Nieuwe coup in de maak in Turkije?

Foto: Reuters
Turkije kent een lange geschiedenis van succesvolle staatsgrepen. De enige mislukte staatsgreep in het land vond elf maanden geleden plaats. Heeft Turkije militaire interventies definitief achter zich gelaten of is het slechts een kwestie van tijd voordat er een nieuwe couppoging wordt ondernomen? Zijn Atatürks seculiere principes in gevaar? Is Erdogan nog steeds sterk of is zijn macht aan het afbrokkelen? De Kanttekening vroeg dat aan drie Turkije-experts, Gareth Jenkins, Dirk Rochtus en Yavuz Baydar.

Sinds de couppoging van afgelopen zomer in Turkije (15-16 juli) doen geruchten de ronde dat een nieuwe couppoging wordt ondernomen in het land. Gülenisten (aanhangers van de Hizmet-beweging die geënt is op ideeën van de in de Verenigde Staten wonende islamitische geestelijke Fethullah Gülen) worden door waarnemers het vaakst genoemd als potentiële daders, gevolgd door kemalisten (aanhangers van het kemalisme, de politieke ideologie bedacht door en vernoemd naar de stichter van de Turkse republiek, Mustafa Kemal Atatürk) en nationalisten.

De couppoging is de enige mislukte staatsgreep in de geschiedenis van Turkije. De afgelopen zestig jaar zijn meerdere gewelddadige coups gepleegd in het land, in 1960, 1971 en 1980 en de zogenaamde postmoderne coup in 1997, waarbij het leger de islamistische premier Necmettin Erbakan tot aftreden dwong zonder daarbij geweld te gebruiken. De coupplegers claimden de republiek te beschermen tegen de slechte intenties van politici. Als de hoeder van Atatürks visie van een seculiere natiestaat heeft het leger nooit genoeg vertrouwen in politici gehad om zich volledig aan hen ondergeschikt te maken. Is een nieuwe couppoging dan een serieuze mogelijkheid, aangezien president Recep Tayyip Erdogan de autonomie van het leger steeds verder inperkt?

Dead man walking
Journalist Abdulkadir Selvi is één van de velen in Turkije die waarschuwen voor een nieuwe couppoging. In een column (5 juni 2017, Hürriyet) schrijft hij dat gülenisten een ‘bloedige staatsgreep’ beramen. Zonder een bron te noemen refereert hij naar een gesprek dat op het Griekse eiland Rhodos plaatsgevonden zou hebben tussen na de couppoging gevluchte gülenistische militairen. ‘Deze keer zal veel bloed vloeien’, zou één van hen gezegd hebben.

Ook Michael Rubin, Turkije-analist bij de denktank American Enterprise Institute (AEI) en voormalig Pentagon-functionaris, gelooft in een militaire interventie. In twee artikelen op de website van het AEI (12 oktober en 16 december 2016) schrijft hij dat bondgenoten van Erdogan zich tegen hem zullen keren en hem met geweld zullen proberen af te zetten. De bondgenoot die hij noemt zijn de beruchte ultra-nationalistische maffiabaas Sedat Peker en de charismatische leider van de ultra-secularistische Vaderlandspartij (VP) Dogu Perincek, die ondanks het feit dat de VP geen zetels heeft in het parlement, veel invloed zou hebben binnen het staatsapparaat en dan vooral het leger. Peker en Perincek worden gezien als machtige figuren binnen de vermeende Turkse ‘diepe staat’ (Turks: derin devlet). Die zou geleid worden door hooggeplaatste figuren binnen onder meer het leger en de politie, gendarmerie (semi-militaire politiemacht), inlichtingendienst, rechterlijke macht en onderwereld. Deze machtsstructuur zou gevormd zijn in de nadagen van het Ottomaanse Rijk (1299-1923). Rubin voorspelt dat een nieuwe couppoging Erdogan wellicht het leven zal kosten. ‘Erdogan denkt misschien dat hij de sultan is, maar in werkelijkheid is hij wellicht al ten dode opgeschreven (dead man walking)’, schrijft hij. Rubin is door pro-Erdogan-media afgeschilderd als een vijand van Turkije, omdat hij een couppoging in Turkije voorspelde in een artikel op de website van het AEI (21 maart 2016), bijna vier maanden voor de couppoging van vorig jaar.

Moordcomplot
‘Er leeft heel wat misnoegdheid in het leger’, zegt professor Dirk Rochtus. ‘De hamvraag is echter of de ontevreden legerkringen nog sterk genoeg zijn om iets significants te ondernemen. Erdogan heeft er namelijk alles aan gedaan om het leger naar zijn hand te zetten. Maar misschien zijn er toch nog een paar honderd officieren die zich niet hebben laten ringeloren en iets aan het beramen zijn.’

Foto: Katholieke Universiteit Leuven. Dirk Rochtus (1961) is een Vlaamse schrijver en professor Internationale Politiek, met als specialisatie Turkije, aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam staan, waaronder de boeken ‘Turkije: de terugkeer van de sultan’ (2016) en ‘Turbulent Turkije: Europese of Aziatische tijger?’ (2011), de in wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerde artikelen ‘Turkse ‘Ostpolitik’ omarmt Armenië’ (2010), ‘Het nieuwe Turkse ‘oriëntalisme’ gewogen’ (2009) en ‘Na Turkse verkiezingen zijn handige smeden gewenst’ (2007) en de in Belgische kranten en tijdschriften gepubliceerde opiniestukken ‘Terug naar de schaapsstal van Erdogan’ (2016), ‘Erdogan moet opletten dat zijn machtsgreep niet de ware putsch wordt’ (2016), ‘Uitputtingsslag in Turkije gaat voort’ (2016), ‘Atatürk, wat is er van jouw republiek geworden?’ (2006), ‘Erdogan tussen hamer en aambeeld’ (2004) en ‘Turkije is in zijn westersheid getroffen (2003)’.

Na de couppoging nam Erdogan maatregelen om de autonomie van het leger in te perken. Hij plaatste de kustwacht en gendarmerie onder toezicht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en maakte de landmacht, luchtmacht en marine ondergeschikt aan het ministerie van Defensie. Hij sloot de militaire scholen en voerde hervormingen door zodat afgestudeerden van de imamscholen, die staatsimams opleiden, zich bij het leger kunnen aansluiten. Ook plaatste hij de hoogste militaire bevelhebber, de chef van de generale staf generaal Hulusi Akar, onder zijn directe toezicht en eiste hij de bevoegdheid op om hoge militaire bevorderingen, benoemingen en ontslagen te bepalen.

Analist Gareth Jenkins vindt de bewering dat een nieuwe couppoging wordt ondernomen niet plausibel. ‘Tot 15-16 juli 2016 betoogde ik dat er geen coup kon plaatsvinden in Turkije, omdat zelfs als de chef van de generale staf opdracht daartoe zou geven, de overweldigende meerderheid van het officierenkorps zou weigeren om daaraan deel te nemen. Dat zou een nauwkeurigere analyse zijn geweest’, vertelt hij. ‘Wat we op 15-16 juli zagen, is dat hoewel sommigen die deelnamen aan de couppoging er daadwerkelijk van overtuigd lijken te zijn geweest dat het georganiseerd werd door de generale staf, slechts een klein deel van het officierenkorps eraan deelnam. Deze officieren zullen dan ook zeker niet deelnemen aan een nieuwe couppoging.’ Jenkins ziet een ander gevaar voor Erdogan. ‘Het gevaar voor Erdogan is niet een coup, maar een moordaanslag op zijn leven. Ik hoop heel erg dat dat niet gebeurt, maar dát is het gevaar.’

Foto: Center for Turkey Studies. Gareth Jenkins is een Britse journalist, schrijver en analist, gespecialiseerd in Turkije. Hij is verbonden aan het trans-Atlantische onderzoeks- en beleidscentrum Central Asia-Caucasus Institute & Silk Road Studies Program, dat gelieerd is aan de denktanks Institute for Security and Development Policy en American Foreign Policy Council. Hij woont sinds 1989 in Istanbul. In zijn eerste tien jaar in Turkije werkte hij als journalist voor diverse internationale media. Hij deed verslag van een breed scala aan politieke, economische en sociale issues in Turkije en de regio waarin het land zich bevindt. Hij schreef onder meer de boeken ‘Context and circumstance: the Turkish military and politics’ (2001), ‘Political Islam in Turkey: running West, heading East?’ (2008) en ‘Between fact and fantasy: Turkey’s Ergenekon investigation’ (2009).

Journalist Yavuz Baydar beaamt dat een moordaanslag op Erdogan een serieuze mogelijkheid is. Hij benadrukt dat de president dat aan zichzelf heeft te wijten. ‘Zijn doel is duidelijk, Turkije transformeren tot een soort Azerbeidzjan of een Centraal-Aziatische republiek. Maar Turkije zal zoiets niet lang kunnen verdagen. Zijn historische traditie en sociologische structuur is daar niet geschikt voor. Dat één groep de andere groepen volledig overheerst, is tegen de natuur van het land, dat als het ware een mozaïek van allerlei culturen is. Verschillende groepen in Turkije hebben in het verleden vaak compromissen met elkaar gesloten om de rust te bewaren, bijvoorbeeld onder het bewind van Bülent Ecevit, Turgut Özal, Süleyman Demirel en Ismet Inönü (presidenten en premiers, red.). Dat Turkije heel gevoelig is op dit vlak, creëert paranoia, angst en onrust in de samenleving. Dat is een heel gevaarlijke situatie voor Erdogan.’

Foto: de Kanttekening. Yavuz Baydar (1956) is een Turkse journalist, columnist en blogger. Hij werkte voor de BBC World Service en diverse Turkse media, waaronder de krant Cumhuriyet. Hij is medeoprichter van het onafhankelijke journalistenplatform P24. Hij is de eerste mediaombudsman van Turkije. Hij vervulde die functie bij de kranten Milliyet en Sabah. Hij werd ontslagen bij Sabah nadat de krant twee kritische columns van hem over de reactie van de regering op de Gezi-protesten (27 mei-20 augustus 2013) censureerde. In 2014 won hij de European Press Prize in de categorie ‘special award’ voor zijn strijd tegen mediacensuur in Turkije. Hij deed als fellow bij de Harvard Kennedy School onderzoek naar journalistiek in Turkije en schreef daarover de paper ‘The newsroom as an open air prison: corruption and self-censorship in Turkish journalism’ (2015).

Baydar sluit een nieuwe couppoging niet uit, maar denkt dat de kans daarop klein is. ‘167 generaals en admiraals zijn gevangengezet na de couppoging, bijna de helft van het gehele officierenkorps. Dat is de balans van Erdogans tegencoup. Dat de rest van het officierenkorps daar niets tegen heeft gedaan, sterker nog, er niet eens publiekelijk haar zorgen over heeft geuit, is veelzeggend. Het laat zien dat de regering een bepalende invloed heeft op het officierenkorps, dat Turkije’s staatsorgaan met de oudste en rijkste traditie is. De vergadering van de Opperste Militaire Raad in augustus is belangrijk. Als hoge officieren erachterkomen dat ze ontslagen gaan worden, kunnen ze iets ondernemen, een rebellie wellicht of een couppoging.’ De Opperste Militaire Raad komt jaarlijks bijéén om de agenda van het leger te bepalen. Daarbij worden onder meer hoge militaire bevorderingen, benoemingen en ontslagen vastgesteld.

Ergenekon
Turkije-expert Gönül Tol, die verbonden is aan de denktank Middle East Institute en de George Washington University, beschrijft in een artikel, dat anderhalve maand voor de couppoging is gepubliceerd in Foreign Affairs (30 mei 2016), een scenario waarin het leger een couppoging zou kunnen ondernemen. Ze wijst erop dat Koerdisch separatisme nog altijd de rode lijn is van het leger. ‘Het leger zou kunnen ingrijpen als de strijd tussen de PKK (Koerdische Arbeiderspartij, red.) en de staat uit de hand loopt, massaal geweld in stedelijke centra in het westen leiden tot een veiligheidscrisis en grote economische neergang en de regering zich in toenemende mate autoritairder opstelt. Zulke omstandigheden kunnen massale protesten tegen de regering triggeren. Als Erdogan reageert met grof politiegeweld dat meer chaos en bloedvergieten tot gevolg heeft, kan er een groeiende publieke vraag zijn aan de generaals om actie te ondernemen.’

Wat vindt Jenkins van Tols analyse? Hij legt uit dat het leger negatief staat tegenover de regering, maar intern veel te verdeeld is om effectief tegen haar op te kunnen treden. ‘Met uitzondering van een handjevol carrièregeoriënteerde seniorofficieren, had het leger zeker geen goede relatie met de regering vóór 15-16 juli en dat heeft ze nog steeds niet. Iedereen in het leger weet dat op dit moment behalve vermoedelijke gülenistische officieren, ook veel niet-gülenistische officieren ‘gezuiverd’ en in sommige gevallen gemarteld worden. Erdogans hardline houding ten opzichte van de Koerdische kwestie steunen, is geen garantie voor een goede relatie met hem’, aldus Jenkins. ‘Er is een diepe verdeeldheid binnen het leger, in het bijzonder een wijdverspreid wantrouwen jegens de generale staf, dat terug te voeren is op de schijnprocessen Ergenekon en Balyoz, die werden georganiseerd door gülenisten en gesteund door Erdogan en zijn partij, de AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, red.). Dit wantrouwen is te diep voor het leger om zich voort te kunnen bewegen als één lichaam.’

Balyoz (Turks voor moker) en Ergenekon (een voor Turken mythische plaats in de valleien van het Altaj-gebergte in Centraal-Azië, waar de wortels zouden liggen van de Turkse beschaving) zijn de namen van twee vermeende coupplannen van ultra-secularisten en ultra-nationalisten om Erdogan af te zetten. Topmilitairen zouden aan het roer gestaan hebben van beide plannen. Meer dan zevenhonderd mensen werden vervolgd. De Ergenekon-verdachten verschenen voor het eerst voor de rechtbank in 2008, in wat velen omschreven als ‘het proces van de eeuw’, en de Balyoz-verdachten in 2010. In de Ergenekon-zaak werden onder anderen militairen, journalisten, academici en politici en in de Balyoz-zaak uitsluitend militairen gevangengezet. Alle veroordeelden zijn inmiddels vrijgelaten. De vrijlatingen volgden op een uitspraak van het Turkse Constitutionele Gerechtshof, dat oordeelde dat de rechten van de beschuldigden zijn geschonden.

‘Zelfs als het officierenkorps éénsgezind genoeg zou zijn om in te grijpen en druk uit te oefenen op de regering – ‘regering’ betekent in dit geval feitelijk ‘Erdogan’, aangezien Turkije momenteel een éénmansstaat is – om af te treden, zou er een alternatief moeten zij om het landsbestuur over te nemen. Dat is er niet’, stelt Jenkins. Bovendien zal er volgens hem geen publieke druk zijn op de generaals om in te grijpen. ‘Eén van de gevolgen van de schijnprocessen Ergenekon en Balyoz was dat ze aan het licht brachten hoe zwak het leger politiek gezien was. Als de generale staf niet eens kon voorkomen dat honderden actieve en gepensioneerde officieren werden gevangengezet op basis van overduidelijk gefabriceerde beschuldigingen, hoe kunnen tegenstanders van de regering dan op ze vertrouwen om wat dan ook voor elkaar te krijgen, laat staan het land redden van een repressieve regering? Eén van de meest opvallende kenmerken van de gebeurtenissen van 15-16 juli was dat er vrijwel geen publieke steun was voor de coupplegers, zelfs niet in de eerste uren van de gebeurtenissen. Naarmate de nacht vorderde, werd al snel duidelijk dat de couppoging niet alleen op zeer weinig steun kon rekenen van het officierenkorps, maar ook hoe ongeorganiseerd degenen die wel meededen waren; ze waren moordzuchtig, maar ongeorganiseerd.’

Burgeroorlog
Als toch een succesvolle coup wordt gepleegd, zou dat dan leiden tot meer democratie dan nu het geval is? ‘Er zal geen succesvolle coup plaatsvinden. Elke poging tot een staatsgreep zou falen’, herhaalt Jenkins. ‘Zélfs áls een succesvolle coup zou plaatsvinden, dan zou het resultaat een burgeroorlog zijn, niet democratie. En als Erdogan vermoord zou worden, zou zeer waarschijnlijk een hevige strijd tussen burgers en mogelijk zelfs een burgeroorlog uitbreken, vooral als de moord in verband gebracht zou worden met een specifiek segment van de samenleving.’

Rochtus is het ermee eens dat een nieuwe coup tot veel geweld tussen verschillende groepen zou leiden. ‘Veel mensen zijn bereid alles te doen voor Erdogan.’ Maar hij denkt niet dat het democratisch gezien nog veel slechter kan worden. ‘Slechter dan de situatie nu in Turkije, is amper mogelijk. Er is vrijwel helemaal geen democratie meer in het land’, zegt hij. ‘Mocht een succesvolle coup gepleegd worden, dan bestaat de kans dat een aantal kernprincipes van de democratische rechtsstaat wordt hersteld. Een militair bewind zou wellicht een soort gestuurde democratie in gang kunnen zetten, zoals is gebeurd na de coup van 1980. Toen heeft het leger het land met ijzeren hand bestuurd, maar de uitkomst was uiteindelijk wel het herstel van de democratie, in 1983.’ In dat jaar werden verkiezingen gehouden die werden gewonnen door de nieuwe liberaal-conservatieve Moederlandspartij (ANAP).

Klassieke voorbeelden van zwakte
Is Erdogan nog steeds sterk of is zijn macht aan het afbrokkelen? ‘Hij is zwak. Hij wordt repressiever, maar wat er aan de hand is, is dat hij zijn greep op het land probeert te verstevigen, omdat hij vreest dat hij zijn grip compleet kwijtraakt. Ik volg Erdogan sinds 1993. Ik heb nooit geloofd dat hij was veranderd en een pluralistische democraat was geworden. Voor mij was het altijd slechts een kwestie van tijd – wanneer hij voelde dat hij de macht had in plaats van dat hij slechts regeerde – alvorens hij zich zou gedragen zoals we de afgelopen jaren hebben gezien. En het is erg deprimerend om te zien dat mijn angsten uitkomen. Maar in de vroege jaren van de AKP, toen Erdogan nog steeds in staat was om mensen voor de gek te houden door hen te doen geloven dat hij een democraat was, bleef hij tenminste nog op grotendeels democratische manieren aan de macht. Dat is nu verleden tijd. Dit laat zien hoe zwak hij staat. De campagne voor het grondwetsreferendum was vrij noch eerlijk en toch kreeg Erdogan maar iets meer dan vijftig procent van de stemmen’, betoogt Jenkins. ‘Als Erdogan echt sterk zou zijn, zou hij niet zo autoritair hoeven te zijn. De ‘zuiveringen’, de marteling, mishandeling en slechte behandeling van gevangenen, de onderdrukking van de persvrijheid, de grove pogingen om elke vorm van kritiek te smoren en de constante verspreiding van compleet belachelijke complottheorieën om de macht te behouden, zijn allemaal klassieke voorbeelden van zwakte.’

Baydar is het niet eens met Jenkins. ‘Erdogan is sterk’, zegt Baydar. ‘Drie factoren zijn belangrijk in dit verband. Ten eerste, ondanks ‘onislamitische’ praktijken, zoals corruptie, nepotisme en geweld tegen andersdenkenden, is Erdogans invloed op het gros van het conservatieve deel van de bevolking nog altijd onaangetast. Hij heeft de capaciteit om vrome moslims als het ware te hypnotiseren. Ze volgen hem blind. Dat maakt hem zo machtig. Ten tweede, Erdogans ‘project’ om het staatsapparaat volledig te beheersen bevindt zich in zijn laatste stadium. Hij controleert nu nagenoeg alle onderdelen van het staatsapparaat. Als het controleren van het staatsapparaat een honderdmetersprint zou zijn, dan zou hij zich nu bevinden op 98 of 99 meter. Dat hij niet zonder slag of stoot zal vertrekken, is zeker. Hij is een politiek genie. Ten derde, de politieke oppositie die er nog is, biedt geen effectieve tegenstand. De nationalistische MHP (Partij van de Nationalistische Beweging, red.) heeft zich onderworpen aan Erdogan, de pro-Koerdische HDP (Democratische Partij van de Volkeren, red.) is ineffectief geworden sinds de arrestatie van haar parlementsleden, onder wie de twee leiders van de partij, en de kemalistische CHP (Republikeinse Volkspartij, red.) slaagt er maar niet in met overtuigende initiatieven te komen.’ Van de drie oppositiepartijen heeft de CHP de meeste zetels in het parlement. Baydar vindt dat de CHP zich veel te weinig uitspreekt over mensenrechtenschendingen in het land en met twee maten meet. ‘De CHP is erg partijdig, meestal laat ze alleen van zich horen als CHP’ers ergens het slachtoffer van zijn. Andere slachtoffers worden vaak genegeerd door de partij. Met zo’n partij bange, ruggengraatloze partij als tegenstander, zal Erdogan nog lang sterk blijven.’

Net als Jenkins verwijst ook Rochtus naar het voor Erdogan tegenvallende resultaat van het grondwetsreferendum. ‘De uitslag van het grondwetsreferendum afgelopen april heeft aangetoond dat Erdogan toch niet op zo een grote aanhang kan rekenen als hij had gehoopt. Een significant deel van het volk moet niets hebben van zijn autoritaire regeerstijl.’ Toch is hij volgens Rochtus nog steeds de sterkste man van het land. ‘Feit blijft dat hij alle sleutelposities in handen heeft. Institutioneel heeft hij vrijwel alle touwtjes in handen. In de maatschappij is er weerwerk, er zijn mensen die zich verzetten. Maar is die tegenstand genoeg om zijn macht aan te tasten? Alleen als het economisch minder goed gaat bestaat de kans dat mensen zich massaal zullen afkeren van hem. Vooralsnog lijkt dat niet het geval.’ Maar het kan allemaal heel snel veranderen volgens Rochtus. ‘Zolang Erdogan ongenaakbaar en onaantastbaar is, zal zijn charisma intact blijven. Maar als zulke figuren, wier aanhang berust op charisma, van hun sokken worden geblazen, verliezen ze heel snel hun charisma en daarmee hun aanhang en macht. Als zijn charisma verdampt, dan kan hij niet meer veel mensen mobiliseren, zoals hij vorig jaar deed op 15-16 juli. Stel dat hij overlijdt of wordt afgezet middels bijvoorbeeld een paleisrevolutie of staatsgreep, dan zal het erdoganistische systeem verdwijnen als sneeuw voor de zon. Want alles draait om zijn persoon.’

Islamisering
Zijn Atatürks seculiere principes in gevaar? ‘Ze worden uitgehold’, meent Rochtus. ‘Nog altijd voelt een groot deel van de bevolking zich niet veréénzelvigd met Erdogans conservatisme. Velen in het land denken seculier en zijn een seculiere levensstijl gewend. Het is niet gemakkelijk om het bewind tegen te spreken, maar er is wel degelijk nog tegengas vanuit de maatschappij. Het is een soort antagonisme dat nu aan de gang is, een strijd tussen twee levensstijlen. Het is natuurlijk wel zo dat Erdogan overal zijn mannetjes plaatst die een collectieve conservatieve moraal verbreiden; denk dan aan denkwijzen zoals ‘een vrouw kan beter thuis blijven en kinderen baren en opvoeden’. Erdogan trekt momenteel dan ook aan het langste eind’, aldus Rochtus. Islamiseert Turkije? ‘Als Erdogan bij de aankomende landelijke verkiezingen, in 2019, weer de meerderheid behaalt en als alléénheerser regeert, dankzij zijn grondwetswijzigingen, dan kan hij de islamisering, die nu een sluipend gevaar is, nog verder doordrukken. Dan kun je spreken van een échte bedreiging van de seculiere principes van de republiek.’

‘Iets dat niet bestaat kan niet in gevaar zijn. Het is betwistbaar hoe ‘seculier’ de republiek was al lang voordat de AKP aan de macht kwam. Op dit moment is het in ieder geval zeker niet seculier. De politieke islam is nooit eerder zo dominant geweest in de republiek, maar het won al jaren voordat het bewind van de AKP begon, veel terrein. De secularisten waren arrogant, snobistisch en zelfvoldaan. Zelfs nu kunnen ze zich niet organiseren om een coherent alternatief vormen voor Erdogan en de AKP’, reageert Jenkins. ‘Zelfs het door secularisten gedomineerde leger promootte de islam na de coup van 1980, omdat ze het beschouwde als een ideologisch bolwerk tegen het communisme. Het leger dacht dat ze religieuze sentimenten kon gebruiken om zijn eigen doelen te bereiken. Al sinds de oprichting van de republiek betekent ‘secularisme’ in Turkije vooral het controleren van religie in plaats van het te verwijderen uit de publieke sfeer.’ Is het leger niet sterk genoeg om échte ‘secularisme’ te promoten? ‘Als de generale staf niet eens leden van haar officierenkorps uit de gevangenis kon houden ondanks overduidelijk gefabriceerde beschuldigingen, tijdens de processen Ergenekon en Balyoz, hoe kan ze dan secularisme afdwingen?’

Baydar is het eens met Jenkins’ analyse. ‘Turkije heeft het laïcisme nooit echt toegepast. Neem Diyanet (Presidium voor Religieuze Zaken, red.). Een land met zo’n overheidsinstelling, waarbij tienduizenden imams allemaal één islamitische stroming vertegenwoordigen, het soennisme, onderdeel zijn van het ambtenarenapparaat en dus betaald worden door de overheid, kan niet seculier zijn.’ Ook volgens Baydar is het islamisme nooit eerder zo dominant geweest in de republiek. ‘Respect voor diversiteit is sterk afgekalfd onder de AKP. De partij heeft het soennisme nog dominanter gemaakt dan het al was. Er wonen vele miljoenen alevieten in het land. Zij zijn compleet gemarginaliseerd. Ze worden behandeld als tweederangsburgers. Hetzelfde geldt voor andere minderheidsgroepen, zoals atheïsten, christenen en joden.’

Foto: Reuters

Wie zat achter de couppoging?
Wie zat achter de couppoging van vorig jaar? De meningen daarover zijn verdeeld. Volgens Ankara was het een uitsluitend gülenistische aangelegenheid. Ankara heeft de Hizmet-beweging uitgeroepen tot een terroristische organisatie en noemt haar consequent de Fethullahistische Terreurorganisatie, afgekort als FETÖ. Volgens cijfers die op 28 mei zijn gepubliceerd door het Turkse staatspersbureau Anadolu Ajansi zijn sinds de couppoging 154.694 personen opgepakt op beschuldiging van het hebben van banden met de beweging en zijn 50.136 van hen gevangengezet. Sommige waarnemers, vooral Erdogan-aanhangers, geloven het verhaal van Ankara. Anderen claimen dat een verbond van gülenisten, kemalisten en andere tegenstanders van Erdogan achter de couppoging zat.

Tol en een andere Turkije-expert, Ömer Taspinar, schrijven in een artikel in Foreign Affairs (27 oktober 2016) dat de regering de rol van de kemalisten in de couppoging koste wat het kost verborgen houdt: ‘De gülenisten hadden een solide vertegenwoordiging in het leger op de vooravond van de couppoging. Echter, de meeste van hen waren aangesteld in de jaren na 2002, nadat de AKP aan de macht was gekomen. Zij waren daarom slechts vertegenwoordigd in de middenrangen, vooral op het niveau van kolonel of lager. Het aantal generaals en admiraals dat bij de couppoging betrokken was en de bekentenissen van enkele kemalistische officieren, zijn dan ook in tegenspraak met de claim van de regering dat de couppoging een uitsluitend gülenistische aangelegenheid was. Zowel de civiele leiders als de hogere officieren zullen de betrokkenheid van de kemalisten in de samenzwering echter blijven ontkennen. Het aanwijzen van de gülenisten als boosdoener vormt inmiddels de ruggengraat van wat we een groen-kemalistisch verbond (groen is de kleur van de islam, red.) tussen de regering en het leger kunnen noemen. De voorwaarden voor deze samenwerking zijn duidelijk: het leger zal zich onderwerpen aan een islamistische regering en op de korte termijn zal Erdoğan toestaan dat de kemalisten weer sterker worden. […] Op de lange termijn zal het groen-kemalistische verbond moeilijk standhouden. Ondanks dat Erdogan de gülenisten als zondebok aanwijst, is hij waarschijnlijk nog steeds bezorgd over het feit dat de couppoging werd geleid door de kemalisten. […] Het groen-kemalistische verbond zal vermoedelijk zelfs een nog nationalistischer, haatdragender, autocratischer en meer anti-westers Turkije voortbrengen. Erdogans conservatieve, religieuze regering noch de ultra-seculiere elementen in het leger geloven in liberale democratie of pro-westers beleid. In tegendeel: nationalisme, anti-westerse wrok en een sterke verknochtheid aan de Turkse soevereiniteit, zijn de belangrijkste factoren die hun verenigen.’

Het is onwaarschijnlijk dat Gülen een rol speelde in de couppoging, maar dat neemt niet weg dat individuele gülenisten betrokken waren, volgens Europese inlichtingendiensten, waaronder de Duitse buitenlandse inlichtingendienst, de Bundesnachrichtendienst (BND). BND-chef Bruno Kahl verklaarde tegen Der Spiegel (18 maart 2017) dat er geen enkele aanwijzing is dat Gülen was betrokken bij de couppoging. ‘Turkije heeft ons er op verscheidene niveaus van proberen te overtuigen, maar dat is niet gelukt.’

Volgens het inlichtingenorgaan van de Europese Unie, het European Union Intelligence and Situation Centre (EU IntCen), is het waarschijnlijk dat een groep officieren, bestaande uit kemalisten, gülenisten en andere tegenstanders van de regering, maar ook opportunisten, achter de couppoging zaten. Dat constateert het inlichtingenorgaan in een onderzoeksrapport dat afgelopen augustus intern werd gedeeld en vervolgens werd geclassificeerd als ‘geheim’. Later berichtte The Times (17 januari 2017) over het rapport. Het EU IntCen verzamelt en analyseert inlichtingen van de EU-lidstaten.

Een andere, populaire theorie is dat de couppoging is geënsceneerd door Erdogan zelf om de massazuivering die volgde op de couppoging en de invoering van een presidentieel systeem om zijn macht uit te breiden en te verankeren in de Grondwet, te rechtvaardigen.

De grootste oppositiepartij in het land, de CHP, spreekt van een ‘gecontroleerde’ couppoging. Dat stelt de partij in een onderzoeksrapport van 307 pagina’s dat onlangs (12 juni) naar buiten is gebracht. Sommige autoriteiten wisten van de couppoging, maar deden helemaal niets om het te voorkomen, stelt de CHP in het rapport. Het rapport is opgesteld door vier parlementariërs van de partij, Zeynel Emre, Aykut Erdogdu, Sezgin Tanrikulu en Aytun Ciray.

  • Turkic

    Dit is wishful thinking van een journalist die bij een Gülenist krant werkt en artikelen voor schrijft.

    • ‘Turkic’, je reactie onderstreept het denkbeeld dat in de ‘Turkse gemeenschap’ (voor zover je van een gemeenschap kunt spreken) veel mensen niet normaal met elkaar kunnen communiceren zonder direct elkaars achtergrond er bij te betrekken en zonder elkaar om die achtergrond verdacht te maken.

      Het is een psychologische fout in het denken van Turken over elkaar, over politiek, over hun land. Het is puur primitief tribalisme.

      Bovendien is het een teken van angst. Je durft niet in te gaan op de inhoud, en daarom diskwalificeer je gemakzuchtig de boodschapper.