13.8 C
Amsterdam

Van pseudoniem tot kogelvrij vest: zo werken gevluchte Turkse journalisten

Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.

Lees meer

Het gaat slecht met de persvrijheid in Turkije. Het land staat op plek 153 in de persvrijheidsranglijst van Reporters Without Borders. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International noemde in 2019 Turkije ‘de grootste gevangenis voor journalisten’. Geen wonder dus dat veel journalisten het land uit zijn gevlucht.


Volgens de Turkse Journalisten Vereniging leefden er in 2017 123 journalisten in ballingschap. Gezien het feit dat de vervolging van journalisten doorgaat, is het onwaarschijnlijk dat deze ballingen weer naar Turkije zijn teruggekeerd.

Hoe vergaat het de Turkse journalisten in ballingschap? Waarom zijn zij hun vaderland ontvlucht? Kunnen ze hun werk als journalist in het buitenland goed voortzetten? En hoe gevaarlijk is hun werk nu? De Kanttekening sprak met vijf Turkse Exil-journalisten.

‘Ik durf nauwelijks nog naar buiten te komen’

Abdullah Bozkurt (1971) werkte in Washington D.C. toen in maart 2016 zijn krant Zaman werd overgenomen door de Turkse regering. Bozkurt werd ontslagen, maar begon met twaalf journalisten een eigen nieuwsdienst in Washington.

Beeld: Abdullah Bozkurt

‘Dat deden we drie maanden. Het ging eigenlijk best goed’, vertelt hij. ‘Maar toen vond de mislukte staatsgreep tegen de Turkse president Recep Tayyip Erdogan plaats.’

De Gülenbeweging, geïnspireerd door het gedachtegoed van de in de Verenigde Staten woonachtige Turkse geestelijke Fethullah Gülen, zit volgens de regering achter deze staatsgreep. Zaman was totdat de regering de krant overnam een aan de Gülenbeweging gelieerde krant. Journalisten die in die tijd voor Zaman werkten, liepen een groot risico om te worden gearresteerd.

‘Ik was ten tijde van de coup in Turkije en aanvankelijk niet bang’, vertelt Bozkurt, zelf ook Gülen-sympathisant. ‘Ik was immers onschuldig en geloofde dat ik de rechters hier makkelijk van zou kunnen overtuigen. Maar twee weken later dacht ik hier anders over. Er was een heksenjacht gaande. Er werden heel veel journalisten aangeklaagd, ik besefte dat er geen sprake zou zijn van een eerlijke rechtsgang. Ik begreep ook dat ze binnenkort voor mij zouden komen. Op de dag dat ik mijn vaderland verliet, werd mijn kantoor door agenten binnengevallen. Ik had geen dag langer in Turkije moeten blijven.’

Bozkurt kwam in Zweden terecht. Twee maanden later kwamen zijn vrouw en kinderen ook in Zweden aan. ‘Eerst dacht ik nog, tegen beter weten in, dat de storm uiteindelijk wel zou overwaaien en we naar Turkije zouden kunnen terugkeren. Maar het stormt nog steeds in Turkije. En daarom is Zweden, waar ik bij toeval terecht ben gekomen, mijn nieuwe thuis geworden.’

Het beroep van journalist is sowieso geen vetpot, maar in ballingschap journalist zijn is extra moeilijk, vertelt Bozkurt. ‘Niet alleen financieel, maar ook logistiek. Je moet op een andere manier aan bronnen komen. En in Turkije, waar de persvrijheid nauwelijks nog existent is, is het al helemaal lastig.’

Maar de schoorsteen rookt nu. ‘Ik doe freelance werk voor internationale media en help NGO’s met het schrijven van rapporten. Daarnaast schrijf ik stukken voor mijn website Nordic Monitor, waar ik over de situatie in Turkije bericht, maar hier verdien ik bijna niets mee. Het is een passieproject.’

Vorig jaar september werd Bozkurt vlak voor zijn huis gemolesteerd door een groepje mannen. ‘Ze wisten waar ik woonde, ze hebben mij opgewacht toen ik naar buiten liep om de vuilnis weg te gooien. Toen ben ik van achteren gepakt en is er op mij ingeschopt. Niet lang daarna zijn we verhuisd, naar een betere plek.’

Wie er achter deze aanval zit, dat weet Bozkurt nog steeds niet. ‘De aanvallers waren geen professionals, maar jonge jongens die vermoedelijk in opdracht van anderen hebben gehandeld. We weten niet door wie ze zijn aangestuurd. De Grijze Wolven? AKP-aanhangers in Zweden? MIT, de Turkse geheime dienst?’

Het is de meest serieuze aanval op een Turkse journalist in ballingschap tot nu toe. Via social media worden journalisten geïntimideerd en journalist Can Dündar, die in Duitsland in ballingschap woont, is uitgescholden in een café, maar tot dusverre hebben zich nog geen andere fysieke aanvallen voorgedaan.

Volgens Bozkurt werkt intimidatie deels. ‘Sommige journalisten in ballingschap zijn bang geworden. Ze schrijven geen kritische stukken meer, of publiceren die onder een pseudoniem.’ Maar Bozkurt wil niet buigen voor intimidaties. ‘Ja, mijn leven is niet normaal meer. Ik durf nauwelijks nog naar buiten te komen. Maar iemand moet de waarheid vertellen over Turkije, in plaats van dat je de halve en hele leugens van de regering loopt na te praten.’

‘Ik ijver niet voor regime change, maar wil de waarheid vertellen’

Gülten Sari (1980) werkte net als Bozkurt ook voor Zaman. Ze is geen Gülen-sympathisant, maar een seculier in de geest van Mustafa Kemal Atatürk. ‘Ik ging in 2014 voor de Engelstalige krant Zaman Today werken om mijn Engels te verbeteren. Ik werkte in Ankara en vervolgens in Istanbul. Toen Zaman in maart 2016 werd gesloten, werd ik freelancer en fixer. Ik hielp buitenlandse journalisten als vertaler en gids, en hielp ze aan interviews die ze anders niet zouden kunnen houden.’

Beeld: Gülten Sari

Ook na de mislukte coup tegen Erdogan bleef Sari in Istanbul. ‘Ik ging in 2017 voor Ahval News werken, een online Turkstalig en Engelstalig medium dat zijn hoofdkwartier in Londen heeft. Yavuz Baydar is net als ik seculier-minded, maar vanwege de kritische opstelling van Ahval tegenover de Turkse regering werden we er ook van beschuldigd FETÖ-aanhangers te zijn.’ FETÖ staat voor Fethullahcı Terör Örgüt, de ‘Fethullahistische Terreur Organisatie’ waarmee de Turkse regering de Gülenbeweging aanduidt.

‘Na de coup was ongeveer 90 procent van de media in handen van de regering’, vervolgt Sari. ‘We werden als Ahval-journalisten door de Turkse regeringsgezinde media voor verraders, FETÖ-aanhangers, anti-Turks en buitenlandse spionnen uitgemaakt. Turkije was niet langer veilig voor mij. Ik wist dat ze mij zouden komen halen. Daarom ben ik naar het buitenland gevlucht. Eerst ging ik naar Rome, vervolgens naar Duitsland waar ik eind maart 2018 aankwam.’

Sari blijft, omdat ze niet bedreigd wil worden, low profile. Ze had een Twitter-account, maar dat is nu niet meer actief. Ook wil ze niets over haar privéleven vertellen. Sari benadrukt dat ze journalist is, geen activist. ‘Ik ijver niet voor regime change, maar wil de waarheid vertellen.’ Dat doet Sari in artikelen voor Ahval en voor een podcast voor de site, waarvoor ze veel mensen interviewt.

Om de schoorsteen te laten roken doet Sari ook freelancewerk, vertelt ze. ‘Soms schrijf ik ook stukken voor de Duitse media. Enkele jaren terug schreef ik een groot essay voor Die Zeit, waarin ik vertelde over hoe Erdogan de vrije media om zeep hielp en over mijn vlucht naar Duitsland. Ik legde uit waarom het voor mij als politieke vluchteling pijn doet dat kanselier Angela Merkel voor Erdogan een staatsbanket heeft georganiseerd, waarmee ze zijn repressieve politiek heeft gelegitimeerd. De Duitse regering laat journalisten en anderen in de steek die in Turkije in de gevangenis zitten, omdat ze opkomen voor de waarheid, of een onwelgevallige mening hebben. Daarom zal ik mijn stem voor hen blijven verheffen en zal ik niet ophouden met schrijven – ongeacht wie mij tegenwerkt.’

