in principe in staat zijn om heel het gebied te bezetten en de infrastructuur van de Koerdische beweging grotendeels te vernietigen’, zegt Van Bruinessen over het Afrin-offensief. Hij voegt eraan toe dat de YPG gespecialiseerd is in guerrillastrijd en daarom hoe dan ook actief zal blijven in het gebied. ‘Bergachtig gebied is relatief gemakkelijk te verdedigen voor een guerrillagroep zoals de YPG.’

Foto: de Kanttekening. Martin van Bruinessen (Schoonhoven, 1946) is antropoloog, gespecialiseerd in Koerdische gemeenschappen. Hij is emeritus hoogleraar Vergelijkende Studie van de Moderne Islamitische Samenlevingen (Universiteit Utrecht), in het bijzonder de koerdologie. Zijn andere expertises zijn Turkse en Indonesische gemeenschappen. Hij doceerde Koerdische en Turkse Studies aan de Universiteit Utrecht en Sociologie van Religie aan het Staatsinstituut voor Islamitische Studies in Yogyakarta. Hij verrichte antropologisch veldwerk in Turkije, Iran, Irak, Syrië, Indonesië en Afghanistan. Zijn eerste veldonderzoek voerde hij uit binnen Koerdische gemeenschappen in Turkije, Iran, Irak en Syrië, in het midden van de jaren zeventig.

Vreedzame actie
Volgens Van Bruinessen moet de reden achter de Afrin-operatie gezocht worden in de Turkse binnenlandse politiek. ‘Voor 2019 staan zowel gemeenteraads- als presidentsverkiezingen gepland in Turkije (Erdogan won de laatste verkiezingen, het grondwetsreferendum van 16 april 2017, met een nipte meerderheid, red.). Erdogan heeft om verschillende redenen veel steun verloren binnen zijn eigen partij, de AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, red.). Hij zoekt naar nieuwe manieren om steun te krijgen en zijn draagvlak te vergroten. Nu mobiliseert hij nationalistische sentimenten om het volk achter zich te krijgen. Daarom wordt het offensief enorm opgeblazen door de Turkse media. Het wordt voorgesteld als een geweldige operatie, terwijl reports vanuit het gebied, the facts on the ground laten zien dat het allemaal niet zo groots en spectaculair is.’

Waar de Turkse staat zich veruit het meest zorgen over maakt als het gaat om de Koerdische kwestie, is volgens Van Bruinessen niet het terroristische geweld van organisaties zoals de PKK, maar juist vreedzame actie. ‘Koerdische vrienden van mij die al lange tijd politiek actief zijn in Turkije, zeggen altijd dat de Turkse staat het bangst is voor de democratische, niet-gewelddadige Koerdische beweging. De gewelddadige beweging, daar heeft de staat niet zo veel problemen mee, want die legitimeert hard beleid tegen de Koerden. Terroristische aanslagen die gepleegd worden door Koerden bieden de staat een sterke legitimering om de mensenrechten van de Koerden in te perken, zwaar onderdrukkende maatregelen toe te passen en een staat van beleg af te kondigen in het zuidoosten van het land.’

Jihadisten
Hoe lang blijft het Turkse leger in Noord-Syrië? Van Bruinessen vermoedt dat Turkije van plan is het veroverde gebied uiteindelijk over te dragen aan de Syrische overheid. ‘Ik denk niet dat Turkije het gebied permanent wil blijven bezetten.’ Wat zegt het feit dat Rusland Turkije groen licht heeft gegeven voor het offensief over het Russische Syrië-beleid? ‘We weten natuurlijk niet voor hoe lang dat is en wat precies de bedoeling van Rusland is. Turkije probeert een aantal dingen tegelijk. We praten nu over Afrin, maar het is ook belangrijk wat er gebeurt in Idlib, ten zuiden van Afrin, waar zich veel jihadbewegingen bevinden. Daar is Turkije samen met Rusland bezig aan wat ze noemen ‘deëscalatie’. Het lijkt erop dat Turkije meer en meer Syrië ingetrokken wordt aan de kant van jihadbewegingen. Dat valt noch in Rusland noch in het Westen goed. Rusland zal niet toestaan dat jihadisten de oorlog winnen. Een veelgehoorde theorie is dat Rusland opzettelijk Turkije de invasie van Afrin laat uitvoeren om ervoor te zorgen dat jihadisten uit hun verdedigingsposities in Idlib komen en deelnemen aan de invasie van Afrin, waar ze gemakkelijker aan te vallen en vernietigen zijn. Geen idee of dat klopt.’

Op internet circuleren beelden van militanten van de jihadistisch-salafistische Hayat Tahrir al-Sham, die een konvooi van het Turkse leger escorteren naar het plaatsje al-Eis in de provincie Aleppo. Hayat Tahrir al-Sham stond eerder bekend onder de naam Jabhat al-Nusra en later Jabhat Fateh al-Sham. Hayat Tahrir al-Sham is volgens experts de Syrische tak van al-Qaeda, Hayat Tahrir al-Sham ontkent dat. Behalve jihadisten wordt het Turkse offensief officieel ondersteund door rebellen van het Vrije Syrische Leger, die bekendstaan als ‘gematigd’.

Nederland
Intussen eisen veel Nederlanders dat de Nederlandse regering het Turkse offensief veroordeelt. Minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra (Zijlstra trad dinsdag af nadat hij toegaf te hebben gelogen over zijn aanwezigheid bij een bijeenkomst met de Russische president Vladimir Poetin in 2006) toonde begrip voor het offensief. Hij verklaarde dat er ‘zeker grond’ is voor Turkije’s narratief dat het zichzelf verdedigt. Verscheidene partijen staan kritisch tegenover Zijlstra’s houding, waaronder het CDA, de ChristenUnie en de SP. Zo trekt Tweede Kamerlid Sadet Karabulut (SP) fel van leer tegen Zijlstra in een opiniestuk in de NRC. ‘Zijlstra moet zich niet voor het karretje van Erdogan laten spannen maar democratie, mensenrechten en een einde aan militaire agressie en samenwerking met jihadisten als voorwaarde voor normale verhoudingen eisen. Dat zal bijdragen aan een duurzame vrede en stabiliteit’, schrijft de SP’er. Ze roept het kabinet op het offensief te veroordelen, geen wapens meer te leveren aan Turkije en bij het land aan te dringen op vertrek uit Syrië.

‘In hun hart zijn veel mensen het eens met Karabulut’, zegt Van Bruinessen. ‘Maar we moeten realistisch blijven. Karabuluts stem is momenteel een minderheidsstem in het parlement.’ De koerdoloog wijst erop dat Nederland pragmatische overwegingen laat prevaleren boven emoties en Realpolitik voert. ‘Je zou graag willen dat Nederland consistent morele buitenlandse politiek zou voeren, maar dat is een beetje onrealistisch. Nederland zal alleen een duidelijke kritische houding nemen tegenover de Turkse aanval als daar vanuit de Nederlandse bevolking heel sterk vraag naar is. Voor Nederland en andere westerse, in het bijzonder West-Europese landen, zijn andere dingen van veel groter belang wat betreft Turkije. Turkije is strategisch gezien heel belangrijk voor het Westen. Kijk alleen al naar waar Turkije ligt, aan de grens met Rusland, op de grens met Europa en Azië. Het gevaar is dat Turkije steeds nauwere banden aanknoopt met Rusland en zich helemaal afzet tegen het Westen. Dat is strategisch gezien heel gevaarlijk voor West-Europa. Daarom zijn deze landen heel voorzichtig, ze proberen te voorkomen dat Turkije zich nog verder afkeert van het Westen. Het is een heel rationeel beleid. Een moreel besluit zal een land als Nederland alleen nemen als ze daartoe gedwongen wordt door het volk, vrijwel geen enkele overheid neemt zo’n besluit uit zichzelf.’

Westen
Koerden voelen zich nu dan ook ‘genaaid’ door het Westen, en zeker niet voor het eerst. Zo beloofden westerse landen Koerden een eigen staat aan het eind van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), maar ze zagen daar uiteindelijk toch van af. Of in 1975, toen leverde de Amerikaanse buitenlandse inlichtingendienst, de CIA, in samenwerking met Iran wapens aan Koerden om te strijden tegen het regime van Saddam Hoessein (1937-2006), maar aan de wapenleveranties kwam abrupt een eind nadat Teheran en Bagdad een vredesakkoord sloten.

Koerden hebben het gevoel dat ze nu in de steek worden gelaten door het Westen en dat terwijl Koerdische strijders een essentiële bijdrage hebben geleverd aan het verzwakken van IS (Islamitische Staat) in Syrië en Irak. ‘Het is begrijpelijk dat ze zich zo voelen. Maar niet alleen de Koerden, ook andere bevolkingsgroepen, facties, bewegingen of landen worden weleens gebruikt door grote mogendheden’, zegt Van Bruinessen. ‘Grote mogendheden geven steun als ze daar belang bij hebben, zoals aan de afscheidingsbeweging van de Iraaks-Koerdische leider Massoud Barzani in de jaren zeventig, en hebben er geen probleem mee om de steun op te geven als hun belangen veranderen. Koerden zijn wat dat betreft vaak veel te naïef geweest, ook het afgelopen jaar, Iraakse Koerden waren ongelooflijk naïef. Ze dachten ‘het Westen heeft ons nodig, wij zijn het enige stabiele gebied in Irak, we hebben geholpen IS te bestrijden en nu worden we onafhankelijk’. Barzani dacht dat Amerika hem wel zou helpen om zijn regio, Noord-Irak of Iraaks-Koerdistan, onafhankelijk te maken. Niet dus. De politieke leiders van de Koerden zijn heel vaak, helaas, ongelooflijk naïef geweest.’

‘Het voelt als een mes in de rug’

Wat vinden Koerdische Nederlanders van het Afrin-offensief? Vijf Koerdische Nederlanders geven hun mening. ‘Als je mij in mijn huis aanvalt, dan verdedig ik mezelf, dat is wat Syrische Koerden nu doen.’

Mabest Othman (36), voorzitter van de Koerdische vereniging Midia

Foto: Mabest Othman

‘Oorlog is nooit goed, omdat gewone, onschuldige burgers er altijd het slachtoffer van worden. Mensen worden vermoord of raken gewond.

De Turkse aanval op Afrin kan je onmogelijk een strijd tegen terrorisme noemen. Wat zich nu afspeelt in Afrin, raakt mij diep. Des te meer omdat ik zelf ooit gevlucht ben uit Irak voor de wreedheden van Saddam Hoessein. Ik zie nu dat er weinig is veranderd. Het zijn telkens weer de Koerden die de klappen moeten opvangen, terwijl de rest van de wereld toekijkt. Iedereen heeft recht op een normaal leven, ook de Koerden.

Duizenden mensen in Noord-Syrië zitten zonder stroom, water en andere basisbehoeften. Het voedsel raakt langzaam op. Mensen in Afrin hebben nauwelijks contact met de buitenwereld, ze zijn bijna volledig geïsoleerd. En ze zijn omsingeld door troepen. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat de Koerden in Afrin tot hun laatste adem zullen strijden voor hun land. Er staat voor deze mensen veel meer op het spel dan velen denken. Als Afrin valt, dan verliezen we niet alleen ons land, maar ook onze vrijheid en onze manier van leven en is de strijd die jaren is gevoerd voor niets geweest. Dat kunnen we niet laten gebeuren. Turkije dacht dat Afrin binnen twee dagen zou vallen, maar ziet nu dat het niet zo gemakkelijk is.

De afgelopen eeuw zijn de Koerden, sinds het Sykes-Picot-verdrag (1916, red.), keer op keer verraden door westerse landen. Daarom is het Koerdische vertrouwen in het Westen ernstig geschaad.

Ik ben diep teleurgesteld in de manier waarop de Nederlandse regering heeft gereageerd op de Turkse aanval op Afrin. Het beeld dat ik had van Nederland als een land dat altijd opkomt voor mensen in nood en zich uitspreekt tegen mensenrechtenschendingen, is verdwenen. Blijkbaar houden we onze mond dicht tegen Turkije wanneer er handelsbelangen of andere belangen op het spel staan. Het is onacceptabel dat bepaalde belangen de voorkeur krijgen boven mensenrechten.

Nederland is niet het enige land dat de Koerden nu laat barsten. Toen IS sterk was en het Westen zich bedreigd voelde door terroristen, waren westerse regeringen blij met de Koerdische strijders in de regio. Westerse leiders stonden allemaal in de rij om Koerdistan te bezoeken en hun steun kenbaar te maken. Toen hadden ze de Koerden nodig, nu blijkbaar niet meer. We worden opeens niet meer als partner behandeld. Het voelt als een mes in de rug.

Mijn droom is dat er ooit een verenigde Koerdische staat komt. De Koerden gaan winnen. Er komt een generatie van zelfverzekerde Koerden aan die geen binding met Irak, Syrië, Iran of Turkije hebben, maar zich echt Koerdisch voelen.’

Reyis Kurt (42), huisarts

Foto: Reyis Kurt

‘Het gebied in Noord-Syrië waar Koerden de dienst uitmaken is relatief veilig. Daarom is het een toevluchtsoord voor veel mensen in andere Syrische gebieden die huis en haard verlaten, vaak op de vlucht voor terroristische organisaties zoals IS. Door de Turkse inval bestaat nu het risico dat ook Noord-Syrië een onveilig gebied wordt. Als het gebied inderdaad onveilig wordt, dan zullen er meer mensen omkomen en zal de oorlog verder escaleren. Wie zit daarop te wachten? Geweld produceert geweld. Het is een vicieuze cirkel.

Ik pleit voor serieuze vredesonderhandelingen. Sommige mensen vinden dat wellicht naïef, maar hoe wil je anders een eind maken aan de oorlog? Met bloedvergieten komen we sowieso nergens. Honderdduizenden mensen zijn omgekomen. Wat heeft Syrië daarmee bereikt? Helemaal niets.

Als de supermachten Amerika en Rusland en andere invloedrijke landen het écht willen, dan denk ik dat de oorlog vrij snel beëindigd kan worden. Maar ik zie dat de wil om een eind te maken aan het bloedvergieten, er helaas niet is. Als er onderhandeld wordt, dan moeten de rechten van alle groepen in het land in acht genomen worden. Dat is belangrijk, want als je dat niet doet, dan creëer je bronnen voor nieuwe conflicten.

Net als alle bevolkingsgroepen moeten ook de rechten van de Koerden gerespecteerd worden. Waarom zouden de Syrische Koerden geen autonomie mogen hebben? Ze zijn decennialang onderdrukt door het Syrische regime en strijden nu voor hun rechten. Ze hebben als leeuwen gestreden tegen IS en willen nu zelf hun lot bepalen en zelf beslissen hoe hun toekomst eruit gaat zien. Daarom steun ik de strijd van de Syrische Koerden voor mensenrechten, respect en erkenning.

Het is sneu dat in Turkije zelfs artsen die zich uitspreken voor vrede en tegen oorlog, opgepakt worden. Door de vergaande repressie van de regering zijn critici, zowel Koerden als Turken, bang om zich uit te spreken, laat staan de straat op te gaan om te protesteren.

Verder wil ik benadrukken dat ik het erg jammer vind dat bij vrijwel alle Koerdische demonstraties tegen de Turkse aanval op Afrin, zoals recent in Amsterdam en Rotterdam, PKK-vlaggen en foto’s en posters van PKK-leider Abdullah Öcalan meegedragen worden. Daarmee sluit je de Koerden die niet pro-PKK zijn uit. Je uitspreken of protesteren tegen de aanval op Afrin heeft niets te maken met de PKK of nationalisme of zoiets, het is een kwestie van opkomen voor mensenrechten.’

Ronahi Muhamad (23), taaldocent en activist

Foto: Ronahi Muhamad

‘Het doet enorm veel pijn om te zien dat er veel mensen, inclusief burgers en kinderen, worden vermoord door Turkije. Dat heel de wereld toekijkt en niets doet om dit te stoppen maakt de pijn veel groter.

Ik kom uit Afrin en heb veel familie en vrienden in het gebied, maar contact maken gaat heel lastig. Ze zijn via de telefoon moeilijk bereikbaar. Ook ik ben daarom nog steeds heel erg afhankelijk van de berichtgeving op tv en internet. Ik maak me al dagen zorgen over de gebeurtenissen daar. Ik vraag me steeds af of de mensen die ik liefheb het nog goed hebben en ongedeerd zijn. Op het nieuws hoor ik dat er in een bepaald dorp iets is gebeurd en dan denk ik ‘oh, dat is mijn dorp’ of ‘daar ben ik geweest’. Wanneer ik burgers daar wel kan bereiken, merk ik hoe strijdbaar ze zijn. Ze zeggen dat ze zich tot het bittere einde zullen verzetten tegen de aanvallen die Turkije uitvoert.

Eerder hoopte Turkije dat Kobani snel zou vallen, dat is ook niet gebeurd. Het is meer wishful thinking dan een gezonde analyse denk ik. Ik geloof dat Turkse leiders ook in de gaten hebben dat het helemaal niet zo simpel is om hun doelen te bereiken in Afrin, maar ze kunnen dat niet publiekelijk bekendmaken. Turkije probeert nu propaganda te verspreiden.

Voor de Koerden in het gebied is het nu alles of niets. Hoe deze strijd ook wordt beëindigd, het is niet Turkije of de Koerden die iets gaat winnen. De winnaars zijn nu al de grootmachten die belangen hebben in de regio. Ze willen een nieuwe verdeling maken in het Midden-Oosten volgens hun eigen richtlijnen en zetten daarvoor volkeren tegen elkaar op. Hun mannen worden niet vermoord, hun vrouwen worden niet verkracht.

Wat Turkije nu doet overschrijdt de rode lijn van de Koerden. Toch zeggen veel Koerden niet dat ze niets meer te maken willen hebben met Turkije. Het is nog steeds mogelijk dat de Turks-Koerdische banden worden aangehaald, maar dan moet Turkije wel kiezen voor vrede en democratie. Als Turkije Koerden blijft aanvallen, dan zal de Koerdische reactie ook niet vriendelijk zijn. Als je mij in mijn huis aanvalt, dan verdedig ik mezelf, dat is wat Syrische Koerden nu doen.

Veel Koerden zetten zich in voor Afrin, ze sturen bijvoorbeeld humanitaire hulp of demonstreren. We weten dat de mensen daar niets hebben aan rouwen en huilen. We moeten actie ondernemen, dat zie ik veel Koerden in het Westen gelukkig ook doen.’

Latif Tali (39), gebiedscommissielid in Rotterdam namens de PvdA

Foto: Latif Tali

‘De inval van Turkije is ongegrond. Het gaat zeker niet om een terreurdreiging, zoals Turkije telkens benadrukt, maar puur om een poging de erkenning van het Koerdische volk in het gebied te voorkomen of in ieder geval te vertragen. In Turkije hebben de Koerden niet de wettelijke rechten die ze zouden moeten hebben en dat probeert Turkije nu ook in de rest van de regio te realiseren. Erdogan is doodsbang dat de Koerden erkenning krijgen. Als hij zich echt zoveel zorgen maakt om terreurgroepen, zou hij niet samenwerken met IS en soortgelijke terreurgroepen.

Afrin is één van de weinig stabiele regio’s in het gebied en neemt veel vluchtelingen op. Veel mensen die een veilig bestaan hadden opgebouwd in Afrin moeten nu weer vertrekken naar een ander gebied. De vraag is natuurlijk waar het dan nog wel veilig is in het land. Syrië begon, nu IS is verdreven, net weer te herstellen en de ellende van zich af te schudden. Door Afrin aan te vallen heeft Turkije gekozen voor het laten escaleren van de oorlog. We keren weer terug naar oorlog en slachtoffers, juist toen mensen weer begonnen te geloven in vrede.

Erdogan ziet het democratische systeem van zelfbestuur dat wordt opgebouwd in Afrin en andere Koerdische regio’s in Noord-Syrië en de relatieve stabiliteit en veiligheid in deze gebieden, als een bedreiging, niet de YPG of andere groepen die hij als excuus gebruikt om de aanval te legitimeren. Hij is vooral bang dat het Koerdische systeem van zelfbestuur op internationaal vlak erkenning krijgt.

De Koerden in Turkije vragen al tientallen jaren hun gekaapte rechten terug van Turkije. Er wordt gezegd dat Turkije Afrin binnenvalt om de PKK een halt toe te roepen, maar Turkije is al veertig jaar in oorlog met de PKK. Wie weet waar Turkije gaat stoppen in Syrië. Turkse leiders begonnen eerst met ‘we gaan alleen onze grenzen beschermen’, inmiddels hebben ze het over ‘doorgaan tot de grens met Irak’. Zo onbetrouwbaar. Maar gemakkelijk zal het sowieso niet worden voor Turkije. Ankara onderschat de uitdagingen die het te wachten staat in Syrië. Ik geloof absoluut niet dat Turkije aan de winnende hand is op dit moment of zijn doelen in Syrië zal bereiken. Oorlog kent geen winnaars, wel slachtoffers, doden en verliezers.

Je mag in Turkije niet eens zeggen dat je tegen oorlog bent, als je dat wel doet, moet je de gevangenis in. Het lijkt wel een mentale verlamming. Het Erdogan-regime tolereert niet eens humanitaire oproep tot het stoppen van het bloedvergieten. De noodtoestand die van kracht is in Turkije maakt de situatie nog erger. Tegenstanders van de regering en critici zijn niet meer veilig. De regering bewapent zelfs burgers. Als straks tijdens een demonstratie Koerden doodgeschoten worden, kunnen de daders zeggen dat de Koerden geen burgers maar terroristen waren. Er heerst een ware angstcultuur in het land. Burgers worden geterroriseerd. Erdogan heeft Koerden ook openlijk bedreigd. ‘Als jullie de straat opgaan zullen jullie zien wat we gaan doen’, zei hij. Verder zijn complete Koerdische gebieden in het zuidoosten van het land verwoest. Zo wordt de woede alleen maar groter. Op een gegeven moment zullen mensen zeggen ‘tot hier en niet verder’.

