‘Wat in Turkije gebeurt kan ook elders gebeuren’

Foto: Ewout Klei
Mensenrechtenpanel: Europees Hof voor de Rechten van de Mens neemt schendingen van de mensenrechten in Turkije onvoldoende serieus.

Op 6 december organiseerden het Platform Peace and Justice en het Human Rights Centre, dat verbonden is aan de Universiteit Gent, een bijeenkomst over Turkije en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). De mensenrechten in Turkije worden flagrant geschonden, vooral na de mislukte coup van 15 juli 2016. Hierdoor kon president Recep Tayyip Erdogan de noodtoestand uitroepen (order 667), die het regime in staat stelde ‘schoon schip’ te maken en al dan niet vermeende tegenstanders keihard aan te pakken. De noodtoestand bleef tot 19 juli 2018 van kracht, twee jaar waarin tal van ambtenaren en rechters werden ontslagen en instituties gesloten.

Individuen die van mening waren dat hun rechten waren geschonden, konden zich wenden tot het Turkse Constitutionele Hof en vanaf 23 januari 2017 tot de Noodtoestandscommissie, die Turkije had opgericht na overleg met de Raad van Europa. Omdat deze rechterlijke instellingen op de hand zijn van het regime, zijn veel individuen naar het EHRM gestapt. Maar in plaats van pal voor de mensenrechten te staan, wil het hof veel zaken niet in behandeling nemen. Dit optreden, of juist het gebrek aan optreden, heeft de slachtoffers van Erdogans zuiveringswoede moedeloos en radeloos gemaakt. Waarom wil het EHRM niet meer doen voor de mensen in Turkije die hun baan hebben verloren of in de gevangenis zitten? Heeft het EHRM straks nog wel bestaansrecht?

Hartverscheurende situaties
Advocaat Walter van Steenbrugge trapt de discussie af. Hij betoogt dat de mensenrechtenschendingen in Turkije in dit deel van de wereld geen recent precedent hadden. De Gülen-beweging kreeg de schuld van de mislukte coup van 15 juli in de schoenen geschoven en werd als terroristische organisatie bestempeld, waarop een heksenjacht ontketend werd tegen (vermeende) Gülen-aanhangers. Op 20 juli werd de noodtoestand uitgeroepen, die de ministerraad in staat stelde om zonder parlementaire goedkeuring wetten uit te vaardigen. Amnesty International heeft zich in rapporten kritisch uitgelaten over de mensenrechtensituatie in Turkije, maar de Raad van Europa en het EHRM daarentegen zwegen. Toen Van Steenbrugge aan Belgische politici over de toestand in Turkije vertelde, reageerden ze geschokt, maar iemand zei hem dat de Europese Unie niets durfde te doen vanwege het vluchtelingenakkoord. Als de EU stevige kritiek zou leveren op Turkije, dan zou dat voor Erdogan een reden zijn om het akkoord op te zeggen, waarop honderdduizenden vluchtelingen naar Europa zouden trekken.

Het hardhandige optreden van het regime heeft tot hartverscheurende situaties geleid, vertelt Van Steenbrugge. Zo mocht een Turkse rechter die een kwaadaardige tumor had niet naar het ziekenhuis om geopereerd te worden, omdat hij in detentie zat. Hij heeft nu nog maar enkele maanden te leven. Ook noemt Van Steenbrugge het voorbeeld van een schooldirecteur die naar Turkije werd ontvoerd om daar te worden gemarteld en een rechter die ontslagen werd omdat hij een advocaat had vrijgesproken die onschuldig was. Het EHRM zwijgt echter en dreigt daardoor zijn geloofwaardigheid te verliezen. Volgens Van Steenbrugge laat het EHRM te veel de oren hangen naar politieke belangen. De rechters zijn passief, in plaats van dat ze zich actief inzetten voor de mensenrechten, wat ze zouden moeten doen.

Civil death
Volgens Jenny Vanderlinden van Amnesty International is de mensenrechtensituatie in Turkije deplorabel. Er zijn meer dan zeventigduizend mensen zonder enige vorm van proces opgesloten; in geen enkel ander land zitten zoveel journalisten gevangen als in Turkije; er heerst een klimaat van angst, waardoor mensen zichzelf censureren en hun mond niet meer durven open te doen; het regime slaat vreedzame demonstraties hardhandig neer; er heerst internetcensuur en Wikipedia is geblokkeerd; kritische media zijn opgedoekt. Uiteraard noemde Vanderlinden ook de directeur van Amnesty Turkije, Idil Eser, die er ten onrechte van wordt beschuldigd lid te zijn van de Gülen-beweging. Volgens Vanderlinden worden (vermeende) tegenstanders van het regime maatschappelijk ter dood veroordeeld (civil death). Dat betekent dat ze niet alleen hun baan verliezen maar ook de mogelijkheid om opnieuw aan de slag te gaan, hun paspoort wordt afgenomen en ze kunnen het land niet uit, ze worden als terroristen bestempeld en worden door andere mensen gemeden en als paria’s behandeld.

Over het EHRM is Vanderlinden heel kritisch. Mensen die zich tot dit hof hebben gewend, zijn van een koude kermis thuisgekomen, omdat het EHRM vrijwel alle klachten heeft afgewezen op procedurele gronden. Men mag zich pas tot het EHRM wenden als alle nationale juridische wegen zijn bewandeld. Klagers moeten het eerst maar eens proberen bij de Turkse Noodtoestandscommissie, die er mede dankzij Europees ingrijpen is gekomen. Dat deze commissie een instrument is van het Turkse regime, geen getuigen wil horen en klachten structureel afwijst, wordt genegeerd. Volgens Vanderlinden is het falen van het EHRM een groot probleem. Erdogan kan straffeloos zijn gang gaan. En wat in Turkije gebeurt kan ook elders gebeuren. In EU-land Hongarije bijvoorbeeld, dat ook steeds ondemocratischer en autoritairder wordt.

In de steek gelaten
De Frans-Turkse journalist Erol Önderoglu, werkzaam bij Reporters Sans Frontières (Verslaggevers zonder Grenzen), zet zich in voor journalisten die in de problemen zitten. Hij ziet parallellen tussen de onderdrukking van nu en die van begin jaren tachtig, in de nasleep van de (geslaagde) coup van 1980. Journalisten, columnisten en cartoonisten worden vervolgd en gevangengezet. Vaak worden ze ervan beschuldigd het staatshoofd (in dit geval Erdogan) te hebben beledigd of lid te zijn van een verboden organisatie. Journalisten die gevangen werden gezet, kregen pas op het allerlaatste moment een advocaat van de staat toegewezen. Het EHRM wist wat er gebeurde, maar men koos er bewust voor om te zwijgen, waarschijnlijk vanwege het vluchtelingenakkoord tussen de EU en Turkije.

Op dit moment heeft de Turkse regering zo’n negentig procent van de media onder controle, aldus Önderoglu. Dat betekent dat deze media of de ideologie van de AK-partij onderschrijven of dat ze financieel van de regering afhankelijk zijn. De gelijkschakeling van de media heeft volgens Önderoglu ook een ‘verdomming’ tot gevolg. Geen enkele journalist schrijft over de EU, behalve als Erdogan hier weer eens tegen tekeer gaat. De media zijn afhankelijk, slaafs en volgzaam. Zelf reportages maken durft men niet. Over de financiële crisis in Turkije schrijft niemand. Iedereen weet het, maar het is een taboe. Dat geldt ook voor andere gevoelige onderwerpen. Turkije is volgens Önderoglu geen democratische rechtsstaat meer, omdat het recht gepolitiseerd is. Het hooggerechtshof heeft aanvankelijk nog verordonneerd dat enkele mensen die ten onrechte werden opgesloten vrijgelaten moesten worden, maar lagere rechtbanken, die het daadwerkelijke vrijlatingsbevel moesten geven, weigerden het besluit van het hooggerechtshof uit te voeren.
De EU heeft Turkse journalisten en mensenrechtenactivisten in de steek gelaten. In september 2017 nam het EHRM voor het eerst een zaak aan die was aangespannen door iemand die door de Turkse staat in zijn mensenrechten was geschonden. Volgens Önderoglu is het EHRM mede zo terughoudend, omdat Turkije één van de belangrijkste sponsors is van het hof. Wie betaalt, bepaalt. De EU wijst Turkije niet meer op de mensenrechtenschendingen, maar gaat op diplomatieke wijze met het land om, onder het motto ‘Als we vrienden zijn zeuren we niet.’ Dit is volgens Önderoglu een gevaarlijke ontwikkeling, die zich dreigt te verspreiden over de Balkan-landen.

Frustrerend
Rechtsgeleerde Eline Kindt, werkzaam aan de Universiteit Gent en actief voor de Liga van Mensenrechten, heeft haar proefschrift over het EHRM geschreven. Volgens haar is het beginsel van subsidiariteit leidend voor het EHRM. Dat betekent dat zaken in eerste instantie moeten worden opgelost door de landen zelf en pas in allerlaatste instantie door het EHRM. Het EHRM heeft echter heel veel zaken lopen en is overbelast. Vandaar ook dat de slachtoffers van Erdogans noodmaatregelen lang moeten wachten voordat hun zaak aan de beurt komt. Dat is frustrerend, maar in zekere zin ook onvermijdelijk.

Kindt vindt echter dat het EHRM meer werk moet maken van zogenoemde pilot judgments (proefoordelen). Als uit een bepaalde zaak van het EHRM blijkt dat het recht in een bepaald land klaarblijkelijk tekort schiet, dan betekent dit dat dit land algemene maatregelen moet nemen om dit op te lossen. Helaas heeft het EHRM nauwelijks dwangmiddelen om landen te dwingen om de mensenrechten te respecteren, vandaar dat Kindt pleit voor samenwerking tussen het EHRM en de hooggerechtshoven van landen. Op deze manier wordt het gezag van het EHRM ook versterkt. Tegenover Turkije heeft het EHRM zich echter veel te passief opgesteld en niets gedaan met pilot judgments. Mede hierdoor verandert Turkije volgens Kindt in een totalitaire staat, iets wat het Hongarije van Viktor Orbán ook dreigt te worden.

De macht van het geld
Tijdens de paneldiscussie stelt Johan Heymans, ook werkzaam bij Van Steenbrugge Advocaten, dat Kindt te positief is over het EHRM. Inderdaad is het EHRM heel traag, maar als de omstandigheden zo extreem zijn moet je prioriteiten maken en deze belangrijke rechtszaken voorrang geven. Het kan niet zo zijn dat mensen jaren moeten wachten op een uitspraak. Vroeger gaf het EHRM ook voorrang aan bepaalde rechtszaken om die reden, maar nu heeft men er helaas voor gekozen om dat niet te doen.

Önderoglu vertelt dat het EHRM zo erg tekort is geschoten dat hij in 2017 samen met andere journalisten een demonstratie heeft georganiseerd in Straatsburg, waar het hof is gevestigd. Zoiets was nog nooit eerder gebeurd. Önderoglu ergert zich aan het formalisme van het EHRM. Een journalist van Zaman was zonder enige vorm van proces opgesloten, hiertegen was een zaak ingediend bij het EHRM. Toen de zaak eindelijk besproken werd, was de situatie inmiddels veranderd, omdat de journalist tot een hoge gevangenisstraf was veroordeeld. Het EHRM wilde de zaak daarom niet in behandeling nemen, omdat het nu om iets anders ging – een veroordeling die al dan niet terecht was. En dat betekende dat alles weer opnieuw moest, wat veel tijd kost.

Vanuit de zaal stelt een Turkse vluchteling – een ex-rechter – een kritische vraag aan het panel over de macht van het geld. Volgens Önderoglu is het EHRM immers niet neutraal, vanwege de grote Turkse financiële bijdrage aan het hof. De andere panelleden zijn hierover echter voorzichter. Heymans betoogt dat de macht van het geld ook tegen Turkije gebruikt kan worden. De EU kan bijvoorbeeld dreigen met economische sancties als Turkije de mensenrechten blijft vertrappen.

Wat heeft de toekomst voor de Turkse mensenrechtensituatie in petto? Önderoglu wijst op twee belangrijke verkiezingen die volgend jaar worden georganiseerd: de Turkse lokale verkiezingen van 31 maart en de Europese Verkiezingen, die van 23 tot 26 mei zullen worden gehouden. Een overwinning voor de AKP van Erdogan zou de mensenrechten geen goed doen, maar Önderoglu vreest ook een overwinning van radicaal-rechtse partijen in Europa. Hierdoor zal de kloof tussen de EU en Turkije verbreden, waardoor het nog moeilijker wordt om voor de mensenrechten van de slachtoffers van Erdogans beleid op te komen.

DELEN
Ewout Klei
Journalist gespecialiseerd in politiek en geschiedenis.