In Bosnië overleven vluchtelingen winterkou en gewelddadige grenspolitie

Loïc Michels
Loïc Michels
Journalist gespecialiseerd in Europa en 'nieuwe' Nederlanders.

Lees meer

Politici beweren  dat de vluchtelingencrisis is bezworen, maar in Bosnië zitten nog duizenden migranten en vluchtelingen in mensonterende omstandigheden. Ze kunnen niet verder, want de Kroatische grenspolitie houdt ze tegen bij de grens – vaak met geweld.

‘Iedereen zou zich hierover moeten schamen’, spuwt hulpverleenster Anouk (wil niet met achternaam in de krant). Zelfs over de telefoon zijn haar frustratie en woede tastbaar.  ‘Ze slaan die mensen, mijn vrienden, in elkaar, zodra ze de grens overkomen. Het maakt niet uit wie je bent. Dat doen ze met kinderen, ouderen, zwangere vrouwen.’

Anouk is vrijwilliger bij een van de hulporganisaties in de hoofdstad Sarajevo, die de mensen daar helpt de winter te overleven. Als ze over haar werk in Sarajevo vertelt, klinkt Anouk hoogstens laconiek of cynisch. ‘Het is crisis. Maar dat is het al sinds vorig jaar, we zijn er inmiddels aan gewend. Iedereen heeft dekens en een kacheltje, dus het gaat.’ Maar zodra het gesprek komt op de situatie aan de Bosnisch-Kroatische grens, ontvlamt haar stem – ze is woedend. Op de Kroatische grenspolitie, maar ook op de Europese Unie.

Frontex

‘Aantal irreguliere oversteken op het laagste niveau in vijf jaar’, kopte de Europese grenswacht-organisatie Frontex onlangs trots op haar eigen site. Maar om dat lage aantal te bereiken hanteert de organisatie dubieuze methodes. Binnen de grenzen van de EU lijkt de vluchtelingencrisis bezworen, maar in Bosnië (officieel Bosnië-Herzegovina) is het nog dagelijks crisis. Overvolle en inadequate kampen, een strenge winter en meedogenloze autoriteiten staan op gespannen voet met mensenrechten. Het enige tegengas komt van hulporganisaties. Niet eens grote non-gouvernementele organisaties (ngo’s), zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) van de Verenigde Naties, maar van kleinschalige groepjes, bestaande uit niet meer dan tien vrijwilligers elk.

De organisatie No Name Kitchen is een voorbeeld van zo’n kleine organisatie. No Name Kitchen voedt de migranten en vluchtelingen die op weg zijn naar Europa en wapent ze met winterjassen tegen de kou. Daarnaast houdt ze in rapporten bij hoe de Kroatische grenspolitie de mensen behandelt – en dat is niet best. Zo blijkt dat sinds juni 2018 in totaal  141 groepen van maximaal 60 mensen per groep zijn gedeporteerd. Van de gedeporteerden maakt 75 procent melding van diefstal, 74 procent van obstructie van asielprocedures en maar liefst 84 procent van geweld – allemaal door de Kroatische grenspolitie.

Het rapport Grensgeweld op de Balkanroute, dat het geweld sinds het tweede helft van 2018 bijhoudt, stelt dat de slachtoffers van verscheidene nationaliteiten zijn:  Afghaans, Pakistaans, Syrisch, Jemenitisch, Iraans en zo gaat de lijst door. ‘Gewoonlijk gaat het om jonge mannen met een donkere huidskleur, maar vrouwen, kinderen en ouderen zijn ook slachtoffers van de pushbacks.’ De tekst is geïllustreerd met een foto van de rug van een kind, voor bijna de helft bedekt door een paarse vlek.

Asiel aanvragen, zoals toegestaan onder internationaal recht, wordt de asielzoekers onmogelijk gemaakt. Sterker nog, het rapport stelt dat degenen die bij de confrontatie met de grenspolitie hun rechten opeisen de grootste kans lopen te worden aangevallen. Ook andere rechten worden geschonden  door de uitzettingen collectief te laten verlopen via onofficiële grensovergangen, zo stelt waakhond Border Violence Monitoring in een artikel in de Britse krant The Guardian. Dat is de reden dat de organisaties een nieuw woord gemunt hebben: in plaats van expulsion, dat impliceert dat het via het rechtssysteem gaat, spreken ze van pushbacks: illegale uitzettingen.

De reis van Othman

Een van de plekken waar migranten en vluchtelingen zich verzamelen is de Bosnische grensplaats Velika Kladuša. Daar wisselen ze informatie uit en bereiden zich voor op de tocht: de gevaarlijke oversteek naar Kroatië. De Marokkaanse Othman (27) is een van de migranten die de oversteek waagde, en vertelt De Kanttekening over zijn oversteek. In november ging hij vanuit de grensplaats Velika Kladusa met zo’n vijftien anderen op pad, bepakt met voedsel voor twintig dagen. En ook: met goede raad en afschrikwekkende verhalen van achterblijvers, die uitgebreid over gebroken polsen en benen vertelden. De hele weg blijven ze achterdochtig, bedacht op elk geluid.

Dagenlang gaat het goed. Maar op een nacht klinkt uit het niets een schot – en de politie doemt op van alle kanten. Paniek breekt uit en alle mannen rennen kriskras door het bos, ze botsen tegen elkaar op en maken geen schijn van kans.

De grenspolitie zet de mannen op een rij. Ze openen alle tassen, kleren moeten worden uitgetrokken en telefoons worden afgepakt. Andere agenten laden Othman en de anderen in een bus, rijden een tijdje. Op de grens gooit de politie de mannen eruit – even lijkt het erop dat ze geluk hebben en zonder kleerscheuren er vanaf zijn gekomen.

Maar niemand zal heelhuids Bosnië bereiken. Een politieman richt een geweer in de lucht en lost waarschuwingsschoten om de mannen op te jagen. Ze vluchten weg in het pikkedonker, maar zien niet dat er in de weg voor hen een groot gat zit: ze vallen, buitelen het gat in en verwonden zich. Dat is het begin van de lange terugtocht, vijfentwintig kilometer terug naar Velika Kladusa. Tot overmaat van ramp heeft een vriend zijn been gebroken in het gat – met als gevolg dat de reis maar liefst zeven uur duurt. Als ze terugkomen zitten ze in dezelfde uitzichtloze positie. Othman is niks opgeschoten – hij gaat terug naar Sarajevo.

Sarajevo

Othman is zeker niet de enige die vastzit in Sarajevo, wachtend op een uitkomst. De grote meerderheid van vluchtelingen en migranten concentreert zich in de hoofdstad Sarajevo, waar er meer voorzieningen en minder vijandigheid jegens de nieuwkomers heerst. De afgelopen maanden hebben velen van hen doorgebracht in gekraakte huizen, zonder veel verwarming in de winterkou. Ze overleven dankzij de hulp van kleine organisaties, zoals die van Anouk, genaamd BASIS BiH – naar Bosna i Hercegovina, de Bosnische naam voor het land. ‘‘Grip’ is een groot woord, maar we weten wat eraan komt, en we hebben de middelen’ zegt ze.

BASIS is een van de weinige organisaties die in Sarajevo actief zijn. Dagelijkse bezigheden voor de vrijwilligers zijn het verstrekken van dekens, hout en schoenen. Ze organiseren voetbalwedstrijdjes en runnen een centrum waar gedoucht kan worden. ‘Daar houden we ook de ‘sock exchange’: een plek waar vieze sokken kunnen worden ingewisseld voor nieuwe.’

Anouk refereert aan de migranten en vluchtelingen als haar ‘vrienden’, of  ‘de mensen’.  ‘Sommige andere organisatie helpen, maar met mondkapjes op en handschoenen aan. Ze denken: ‘migranten zijn vies’. We vinden dat echt het domste wat je kan doen. Uiteindelijk zijn we allemaal mensen’.

De kleine organisaties zorgen voor de mensen die verspreid over de stad wonen. Daarnaast zijn er opvangkampen die zijn ingericht door de VN-organisatie IOM. ‘De kampen zijn vreselijk uitgerust en overvol’, vertelt Ingrid, eveneens vrijwilliger bij een organisatie in Sarajevo. ‘De EU heeft de IOM zeven miljoen euro geschonken voor de kampen, maar daar is niks van terug te zien. De kampen zijn nauwelijks uitgerust – het is zelfs zo erg dat de IOM óns heeft moeten vragen om extra dekens.’ De omgekeerde wereld? Ze lacht schamper. ‘Welkom buiten Europa.’

