4.4 C
Amsterdam

Het schrijfwerk van Edward Said blijft actueel: ‘Oriëntalisme is echt overal’

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

‘Lang na zijn dood in 2003, blijft Edward W. Said een partner in vele denkbeeldige gesprekken.’ Met deze ware zin opent Timothy Brennan zijn intellectuele biografie Places of Mind over de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said (1935-2003), wiens blijvende invloed op de geesteswetenschappen nauwelijks kan worden overschat. Ook in de media en op social media is zijn analyse van oriëntalisme – de ‘westerse’ manier van hoe we naar het oosten kijken – springlevend. Palestijnen zijn trots op ‘hun’ held, wiens portret prijkt op muren van oude steden in Palestina, in het gezelschap van martelaren die stierven voor de Palestijnse zaak. Wie was Edward Said? Hoe kon hij uitgroeien tot de belangrijkste niet-westerse intellectueel van de twintigste eeuw? En waarom is hij nog steeds relevant? Over deze en andere vragen ging de Kanttekening in gesprek met zijn biograaf Brennan (68), die zelf als literatuurwetenschapper aan verscheidene Amerikaanse universiteiten verbonden was.


Beeld: Timothy Brennan

U kende Said persoonlijk. Wat was uw relatie met hem? En wat voor mens was hij?

‘Edward leerde ik in 1979-1980 kennen als student. Ik had een hoge dunk van hem, hij was een rijzende ster. Hij had ook interesse in mij, omdat ik geen typische student was. Na mijn afstuderen werd hij mijn Ph.D.-begeleider, die mij adviseerde bij het schrijven van mijn proefschrift. We hadden ook leuk persoonlijk contact. Hij had iets jongensachtig over zich en was informeel, terwijl hij met zijn superieure intellect tegelijkertijd iets intimiderends had. Je moest je colleges altijd heel goed voorbereiden.

‘Toen ik professor was geworden aan een lokale universiteit in New York kwam ik hem weer tegen op zijn kantoor op Columbia University, tijdens lunches, op bijeenkomsten en bij hem thuis. Edward vroeg mij zijn colleges van hem over te nemen, als hij voor lezingen elders was. We dronken soms whisky bij hem thuis. Vlak voor Edwards overlijden in 2003 hielp ik hem met zijn polemiek tegen journalist Christopher Hitchens (1949-2011, red.), die een kritisch essay over Edward had geschreven.’

Daarover heb ik gelezen in Hitchens autobiografie Hitch 22. Ze waren toch eerst vrienden, Said en Hitchens?

‘Dat klopt. Maar Hitchens kwam in het rechtse kamp terecht en verdedigde ook de Amerikaanse invasie van Irak. Hitchens had het over ‘islamofascisme’, en beschouwde zijn voormalige vriend als een ideologische tegenstander. Zijn essay was een laaghartige en agressieve aanval, Hitchens interpreteerde Edward totaal verkeerd.’

En ze hebben zich nooit meer met elkaar verzoend?

‘Nee. Hitchens heeft zijn ware gezicht laten zien met zijn essay. Hij wist dat Edward op sterven lag.’

Wat is Edward Saids invloed op de huidige wetenschap?

‘Die is diepgaand op verschillende manieren. Allereerst heeft Said de demografie van de studentenpopulatie op de faculteit mede helpen te veranderen. Hij opende deuren voor studenten van kleur. De faculteiten werden diverser. Ook kregen docenten van kleur mede dankzij Said betere posities op de universiteit. Hij liet zijn invloed gelden en kreeg zo mensen van kleur op hoge posities. Ook het kritische denken is dankzij Said veel belangrijker geworden. Hij heeft niet alleen de literatuurwetenschap – zijn eigen vak – diepgaand beïnvloed, maar ook andere vakken als antropologie en geschiedenis.

‘Daarnaast bood Said tegenwicht aan de maatschappelijke ruk naar rechts, waar we in de jaren tachtig van de vorige eeuw mee kampten. In de tijd van Reagan en Thatcher liet Said als publieke intellectueel niet alleen zien dat het anders kon, maar ook hoe. Hij was onafhankelijk en verdedigde het humanisme, terwijl westerse regeringen en de westerse publieke opinie een andere kant op bewogen.’

Hoe moet je Said zien? Als een Amerikaanse Jean-Paul Sartre, een gezaghebbende linkse intellectueel? 

‘Said was het dichtste wat VS had in de buurt van een Sartre. Maar met het cruciale verschil dat Amerika een anti-intellectueel land is, terwijl Frankrijk publieke intellectuelen heel hoog heeft zitten.’

Wat is Saids relevantie voor de maatschappij van nu?

‘Tegenwoordig staan in verschillende landen de geesteswetenschappen onder druk. De universiteit moet vooral nuttig zijn, economisch nut hebben. Said is met zijn eloquente verdediging van de geesteswetenschappen dé persoon die deze wetenschappen relevant maakte voor het publieke debat. Dat een universiteit niet nuttig moet zijn voor de samenleving, maar juist kritisch op de samenleving.

‘Daarnaast heeft Said veel betekend voor de Palestijnse zaak. Natuurlijk heeft hij niets kunnen veranderen aan de bezetting van Palestina en het Israëlische nederzettingenbeleid, maar wel heeft hij kritiek op het zionisme en op de staat Israël salonfähig gemaakt, waardoor je niet meteen voor antisemiet wordt uitgemaakt als je kritiek hebt. Bovendien heeft Said de eenstaatoplossing – één staat voor Joden en Palestijnen – bedacht en op de politieke agenda gezet. Deze oplossing is volgens mij de enige oplossing voor dit decenniaoude conflict.’

‘Ondanks Saids werk zijn islamofobe beelden van het Midden-Oosten nog steeds breed geaccepteerd in de westerse media’

U heeft een intellectuele biografie geschreven over Said, geen gewone biografie. Vanwaar deze keuze?

‘Allereerst natuurlijk omdat de uitgever dat expliciet aan mijn vroeg. Hij wilde een intellectuele biografie over Edward Said. Natuurlijk biedt mijn intellectuele biografie ook aandacht aan het persoonlijke, aan de anekdotes. Die zijn zeker belangrijk. Maar het moest geen biografie worden zoals die over (de Amerikaanse schrijver, red.) Philip Roth, die vol staat met seksuele schandalen. Als je Said recht wil doen, dan moet je hem beschrijven als de intellectueel die hij was. Ik wilde een verbinding leggen tussen de universitaire wereld en die van de intellectueel die op televisie aan allerlei debatten meedeed en zich inzette voor Palestina.’

Hoe combineerde Said beide werelden?

‘Said deed veel onderzoek naar de Arabische filosoof Ibn Khaldun (1332-1406, red.) en de Ierse schrijver Jonathan Swift (1667-1745, red.). Hij leerde van hen de kunst van welsprekendheid, die hij vervolgens toepaste in het publieke debat. Het waren voor Said dus geen gescheiden werelden, en zijn werk als academicus hielp hem om een succesvollere intellectueel te worden.’

Uw boek heet Places of Mind. Wat bedoelt u met deze titel?

‘Said kreeg van tegenstanders vaak het verwijt dat hij helemaal geen Palestijn was, maar gewoon een Amerikaan die in de Verenigde Staten woonde en werkte. Maar de meeste Palestijnen zijn ballingen. Voor hen, ook voor Said, is Palestina een geprojecteerde plek in de geest.

‘Daarnaast wilde Said de politieke discussie omkeren. We moeten ons niet focussen op tijd, zoals Hegel en Marx, maar op geografie. Veel belangrijker dan de factor tijd is voor de Palestijnen de factor geografie, namelijk dat hun land bezet is door Israël. En dat dankzij het nederzettingenbeleid steeds meer stukken land worden afgepakt.’

Door wie is Said intellectueel beïnvloed? Was dit vooral de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984, red.), die een relatie tussen taal en macht legde? Of bijvoorbeeld de Amerikaanse taalwetenschapper Noam Chomsky (1928-, red.)?

