Gaat een kwart van de discriminatiemeldingen uit 2025 over antisemitisme? Onderzoeker Ewoud Butter zocht het uit. Zijn conclusie: dat percentage berust op desinformatie.
‘Kwart discriminatie in Nederland is antisemitisch’, kopte De Telegraaf naar aanleiding van de publicatie van de discriminatiecijfers over 2025. Het programma Nieuws van de Dag herhaalde deze boodschap op X, net als Telegraaf-columnist Ronald Plasterk, de organisatie StandwithUs en De Dagelijkse Standaard. Mirjam Bikker (ChristenUnie) en Ulysse Ellian (VVD) schreven in een opiniestuk in De Telegraaf dat het ‘bij ruim 26 procent van de discriminatiemeldingen in Nederland om antisemitisme’ gaat. Bikker herhaalde het bij Sven op 1. Velen volgden en ook Google AI nam het als een vaststaand feit over. Het Nieuw Israëlitisch Weekblad kwam met een variant en beweerde dat 26 procent van alle door de politie geregistreerde discriminatiezaken tegen Joden is gericht. Alarmerende cijfers, maar kloppen ze ook? Het korte antwoord is: nee, deze cijfers zijn misleidend.
Antisemitisme in de discriminatiemeldingen
Ruim een kwart van de Nederlanders ervaart volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) discriminatie. Dat gebeurt op basis van één of meerdere persoonlijke kenmerken op grond waarvan iemand ongelijk wordt behandeld, achtergesteld of uitgesloten. Denk aan discriminatiegronden als herkomst, geloof, seksuele oriëntatie, beperking en opvatting. Slechts 3 procent van de mensen die discriminatie ervaren, doet hiervan melding bij een instantie die discriminatie registreert. Bij discriminatiemeldingen gaat het dus altijd om ‘het topje van de ijsberg’.
Jaarlijks worden in april de discriminatiecijfers van het voorbije jaar naar de Tweede Kamer gestuurd. Dat gebeurt in twee rapporten: een rapport met vooral de cijfers van antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) en de politie en een rapport met de cijfers van het Openbaar Ministerie. Omdat slechts weinig discriminatiegevallen worden gemeld, wordt jaarlijks opgemerkt dat de cijfers geen inzicht geven in de totale omvang van discriminatie, maar wel iets zeggen over de aard ervan in Nederland.
Een groot deel van de meldingen van discriminatie komt in Nederland binnen bij de antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s). In 2025 ontvingen deze bureaus in totaal 25.356 meldingen, waarvan 14.402 meldingen over één uiting van de PVV-leider op X waarin hij een AI-geproduceerde afbeelding publiceerde met een stigmatiserend beeld van moslims.
Buiten deze clustermelding ging het in 2025 om 10.954 reguliere meldingen. Dit laatste aantal is in de jaarlijkse rapportage gebruikt voor verdere berekeningen. De ADV’s ontvingen in 2025 271 meldingen van antisemitisme. Dat betekent dat het bij 1 op de 40 meldingen (2,5 procent) om antisemitisme ging. Dat was een hoger aandeel dan in de afgelopen jaren, maar, zoals ieder jaar, aanmerkelijk lager dan discriminatie op grond van herkomst (43,2 procent), discriminatie op grond van geslacht (15,4 procent), seksuele gerichtheid (12,3 procent), handicap (9,6 procent) of moslimdiscriminatie (6,7 procent).
Bij de ADV’s gaat het bij antisemitisme volgens de rapportages van de afgelopen jaren vooral om uitingen in de publieke sfeer: antisemitische berichten op sociale media, uitspraken van politici of opiniemakers en flyers of posters met haatdragende teksten over Joden of Israëliërs. In 2025 ging het om zeker 19 meldingen ‘die te maken hadden met uitspraken die in de context van discussies of protesten rond het Israël-Palestina-conflict zijn gedaan’. Daarnaast waren er minstens 10 meldingen over uitingen van het punkduo Bob Vylan op 13 september 2025 in Paradiso. Verder waren er veel meldingen van antisemitische stickers of graffiti in de openbare ruimte of op bezittingen van de melders.
Politie
De politie registreerde in 2025 in totaal 10.748 discriminatie-incidenten, een stijging van 12 procent ten opzichte van 2024. Het merendeel van de geregistreerde incidenten ging ook bij de politie om discriminatie op grond van herkomst (46 procent), gevolgd door discriminatie op grond van seksuele gerichtheid (29 procent).
Het aantal antisemitische incidenten daalde heel licht: van 880 naar 867 incidenten; dit was 8 procent van het totaal aantal incidenten dat jaar. Met deze 8 procent daalde het aandeel geregistreerde discriminatie-incidenten bij de politie weer licht en terug naar het niveau van 2022.

Van de 867 door de politie geregistreerde antisemitische incidenten waren er in 2025 ruim 400 direct gericht op (veronderstelde) Joodse personen en instellingen. Dat was 3,7 procent van het totaal aantal geregistreerde incidenten. Verder registreerde de politie 240 incidenten waarbij medewerkers met een publieke taak (meestal politie) worden uitgescholden voor (kanker)joden. Op dezelfde manier wordt (kanker)homo ook vaak als scheldwoord geregistreerd.
Het OM besloot in november 2025 de aangiften tegen Bob Vylan te seponeren
Er waren afgelopen jaar 157 scheldpartijen tussen burgers met het woord ‘Jood’, waarbij niet duidelijk is of het Joods-zijn een rol speelt, en 42 antisemitische uitingen in het kader van voetbal.
In 85 gevallen ging het om bekladdingen of vernielingen, vaker dan gemiddeld gericht tegen Joodse begraafplaatsen, synagogen, monumenten, culturele instellingen of eigendommen van Joodse bewoners. Ruim 70 incidenten hingen samen met uitspraken over Israël, Palestina of het zionisme. Het ging hierbij om leuzen op demonstraties, berichten op internet, flyers en spandoeken.
Het eerdergenoemde optreden van Bob Vylan leidde tot 30 aangiften bij de politie. Het OM besloot in november 2025 de aangiften tegen Bob Vylan te seponeren. Hoewel de uitingen als provocatief en grof kunnen worden ervaren, is er volgens het OM geen sprake van groepsbelediging, aanzetten tot haat of discriminatie of opruiing.
Waar komt het percentage van 26 procent dan vandaan?
Je kunt bij de politie melding maken van discriminatie, maar je kunt ook aangifte doen als je wilt dat de dader gestraft wordt. Een selectie van deze aangiftes, waarbij de officier van justitie een verdenking van een strafbaar feit aanwezig acht, wordt doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Dat gaat bijna ieder jaar om tussen de 140 en 160 discriminatiefeiten, een enkele uitschieter uitgezonderd.
In 2025 registreerde het OM 141 specifieke discriminatiefeiten. Eén feit kan meerdere discriminatiegronden omvatten. Bij de registratie van deze discriminatiegronden werd antisemitisme 46 keer geregistreerd, ofwel 26 procent van het totaal aantal geregistreerde gronden. Dat was de 26 procent waarover De Telegraaf en anderen schreven.
Meldingen van antisemitisme worden zeven keer vaker doorgestuurd naar het OM
In vergelijking met voorgaande jaren was dat overigens, zoals uit onderstaande grafiek blijkt, niet uitzonderlijk hoog. Sinds 2014 had gemiddeld 31 procent van de specifieke discriminatiefeiten betrekking op de discriminatiegrond antisemitisme. De piek in 2023, toen antisemitisme maar liefst 48 procent van alle geregistreerde discriminatiegronden uitmaakte, kwam vooral door incidenten rond voetbalwedstrijden.

Het overgrote deel van de antisemitische feiten bij het OM betreft groepsbelediging: openbare uitlatingen die Joden als groep beledigen. Het gaat dan bijvoorbeeld geregeld om antisemitische spreekkoren en leuzen bij voetbalwedstrijden, het verspreiden van discriminatoire teksten en afbeeldingen via sociale media en antisemitische projecties op gebouwen. Naast groepsbelediging worden ook feiten ten laste gelegd waarbij sprake is van aanzetten tot haat of geweld of verspreiding van haatdragend materiaal. Een kleinere categorie betreft geweld of bedreiging met een antisemitisch karakter: mishandeling waarbij ‘kankerjood’ wordt geroepen, of bedreigingen gericht tegen personen die als Joods worden herkend.
