2 C
Amsterdam

Als de meeste mensen het goede willen, waarom stemmen ze dan massaal verkeerd?

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Hoe hoopgevend was het experiment met een Nationaal Burgerberaad begin december? 175 burgers zonder specifieke kennis over de kwestie en zonder politieke ervaring werden bij elkaar gezet om, na raadpleging van experts, tot aanbevelingen te komen aan de politiek, in dit concrete geval op het gebied van klimaatbeleid. De burgers waren geselecteerd via een gewogen lotingsprocedure waarbij zowel met geografische, demografische als ideologische diversiteit rekening was gehouden.

Het burgerberaad kwam met veel zinnige aanbevelingen. Van de 23 die het in totaal deed, haalde de helft de steun van driekwart van de deelnemers. Zo moet de landbouw veel duurzamer worden, en moet duurzaam boeren financieel lonen. Ook wil men een wereldwijde belasting op kerosine, zodat internationale treinreizen goedkoper worden dan vliegen.

Klimaatbeleid, zo constateerde het burgerberaad bovendien terecht, sneuvelt te vaak door gelobby van grote bedrijven, omdat die kortere lijntjes met de politiek hebben dan gewone burgers; daarom moet er een lobbyregister komen om dit te kunnen controleren.

De dubbel-demissionaire VVD-minister Sophie Hermans voor Klimaat en Groene Groei en haar BBB-collega Frank Rijkaart van Binnenlandse Zaken mochten de aanbevelingen in ontvangst nemen, en dat is natuurlijk politiek pikant.

De burgers waren geselecteerd via een gewogen lotingsprocedure

De eerste kreeg de afgelopen kabinetsperiode namelijk niets op het gebied van klimaat voor elkaar, omdat de partij van de tweede daarvan niets moet hebben. Die partij is zelfs na het vertrek van de NSC doelbewust in het kliekjeskabinetje-Schoof blijven zitten om, in de persoon van Femke Wiersma, elk klimaatbeleid te frustreren.

Wie de uitkomst van het burgerberaad nader beziet, ziet drie dingen. Ten eerste: een duidelijke meerderheid wil een beleid dat twee grootvervuilers eindelijk stevig aanpakt: de agrarische industrie, het troetelkindje van de BBB, en de luchtvaartsector, het troetelkindje van de VVD, de partij van de grote bedrijven. Daaruit volgt, naar het stemgedrag van de Kamer kijkend, punt twee: wat het burgerberaad bepleit, ligt sterk in de lijn van ‘links’. Wierd Duk is vast tegen.

En dat leidt tot punt drie: de grote meerderheid aan voorstemmers binnen het burgerberaad staat tegenover een grote meerderheid aan tegenstemmers binnen het parlement. Als de meeste mensen het goede willen, hoe kan het dan dat zij massaal zo verkeerd stemmen?

Tegenover 42 zetels voor extreemrechts (PVV, JA21, FvD) en 29 voor radicaal-rechts (VVD, BBB, SGP) staan immers maar 23 voor het midden en 56 voor links. Of, om het op de klimaatcrisis toe te spitsen: de leugenpartijen PVV en FvD (33), de sabotagepartijen BBB en JA21 (13) en de sterk onder bedrijfslobbydruk staande vertragingspartijen VVD, CDA en SGP (43) hebben tezamen een zeer ruime meerderheid.

Hoe valt deze discrepantie te verklaren? Diverse mogelijkheden:

  1. Het burgerberaad was, ondanks de zorgvuldige selectieprocedure, toch niet representatief. Van de 70.000 willekeurig aangeschrevenen hadden er 4070 positief gereageerd; daaruit werden die 175 deelnemers via gewogen loting geselecteerd. Wie wilden bij voorbaat niet?

  2. Veel kiezers zijn naïef en doorzien niet hoezeer de mooie, serieusheid suggererende beloftes van sommige partijen niet met hun feitelijke keuzes sporen, waarbij er telkens argumenten worden gevonden (‘we zijn geen eiland’) om nu toch nog maar even niets te doen.

  3. Groepsdruk: in gezelschap doen mensen zich altruïstischer voor dan in het stemhokje. Dan wint het platte eigenbelang, en dus rechts.

  4. Veel kiezers zijn op zich erg voor het klimaat, maar nu even niet. Andere zaken wegen, als er tussen partijen gekozen moet worden, zwaarder. Dat hangt dan direct samen met het volgende punt:

  5. Het Klimaatberaad beperkte zich tot het klimaatbeleid, enigszins van de rest geïsoleerd. Daar hangt een prijskaartje aan, in tweeërlei opzicht. Enerzijds: andere belangrijke beleidsprioriteiten, die mogelijk met klimaatbeleid botsen, blijven onderbelicht. Anderzijds: geld dat aan klimaatbeleid wordt besteed, kan niet aan die andere prioriteiten uitgegeven worden. Dat brengt mij bij:

  6. Het wordt daardoor al snel meer een optelsom dan een afweging van wensen (en belangen); het klinkt als een win-win-verhaal zonder nieten. Zijn de meeste deelnemers, als het concreet wordt, daadwerkelijk bereid om de offers te brengen die dan onvermijdelijk blijken?

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -