0.7 C
Amsterdam

Indiase moskeeën in de verdrukking: ‘Wraakzucht van idiote nationalisten’

Shawintala Banwarie
Journalist. Mede-oprichter Desi Solidariteitsplatform.

Lees meer

Indiase hindoe-nationalisten willen de Gyanvapi-moskee, in de voor hindoes heilige plaats Varanasi, ombouwen tot hindoetempel. Gematigde hindoes hekelen de plannen en waarschuwen dat de moslimminderheid in India steeds meer gemarginaliseerd raakt. Ook in Nederland zijn er hindoes die vrezen dat hun geloof door Indiase extremisten wordt gekaapt. ‘Ik vermoed dat onze goden zich schamen voor deze stommelingen.’


In mei startten hindoe-nationalisten in India een petitie om moslims tegen te houden om te bidden in de Gyanvapi-moskee. Volgens deze hindoes was het gebouw ooit een hindoetempel, die werd verwoest in de zeventiende eeuw tijdens de islamitische overheersing. Dit leidde tot veel discussie onder hindoes in India; er werden op meerdere plekken in het land rechtszaken aangespannen om de Gyanvapi-moskee om te bouwen tot een tempel.

Ook binnen de Indiase regeringspartij BJP wordt warmgelopen voor zulke plannen. Een regionale partijprominent riep twee jaar geleden al op om de Gyanvapi-moskee om te bouwen. Een lid van de hindoe-radicale RSS-beweging – gelieerd aan de BJP – riep zelfs op om met bulldozers de moskee tegen de vlakte te werpen.

De Gyanvapi-moskee is niet de enige moskee waarover radicale hindoes rechtszaken aanspannen. Volgens hindoe-nationalisten zijn duizenden moskeeën in India gebouwd op een plek waar vroeger een tempel stond. Al deze moskeeën moeten ‘weer’ in een tempel worden veranderd. Pas dan is er historische gerechtigheid behaald tegen de islamitische ‘vijand’ – ook al toont onderzoek dat de Moghul-vorsten en andere islamitische overheersers nog geen honderd tempels hebben veranderd in een moskee.

Volgens artiest en activist Pravini Baboeram (37) is het conflict over de Gyanvapi-moskee geen religieuze maar een politieke kwestie. ‘Een stuk geschiedenis wordt gebruikt als argument om religieuze minderheden in India vandaag de dag te onderdrukken.’ De kwestie rond de moskee in Varanasi is geen doel op zich, aldus Baboeram, maar een middel dat past in een bredere agenda om moslims tot tweederangsburgers te maken. ‘Vandaag is het een moskee, morgen kan het weer iets anders zijn.’

Baboeram bekijkt de situatie vanuit een dekoloniale bril en met oog voor machtsverhoudingen. ‘Wie worden beschouwd als de norm? Wie worden gemarginaliseerd? Als hindoes in het Westen zijn we een minderheid met weinig politieke invloed, maar in India zijn hindoes in de meerderheid en hebben ze veel politieke macht. Ik vind dat je in die positie een verantwoordelijkheid hebt om een oplossing te zoeken. Het moet een oplossing zijn die ruimte creëert voor gemarginaliseerde groepen – in dit geval de moslims – in plaats van hen nog meer te marginaliseren.’

Hagenaar Radjoe Jitbahadoer (54) is paragnostisch vrijwilliger en doet aan magnetiseren, droomuitleg en astrologie. Hij heeft felle kritiek op dit ‘wraakzuchtige plan van gestoorde Indiase nationalisten’: ‘Als de hindoes in India het verkeerd vinden dat de tempels vroeger tot moskeeën werden omgebouwd, dan is het nét zo verkeerd om deze moskeeën weer om te bouwen tot tempels. Deze moskeeën hebben, net als onze tempels, historische waarde.’