Hoe komt het dat zo’n groot deel van de discriminatiefeiten bij het OM antisemitisme als discriminatiegrond heeft?
Schrijver en onderzoeker Mounir Samuel analyseerde in 2024 met Control Alt Delete de politie- en OM-cijfers en constateerde dat meldingen van antisemitisme zeven keer vaker worden doorgestuurd naar het OM dan meldingen van discriminatie op grond van herkomst. Hoe dat verschil precies tot stand komt, blijft goeddeels ondoorzichtig en kon ook niet door de politie worden verklaard.

Een verklaring zou kunnen zijn dat antisemitische spreekkoren en uitingen rond voetbalwedstrijden vaak op camera zijn vastgelegd, met veel getuigen en gemakkelijker te bewijzen zijn. Elke supporter die iets roept kan bovendien afzonderlijk als verdachte worden geregistreerd.
Een andere verklaring kan het verschil in aangiftebereidheid zijn. Het OM komt alleen in actie als er een aangifte ligt. Maar niet iedereen doet aangifte. Uit onderzoek blijkt dat bijna een derde van burgers met een niet-westerse migratieachtergrond weinig vertrouwen heeft in de politie — bijna twee keer zoveel als het Nederlandse gemiddelde. Dat lagere vertrouwen vertaalt zich direct in een lagere bereidheid om aangifte te doen. Mensen met een migratieachtergrond hebben de indruk of de ervaring dat de politie zelf discrimineert, vrezen repercussies van een aangifte of hebben simpelweg de indruk dat er toch niets mee wordt gedaan.
Discriminatiecijfers lenen zich goed voor cherrypicking en framing
Waarschijnlijk speelt ook het verschil in organisatiegraad een rol. Voor het agenderen van antisemitisme en het begeleiden van slachtoffers is er bijvoorbeeld het CIDI. Voor andere groepen die met discriminatie te maken hebben, ontbreekt vergelijkbare infrastructurele ondersteuning grotendeels. Ook heeft Nederland een aparte Nationale Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB), terwijl alle andere discriminatievormen vallen onder één algemene coördinator: de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR).
Onjuiste claims
De claims dat ‘een kwart van de discriminatie in Nederland antisemitisch is’ of dat het bij 26 procent van de politieregistraties over antisemitisme gaat, zijn allebei volstrekt onjuist. Het is desinformatie. De uitspraken zijn gebaseerd op een reëel cijfer (26 procent van de OM-discriminatiefeiten in 2025 had betrekking op antisemitisme), maar ten onrechte veralgemeniseerd naar alle discriminatiemeldingen in Nederland of naar de registraties van de politie.
Discriminatiecijfers lenen zich goed voor cherrypicking en framing en dat is precies wat hier gebeurde. De claim dat het bij 1 op de 4 discriminatiefeiten bij het OM om de discriminatiegrond antisemitisme gaat, is even waar als bijvoorbeeld de bewering dat dit aandeel sinds 2020 niet zo laag is geweest en in twee jaar zelfs meer dan gehalveerd is: van 122 registraties van de grond antisemitisme (2023) naar 46 (2025). Wat ook waar is, is dat het bij 1 op de 40 discriminatiemeldingen bij ADV’s (2,6 procent) om antisemitisme gaat en dat het aandeel antisemitisme onder politieregistraties al jaren stabiel rond de 8 procent ligt en de afgelopen twee jaar, na een korte opleving, daalde van 10 procent naar 8 procent.
Antisemitisme is van oudsher in Nederland een serieus probleem dat nog steeds veel te veel Joodse Nederlanders treft en verdient een daadkrachtige aanpak. Wanneer dit probleem door journalisten of politici echter wordt weergegeven met onjuiste of selectief gekozen cijfers, dan is er sprake van framing en gaat er iets fundamenteel fout. Antisemitisme is te ernstig om er politiek mee te bedrijven.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