Amnesty

De IOM zelf stelt dat het de zeven miljoen van de EU wel degelijk gebruikt om voedsel, onderdak en hygiëne te verbeteren. Hoewel dat moeilijk is te controleren is het duidelijk dat de EU niet alleen aan humanitaire doeleinden geld schenkt. Het Europese veiligheidsfonds spekt de Kroatische grenspolitie met maar liefst achttien miljoen euro. Met dar geld kan de grenspolitie mensen opleiden en een betere uitrusting kopen. Angela Merkel prees het land om haar beleid, want: ‘grenzen en politie-procedures onderhouden zijn een teken dat Kroatië grote vooruitgang maakt’.

De Europese Commissie, die verantwoordelijk is voor het EU-beleid, reageerde op 13 maart op de beschuldigingen die geuit zijn door de hulporganisaties, waaronder Amnesty. De persvoorlichter stelt dat de Europese Commissie bezorgd is over de signalen van mishandeling, en de beschuldigingen serieus te nemen. Concrete actie wordt nog niet aangekondigd – ‘we blijven de situatie nauwlettend monitoren.’

Velen interpreteren het gebrek aan actie als doelbewust EU-beleid. Op 28 november vorig jaar verscheen er een groot achterverhaal in de Groene Amsterdammer, ‘Het is hier erger dan in Irak’, waarin Europese diplomaten aan het woord komen die suggereren dat de Europese Unie bewust een oogje toeknijpt om een zogenaamde ‘aanzuigende werking’ te voorkomen. Ook Amnesty International is heel kritisch: ‘Europese leiders kunnen hun handen niet langer in onschuld wassen voor de constante collectieve uitzettingen en gewelddadige pushbacks, die het gevolg zijn van hun vastberadenheid om de grenzen te bewaken tegen elke menselijke prijs.’

Bosniërs

Ook de Bosniërs zelf worden langzamerhand moe van de migranten. In de grensplaats Velika Kladusa vertelt Othman dat migranten en vluchtelingen in veel winkels niet langer welkom zijn. Ook zijn er in augustus protesten geweest tegen de toestroom van migranten en vluchtelingen. ‘In Sarajevo was het de afgelopen tijd beter’, zegt Othman, ‘maar ook daar worden mensen moe. In het begin waren de Bosniërs enorm hartelijk. Ze weten hoe het is om te vluchten en emigreren. Toen we Bosnië binnenkwamen werden we geholpen door een oude vrouw in de bergen, ze gaf ons eten en omhelsde ons huilend. Misschien hielp ze zo één, twee mensen, maar tegen de tiende denk je: laat maar.’

De vrijwilligers van de hulporganisaties zijn de laatsten die de migranten en vluchtelingen helpen, zegt ook Othman. Hij waardeert hoe ze huis en haard in de steek hebben gelaten om hulp te verlenen. ‘Zonder hen zouden een hoop meer mensen zijn gestorven, alleen al door de kou – maar ook zouden de migranten veel meer onderling hebben gevochten.’

Bittere pil

Ook al hebben ze de zaak nu onder controle, Anouk weet dat het ergste nog moet komen. De voorgaande jaren konden mensen doorstromen, maar nu zit iedereen vast in Bosnië. Zodra het warmer wordt zullen nieuwe migranten en vluchtelingen arriveren en zal de druk zich opbouwen. ‘Het is nu echt de stilte voor de storm.’

Voor de migranten en vluchtelingen in Bosnië  rest op dit moment niets anders dan het doden van de tijd. ‘De mensen hebben niks te doen – ze zijn bezig met vuurtjes stoken om warm te blijven, maar het is niet echt ontspannen. Er is veel stress. Er zijn hier artsen voor de medische en psychologische hulp. Maar  tegen deze uitzichtloosheid helpt niets, praten niet en pillen ook niet.’

Othman maakt zich op voor zijn volgende poging om de grens over te steken. Europa heeft voor hem niet afgedaan, ook niet na het geweld dat Europeanen hem hebben aangedaan. ‘Het enige wat ik wil is een baan’, zegt Othman, ‘en dat mijn papieren in orde zijn.’ Waar hij uiteindelijk heen wilt?  ‘Olanda!’, roept hij enthousiast.

- Advertentie -

1 REACTIE

  1. Bosnië is een islamitische land en waar zijn andere islamitische rijke landen om die migranten te helpen?…Ze willen niet migranten en vluchtelingen en niemand schrijft erover…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here