Radjoe is hindoe en was tijdens zijn jeugd gefascineerd door de Mahabharat, één van twee grote hindoe-epossen van het hindoeïsme (het andere grote epos is de Ramayana, red.). ‘Ik zou aan de nationalisten in India willen vragen wat Krishna en Rama (hindoegoden, red.) van hun plan vinden. Ik vermoed dat onze goden zich schamen voor deze stommelingen. Als die nationalisten zoveel waarde hechten aan het geloof, dan moeten ze ook de leer van verdraagzaamheid in praktijk brengen. Verdraagzaamheid en tolerantie zijn essentieel voor het hindoeïsme en worden ook gepredikt in de Bhagawat Geeta (een belangrijk hindoegeschrift, red.). Practice what you preach. Je kan niet het ene doen en het andere nalaten, omdat het je niet goed uitkomt.’

Herinnering aan een duister verleden

Terwijl de Indiase regering haar plan om de moskeeën om te bouwen wil doorzetten, leven veel moslims in India in angst. De laatste keer dat hindoe-nationalisten massaal protesteerden tegen een moskee was in 1992. De Babri Masjid-moskee stond op een plek in Ayodhya, waar volgens veel hindoes Rama ter wereld kwam. Indiase extremisten bestormden en vernielden de moskee. Tijdens de religieuze rellen kwamen ongeveer tweeduizend Indiërs om het leven, voornamelijk moslims.

De islamitische gemeenschap in India vreest dat deze geschiedenis zich zal herhalen bij de Gyanvapi-moskee – en bij de andere moskeeën die op de lijst staan van de Indiase regering.

‘Geweld is op geen enkele manier gerechtvaardigd’, vertelt Raghunatha Dasa (60), die als pandit – hindoegeestelijke – werkzaam is bij verschillende tempels in Zuid-Holland. ‘Volgens de hindoefilosofie geloven wij in ahimsa parma dharma: de hoogste waarde die een mens kan bezitten is geweldloosheid.’


Dasa begrijpt wel dat deze kwestie gevoelig ligt bij veel hindoes. En dat hindoes de tempels, die momenteel zijn omgebouwd tot moskeeën, terug willen hebben. ‘Dit zijn belangrijke heilige plaatsen voor ons.’ Op de plek waar volgens hindoes de godin Krishna geboren is, in Mathura in de Indiase staat Uttar Pradesh, staat nu de Shahi Idgah-moskee, die in de zeventiende-eeuw gebouwd werd door Moghul-keizer Aurangzeb. ‘Voor hindoes is dit een hele bijzondere plek’, zegt Dasa. ‘Misschien eten ze in die moskee en andere moskeeën, die op de plekken staan waar ooit onze tempels stonden, wel rundvlees. Dat is volgens het hindoeïsme niet toegestaan.’

De pandit verwijst naar een oude parabel over een man wiens diamant wordt gestolen door zijn vriend. De diamant blijft in de familie en de kleinkinderen komen erachter dat die gestolen is. ‘Ik zou het fatsoenlijk vinden als de kleinkinderen van de dief de diamant teruggeven aan de kleinkinderen van de man van wie de edelsteen was gestolen.’

Pandit Dasa vindt dat moslims in India er fatsoenlijk aan doen de moskeeën die gebouwd zijn op plekken waar ooit tempels stonden teruggeven aan de hindoes. ‘Een gestolen goed gedijt niet. Uit fatsoen horen de moslims de moskeeën terug te geven aan de rechtmatige eigenaren, zodat ze omgebouwd kunnen worden tot tempels.’

‘Uit fatsoen horen de moslims de moskeeën terug te geven aan de rechtmatige eigenaren’

Maar wat als de moslims hun moskeeën niet willen teruggeven? Hij legt uit: ‘Eerst horen de hindoes volgens alle geweldloze middelen hun rechtmatige dingen terug te krijgen. In Varanasi zullen hindoes de hoge raad moeten benaderen om de mandir (hindoetempel, red.) terug te krijgen. Ook als de hoge raad en de moslimgemeenschap niet de moskee willen laten ombouwen tot een tempel, dan is nog steeds geweld niet toegestaan. Als hindoes hebben we namelijk geen recht om een ander iets aan te doen, of om het leven van een ander te ontnemen. Daarom is het onderdrukken van religieuze minderheden te allen tijde verkeerd.’

Activiste Pravini Baboeram vindt dat je het conflict vanuit een spiritueel kader moet bekijken, om zo tot een vreedzame oplossing te komen waarin zowel de hindoes als moslims zich in kunnen vinden. ‘Als je redeneert vanuit de hindoefilosofie, waarbij het idee is dat God overal aanwezig is, zou je kunnen stellen dat het ombouwen van gebedshuizen eigenlijk heel raar is. Want waarom zouden wij zoveel waarde hechten aan één plek, als God overal aanwezig is?’

De hindoestaat: dwaling of droom?

Het ombouwen van de Gyanvapi-moskee, de Shahi Idgah-moskee en andere Indiase moskeeën tot tempels door de Indiase regering dient volgens critici een groter doel, namelijk het oprichten van een hindu rashtra, ofwel een hindoestaat. Om deze utopische staat te realiseren, willen hindoenationalisten dat India zoveel mogelijk ‘terug’ naar de tijd vóór de islamitische overheersing gaat. Indiërs die geen hindoe zijn mogen dan wellicht nog in India wonen, maar zullen niet dezelfde rechten krijgen als de hindoemeerderheid. Past dit hindoe-nationalistische denken wel bij de hindoe-filosofie?

Volgens Baboeram gaat het ideaal van een hindoestaat in tegen de kernwaarden van haar geloof. ‘Hindoeïsme leert ons, net als andere religies, over naastenliefde. In een exclusieve natiestaat is die naastenliefde alleen van toepassing op mensen die tot de norm behoren. Hoe rijm je dat dan met het idee van Vasudhaiva Kutumbakam, de wereld als één familie?’

Jitbahadoer is het daar helemaal mee eens: ‘De hindoestaat kan je vergelijken met het racistische apartheidsregime in Zuid-Afrika. Witte mensen maakten de dienst uit in Zuid-Afrika, zwarte mensen hadden geen politieke rechten en werden keihard gediscrimineerd. Uiteindelijk keerde bijna de hele wereld zich tegen deze idiotie. Hebben wij niets geleerd van deze geschiedenis? Moet er een islamitische Nelson Mandela komen in India die wordt opgesloten, omdat hij vecht voor gelijke rechten?’

‘De hindoestaat kan je vergelijken met de apartheid in Zuid-Afrika’

Het grote voorbeeld van hoe het wél moet is Suriname, vindt Jitbahadoer. Daar staan een hindoetempel, een moskee en een synagoge gebroederlijk naast elkaar. ‘De pandit, de rabbijn en de imam komen op de feestdagen bij elkaar en vieren samen het hindoefestival Holi, het islamitische Suikerfeest en het joodse Pesach. De wereld kan een voorbeeld nemen aan Suriname.’

Jitbahadoer laat zich ook inspireren door de humanistische filosoof Desiderius Erasmus, die zei dat je geen geloof nodig hebt om een goed mens te zijn. Jitbahadoer: ‘Een gezond verstand en goed geweten zijn genoeg. In alle tijden, ook in de tijd van Erasmus, werd het geloof gebruikt om macht uit te oefenen.’

Pandit Raghunatha Dasa is net zo min voorstander van het exclusief-nationalistische ideaal van een hindoestaat, legt hij uit. ‘Binnen de gebedshuizen van de andere religies aanbidden we uiteindelijk dezelfde God. Dit houdt in dat we allemaal tot dezelfde God behoren. We gebruiken alleen een andere naam voor God.’ Toch moet je wel rekening houden met hindoeïstische gevoeligheden, vindt hij.

‘Het zijn de hindoesentimenten die hier gelden; zij (de zeventiende-eeuwse islamitische overheersers, red.) hebben deze tempel overgenomen. Hindoes konden toen niets doen, maar nu hebben de hindoes ook rechten. We gaan aan die rechten voorbij als we deze moskeeën laten staan. Bovendien mogen wij hindoes niet Krishna aanbidden in een moskee, vanwege het islamitische verbod op beelden.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -