Libanezen gaan massaal de straat op, maar waarom?

Bastiaan van Blokland
Bastiaan van Blokland
Journalist bij Omroep Gelderland. Studeerde Islamstudies aan de Radboud Universiteit en Arabisch in Beirut.

Lees meer

In Libanon demonstreren sinds vorige week honderdduizenden burgers tegen corruptie en werkloosheid. Journalist Bastiaan van Blokland, die in Beirut heeft gestudeerd en nog regelmatig in Libanon is, legt de complexe achtergrond van deze protestbeweging uit.

Vanaf vorige week donderdag zijn in Libanon honderdduizenden mensen de straat opgegaan. Deze mensen demonstreren tegen de in hun ogen corrupte regering. Ze willen dat er een nieuwe regering komt, die een einde moet maken aan de economische problemen waarmee het land al jaren kampt.

Protesten tegen een overheid die niet naar haar burgers luistert, tegen onvrede, werkloosheid en economische malaise. De burgeropstanden in Libanon ogen als iedere andere opstand van de laatste jaren. Maar daarachter gaat een complexe realiteit schuil. Hoe kwam het zover in dat ‘vrije, mondaine Libanon’? En is het er wel zo vrij en mondain?

Het antwoord op die laatste vraag is zowel ja als nee. Libanon is een plek van uitersten, waar je de hipste nachtclubs vindt, maar ook de armste kampen. Hoogopgeleide, liberale stadsjeugd bevolkt de uitgaansstraten van Beirut, terwijl iets zuidelijker de stad in handen is van Hezbollah. Het noordelijke Tripoli kent wijken waar IS steun geniet en langs de kust boven de hoofdstad bieden hoerententen en casino’s vertier. In de bergen kun je ’s winters skiën, in Sur is het goed toeven aan zee. En wie wil weten waar de PLO van Arafat lange tijd zijn basis had, wandelt zo Sabra en Shatila binnen.

Verschrikkelijk lastig

Tijdens de Arabische revoluties van begin dit decennium bleef Libanon grootschalige oproer bespaard. Maar nu is het er raak. Tot nog toe zijn de opstanden overwegend vreedzaam; moslim en christen staan hand in hand in een verenigende poging de macht van hun politici te breken. Die eendrachtigheid is niet vanzelfsprekend.

De slepende burgeroorlog (1975 – 1990) staat in het collectieve geheugen gegrift. Het was mede vormend voor de diepe, diepe crisis waarin Libanon zich op dit moment bevindt. En het is de aanleiding voor de huidige protesten. Elkaar nu de maat nemen vanwege elkaars religie of afkomst is precies het soort sektarisme dat de demonstranten willen doorbreken.

In tegenstelling tot de autocratische staatsvormen die in de landen om Libanon heen eerder regel dan uitzondering zijn, heeft Libanon geen sterke overheid. Er is geen krachtige leider of een allesoverheersend leger. Er zijn vele machtshebbers die hun eigen eilandje bestieren, er zijn de religieuze leiders die hun invloed uitoefenen over hun groepen en stinkend rijke zakenlui die met hun imperia soms meer zeggenschap hebben dan de politici – als die politici tenminste zelf niet vuistdiep in dat zakenimperium zitten.

Persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting staan onder druk en het juridisch systeem is corrupt. En dan is er de sociale druk die al de verschillende groepen op elkaar uitoefenen, onderling maar vooral intern. Verandering betekent niet simpelweg één leider onttronen, zoals dat gebeurde met Mubarak (Egypte), Khaddafi (Libië) en Ben Ali (Tunesië). En dat maakt het zo verschrikkelijk lastig.

Hezbollah

In naam is Libanon democratisch. Je kunt er je stem uitbrengen op politieke partijen van allerhande allooi, waarvan de achterbannen in meerderheid bestaan uit één van de vele religieuze stromingen binnen het christendom en de islam. Stemfraude komt voor, maar is niet de reden voor het ogenschijnlijk onaantastbare politieke bestel. De overheid staat niet met een geweer in je rug geprikt over je schouder mee te kijken bij het uitbrengen van je stem.

Integendeel: de politiek is zo verdeeld als maar kan. Allianties veranderen mee met de machtsverhoudingen in Libanon (en daaromheen) en wijzigen op basis van hoe opportuun haar leiders durven te zijn. Daaruit komen de meest vreemdsoortige bondgenootschappen voort.

Zo is er een, zij het soms gecompliceerde, samenwerking tussen de grootste partij van het land – met een christelijke achterban – en Hezbollah – de sjiitische volksbeweging, militie én politieke partij die wordt gesponsord door Teheran en Damascus. De feitelijke schaduwmacht in het land. Een macht die Libanon tijdens de opstanden om haar heen heeft geholpen veilig te blijven, door jihadistische oproer in de kiem te smoren.

Het is ook de militie die in 2006 het Israëlische leger verraste bij een invasie door laatstgenoemde, die poogde korte metten te maken met Hezbollah. Ironisch genoeg had de actie het tegenovergestelde tot gevolg.

De spanning met buurland Israël is een blijvende geworden. Recentelijk nog vlogen raketten en mortieren over en weer, voor het eerst in jaren. De sterke aanwezigheid van Hezbollah bracht het land een schijnstabiliteit, maar is juist explosief en destabiliserend, al is het alleen maar omdat Hezbollah het geweldsmonopolie van de staat gedeeltelijk overnam. Het leger van Libanon is zwak, Hezbollah vult van lieverlee de leemte.

Dat roept de toorn op van Israël, dat er niet gerust op is dat de beweging zich koest houdt aan Israëls noordelijke grenzen. Het sjiitische Hezbollah is bovendien een aartsvijand van soennitisch-jihadistische groepen, en dat brengt een verhoogd risico op aanslagen met zich mee. Uiteindelijk komt dat neer op ordinaire machtspolitiek: Iran versus Saoedi-Arabië en diens bondgenoten. En Libanon als trekpop van hun belangen.

Klein Midden-Oosten

Al die factoren, gepropt in de snelkookpan die het hyper-diverse Libanon is, waar afkomst en religie ertoe doen, waar wantrouwen jegens de ander diepgeworteld is, maken van Libanon een Midden-Oosten in het klein. Een land waar de soennitische premier Saad Hariri samen moet werken met de katholieke president Michel Aoun en de sjiitische voorzitter van het parlement, Nabih Berri, de langstzittende politicus in het parlement, en met verstrekkende macht.

Invloeden van onder meer Frankrijk, de Verenigde Staten, Iran en Saoedi-Arabië zijn er verenigd in één huis. Dan laten we de langdurige greep van de Syrische president Hafez al-Assad en zijn zoon Bashar gemakshalve even buiten beschouwing.

Machtspolitiek is de crux in dit verhaal. Niet religie, zoals vaak wordt beweerd. Natuurlijk heeft religie alles van doen met de complexiteit van Libanon en is het een factor van belang bij het begrijpen van het land. Toch is het uiteindelijk slechts een middel om politieke verdeel-en-heersspelletjes te spelen. Dat is het al sinds medio negentiende eeuw. Inmiddels zijn we verschillende opstanden, lokale coups, interventies en een burgeroorlog verder. En nog is er maar weinig veranderd.

De filantroop en zakenman Hariri

Na de burgeroorlog (1975-1990) lag Libanon in puin. Letterlijk en figuurlijk. Maatschappelijk ontwricht, economisch kapot en zonder de duizenden mensen die het land hadden verlaten. Vooral de hoofdstad Beirut was hevig beschadigd geraakt door jarenlange gevechten en bombardementen.

Maar daar zou verandering in komen, in de persoon van de zeer vermogende filantroop en zakenman Rafik Hariri. Hij had zich in de laatste jaren van de oorlog steeds populairder gemaakt en fungeerde als tussenpersoon voor verschillende partijen om tot een vredespact te komen. Hij was een speciale gezant van Saoedi-Arabië, het land waar hij ook staatsburger van was geworden.

Gedurende de oorlogsjaren deelde Hariri beurzen uit aan Libanese jeugd, zodat zij konden studeren aan universiteiten in het buitenland. Daarnaast richtte hij in zijn thuisland scholen op. Hariri, de man die zijn rijkdommen vergaarde in de bouwsector in Saoedi-Arabië en warme banden onderhield met het Saoedische koningshuis, maar die zijn sobere roots als plattelandsjongen uit de Libanese kustplaats Saïda nooit was vergeten.

Hij raakte geliefd, werd gezien als een verenigend symbool van een verscheurd land. Het duurde dan ook niet lang voordat Rafik Hariri premier werd, in 1992. Tot tweemaal toe vervulde hij die rol, tot hij uit onvrede opstapte vanwege de macht die buurland Syrië bleef uitoefenen op zijn land. De herbenoeming van een pro-Syrische legergeneraal tot president was voor Hariri de druppel.

In 2004 legde hij zijn taken neer. Nog altijd bleek Libanon speelbal van de machtige landen in de regio. In 2005 kwam mister Lebanon om bij een enorme bomaanslag nabij de befaamde corniche-promenade van Beirut. De erfenis die hij achterliet was geen fraaie en legde mede de basis voor de opstanden die we nu zien.

De wederopstanding

Hariri had tijdens en na de oorlog één duidelijk doel: de wederopbouw van Beirut. Volgens de overlevering liep hij al tijdens de oorlog met een maquette rond van een herbouwde binnenstad. Sommigen zien daarin de opportunist en zakenman Hariri, die een fortuin zou verdienen met diezelfde wederopbouw, door goedkoop grond op te kopen – ook op gewilde plekken direct aan de kust – en er gigantische gebouwen voor terug te zetten. Anderen zien een man die tot in het diepst van zijn ziel hield van zijn land en niets liever wilde dan de diepe wonden die waren geslagen helen. Voor beide argumenten is veel te zeggen.

Wat zeker is, is dat Rafik Hariri een onhoudbaar economisch model heeft ingevoerd, dat vooral berust op keihard kapitalisme. Zijn droom was van Beirut weer het Parijs van het Midden-Oosten maken, zoals het ooit was geweest in de eerste helft van de vorige eeuw. Hariri wilde buitenlandse investeerders lokken om naar Libanon te komen. Belastingregels werden versoepeld en versimpeld.

Werk, handel en een continue dollarstroom zouden de zorgen van weleer doen vergeten en van Libanon een welvarende staat maken. De dollar raakte steeds inniger verstrengeld met de Libanese lira, wat op termijn voor grote problemen zou zorgen. Maar in de jaren negentig leek er nog geen vuiltje aan de lucht.

Om te zorgen dat alles rimpelloos verliep, was corruptie aan de orde van de dag in Hariri’s nieuwe Libanon. De zakenman-politicus managede zijn land alsof het een bedrijf was, en bedrijfsvoering betekende in zijn handboek vaak de portemonnee trekken om je zin te krijgen. ‘A corrupter – not corrupt’, zo werd over hem gezegd. Het doel heiligde de middelen, alles om Libanon maar uit het slop te trekken. Hariri verloor daarbij de complexe realiteit van zijn land uit het oog.

Voor ieder wat wils, maar geen eenheid

We gaan terug naar 1989. Toen werd het Taif-akkoord getekend, waarbij opnieuw een herindeling was gemaakt van het parlement. Daarin stond een fixed aantal zetels voor iedere religieuze groep vastgelegd.

Na de oorlog werden veel milities omgevormd tot politieke partijen (of die waren dat al), en hun leiders, die tot dan toe aan het hoofd hadden gestaan van hun strijdende fracties, moesten plots samenwerken in het parlement. Er waren diverse christelijke en islamitische partijen, sommige partijen waren op socialistische leest geschoeid, andere waren seculier van aard, kapitalistisch, nationalistisch of sterk ideologisch, zoals Hezbollah, dat de wapens overigens nooit heeft neergelegd.

Het leger moest nu een nationale eenheid vormen, waarin alle groepen gerepresenteerd waren. Legerleiders zouden zich verre van politiek houden. Maar vanuit Damascus was er grote invloed op die legerleiding. Het Syrische leger bleef bovendien grootschalig aanwezig in Libanon. Tot een politieke eenheid tussen de verschillende partijen in het parlement kwam het overigens ook al niet. Libanon bleef uiterst fragiel.

De huidige premier Saad Hariri (links)

Politicus of businessman?

Door het decennialange verdeel-en-heersmodel kende Libanon slechts op een paar moment in haar geschiedenis een sterke overheid. Dat was op die momenten dat een legerleider het voor het zeggen had. Uiteraard ging dat gepaard met sterk in macht toegenomen strijdkrachten. Om die reden is een krachtig leger altijd de vrees geweest van machthebbers in Beirut. Kijk naar de geschiedenis van Egypte, Turkije en Syrië: het waren de legerleiders die de zittende president onttroonden.

De onzekerheid over een stabiele toekomst leerde Libanezen vertrouwen op de eigen patron, de eigen groep, die al dan niet iets kon betekenen voor jou op politiek niveau. Wil je een eigen bedrijf beginnen, iets bereiken of een baan bij de overheid? Connecties, wasta genoemd, brengen je verder.

Zo ontstond een patronagesysteem dat vanuit de samenleving, via de vele lagen van de ambtenarij zo het parlement invloeide. Niet zonder uitzondering staan parlementariërs aan het hoofd van een groot bedrijf, of wordt hun partij gefinancierd door vermogende zakenlui.

Om een idee te geven: de huidige premier Saad Hariri erfde miljarden van zijn vader Rafik; de voormalige minister en premier Najib Mikati is de rijkste Libanees, met een geschat vermogen van 2,5 miljard dollar; en de voormalige vicepremier Issam Fares zit daar niet ver onder. Zo kun je nog wel even doorgaan.

Met een structuur waarbij bedrijfsleven en politiek sterk met elkaar verweven zijn en waarbij de maatschappij is georganiseerd langs sektarische lijnen en men ook op die manier stemt, is het niet verwonderlijk dat de zwak functionerende overheid een vacuüm schiep dat werd gevuld door private partijen die op hun beurt een politieke kleur hebben. Wil je het maken in de Libanese maatschappij, dan heb je wasta nodig en ken je dus belangrijke zakenmensen en politici – een vicieuze cirkel.

Angst voor de Ander

Het Libanese parlement staat bekend om zijn besluiteloosheid. Voordat president Michel Aoun aantrad in 2016 zat het land tweeënhalf jaar zonder president. Over weinig wordt men het eens met elkaar en allianties wisselen razendsnel. Bovendien weten politici en hun trouwe partijleden de continue spanning die er heerst voor weer een burgeroorlog te cultiveren, door populistisch en bij vlagen racistische retoriek, waarbij ook Syrische vluchtelingen het te verduren krijgen.

De sluimerende angst voor ‘de Ander’, de verbondenheid aan de eigen groep en het welhaast plichtmatige stemgedrag dat daaruit voortkomt, zorgt ervoor dat sektarische partijpolitiek springlevend is én blijft. Politici die een businessmodel hebben gemaakt van het disfunctioneren van hun eigen parlement trekken aan het langste eind.

De gemiddelde Libanees wéét dat. Hij ziet het. Toch is het maar moeilijk te doorbreken, als de staat geen vangnet biedt, terwijl jouw achterban dat wel doet en als politieke alternatieven moeilijk te realiseren zijn.

Het is te kort door de bocht te stellen dat Libanezen alles maar laten gebeuren. Gaandeweg beginnen veel jonge mensen, ook buiten Beirut, in te zien dat er op deze manier voor hen geen toekomst is. Een trend die veertien jaar geleden al wortel schoot.

Is er hoop?

Na de moord op Rafik Hariri in 2005 pikten Libanezen de bemoeienis over hun land niet langer. Massaal gingen ze de straat op, grotendeels vreedzaam, zoals we ook nu zien. Onder hevige internationale druk pakte Syrië haar biezen. De lange arm vanuit Damascus trok zich iets terug en het Syrische leger vertrok.

Maar, de protesten van toen ten spijt, nooit kwam het tot een grote doorbraak in Libanon. De elektriciteitsvoorziening blijft problematisch, een alternatief generatornetwerk is prijzig en wordt uitgebuit door de zogenoemde generatormaffia. Het land is vervuild en kent een enorm afvalprobleem. Internet is schreeuwend duur, de werkloosheid hangt rond de 25 procent.

Libanon kent een brain drain van hoogopgeleide jonge mensen die hun kansen elders grijpen. Belastingmaatregelen om het gapende miljardentekort te dichten treffen keer op keer de midden- en onderklasse. Rijke Libanezen komen overal mee weg en corruptie is alomtegenwoordig. Libanon zit in een diepe economische, maatschappelijke én politieke crisis. Daarvoor zijn haar leiders, maar ook de bevolking verantwoordelijk.

Na de demonstraties in 2005 kwam het tien jaar later weer tot een uitbarsting, tijdens de afvalcrisis. Dit waren grootschalige protesten waaruit nieuwe politiek bewuste groepen en politieke partijen ontstonden. Eén van die groepen schopte het bij de gemeenteraadsverkiezingen van Beirut in 2016 vanuit het niets tot de tweede partij van de stad. Libanon kent weliswaar een winner takes all-systeem, maar toch: het betekende een doorbraak.

Het laat zien dat verandering mogelijk is binnen de bestaande kaders van de wet. Niettemin zal het moeilijk worden een diepgeworteld, corrupt systeem, de wasta en de macht van Hezbollah te breken, als Libanon daarbij ook als internationale speelbal gebruikt blijft worden door de landen om haar heen.

De huidige protesten hebben hopelijk het effect van de steen in de rivier, een rimpeleffect dat zorgt voor een landelijke mentaliteitsverandering – het besef dat politici slechts zo sterk zijn als hun achterban hen láát zijn. Dat je je bovendien ook kunt verenigen op basis van politieke visie of sociale klasse, ongeacht de religieuze groep waartoe je behoort.

De oplossing ligt voor een groot deel bij de burger zelf, door de eigen politici de waarheid te zeggen. En daar is lef voor nodig. Precies dát is wat we op dit moment zien gebeuren.

- Advertentie -

2 REACTIES

  1. De helft van Zuid Amerika is in rep-en-roer, en onder het vergrootglas komt Libanon.
    De situatie daar is niet uniek :
    “.. Tot nog toe zijn de opstanden overwegend vreedzaam; moslim en christen staan hand
    in hand in een verenigende poging de macht van hun politici te breken. Die eendrachtigheid
    is niet vanzelfsprekend…” .
    Wat denkt u van Frankrijk, Spanje, het VK. Niet te vergeten België en nu ook Nederland ?

    De protesten van de boeren zijn een voorbode van een opstand : verzet tegen degenen
    die bij marionetten als Rutte aan de touwtjes trekken. Nederland is een bananenrepubliek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here