Helaas zie ik in mijn omgeving dat de afstand tussen Turken en Koerden alleen maar groter wordt. Ook voor mij is de aanval op Afrin een grens, een rode lijn die wordt overschreden. Als het alleen om de Turkse regering zou gaan, zou ik het minder erg vinden. Maar nu ik zie dat grote groepen Turken de oorlog zo openlijk en fanatiek steunen, is de teleurstelling enorm. Behalve de pro-Koerdische HDP (Democratische Partij van de Volkeren, red.), steunen alle politieke partijen in Turkije Erdogans oorlog tegen de Koerden. Dat kunnen ze moeilijk goedmaken. Veel Turken zeggen dat Turken en Koerden broeders zijn. Als ze zo veel waarde hechten aan broederschap, waarom worden Koerden dan benadeeld, achtergesteld en zelfs gebombardeerd door de Turkse staat? De aanval op Kobani zorgde al voor een nieuwe barst in de Turks-Koerdische relatie, wat er in Afrin gebeurt is veel erger. Turken en Koerden raken steeds verder vervreemd van elkaar.

Zonder een eigen staat of bestuur hebben we geen bescherming en zijn we kwetsbaar. De ene keer komt de dreiging van Iran, de andere keer van Turkije of een ander land. Dat is waarom de PKK is ontstaan, de Koerden hadden en hebben geen andere bescherming.’

Ömer Kaya (21), student

Foto: Ömer Kaya

‘De Afrin-operatie is een bezetting, anders kan ik het niet noemen. Het ware doel van de inval, dat Turkije uiteraard verbergt, is het stationeren van radicaal-salafistische terroristen in Afrin. De aanval is een regelrechte ramp voor de Koerden in het gebied. We zien beelden van dode kinderen, vrouwen en ouderen. Het is in feite een slachting.

Turkije gebruikt oude tactieken en vervalt weer in oude fouten. Turkije is bang de confrontatie aan te gaan met zijn eigen geschiedenis, aangezien de moderne Turkse geschiedenis vol zit met volkerenmoorden, genocides en assimilatie van minderheden.

De spanningen tussen Turkse en Koerdische Nederlanders zijn een gevolg van Erdogans propagandamachine. Zoals iedereen weet is de lange arm van het Erdogan-regime ook te voelen in Europa en vooral in tijden van chaos die veroorzaakt wordt door hetzelfde regime. De acties van het regime drijven Turken en Koerden verder uit elkaar. Door de polarisatie in Turkije en doordat het regime de spanningen ook exporteert naar de rest van wereld bevinden Turken en Koerden zich nu op een zeer belangrijk breekpunt. Als de emotionele band tussen de Koerdische en Turkse volkeren breekt, dan is het afgelopen met de dialoog. Erdogan deinst nergens voor terug en beschouwt elk middel als legitiem om een definitieve breuk tussen de Turken en de Koerden te realiseren.

De Koerden willen niets van Turkije behalve respect voor hun mensenrechten. Andere landen zullen de Koerden niet beschermen. Dat weten wij ook heel goed. De Koerden verwachten dat ook niet. Zolang andere landen Turkije maar niet helpen om ons te bestrijden, dan zijn wij al tevreden. NAVO-landen moeten geen wapens meer leveren aan Turkije. Die wapens worden gebruikt tegen Koerdische burgers.

Zoals elk ander volk op de wereld hebben ook de Koerden recht op zelfbeschikking, in de vorm van autonomie of volledige onafhankelijkheid. Ik beschouw het democratische systeem in Rojava als een lichtpunt in de duisternis van het Midden-Oosten.

De Koerdische gemeenschap, ook die in Nederland, is fel gekant tegen de invasie van Afrin. Er zijn dan ook al meerdere demonstraties gehouden. Welk weldenkend mens kan voorstander zijn van moord op burgers? We hebben een vuist gemaakt tegen de invasie van Afrin. Zo heeft een negatieve ontwikkeling toch ook weer iets positiefs teweegbracht. Het Koerdische volk is eensgezinder dan ooit.’

DELEN
Hakan Büyük
Journalist gespecialiseerd in integratievraagstukken, moslimextremisme en Turkije. Eindredacteur van de Kanttekening.