‘Hoewel Foucault Said inderdaad beïnvloed heeft, vooral in het begin van zijn carrière, is Said geen leerling van Foucault. Zijn bekendste boek Orientalism uit 1978 is ook geen Foucault-boek. Said is juist heel kritisch op Foucault, omdat hij te eenzijdig focust op het discours dat alles en iedereen controleert en te weinig aandacht heeft voor motieven als winst, ambitie, ideeën en macht in zijn analyse. Van grote invloed op Saids werk was inderdaad Noam Chomsky, die van Said het eerste exemplaar van Orientalism kreeg. Toch is Chomsky geen leermeester van Said. Ze waren tijdgenoten.’

Wie waren wel zijn leermeesters?

‘Een leermeester, in zekere zin, was de Libanese christelijke intellectueel Charles Malik (1906-1987, red.), die zich met dezelfde grote thema’s – Oost en West, de staat Israël en de islamitische wereld – bezighield als Said later. En Malik was een staatsman en een filosoof. Dat wilde Said ook zijn. Malik was getrouwd met de nicht van Saids moeder Eva. Daarom kon hij zo’n grote invloed op Said uitoefenen.

‘Verder heb je – naast andere inspiratoren – onder andere Constantine Zurayk (1900-2000, red.), die de term Nakba muntte, Arabisch voor ‘ramp’, als referentie naar de etnische zuivering van de Palestijnen in 1948; de Italiaanse filosoof Antonio Gramsci (1891-1937, red.), die een theorie ontwikkelde over culturele hegemonie; en de Nahda-intellectuelen van de Arabische renaissance van eind negentiende eeuw.’

Said is wereldberoemd geworden met zijn boek Orientalism. Wat is oriëntalisme volgens Said en wat is er problematisch aan?

‘Het is een idee dat al veel langer leefde onder Arabieren. Ze stoorden zich aan westerse karikaturen over het Arabische, islamitische leven. Said liet in zijn studie echter zien dat negentiende-eeuwse filologen deze anti-Arabische, anti-islamitische vooroordelen overnamen en institutionaliseerden, zodat de wetenschap politieke overheersing legitimeerde. Met zijn boek Orientalism bracht Said literatuurwetenschap naar het centrum van de politieke discussie. Interessant is bijvoorbeeld dat een Israëlische topmilitair een boek schreef over de ‘Arabische geest’, dat weer door de CIA gebruikt werd bij verhoortechnieken. Said heeft kritiek op het instrumentaliseren van oriëntalisme in oorlogen.’

In hoeverre is oriëntalisme een realiteit in onze tijd?


‘Oriëntalisme is echt overal. Ondanks Saids werk zijn islamofobe beelden van het Midden-Oosten nog steeds breed geaccepteerd in de westerse media. Neem de hypocriete wijze waarop westerse media reageerden op de terugtrekking van de VS uit Afghanistan. Opeens waren de media heel bezorgd over vrouwenrechten. Begrijp mij niet verkeerd: de Taliban zijn slecht voor vrouwen. Maar was het daarvoor echt zoveel beter? Dat durf ik te betwijfelen. En komt vrouwenhaat door de islam, wat het populaire beeld is? Natuurlijk niet, het komt door het patriarchaat in het algemeen.

‘Saids analyse over het oriëntalisme kun je niet alleen op de Arabische wereld toepassen, maar bijvoorbeeld ook op China. Alles over China is nu negatief bijvoorbeeld.’

Maar daar valt best wel wat voor te zeggen, nietwaar? China onderdrukt de islamitische Oeigoeren, begaat tegen hen een vorm van culturele genocide.

‘De genocide op de Oeigoeren is verschrikkelijk en ga ik niet bagatelliseren. Maar het beeld dat we over China hebben is een bekrompen beeld. Er bestaat in China een grote middenklasse. Maar de media hoor je daar zelden over. Het vijandbeeld is dominant. Oriëntalisme belet mensen om de werkelijkheid te zien. Alles is alleen maar negatief. Je moet met een open blik naar de wereld kijken, niet met een bekrompen visie.’

Er is nog steeds veel onrecht en ellende in het Midden-Oosten. Hoe kun je dit aankaarten zonder oriëntalistisch te zijn? Is dat wel mogelijk?

‘Dat is mogelijk. Je kunt tegelijkertijd postoriëntalist zijn en voor de universele mensenrechten opkomen. Dat is ook noodzakelijk. Edward Said maakte een onderscheid tussen filiation, verwantschap, en affiliation, verbondenheid. Verwantschap heb je met je familie en mensen van dezelfde etnische groep. Het is een andere band dan de verbondenheid die je met mensen voelt omdat je dezelfde waarden en standpunten deelt. Het is goed dat je kritisch bent over mensenrechtenschendingen, overal in de wereld. Maar het is een slechte zaak als je die mensenrechtenschendingen beschouwt als onderdeel van de islam. Kritiek op de Turkse president Recep Tayyip Erdogan? Prima. Maar hij is geen antidemocraat omdat hij moslim is.’

De Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur hekelde ooit het zogenoemde ‘occidentalisme’, een antiwesters discours waarin ‘het’ Westen als racistisch, kolonialistisch en ‘wit’ wordt voorgesteld. Bestaat occidentalisme?

‘We moeten voorzichtig hiermee zijn. Sommige auteurs wijzen op occidentalisme om de zogenaamde eenzijdigheid van Saids kritiek aan te tonen en het oriëntalistische standpunt te verdedigen. Dat is verdacht. Maar tegelijkertijd is het Westen meer dan racisme en kolonialisme. De westerse traditie bestaat ook uit denkers en activisten die kritiek hadden op kolonialisme en imperialisme. Ik heb collega’s die erg ongenuanceerd zijn over het Westen, in hun ogen de boeman. Dat is niet wat Said ons leerde. Ik wil ook lesgeven over de grote dingen die de westerse wereld heeft voortgebracht, ideeën die ook werden omarmd door niet-westerse denkers. We moeten juist genuanceerd zijn in de tijd van hyperraciaal bewustzijn.’

‘Radicale denkers die roepen dat het Westen de maatschappij vergiftigt, die interpreteren Said te extreem’

Said is dus genuanceerder dan dogmatische denkers die zich op hem beroepen?

‘Said denkt inderdaad minder binair dan sommigen die met zijn ideeën aan de haal gingen. Je moet ook kritisch over Said kunnen zijn. Said zorgde voor progressieve energie, maar tegelijkertijd is Orientalism ook een boos boek dat kan leiden tot polarisatie. Het is begrijpelijk dat sommige lezers juist die boze elementen eruit pikken. Maar radicale denkers die roepen dat het Westen de maatschappij vergiftigt, die interpreteren Said te extreem.’

Wat heeft Said nog meer gepresteerd behalve het concept van oriëntalisme?

‘Hij is de eerste die islamofobie problematiseerde, in zijn boek Covering Islam uit 1981, dat hij schreef naar aanleiding van de Iraanse gijzelingscrisis van 1979. Daarnaast liet Said in zijn geschriften over het Palestijnse conflict zien hoe belangrijk de kracht van het verhaal is. Het vertellen van een goed narratief is belangrijk voor politieke macht.’

Said werd geboren in Jeruzalem, groeide op in Palestina, Egypte en Libanon en werd daarna door zijn ouders naar een kostschool gestuurd in de Verenigde Staten, het land waar hij ook zijn academische carrière zou maken, zo lees ik in uw boek. Was Said een typische kosmopoliet, wiens vaderland de wereld is?

‘Niet helemaal. Said was heel erg Amerikaans. Dat was niet alleen technisch, dat hij een Amerikaans paspoort had, Said identificeerde zich ook sterk met de Amerikaanse cultuur. Zo at hij gewoon hotdogs, keek hij zaterdagmiddag graag naar het dansprogramma Dance Fever en hield hij ook van blockbusters als Die Hard. Tegelijkertijd wilde Said ook zijn Arabische en Palestijnse identiteit niet verloochenen. Met Arabieren sprak hij bijvoorbeeld alleen in het Arabisch. Ik denk dat zijn identiteit vooral werd bepaald door zijn positie als intellectueel en als progressieve academicus aan de universiteit. Maar zijn vaderland was niet de wereld, hij voelde zich geen Duitser of Fransman, alleen Amerikaan en Palestijn.’

Said had een christelijke achtergrond, zijn ouders waren Anglicaans. Maar hij noemde zich voor de grap wel eens een ‘eremoslim’, omdat hij voor de rechten van moslims opkwam. Hoe verhield Said zich tot het christendom?   

‘Het feit dat Said en zijn familie lid van de Anglicaanse Kerk waren, dezelfde kerk als de Britse koloniale machthebbers, was een beetje oncomfortabel, ook tegenover de Arabische christenen in het land. Said zei later tegen zijn kinderen dat hij atheïst was. Als ze langs een kerk liepen en ze mensen hoorden zingen, voelde hij niet de behoefte om even naar binnen te gaan om te kijken. Maar tegenover moslims noemde Said zich geen atheïst, omdat dit onder moslims wat gevoeliger ligt. Said was diep beïnvloed door zijn religieuze opvoeding en kende de gebeden en liederen van de Anglicaanse Kerk goed. Zijn christelijke opvoeding heeft vooral zijn liefde voor muziek gevormd.’

Waarom kon Said vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw carrière maken aan de universiteit? Werd hij niet tegengewerkt? Had hij – als wetenschapper met een Arabische etnische achtergrond – geen last van discriminatie en racisme?

‘Said had soms last van discriminatie en racisme toen hij studeerde. Hij was ‘donker’ en van een ‘twijfelachtige achtergrond’. Maar toen hij eenmaal beroemd was geworden, werd hij beschermd door zijn celebrity status. Ook zijn intelligentie en zijn succes beschermden hem. Said kon klachten articuleren. Mensen waren voorzichtiger, omdat ze wisten dat hij verbaal heel sterk was. In bepaalde kringen was Said niet welkom, maar dat was meer ideologisch, omdat hij links was en voor de Palestijnen opkwam. Maar juist zijn progressieve standpunten openden de deuren bij anderen.’

In hoeverre beschouwde de staat Israël Said vanwege zijn activisme als een ‘gevaar’?

‘De staat Israël beschouwde Said als een bedreiging vanwege zijn eloquente verdediging van het Palestijnse standpunt. Saids grote tegenstander was de Brits-Amerikaanse historicus en oriëntalist Bernard Lewis (1916-2018, red.), die volgens Noam Chomsky betaald werd door de staat Israël. Ze voerden stevige debatten. Verder had je in de VS magazines die door Israël betaald werden, of door de Israëllobby. Deze magazines probeerden Saids reputatie door het slijk te halen. Zo noemde Edward Alexander (hoogleraar Engels en essayist, 1936-2020, red.) Said ‘the professor of terror’ en probeerde hij hem met terrorisme in verband te brengen.

‘Said was niet welkom in zijn geboorteland. Pas na de Oslo-akkoorden, waar Said trouwens fel tegen was, kon hij terugkeren naar Palestina.’

‘De staat Israël beschouwde Said als een bedreiging vanwege zijn eloquente verdediging van het Palestijnse standpunt’

En wat vond de Amerikaanse overheid van hem? De FBI tapte toch zijn telefoongesprekken af? 

‘Inderdaad. En de FBI schreef ook uitgebreide rapporten over Said, die ze goed in de gaten hielden. Hij was enigszins verdacht omdat hij actief was voor de Association of Arab-American University Graduates (de Vereniging van Arabisch-Amerikaanse Alumni, red.). Toch, zo blijkt uit de stukken, kreeg de FBI steeds meer waardering voor Said. Ze hadden al vroeg door dat hij het ver zou schoppen als intellectueel, op basis van zijn optreden en zijn intelligente artikelen. Ze begonnen hem aardig te vinden. Het is een beetje zoals de film Das Leben der Anderen, waar een Stasi-agent sympathie begint te krijgen voor een dissidente schrijver uit de DDR.

‘Tegelijkertijd had de FBI ook al vroeg in de gaten dat Saids ideeën gevaarlijk waren, vooral voor Israël. Stanley Kurtz, een antropoloog die verbonden was aan de conservatieve Hoover Institution, getuigde in 2003 voor een subcommissie van het Huis van Afgevaardigden dat Saids postkoloniale kritiek ervoor had gezorgd dat docenten en onderzoekers Midden-Oosten Studies in de VS ongevoelig waren geworden voor de verleiding om bij te dragen aan de ‘War on Terror’ van president George W. Bush.’

Said was heel kritisch over de ‘oorlog tegen terreur’, weet ik dankzij zijn polemiek met Christopher Hitchens. Maar hoe keek hij aan tegen extremistische organisaties als Al Qaida?

‘Said had stevige kritiek op Al Qaida en nam afstand van hen. Ook had hij kritiek op splintergroepen van de PLO (de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, red.). Said voelde dit al redelijk vroeg aan. Aanvankelijk steunde Said de radicale facties, maar zijn vriend Eqbal Ahmad (1933-1999, red.) overtuigde hem van het feit dat dit niet de juiste weg was om te bewandelen. Je moet het publiek winnen, en dat kun je alleen als je op de moral highground staat. Omdat Said kritiek had op de militaire optie en plegers van zelfmoordaanslagen geen martelaren noemde, werd hij niet populair bij de radicalen in het Midden-Oosten.

‘Said schreef veel over 9/11 en de ‘oorlog tegen terreur’. Said verdedigde het terrorisme niet. Hij steunde Amerika. Maar dan wel het andere Amerika, het Amerika van de goede progressieve tradities. Van de burgerrechten, van het feminisme. De wijze waarop de VS onder leiding van Bush de oorlog tegen de terreur uitvochten, vond Said bespottelijk. Ook had hij kritiek op het feit dat onder het mom van deze oorlog burgerlijke vrijheden werden geschonden. Het ging onder andere om de Patriot Act van oktober 2001, die de Amerikaanse overheid meer ruimte gaf om informatie te vergaren over mogelijk terrorisme en hier harder tegen op te treden. Said bekritiseerde de erosie van de rechtsstaat, waarbij al dan niet vermeende tegenstanders, waaronder Amerikaanse burgers, willekeurig vermoord konden worden, de institutionalisering van foltering. Hij hekelde ook het hersenloze gejoel waarmee een groot deel van het Amerikaanse publiek deze aanval op de rechtsstaat verwelkomde.’

Als Said nu nog geleefd zou hebben, hoe zou hij hebben gereageerd op de imperialistische politiek van Turkije? En zou hij het isolationisme van Donald Trump, die zich wilde terugtrekken uit het Midden-Oosten, hebben toegejuicht, denkt u?

‘Said is nu meer dan achttien jaar geleden overleden, dus we moeten voorzichtig zijn met het doen van voorspellingen. Maar het is evident dat hij kritiek zou hebben op Erdogan, die niet alleen een autoritaire richting heeft ingeslagen, maar ook de onafhankelijkheid van de universiteiten aanvalt. Juist de academische vrijheid had Said altijd hoog in het vaandel staan.

‘Uiteraard zou Said ook kritisch zijn op Donald Trump. Said was wel voor de terugtrekking van de VS uit het Midden-Oosten, maar was tegen isolationisme. Hij vond dat de Verenigde Naties voor vrede moesten zorgen.’

Beeld: Picador

Ten slotte: wat zou hij, denkt u, hebben gevonden van de BDS-beweging (Boycot, Desinvestering en Sancties, red.), die Israël cultureel en economisch wil boycotten?

‘Hij zou de BDS-beweging denk ik hebben gesteund. Maar dan wel als intellectueel, dus kritisch. Zo werkte Said samen met een Israëliër voor een orkest. De BDS-beweging zou dit verkeerd vinden. De boycot van Zuid-Afrika leidde uiteindelijk tot het einde van de apartheidspolitiek. Zo moet de boycot van Israël leiden tot het einde van de apartheid en de bezetting en vrijheid voor de Palestijnen. En de eenstaatoplossing van Said, een democratische staat met gelijke rechten voor alle burgers, is daarvoor de beste oplossing.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -