‘Indië verloren, rampspoed geboren’

Foto: Koninklijke Bibliotheek
Pax Neerlandica of langdurig conflict in de Oost? Drie deskundigen over onze koloniale oorlogen in Indonesië.

Vorige maand verscheen het boek Koloniale oorlogen in Indonesië: vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing van journalist Piet Hagen. Daarin worden meer dan vijfhonderd militaire acties, expedities en oorlogen gedocumenteerd die sinds de komst van de Europeanen in Indonesië plaatshadden. De Kanttekening sprak daarover auteur Piet Hagen, Indonesië-kenner Henk Schulte Nordholt en journalist Ad van Liempt, die gespecialiseerd is in de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949).

Foto: Singel Uitgeverijen

Wie gaf u het recht forten te bouwen?
‘De Nederlanders waren niet de eerste Europeanen die naar Indonesië kwamen, dat waren de Portugezen’, vertelt Hagen. ‘Hun komst in 1512 zorgde meteen voor oorlog, omdat de Portugezen door middel van geweld handelscontracten probeerden af te dwingen. De Nederlanders deden vanaf 1600 precies hetzelfde.’ Hagen schat, op basis van literatuuronderzoek, dat de koloniale oorlogen in totaal ten minste drie à vier miljoen Indonesische slachtoffers hebben geëist. ‘De twee dodelijkste conflicten waren de Java-oorlog van 1825-1830, die aan zo’n tweehonderdduizend Indonesiërs het leven heeft gekost, en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, die mogelijk circa driehonderdduizend Indonesische slachtoffers eiste.’ Behalve die twee grote oorlogen waren er tal van kleinere oorlogen, die vaak ook in elkaar overliepen. ‘Als je de kleine militaire acties ook meetelt kom je op zo’n achthonderd confrontaties uit.’

Volgens Hagen waren de koloniale oorlogen economisch gemotiveerd. ‘De Europeanen wilden de handel monopoliseren. Als Indonesiërs zich daartegen verzetten, kwam het tot oorlog.’ Daarnaast speelde de islam volgens hem een belangrijke rol. ‘De islam gaf de Indonesische strijd tegen de vreemde overheersing een religieuze lading. De Javaanse prins Dipanagara riep tijdens de Java-oorlog een heilige oorlog tegen de Nederlanders uit.’

Hagen concludeert dat er nooit een Pax Neerlandica geweest. ‘Er was altijd wel ergens oorlog. De koloniale situatie was niet normaal. Daartegen verzetten de Indonesiërs zich. In de woorden van een zeventiende-eeuwse vorst in Makassar: ‘Wie gaf u het recht forten te bouwen in een land dat u niet toebehoort?’’ Ook in Nederland hadden mensen kritiek op het kolonialisme. ‘Multatuli (Eduard Douwes Dekker, 1820-1887, red.) met zijn boek Max Havelaar (1860, red.) natuurlijk, maar ook Bredero (1585-1618, red.) en Vondel (1587-1679, red.). Het argument dat je kolonialisme in zijn tijd moet zien en dat het toen heel normaal was klopt derhalve niet.’

Stijfkoppigheid van Nederland
Schulte Nordholt doet onderzoek naar de Nederlandse oorlogsmisdaden die tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië zijn gepleegd. Het rapport moet als het goed is in 2021 verschijnen. Hij licht een tipje van de sluier op. ‘Het is moeilijk te achterhalen hoeveel doden er precies zijn gevallen. Oudere schattingen van circa honderdduizend doden zijn in ieder geval veel te laag. Veel doden, slachtoffers van mortierbeschietingen en bombardementen, werden gewoon niet geteld. Daarnaast zijn enkele tienduizenden doden gevallen als gevolg van onderlinge strijd. De nationalisten van Soekarno (1901-1970, red.) kampten met een opstand van communisten en islamistische rebellen.’

Dat er zoveel doden zijn gevallen aan Indonesische zijde komt volgens Schulte Nordholt door de ‘stijfkoppigheid’ van Nederland. ‘De Verenigde Staten erkenden in december 1948 de Republiek Indonesië, nadat de nationalisten een communistische opstand had neergeslagen. In deze maand vond ook de zogenoemde Tweede Politionele Actie (1948) plaats, waarbij Yogyakarta werd veroverd en Soekarno gevangen werd genomen. Ogenschijnlijk was deze operatie een groot succes, maar Nederland had de oorlog politiek gezien verloren. Den Haag weigerde zich echter bij de werkelijkheid neerleggen. De meeste doden, twee derde van het totaal, vielen in 1949. Indonesische rebellen voerden een guerrillaoorlog en wisten veel Nederlandse soldaten te doden, hoewel er veel meer Indonesiërs omkwamen. Niettemin was dankzij deze guerrillastrijd duidelijk geworden dat Nederland het eiland Java niet bezet kon blijven houden. Daarvoor was het Nederlandse leger gewoon te klein.’

Doofpot
Van Liempt is vooral bekend van zijn boeken over de Tweede Wereldoorlog (1939-1945), maar heeft ook veel over de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog gepubliceerd. Hij vindt het begrip ‘politionele actie’ een ‘storend eufemisme’. ‘Het was gewoon oorlog.’ Toch is hij voorzichtig met harde oordelen. ‘Sommige historici spreken over ‘structureel excessief geweld’, maar ik twijfel. In een oorlog gebeuren heel nare dingen. Oorlog haalt het slechtste in mensen naar boven, maar niet bij iedereen en niet op elke plaats. Maar afschuwelijk geweld is overal aan de orde geweest.’

Van Liempt vertelt in zijn boek De lijkentrein (1997) over de zogenoemde Bondowoso-affaire (1947). ‘Als gevolg van extreme verwaarlozing overleden zesenveertig Indonesische krijgsgevangenen in een goederentrein. De wagons stonden in de brandende zon en de krijgsgevangenen kregen geen water. Het was geen bewuste moord, maar die onverschilligheid was misschien veel erger. Onze regering wilde alles in de doofpot stoppen, maar de zaak werd bekend. Nederland werd op het matje geroepen door de Verenigde Naties, maar probeerde vervolgens de verantwoordelijkheid weer van zich af te schuiven.’

Volgens Van Liempt wilde Nederland Indonesië persé niet opgeven, omdat de Nederlandse elite bang was voor een economische recessie. ‘Indië verloren, rampspoed geboren.’ Het tegenovergestelde gebeurde echter. ‘Dankzij het economische herstel van West-Duitsland ging het ook weer goed met Nederland. We gingen in 1950 juist een nieuwe Gouden Eeuw in.’

Hoewel het alweer negenenzestig jaar geleden is dat Indonesië volledig onafhankelijk werd, is de koloniale periode voor Nederland een allesbehalve gesloten boek. En dat terwijl de generatie die de koloniale periode bewust meemaakte of zij die nog in ‘ons’ Indië hebben gevochten bijna verdwenen is. Voor de geschiedschrijving is dat aan de ene kant jammer, omdat verslagen uit de eerste hand rijke bronnen zijn. Anderzijds hoeft de historicus zich niet meer ‘geremd’ te voelen door de gevoeligheden die het onderwerp de afgelopen decennia kleurden. Voor een goed overzicht moet je voldoende afstand kunnen nemen. In beide is Hagen goed geslaagd.

DELEN
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.