Tussen intolerantie en verdraagzaamheid

Foto: Reuters
‘Vergeleken met andere geloofsovertuigingen claimt het boeddhisme geen monopolie op de waarheid, de geschriften zijn geen religieuze openbaring en de Boeddha was geen profeet of verlosser.’

Het boeddhisme staat in het Westen bekend als een filosofie van tolerantie, zelfbeschikking en vreedzaamheid die ook nog eens praktische tools biedt tegen overbelasting en stress. De centrale leer wordt dan ook vaak samengevat in drie simpele lessen: het vermijden van het kwade, het cultiveren van het goede en het zuiveren van de geest. Toch moeten ook boeddhisten zich in het dagelijks leven uiten, samenwerken en conflicten oplossen. Hoe kijken zij naar aardse zaken als politiek en de omgang met andere religies?

Vergeleken met andere overtuigingen is het boeddhisme erg naar binnen gericht. Waar het christendom missionarissen de hele wereld over stuurt, de islam grote veroveringen deed in naam van het geloof en de hindoegod Krishna een geducht krijgsheer was, bemoeide de Boeddha zich volgens de geschriften in zijn geheel niet met macht en politiek. Hij beperkte zich in zijn leer grotendeels tot het individu, zodat deze door middel van meditatie een staat kan bereiken die het nirvana wordt genoemd, de hoogste staat van verlichting die een einde maakt aan al het lijden, negativiteit en verlangens. Het idee is dat wereldvrede alleen bereikt kan worden door eerst vrede in onszelf te vinden en dat onze persoonlijke negativiteit de oorzaak is van alle oorlogen en conflicten. Boeddhisten geloven dan ook dat mensen alleen in vrede kunnen samenleven als we negatieve emoties als woede, hebzucht en angst van binnenuit overwinnen.

Toch staat in de boeddhistische geschriften ook veel geschreven over gezonde vriendschappen en relaties, het beheren en delen van welvaart, werkethiek en omgang met ziekte, dood en tegenslag. Ook worden er persoonlijke adviezen voor koningen beschreven die zeggen dat de staat de vrijheid van de mens niet mag belemmeren en dat zowel burgers als de staat de kans moeten krijgen om zich te ontwikkelen en volwassen te worden. Dit sluit aan bij de leer van de Boeddha dat niets permanent is en dat oprechte autoriteit niet gegeven is maar wordt verworven door goede daden en spirituele ontwikkeling. Toch komt de uiteindelijke verantwoordelijkheid altijd weer terug bij het individu zelf en zijn deze wereldse adviezen vooral gericht om het geestelijke zuiveringsproces te bevorderen. In essentie is het boeddhisme een religie die een gemoedstoestand en leefwijze aanleert en die zich niet in de eerste plaats bezighoudt met politieke systemen of zelfs sociale hervormingen, die als irrelevant voor je eigen bevrijdingsproces worden beschouwd.

Het individu moet deze lessen natuurlijk wel toepassen in het dagelijks leven: groepen mensen organiseren zich en er moet politiek worden bedreven. De enige landen waar politiek en boeddhisme zichtbaar met elkaar in aanraking komen zijn Thailand, Birma en Sri Lanka. In dit laatste land heeft de boeddhistische geestelijkheid na de onafhankelijkheid in 1948 een duidelijke stap gezet richting politieke deelname. Sindsdien is de nationale politieke identiteit sterk aan religie gekoppeld en gebruiken politici boeddhistische retoriek om hun ambities te vervullen. De zesentwintig jaar lange burgeroorlog (1983-2009) tussen de Tamils en de Singalezen in het land is dan ook niet los te zien van boeddhistisch-nationalistische politiek. Ook in Birma beloonde de militaire junta monniken die hun regering steunden en zorgde deze ervoor dat ministers met regelmaat te zien waren tijdens religieuze ceremonies om zo de steun van het volk te winnen. Toch waren het juist de monniken die tijdens een huisarrest van de toenmalige politiek gevangene (en huidig regeringshoofd) Aung San Suu Kyi met duizenden tegelijk de straat op gingen. In Thailand zijn nationalistische politiek, het koningshuis en het boeddhisme onlosmakelijk met elkaar verbonden en is het geloof het paradepaardje van de nationale identiteit.

