14.2 C
Amsterdam

Nog steeds zijn Turkse Nederlanders bang voor de invloed van Turkije

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Journalist en historicus.

Lees meer

Turkse Nederlanders ervaren angst vanwege invloeden vanuit Turkije. Daarbij vrezen ze vooral Diyanet, het overheidsorgaan voor Religieuze Zaken, en de Unie van Internationale Democraten (UID), een mantelorganisatie van regeringspartij AKP. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Instituut Clingendael.

De auteurs van het rapport Het Turkse diasporabeleid in Nederland enquêteerden duizend Turkse Nederlanders. Een kwart van de Nederlanders van Turkse afkomst voelt zich ‘onveilig’ vanwege de Turkse invloed in Nederland. Ook gaf ruim 40 procent van de Turks-Nederlandse respondenten aan dat de Nederlandse overheid hen beter moet beschermen tegen ‘negatieve invloed uit Turkije’.  

De Kanttekening heeft het rapport gelezen en vraagt aan Turkse Nederlanders waar de pijn ligt.

Angst voor gevolgen

Het valt op dat de gevoelens van onveiligheid voor Turkije vooral voorkomen bij sympathisanten van de Turkse oppositie. Van de Erdogan-stemmers voelt 75 procent zich wel veilig, staat in het rapport. Onder kiezers van de oppositie ligt het veiligheidsgevoel dus beduidend lager met 38%. In dagbladen als Het Parool en het Leidsch Dagblad was veel aandacht voor de gevoelens van onveiligheid onder Turkse Nederlanders

‘Veelzeggend is nu dat ruim de helft van de ondervraagden vindt dat de Nederlandse overheid moet ingrijpen bij Turkse organisaties waar ondemocratische waarden worden gedoceerd’, schrijft het Leidsch Dagblad. ‘Kinderen op salafistische moskeescholen leren dat mensen met een ander geloof of andere levensovertuiging de doodstraf verdienen.’

Eerder had de ‘parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen’ (POCOB) al vastgesteld dat de invloed van de Turkse overheid leidt tot ‘sociale druk en intimidatie in Nederland’, onder meer door de monitoring van Turkse Nederlanders via Diyanet.

In het rapport van Clingendael is ook aandacht voor het ondermijnende survey-onderzoek van Max Hoffman. Hij concludeerde dat er ‘weinig bewijs’ is dat Turkse Nederlanders ‘druk ervaren vanuit Turkije’. Uit een rondgang onder Turkse Nederlanders door de Kanttekening blijkt al snel het tegendeel. Bijna niemand wil met naam en toenaam spreken, uit angst voor gevolgen. Alleen op anonieme basis dus.

‘Verklikt’

‘Ik herken wel dat Turkse Nederlanders zich onveilig voelen door de lange arm van Erdogan’, zegt een Turks-Nederlandse docent op een school. ‘Laatst is de naam van een vriend van mij gemeld bij de kliklijn in Turkije, via een moskee in Osdorp. Hij werd beschuldigd aanhanger van de prediker Fetullah Gülen te zijn [Gülenisten worden door de Turkse staat beschuldigd van de couppoging in Turkije, en als terroristen beschouwd]. Dat speelt nog steeds, minder dan direct na de couppoging in 2016, maar het gevaar om opgepakt te worden, is zeker niet voorbij.’

Hij vindt het niet gek dat er zoveel angst is onder bepaalde groepen Turkse Nederlanders. ‘Er verlaten zoveel verschillende politieke groeperingen Turkije. Koerden, Gülenisten, en linkse groeperingen. Ze worden door al die AKP-organen verklikt of van terreur beschuldigd. Ze kunnen van de ene op de andere dag in de gevangenis belanden. Zoals nu ook weer gebeurt met al die Koerdische journalisten in Diyarbakir (op 25 april arresteerden de Turkse autoriteiten 110 mensen die van ‘terrorisme’ werden verdacht, waaronder veel Koerdische politici, advocaten en journalisten, red.). Mijn vriend werd tijdens de ramadan verklikt.’

‘Ik vind het zonde dat jongeren geen balans kunnen vinden tussen de Turkse en Nederlandse politiek’

De docent vindt het ook begrijpelijk dat men meer steun en bescherming wil van de Nederlandse overheid. ‘Het was voor mijn vriend niet duidelijk wat hij kon doen. Hij is verklikt en nu loopt hij gevaar wanneer hij naar Turkije gaat. Daar kan hij worden opgepakt of erger. Waarom is er geen stappenplan voor Turkse Nederlanders die gevaar lopen door de Turkse overheid te worden opgepakt?’

Lijsten van critici

Een Koerdisch-Nederlandse onderzoeker kan met de docent meepraten. ‘Absoluut, ik pleeg al jaren zelfcensuur en ben gestopt met mij publiekelijk kritisch te uiten over Turks beleid en Turkse politiek.

Turkse organisaties houden lijsten bij van mensen die zich kritisch uiten. Zij komen Turkije wel binnen, maar komen er heel moeilijk weer uit. Er zijn genoeg mensen die ik ken die dat is overkomen. Daarnaast kom je ook in het vizier van regeringsgezinde Turkse Nederlanders’.

De Kanttekening zocht ook contact met de beweging Milli Görüs Zuid-Nederland, die wilde geen reactie geven op vragen met betrekking tot dit artikel.

De Koerdisch-Nederlandse onderzoeker vindt het niet vreemd dat uit het ondermijnende survey-onderzoek blijkt dat er geen bewijs zou zijn voor Turkse druk. ‘Ongeveer 70 procent van de Turken hier stemt voor Erdogan. Bij een kwantitatief onderzoek zoals een survey, kom je dus niet bij de aard van het probleem. Het probleem is juist de bestraffing van mensen met afwijkende meningen.’

Beeld: Suna Floret

‘Obsessie’

Docent Suna Floret van het Albeda College in Rotterdam ziet naar eigen zeggen ‘in de klas’ elke dag weer wat de Turkse druk teweegbrengt. ‘Ze zijn vooral met Erdogan bezig en de Turkse verkiezingen, in plaats van of Rutte aan de macht blijft. Ik vind het zonde dat jongeren geen balans kunnen vinden tussen de Turkse en Nederlandse politiek.’

Floret denkt dat die focus op Turkije vooral vanuit de ouders komt, die alleen het Turkse nieuws volgen. ‘Ik weet echt niet of ik het wel druk kan noemen bij het gros van de Turkse Nederlanders. Die Turkse obsessie zit namelijk heel diep bij de Nederlandse Turk. Ze hebben daar geen druk vanuit Turkije voor nodig.’

Ook Floret laat haar gedrag beïnvloeden door deze situatie. ‘Ik denk wel twee keer na of ik iets op Twitter zet over Erdogan. Ik heb geen zin in problemen en discussies. Ik was vijf jaar lang = columnist bij het Algemeen Dagblad. Helaas geloof ik niet meer echt in een open debat. Het komt heel snel tot een clash.’

Dreigen met geweld

Ondernemer en panellid van de Kanttekening Ibrahim Özgül is van mening dat er altijd wel invloeden van buitenaf zullen zijn. ‘Mensen die in de Nederlandse gemeenteraad of Staten zitten, worden ook door sociale media beïnvloed, die op hun beurt weer compleet aan internationale invloeden zijn overgeleverd, met name de Amerikaanse wereld. Aan de hand van die informatie bepalen mensen wat ze gaan stemmen. Dat gebeurt nu dus ook voor Turkije, via familie, politiek of Diyanet. Dat is niet te stoppen.’

Voor Özgül is het wel een ander verhaal als die beïnvloeding doorslaat naar bedreigingen en ‘wanneer in verenigingen bijvoorbeeld wordt opgeroepen tot geweld’. Hij doelt op het voorval met een AKP-politicus die Koerden en Gülenisten wilde ‘aanpakken’. Özgül: ‘Dat soort dingen kunnen gewoon niet. Het mag ook niet toegelaten worden. En als dat ergens wordt geconstateerd, is het Openbaar Ministerie aan zet.’

Özgül wijst er wel op dat zulke dingen lastig te bewijzen zijn, behalve een zeldzame uitgelekte video hier of daar. Maar volgens hem gebeuren de bedreigingen veel meer ‘binnenskamers’, die veel lastiger te bewijzen zijn. ‘Met een poll ofzo is dat niet te achterhalen.’

Een alevitische Nederlander, die ook graag anoniem blijft, zegt dat hij vooral op zijn ‘hoede is’ in Turkije. ‘En moet je nagaan, dan heb ik ook nog eens geen Turkse nationaliteit. Maar toch ben ik bang dat ik teruggestuurd kan worden als ik iets zet op sociale media. Op dit niveau ervaar ik druk vanuit Turkije. Er is altijd de angst dat er iets kan gebeuren.’

Toen hij tijdens de aardbeving kritisch was op de Turkse overheid, ervoer hij vanuit zijn eigen omgeving druk. ‘Je bent toch niet alleen op deze wereld, je hebt ook kinderen’ werd dan tegen hem gezegd. ‘Ik ben het dan ook niet eens dat er geen bewijs voor druk is. We maken het voortdurend mee. Er worden mensen op terreurlijsten gezet. Als je een Turkse nationaliteit hebt, dan kun je een uitreisverbod krijgen.’

Buitenlandse financiering

In het rapport staat dat politieke beïnvloeding vanuit de Turkse staat vooral vanuit Diyanet en nieuwe organisaties zoals UID wordt georganiseerd: ‘Deze organisaties richten zich op het promoten van de Turkse identiteit, cultuur en verbondenheid met de Turkse staat alsmede diens buitenlandse politiek. Twee doelstellingen staan daarbij centraal: het mobiliseren van het eigen electoraat binnen de diaspora (mogelijk gemaakt door het stemmen in het buitenland tussen 2014-2016 drastisch te vergemakkelijken) en het monitoren van politieke tegenstanders. Dat laatste doel werd prominenter na de poging tot een staatsgreep van 2016.’

Uit de peiling onder duizend Turkse Nederlanders blijkt dat ‘een grote meerderheid binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap tegen het verbieden van buitenlandse financiering van weekendscholen (67 procent oneens, 18 procent eens). Erdogan-stemmers zijn de grootste tegenstanders (77 procent), maar ook de Volksalliantie (Turkse oppositie met Kilicdaroglu als presidentskandidaat, red) (61 procent) en niet-stemmers (63 procent) pleiten tégen een verbod.’

Buitenlandse financiering van moskeeën kan echter op minder onverdeelde steun rekenen. ‘Een meerderheid van 52 procent is tegen een verbod op buitenlandse financiering van moskeeën, tegenover 30 procent die het er wél mee eens is’, staat in het rapport.

‘De PVV krijgt ook buitenlands geld. Waarom dan niet een weekendschool waar Turkse waarden en normen wordt onderwezen?’

De Turks-Nederlandse gemeenschap die de Kanttekening heeft gesproken ligt in een spagaat over de buitenlandse financiering. Niemand is per se tegen, omdat culturele en religieuze vrijheden hoog in het vaandel staan. Maar als onder het mom van culturele vrijheden ‘onderdrukkende mechanismen’ de vrije hand krijgen, dan ben ik tegen, zegt de alevitische Nederlander.

De Koerdische-Nederlandse onderzoeker is tegen het verbieden van buitenlandse financiering van moskeeën en weekendscholen. ‘Gelijke monniken gelijke kappen. Andere etnische gemeenschappen mogen het wel, dus Turken moet dezelfde behandeling krijgen. Wat ongewenst is, is de beangstigende buitenlandse inmenging. Dus wanneer andersdenkenden worden geïntimideerd en bedreigd. Als je dat wil tegengaan, moet je andere middelen inzetten. Geen verbod.’

Ondernemer Özgül is ook tegen een verbod. ‘Ik bedoel de PVV krijgt ook buitenlands geld binnen. Voetbalclubs krijgen buitenlands geld. En waarom dan niet een weekendschool waar Turkse waarden en normen wordt onderwezen, dat zijn culturele rechten waar niet aan getornd mag worden. Daar ben ik zeker niet tegen. We hebben het nu over Turken, maar dit geldt net zo goed voor Hindoestaanse, Chinese of Engelse culturele verenigingen. Dat is ok, als de wet maar niet wordt overtreden.’

Floret neigt ernaar tegen buitenlandse financiering te zijn. ‘De focus moet toch meer Nederland zijn, omdat de balans nu helemaal zoek is. Religie en Turkse taal, doe dat meer binnenshuis, denk ik dan. Wat doet een Turkse imam hier? Hoe kunnen zij ooit met de belevingswereld van de jongeren in Nederland meegaan?’

Floret vindt het onbegrijpelijk dat er minder liefde is voor Nederland. ‘De verhoudingen zouden 70/ 30 moeten zijn. Want uiteindelijk is de focus op Nederland in hun eigen voordeel. Het is niet Erdogan die bepaalt hoeveel studiefinanciering ze krijgen en of er straks nog wel huisvesting voor ze is in de stad.’

 

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -