De Israëlische archeoloog Raphael Greenberg zet regelmatig de zaken op scherp met zijn onconventionele visie op archeologie in het Bijbelse land. ‘Kolonisten gebruiken archeologische vondsten om nederzettingen te rechtvaardigen.’
Professor Raphael Greenberg is onlangs met pensioen gegaan als docent aan de Tel Aviv Universiteit, maar dat betekent niet dat zijn kritische stem verloren is gegaan. Greenberg laat regelmatig van zich horen, in academische kringen maar ook daarbuiten. Hij noemt de archeologie ‘inherent politiek’ en ziet dat die momenteel als politiek instrument wordt ingezet, bijvoorbeeld om Palestijnen van hun land te verjagen.
Vorig jaar kreeg hij het aan de stok met Israëls minister van Erfgoed, Amichai Eliyahu, die zijn uitspraken niet in dank afnam. Inmiddels heeft hij veel tijd gehad om na te denken, vertelt hij via een videoverbinding. ‘Ik wil niet zeggen dat dit inherent is aan archeologie in Israël. Ik denk dat archeologie in het algemeen niet los gezien kan worden van politiek.’
Waarom niet?
‘Archeologie heeft vaak te maken met macht. Dit was vroeger al zo. Koloniale heersers uit Frankrijk of Engeland konden vergunningen uitgeven voor opgravingen waar ze maar wilden. Dit was een vorm van machtsvertoon, kenmerkend voor het imperialisme van de westerse wereld.

Archeologen liften mee op die golf, zonder na te denken over hun privileges. Het is voor hen vanzelfsprekend om oudheden te verzamelen waar ze maar willen, ze op te graven en mee naar huis te nemen naar hun musea of privécollecties. Dat is nog steeds zo, ik denk dat dit inherent is aan de archeologie. Als archeoloog ben je afhankelijk van een hogere macht die beslist dat het interessant is om in een bepaald gebied te gaan graven. Wanneer je je opgravingsvergunning krijgt, wanneer je eropuit trekt, wanneer je ervan uitgaat dat je kunt doen wat je wilt, dan maak je gebruik van een privilege dat is opgebouwd onder het kolonialisme.
‘Koloniale heersers uit Frankrijk of Engeland konden vergunningen uitgeven voor opgravingen waar ze maar wilden’
Als mijn academische ambities me naar een archief, een bibliotheek of een laboratorium zouden leiden, dan was dat misschien geen probleem. Maar in het geval van archeologie leiden mijn bezigheden me naar de publieke ruimte, naar land dat eigendom is van mensen, bewerkt wordt door mensen, of dat waarde heeft voor andere mensen, verschillende soorten mensen. Dan is alles wat een archeoloog doet een interventie in iemands leven op een bepaald niveau.
Als iemand uit Londen iets gaat opgraven in Sussex, zal dat niet worden gezien als een interventie. Maar als dit gebeurt binnen de context van een conflict, of binnen gemeenschappen met verschillende machtsverhoudingen, dan zie je opeens duidelijk dat archeologie gepolitiseerd is.’
Welke privileges hebben westerse archeologen in Israël en de Palestijnse gebieden?
‘Er is een aanname dat alles in de Bijbelse landen van vitaal belang is voor de westerse beschaving. Dat deze westerse beschaving de erfgenaam is van alle voorgaande beschavingen, omdat die allemaal tot de westerse beschaving hebben geleid.
‘Als je de Bijbel niet noemt, dan komt er geen geld vrij’
Daarom willen we natuurlijk opgravingen doen in de Bijbelse landen en dat is ook interessant, maar de archeologen die dit doen komen voornamelijk uit het Westen. Je zal niet zo snel een Soedanees of een Egyptenaar aantreffen. Bovendien is het allemaal gericht op de Bijbelse geschiedenis. Als we iets anders zouden willen bestuderen, zoals bijvoorbeeld het dagelijks leven, de relatie tussen de omgeving en de mens, of de manier waarop het landschap boeren of stadsbewoners beïnvloedt, dan zou niemand komen. Als je de Bijbel niet noemt, dan komt er geen geld vrij.
Er zijn wel pogingen gedaan om aan deze westerse canon te ontsnappen. Dit deed bijvoorbeeld de wetenschapper William Dever aan de Universiteit van Arizona in de jaren tachtig. Dever wilde zich afzetten van de Bijbelse archeologie en zich concentreren op objectieve, op bewijs gebaseerde interpretaties van archeologisch materiaal. Hij noemde het Syro-Palestijnse archeologie, volgens hem een neutrale, apolitieke term. Niemand kwam erop af. Na een paar jaar werd zijn eigen afdeling aan de universiteit ontmanteld. Zijn studenten waren vertrokken en hij kon nergens financiering voor krijgen.’
Ligt archeologie op de Westbank extra gevoelig, denkt u?
‘Het internationaal recht beschouwt de oudheden van de Westelijke Jordaanoever en de bijbehorende universiteit als bezet gebied. Het behoort toe aan de mensen die in de bezette gebieden wonen, dat wil zeggen de Palestijnen. Noch Israëliërs, noch anderen hebben het recht om die oudheden te onttrekken, ze mee te nemen en ermee te doen wat ze maar willen. Dat is dus heel duidelijk en dit wordt erkend door Israëlische rechtbanken.
Er bestaat wel discussie over Oost-Jeruzalem, dat Israël heeft geannexeerd. Dit heeft niemand behalve Israël zelf erkend.’
Maar er ligt wel een wetsvoorstel om de Israëlische wetgeving inzake oudheden uit te breiden naar de Westelijke Jordaanoever.
‘Dat klopt. Er zijn pogingen om de bevoegdheden van de Israëlische oudheidkundige dienst uit te breiden naar de Westelijke Jordaanoever, om een parallelle oudheidkundige dienst op te zetten, of om Israëlische onderzoekers toe te staan opgravingen te verrichten en deze oudheden mee te nemen naar hun universiteiten om ze te bestuderen. Maar dat is dus in strijd met het internationaal recht en dat biedt weinig ruimte voor nuance.’
Op welke manier beïnvloeden politieke ambities zoals deze de Palestijnen die er wonen?
‘Wat er de afgelopen paar jaar is gebeurd onder invloed van de Gaza-oorlog, is dat de kolonisten en hun aanhangers binnen de Israëlische regering, waaronder de minister van Erfgoed, oudheden zijn gaan gebruiken om land te beheersen.
Dit gebeurde stapsgewijs. Het begon met onderzoek van archeologen naar locaties waar oudheden te vinden zijn. Deze locaties brachten ze in beeld op een kaart, waarop per locatie de periode wordt vermeld. Dit deden ze, zo dachten ze, in dienst van de wetenschap.
Op deze kaart zijn vervolgens locaties gemarkeerd die prioriteit verdienen omdat hier interesse en dus geld voor is. De voorkeur werd gegeven aan Joodse of Bijbelse oudheden boven andere oudheden. Hier zie je dus al dat de archeologie politiek gekleurd begint te raken. Vervolgens werden alleen deze locaties nog op de kaart aangegeven. Op deze kaarten zie je bijvoorbeeld geen moskeeën die tussen de achttiende en twintigste eeuw op de Westelijke Jordaanoever zijn gebouwd.
‘De kolonisten denken dat het hun geschiedenis is’
Volgens het ministerie van Erfgoed lopen deze locaties gevaar omdat ze in Palestijns gebied liggen. Ze zouden worden aangetast en daarom beschermd moeten worden. Toen kwamen de kolonisten om de hoek kijken, je weet wel, die supergewelddadige expansionistische groepen die nieuwe nederzettingen stichten. Zij gebruiken nu deze kaart met de archeologische locaties om hun aanwezigheid te rechtvaardigen. Ze kunnen hun nederzettingen zelfs vernoemen naar de nabijgelegen plek, zoals de nederzetting die gepland is nabij een archeologische vindplaats genaamd ‘Het altaar van de berg Ebal’, die door de kolonisten wordt toegeschreven aan de verovering van Kanaän door Jozua.
Daarbij doet het er niet veel toe wat er precies op die plek is gevonden, of dat er bewijs is van Joodse aanwezigheid. Het gaat erom dat er nu Arabieren zijn die de geschiedenis schrijven. De kolonisten denken dat het hun geschiedenis is.’
Wat doet dit met u als archeoloog?
‘Dit vermengt archeologisch onderzoek volledig met de politieke inzet ervan en ik zeg niet dat archeologen daar onschuldig aan zijn. Het is niet zo van: oh, ik deed gewoon mijn werk en plotseling kwamen deze kwaadaardige mensen en namen zij mijn opgraving over. Je wist dat dit zou gebeuren, want je begon met het maken van deze kaart, waarop bepaalde periodes en bepaalde culturele kenmerken prioriteit kregen. Dan kun je niet verbaasd zijn dat de minister van Erfgoed, die lid is van een fascistische en racistische partij Otzma Yehudit, dit vervolgens gebruikt.
We zijn het tijdperk van onschuld voorbij. Archeologen moeten bewuster worden, zich politiek laten bijscholen en begrijpen wat de gevolgen zijn van hun werk.’
Hoe reageert men in Israël op deze boodschap?
‘Ik moet toegeven dat ik in Israël niet erg succesvol ben geweest. Ik denk dat veel mensen het hier stilletjes mee eens zijn, maar het niet hardop zeggen en ik begrijp niet helemaal waarom. Ik bedoel, ik weet dat sommige mensen hun brood verdienen met de steun van ultrarechtse filantropen, ultrarechtse kolonisten en een ultrarechtse regering. Er gaat veel overheidsgeld naar opgravingen. Ik begrijp dat sommige mensen daarvan afhankelijk zijn, maar niet iedereen.
We kunnen er ook voor kiezen, zoals ik heb gedaan, om kleinere projecten te gaan doen. Dingen die minder publieke weerklank hebben en misschien niet op sociale media terechtkomen. Je kunt een ander soort archeologie kiezen. Daar krijg je minder publiciteit mee, maar je geweten zal in ieder geval schoon zijn.’
U heeft wel eens benadrukt dat er nooit een periode is geweest waarin dit stuk land alleen Joods of alleen Arabisch was. Is dat een vredesboodschap?
‘Klopt, er is geen enkele tijd geweest waarin iedereen hetzelfde was, dat er een uniforme cultuur heerste of iedereen dezelfde taal sprak. Er woonden altijd, ook in de Bijbelse periode, verschillende etnische groepen en zij stonden in contact met elkaar.
Dit is een kenmerk van dit deel van de wereld en wat mij betreft ook de krachtigste les die we uit het verleden kunnen trekken: het inzicht dat er altijd beweging van mensen en ideeën is geweest. Dat dit bovendien zeer productief is geweest omdat het culturele diversiteit en creativiteit heeft gecreëerd. Dat zal een zeer krachtige bron van hoop zijn voor de mensen die hier wonen.
Ik wil in dit opzicht nog iets benadrukken. Deze politiek, die archeologie gebruikt om ideeën over Joodse superioriteit tussen de rivier en de zee te promoten, heeft er ook voor gezorgd dat mensen het Palestijnse inheemse bestaan geneigd zijn te zien als iets dat in strijd is met archeologie. Dat zou een grote vergissing zijn. Er zijn niet alleen veel Palestijnse archeologen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, maar de Palestijnse cultuur en de Palestijnen hebben ook een rol gespeeld in de ontwikkeling van de archeologie. Er zijn dus manieren om Palestijnse archeologie te bedrijven die niet zionistisch is en niet als wapen wordt ingezet.’
Is daar ruimte voor?
‘Het is zeker mogelijk, maar je moet afstand doen van allerlei privileges. Dat geldt zeker als je Israëliër bent, maar dat geldt ook voor westerse archeologen die hier komen. Ze moeten zich los kunnen maken van het Bijbelse apparaat en al die ideeën over het Heilige Land. Dat klinkt als zelfmoord voor archeologen in de academische wereld.
‘Het is belangrijk om een standpunt in te nemen’
Een voorstel om bijvoorbeeld een Israëlitische genetische voetafdruk te identificeren die we door de regio heen kunnen volgen, zal altijd eerder financiering krijgen dan onderzoek naar het DNA van een gemeenschap uit de Bronstijd. Het eerste voorstel speelt in op racistisch en essentialistisch denken over etniciteit, groepen en culturen. Wie waren Joods, wie niet? Dit essentialistische denken is hoe racisten de wereld zien.’
Hoe kunt u deze boodschap de wereld in krijgen?
‘Ik kan alleen doen waar ik goed in ben. Ik ben nu gepensioneerd. Dat betekent dat ik geen les meer geef. Ik schrijf nog wel academische stukken en ik heb nog steeds een positie aan de universiteit, waar ik studenten begeleid.
Ik denk dat ideeën kracht hebben. Dingen die je schrijft en die de wereld in gaan, worden opgepikt. Misschien pikken studenten deze ideeën op en gaan ze ermee verder. Het is niet makkelijk. Het kan zijn dat je met deze ideeën niet overal wordt uitgenodigd, of het grote geld bereikt. Dat geldt wellicht ook voor mijn studenten. Maar het is belangrijk om een standpunt in te nemen. Als archeoloog moet je verantwoording af kunnen leggen. Welke privileges heb je, hoe heb je die gekregen en wie lijden hieronder? Dit zijn dingen waarover iedere archeoloog moet nadenken.’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