Net als dat er in de Bijbel geen verantwoording staat voor kruistochten en er geen Koran-verzen zijn die terreurdaden op onschuldige burgers goedkeuren, is er ook binnen het boeddhisme een verschil tussen wat er in de geschriften staat en wat er in naam van de overtuiging beoefend wordt. Zo steunde een groot deel van de Japanse boeddhisten het bloedvergieten van het leger in de Tweede Wereldoorlog, is in Sri Lanka de lokale moslimminderheid de afgelopen jaren regelmatig het doelwit geweest van nationalistische boeddhisten en laat de Rohingya-crisis in Birma zien dat de regering niet in staat is het oplaaiend geweld te stoppen en dat deze zelfs bijdraagt aan een escalatie hiervan.

Toch geloven veel boeddhisten niet in politieke inmenging. In een artikel in The Washington Post schrijft de Birmese mensenrechtenactivist Maung Zami dat er in het boeddhisme geen plaats is voor fundamentalisme en nationalisme, omdat alles waar het label ‘ik’ of ‘mijn’ aan wordt gehangen, gezien wordt als onjuist begrip van de werkelijkheid. ‘Daarom kan een boeddhist nooit nationalist zijn. Hij gelooft simpelweg niet in termen als mijn land, mijn ras, mijn gemeenschap en mijn geloof.’

Er zijn wel boeddhistische leiders die een middenweg proberen te vinden in politieke deelname. Vooral in landen als China, Vietnam, Korea, Taiwan en Japan, waar het Mahayana-boeddhisme wordt bedreven. Zij stellen de verlichting van anderen boven die van zichzelf en zijn daardoor in verhouding meer naar buiten gekeerd en actiegeoriënteerd. Zo zoekt de verbannen Tibetaanse leider de Dalai Lama op vreedzame wijze autonomie voor Tibet en was de Vietnamese zenmeester Thich Nhat Hanh lange tijd het gezicht van het geweldloze protest tegen de oorlog. Volgens deze laatste moest het boeddhisme klaar zijn om politieke richtlijnen te geven en kritiek te kunnen uiten zonder het zoeken naar macht in naam van het geloof of enige vorm van dogmatisch fundamentalisme.

Boeddhisten en andere religies
Vergeleken met andere geloofsovertuigingen claimt het boeddhisme geen monopolie op de waarheid, de geschriften zijn geen religieuze openbaring en de Boeddha was geen profeet of verlosser. Volgens boeddhisten moet de waarheid door elk individu zelf worden ontdekt en kan deze voor niemand hetzelfde zijn. Daarom kent het boeddhisme ook geen externe of heilige rechtvaardiging van een opperwezen of heilige geschriften. De Boeddha claimde slechts de ontdekking van het pad naar verlichting van het lijden en in zijn leer biedt hij richtlijnen en wegwijzers om dit te bereiken. Volgens de inmiddels overleden Japanse India-deskundige Hajime Nakamura wordt de Boeddha beschreven als iemand die redeneerde vanuit een persoonlijke beleving van de waarheid in plaats van die uit geschriften en traditie. In een artikel schrijft Nakamura dat geloof bij boeddhisten een kleinere rol speelt dan in de meeste andere religies omdat volgens hen blind geloof al snel kan omslaan in bijgeloof als het niet rationeel wordt onderzocht. De Boeddha zou, voor hij overleed, aan zijn leerlingen gevraagd hebben hem niet blindelings te volgen, niet te geloven wat er in boeken staat, wat er door mensen wordt gezegd of wat de gevolgde traditie is, maar dingen alleen te accepteren op basis van eigen logica en ervaring.

Dat betekent dat, hoewel de Boeddha zegt dat zijn pad het beproefde pad is om de verlichting te bereiken, hij nooit iemand heeft tegengehouden om iets anders te leren en in iets anders te geloven. Volgens de boeddhistische geschriften is de wereld zo groot en divers dat mensen vaak geneigd zijn te blijven bij de waarheid die dicht bij huis ligt en zeggen: ‘Alleen dit is waar en de rest is onwaar’. Om deze reden zou er geen overeenstemming zijn tussen religies op gebied van theorie, moraal en doel in het leven.

Omdat niet elk individu dezelfde neigingen en interesses heeft, staat er in de boeddhistische geschriften een grote verscheidenheid aan methodes om te voorzien in de behoeften van verschillende personen. Aangezien iedereen tot zijn eigen verlichting moet komen, staat het boeddhisme traditioneel gezien open voor andere ideeën en invloeden. In dit licht vindt de Dalai Lama het een verrijking dat er zoveel verschillende religies bestaan.

Hoewel veel boeddhisten andere religies zien als heilzaam en bevorderlijk voor een beter leven, geloven ze niet allemaal dat beoefening van deze religies zal leiden tot het nirvana. Ook in wereldbeeld verschilt de boeddhistische leer met de meeste andere geloofsovertuigingen. Zo ontkent het boeddhisme het bestaan van de ziel, wordt de vraag naar het bestaan van God als niet relevant gezien en is er geen scheppingsverhaal, aangezien volgens de boeddhistische kosmologie (de wetenschap die de structuur en evolutie van het heelal bestudeert) er geen begin en eind is in het bestaan.

Ondanks deze verschillen in gedachtegoed leven boeddhisten overal ter wereld samen met onder anderen hindoes, moslims, christenen, andere boeddhistische stromingen en tegenwoordig zelfs atheïsten.

Boeddhisten en hindoes
Traditioneel kwam de boeddhistische gemeenschap voornamelijk in contact met het hindoeïsme in India en Nepal, het geboorteland van de Boeddha. Door onder andere het bestaan van de ziel, de vele hindoeïstische rituelen en het kastensysteem in twijfel te trekken, voelden de brahmanen van de priesterkaste zich bedreigd en probeerden zij het boeddhisme te dwarsbomen. Volgens de Boeddha kan een mens niet geboren worden als brahmaan, de hoogste en meest nobele kaste, maar kan elk mens zich door nobele daden ontwikkelen tot brahmaan. Ondanks deze twistpunten is het nooit tot geweld gekomen tussen de twee stromingen en delen het boeddhisme en het hindoeïsme geloof in de verlichting, karma en reïncarnatie, al verschillen ze van mening over de precieze werking daarvan.

In verschillende stromingen van het hindoeïsme wordt de Boeddha weliswaar gezien als een verlicht persoon, maar wordt zijn leer als misleidend gezien. In andere stromingen wordt hij beschouwd als reïncarnatie van de god Vishnoe.

Boeddhisten en christenen
Van oudsher verwerpen christenen, net als moslims en joden, een groot deel van de boeddhistische filosofie door de grote verschillen in gedachte over de rol en het bestaan van God. Europese christenen en boeddhisten kwamen vooral met elkaar in aanraking tijdens de koloniale periode toen onder andere Nederland, Engeland, Portugal, Frankrijk en Groot-Brittannië missionarissen naar hun nieuw vergaarde grondgebieden in Azië stuurden. In Sri Lanka en Vietnam werden de bekeerde christenen al gauw eersterangsburgers die neerkeken op de boeddhistische meerderheid. Na de onafhankelijkheid van beide landen leidde dit tot represailles jegens de christelijke bevolking, maar tegenwoordig leven christenen en boeddhisten in relatieve vrede samen.

De invloed van het boeddhisme in Europa is sinds de tweede helft van de negentiende eeuw merkbaar en het aantal Europese volgelingen wordt geschat op een totaal van tussen de één en vier miljoen. Ook beoefenen steeds meer westerse christenen meditatietechnieken uit het Oosten zonder in conflict te komen met hun eigen christelijke geloof en waarden.

Boeddhisten en moslims
Hoewel het boeddhisme tijdens het rijk van koning Asoka, ruim tweehonderd jaar voor Christus, verspreid werd langs de gehele zijderoute, door Afghanistan, Pakistan, Iran, Indonesië, Bangladesh en India, zag het in deze landen een neergang tussen de vierde en twaalfde eeuw door corruptie binnen de kloostergemeenschap, onderlinge twisten en door invallen, plundering en vervolging door islamitische heersers. In recente jaren hebben veel islamitische landen als Afghanistan, Tadzjikistan, Pakistan, Bangladesh en Indonesië geprobeerd hun boeddhistische verleden af te schudden door onder andere het opblazen van de Boeddha-standbeelden van Bamiyan (Afghanistan) door de Taliban in 2001, gedwongen bekering tot de islam in Bangladesh en de vernieling van boeddhistische relieken en monumenten door moslims in Pakistan, de Malediven en in China.

De spanning tussen boeddhisten en moslims werkt beide kanten op, want in Thailand treedt de regering al jarenlang hard op tegen de islamitische minderheid in het zuiden van het land en toont de Rohingya-crisis in Birma tekenen van genocide tegen (veelal) moslims. In beide landen claimt de overheid de situatie op te willen lossen, maar klinken er uit de moslimgemeenschap geluiden dat er niets gebeurt om hen ook werkelijk te beschermen tegen de agressie van boeddhistische, nationalistische organisaties en haatpredikanten.

Toch leven boeddhisten en moslims in relatieve vrede samen in onder andere Cambodja en Maleisië en heeft de mystieke kant van de islam, het soefisme, veel raakvlakken met boeddhistische filosofie.

Boeddhisten en boeddhisten
Vlak na het overlijden van de Boeddha ontstonden er al meningsverschillen tussen zijn volgelingen over de juiste bewandeling van het pad naar de verlichting. Hoewel deze monniken in de jonge jaren van het boeddhisme nog gewoon in dezelfde kloosters samenleefden, groeiden de verschillen uit tot de drie hoofdstromingen met talloze substromingen en sekten van tegenwoordig. Deze rivaliteit bleef niet altijd geweldloos, zoals bij de Tibetanen, die lange tijd berucht waren om hun bloederige plundertochten in de laaglanden van China, waar ook boeddhisten woonden, en om moordpartijen op andere sektes in eigen land.

Ook tegenwoordig bestaat er rivaliteit tussen de verschillende stromingen. Zo vinden sommige boeddhisten Tibetanen erg esoterisch, Birmezen te egoïstisch en worden Chinese boeddhisten soms bestempeld als bijgelovig. Ondanks deze verschillen en meningen leiden deze technische, spirituele en doctrinale verschillen zelden tot conflicten.

Boeddhisme en atheïsten
De Amerikaanse auteur Melvin McLeod schreef dat boeddhisme een religie is voor mensen die niet van religie houden. Aangezien boeddhisten geen doctrinale problemen hebben met atheïsten, is het voor deze laatste groep relatief eenvoudig geweest deze vorm van spiritualiteit op te pakken zonder het gevoel te hebben zich aan te hoeven sluiten bij een georganiseerde religie. Vooral in het Westen groeit het aantal seculiere boeddhisten, een groep die zich niet bezighoudt met ingewikkelde kosmologie en rituelen, maar zich richt op de meditatie en de filosofie van het boeddhisme. Want hoewel er binnen het boeddhisme een scheiding bestaat tussen stromingen die devotioneel (met betrekking tot vroomheid) van aard zijn en stromingen die meer gericht zijn op kennis en meditatie, wordt de rationele vorm traditioneel gezien als de meest pure en correcte vorm en wordt de devotionele beoefening beschouwd als ondergeschikt en als concessie naar het gewone volk.

Net als in elke religie vinden er misstanden plaats binnen het boeddhisme en in naam van het geloof. Toch lijkt de reputatie van het boeddhisme als vredelievende religie niet ongefundeerd, aangezien er vanuit de leer geen bezwaar is tegen mensen met een ander geloof of andere achtergrond. Het boeddhisme staat juist voor een levenswijze van tolerantie en compassie naar anderen. Geloof is nooit helemaal los te zien van politiek, waardoor ook boeddhisten zich mengen in wereldse zaken, maar dait leidt slechts in enkele gevallen tot geweld op basis van etniciteit of religie. In de meeste landen waar boeddhisme aanwezig is, leven volgelingen in relatieve vrede samen met andersgelovigen.

DELEN
Tieme Hermans
Journalist die de wereld rondreist; momenteel in Vietnam. Verslaggever. Correspondent.