‘Ondanks alles zet ik mijn journalistieke activiteiten voort’

De Koerdische journalist en schrijver Fehim Isik (1961) zat in 1990-1991 in de gevangenis vanwege kritische artikelen die hij had geschreven voor het tijdschrift Deng. In 1993 vluchtte Isik tijdelijk naar Iraaks-Koerdistan, omdat er een arrestatiebevel tegen hem was uitgevaardigd. In 1995 keerde hij in het geheim terug naar Istanbul. Hij belandde niet in de gevangenis, omdat hij kon profiteren van nieuwe wetten die in Turkije waren aangenomen in het kader van EU-harmonisatie. Isik pakte zijn journalistieke werk weer op, schreef verschillende boeken, waaronder een schoolboek over de Koerdische taal en literatuur, en maakte televisiedocumentaires.


Beeld: Fehim Isik

Na de mislukte coup besloot Isik om te vluchten. ‘In november 2016 heb ik Turkije voorgoed verlaten’, vertelt hij. ‘Ik heb tot maart 2019 in Duitsland gewoond. Daarna ben ik naar België verhuisd, waar ik nog steeds woon. De belangrijkste reden waarom ik mijn land verliet, is dat mijn artikelen en toespraken en mijn professionele activiteiten door Erdogan en zijn regering als een misdaad worden beschouwd en er een rechtszaak tegen mij was aangespannen. Omdat ik gevaar liep te worden gearresteerd en in de gevangenis te belanden besloot ik om te vluchten.’

Isik is in zijn eentje gevlucht. ‘Mijn vrouw en kinderen wonen nog steeds in Turkije. Ze hebben me verschillende keren bezocht vóór de coronapandemie. Ze zijn echter niet in staat geweest om te komen sinds de reisbesnoeiingen begonnen als gevolg van de pandemie.’ Isik peinst er niet over om naar Turkije terug te keren, omdat hij dan in de gevangenis belandt. ‘Als ik terugkeer, word ik gearresteerd. Er zijn meerdere arrestatiebevelen tegen mij uitgevaardigd, vanwege de onderzoeken die tegen mij zijn geopend. Ik loop gevaar omdat ik mijn mening geef. In 1990 kwam ik in de gevangenis terecht, en omdat ik niet wilde dat dit nog een keer gebeurt blijf ik in het buitenland.’

Het leven in ballingschap ziet Isik in de eerste plaats als een ‘morele uitdaging’, zegt hij, omdat de journalist en schrijver het moet doen zonder zijn familie. Ook kampt hij met gezondheidsklachten. Financieel gezien weet Isik het echter te redden.

‘Ik werkte twee jaar in Duitsland en nu twee jaar in België. Ik heb nog nooit een beroep hoeven te doen op de sociale zekerheid. Het maandloon dat ik krijg, komt overeen met het minimumloon en is voldoende om te overleven. Ik kan ook elke maand een klein bedrag naar mijn vrouw en kinderen sturen.’ Vanwege zijn gezondheid neemt Isik er geen bijbaantje naast. Hij doet het gewoon heel zuinig aan.

Toen Isik via-via hoorde dat de Turkse inlichtingendienst mogelijk aanvallen op journalisten in ballingschap aan het voorbereiden was, dook hij een tijdje onder. ‘Dat was enkele jaren terug. Ik heb Duitsland toen even tijdelijk verlaten.’ Intimidaties en bedreigingen via social media en via de e-mail zijn er echter altijd, ook nu hij in België zit. ‘Ze doen het met valse namen. Mijn advocaat wil een zaak aanspannen in Turkije, maar zo’n zaak is kansloos denk ik. Ik kan straffeloos bedreigd worden. Turkije beschouwt dat niet als een misdaad. Ook is het aanspannen van een rechtszaak een dure grap, en daar heb ik de financiële middelen helaas niet voor.’

‘Ondanks alles zet ik mijn journalistieke activiteiten voort’, besluit Isik. ‘Omdat ik geloof dat wat ik doe goed is, en dat er ooit een einde zal komen aan de pesterijen. Als ik mij zou terugtrekken, omdat ik word bedreigd, dan stelt dit het Erdogan-regime in staat de onderdrukking en tirannie langer voort te zetten. Ik geef om mijn werk, de journalistiek, en vind ik dat ik het moet doen. Ik geloof dat noch het uiten van een mening, noch het bedrijven van journalistiek een misdaad kan zijn.’

‘Ik wil één ding: gerechtigheid’

Journaliste Arzu Yildiz (1980), die zichzelf omschrijft als ‘een vrouw met een antiautoritaire, anarchistische geest’, werkte voor Taraf, de krant van schrijver en journalist Ahmet Altan die tot vorige maand in de Turkse gevangenis zat, omdat hij betrokken zou zijn geweest bij de coup tegen Erdogan. ‘Hij is geweldig en een dappere man’, zegt ze over Altan. ‘Het is een aangename verrassing dat hij is vrijgelaten.’

Beeld: Arzu Yildiz

Yildiz zelf wist aan de klauwen van Erdogan te ontkomen. In 2015 was ze een van de journalisten – naast onder andere Can Dündar – die publiceerde over de geheime wapenleveranties van de Turkse geheime dienst MIT aan Syrische rebellengroepen die streden tegen het Assad-regime. Ook publiceerde ze de videobeelden van de rechtszaak hierover op YouTube, omdat geen enkel Turks medium dit durfde te publiceren. Yildiz werd voor deze actie door een Turkse rechter tot twintig maanden gevangenisstraf veroordeeld. Ook verloor ze de voogdij over haar twee dochters.

Toen vond op 15 juli 2016 de mislukte coup tegen Erdogan plaats. ‘Ik besloot om onder te duiken, samen met mijn twee dochters’, vertelt ze. ‘Dat was een erg moeilijke tijd. Na vijf maanden besloot ik om een knoop door te hakken. Moet ik dit blijven doen? Of het land uitvluchten?’ Yildiz koos voor het laatste en vluchtte in haar eentje naar Griekenland. ‘Ik ben toen van Istanbul naar Edirne gegaan met de auto, en toen ben ik naar de Turks-Griekse grens gewandeld.’ Haar kinderen nam ze bewust niet mee. ‘Dat vond ik te gevaarlijk, vanwege de gevaren waarmee we mogelijk mee te maken zouden krijgen tijdens de reis, en vanwege de onbetrouwbaarheid van mensensmokkelaars.’

Yildiz kreeg asiel in Canada aangeboden. ‘Ik had helemaal niets, op de kleren die ik aanhad en het weinige spaargeld dat ik had meegenomen. Ik sprak geen Engels, ik had geen werk, geen huis. Het is mij gelukkig gelukt om deze zaken voor elkaar te krijgen, en nu wonen mijn twee dochters ook bij mij in Canada.’

Haar vriend in Turkije, die de voogdij had over haar twee kinderen, maakte het uit met Yildiz. Hij was bang geworden. ‘Dit was voor mij een grote schok en maakt mij nog steeds droevig, als ik erover nadenk. Toch ben ik blij dat hij onze kinderen naar Canada heeft gestuurd. In 2018 kreeg ik Emine terug, mijn oudste dochter, en een jaar later mijn jongste dochter Fatma. Toen ik Turkije in 2016 verliet, was Fatma zeven maanden. Toen ik haar in Canada weer terugzag was ze drieënhalf. Ze wist niet wie ik was. Ze noemt mij nog steeds Arzu, geen mama. Dat hakt er wel in.’

In Canada heeft Yildiz haar draai inmiddels goed gevonden als journalist en schrijver. Op dit moment is ze bezig met een boek over haar vlucht uit Turkije. Dat is nu bijna klaar. Terug naar Turkije wil ze niet, want dan belandt ze in de gevangenis. Behalve tot twintig maanden gevangenisstraf voor het publiceren van staatsgeheimen is Yildiz ook veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf voor het beledigen van het Turkse staatshoofd, omdat ze Erdogan een racist heeft genoemd. En er lopen nog twee rechtszaken tegen haar, waarvan een over haar reportage over de geheime wapentransporten naar Syrië vanuit MIT.

‘Ik wil één ding: gerechtigheid’, benadrukt ze. ‘Als er geen gerechtigheid is, dan is er ook geen vrijheid, geen democratie. Dan laten we ons regeren door leugens. In Turkije is recht ondergeschikt gemaakt aan macht. Rechters kijken niet of iemand schuldig of onschuldig is, maar naar wat de mening van de regering is. Feitelijk is niemand veilig in Turkije. Als je iets kritisch zegt, dan zullen ze je pakken. Dat beseft iedereen. En als ze jou niet te pakken krijgen, dan pakken ze je ouders, je partner, je kinderen. De Turkse staat is een maffiastaat geworden. Het zijn criminelen.’

‘De geschiedenis herhaalt zich weer’

Hayko Bagdat (1976) is een Turkse columnist en stand-up comedian van Armeense afkomst. In 2002 maakte hij – als eerste Armeense Turk – een radioprogramma over de Armeense minderheid in Turkije. Ook schreef Bagdat columns bij verschillende kranten en tijdschriften, waaronder Altans krant Taraf. Na de mislukte coup van 15 juli 2016 vluchtte Bagdat naar Berlijn, vanwege de bedreigingen en druk op hem. Hij richtte samen met Can Dündar de website Özgürüz.org op. ‘Özgürüz’ is Turks voor ‘Wij zijn vrij’.

Beeld: Hayko Bagdat

‘Er lopende meerdere rechtszaken tegen mij, nu ik gevlucht ben uit Turkije’, vertelt hij. ‘Ik word ervan beschuldigd propaganda te maken voor terrorisme. Ook zou ik de Turkse natie hebben beledigd, artikel 301 in het Turkse Wetboek van Strafrecht, omdat ik mij inzet voor de erfenis van Hrant Dink, de Armeens-Turkse journalist die in 2007 werd vermoord door een Turkse nationalist. En ten slotte heb ik mij schuldig gemaakt aan het beledigen van de president, artikel 299 uit het Wetboek van Strafrecht, omdat ik kritische dingen over Erdogan heb gezegd. Als ik naar Turkije terugkeer, hangt mij een gevangenisstraf van twintig jaar boven het hoofd.’

Bagdat wordt nu al acht jaar beveiligd. ‘In Turkije moest ik beschermd worden door de politie, omdat ik bedreigd werd door Turkse nationalisten. Ik woon nu in Duitsland, maar de bedreigingen blijven doorgaan. Als Armeniër en als iemand is die kritisch is over Turkije ben ik een favoriet haatobject. Ik krijg dagelijks honderden haatberichten op social media, waaronder bedreigingen en doodsbedreigingen. Maar onder Koerden en linkse Turken ben ik daarom misschien extra geliefd.’

Toch ziet Bagdat er ook de humor van in. ‘Mensen zouden kunnen denken dat ik Brad Pitt ben of een soort VIP, ik heb soms zoveel politieagenten bij me, vooral wanneer ik naar een publiek evenement ga.’ Als hij optreedt voor een zaal draagt Bagdat vaak een kogelvrij vest, voor het geval dat. ‘Ik probeer thuis werk te vinden om in Berlijn in mijn levensonderhoud te kunnen voorzien, want voor mij is het bijna onmogelijk om van huis weg te gaan voor werk’, zegt hij.

De columnist en stand-up comedian peinst er niet over om naar Turkije terug te keren, ook niet als het land weer een democratische rechtsstaat wordt. ‘Ik heb mijn werk hier, in Duitsland. Ook mijn kinderen gaan hier naar school. Wel zal ik Turkije dan regelmatig bezoeken vanwege familie.’

Het Turkije-beleid van de Europese Unie maakt Bagdat cynisch. De Europese landen laten de Armeniërs weer stikken, net als 1915 toen in het Ottomaanse Rijk de Armeense Genocide plaatsvond, zegt hij. ‘De imperialistische mogendheden vinden de aanschaf van een Russische antiraketsysteem door Turkije veel erger dan de mensenrechtenschendingen in het land. Ze kijken alleen naar hun eigen belangen. De geschiedenis herhaalt zich weer.’ Daarom vindt Bagdat dat journalisten en intellectuelen hun krachten moeten bundelen. ‘Het maakt niet uit wat je huidskleur is of welke religie je aanhangt, maar we moeten ons uitspreken tegen onrecht.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -