Een moslimscheidsrechter wordt geweigerd aan de grens, de spelers van een moslimland moeten na het spelen van een wedstrijd onmiddellijk het land uit en asielzoekers met een islamitische achtergrond worden gecriminaliseerd. Het is maar het topje van de ijsberg van waar moslims in het Westen mee te maken krijgen.
Pessimisme is het gemoed van de westerse moslim; wat we ervaren is een nieuwe toevoeging aan een oneindige reeks nederlagen. Behaald succes wordt daarom nooit helemaal doorvoeld, want falen ligt op de loer. Een stevige opleiding, een behaald diploma en een goede baan hoeven niet per se te leiden tot een gelukkig bestaan als de werkplek een onveilig gebied lijkt te zijn waar islamofobie en onderhuids racisme regeren; het inzicht dat een jarenlange investering, al in de kindertijd begonnen, een trauma als cadeau oplevert, is verpletterend.
Ondertussen gaan columnisten en politici vol op het orgel om van moslims die amorfe, abstracte groep te maken waar het makkelijk tegenaan trappen is. De moslims zijn de oorzaak van onveilige steden, het tekort aan huizen, de klimaatopwarming. De moslim moet aan de grens zijn mobiele telefoon afgeven opdat er in gesnuffeld kan worden. De moslim is in het Westen synoniem geworden voor de persoon die moet incasseren en verder niets; daar heeft hij zijn bestaansrecht aan te danken.
Moslims die stevige posities innemen in het debat rond integratie weten dat de ogen van de veiligheidsdiensten op hen gericht zijn. En elke dag komt er wel weer een kolderiek nieuwsbericht binnen dat nog maar weer eens bewijst hoe precair de positie van de moslim is. Het ging over een voetballer van het Marokkaanse elftal, geboren in België, wiens visumaanvraag aan een zijden draadje hing omdat zijn vader tot ‘verdachte’ was gemaakt. Naar alle waarschijnlijkheid had dit iets te maken met de baardlengte van pa. Het uiterlijk van je vader als maatvoering om over te gaan tot ontzegging van toegang.
Wie hier verliest, wordt daar onmiddellijk een held
Vroeger vond ik mensen van mijn generatie altijd zoveel klagen. Nooit kon iets goed gaan. Nooit helemaal tevreden. Rond elke manifestatie of presentatie hing een vermoeiend luchtje van faalangst, twijfel en lusteloosheid. Wat ik toen waarnam en niet begreep, is me duidelijk geworden: het overgeërfde pessimisme, gevoed door al die nederlagen. We hebben het met de paplepel binnengekregen.
Afgelopen week interviewde ik Lotfi el Hamidi, die zijn uitstekende essays heeft gebundeld in Stakkers en Wolven; hij sprak over opgroeien in Rotterdam, zijn vader die in de ploegendienst werkte, een man van klein vermogen. Zijn vader wees op een dag naar de wolkenkrabber van Nationale Nederlanden en zei tegen Lotfi: ‘Daar moet jij naartoe.’
Maar om daar te komen, in dat gigantische gebouw, moest hij leren vliegen en voor vliegen is optimisme nodig, niet pessimisme. Maar het doorbreken van de negatieve cyclus, die traditie van nederlagen ontstijgen, er nee tegen zeggen, vereist niet alleen moed, het vereist een radicale breuk en is dus een vorm van heiligschennis.
Het verhaal van zijn vader bracht me bij mijn vader; hoe aan het begin van de Golfoorlog in 1990 mijn vader voor Saddam Hoessein was, hij luisterde elke dag op de wereldontvanger naar de oorlogshandelingen in Irak. Amerika stuurde troepen naar Saoedi-Arabië, Saddam Hoessein, ooit boezemvriend van Uncle Sam, was de bad guy geworden. Natuurlijk moest in dit gevecht Saddam Hoessein, de seculiere leider, het onderspit delven.
Wat me achteraf verbaast, is dat mijn vader tegen beter weten in echt geloofde dat Saddam Hoessein een kans maakte, zoals je eventjes hoopt dat Sparta Rotterdam van FC Barcelona kan winnen.
Ik vertelde Lotfi dat nederlagen incasseren datgene is wat onze generatie kenmerkt. Voor 9/11 werden we al klaargestoomd om met nederlagen om te gaan; we zagen het, we voelden het, we roken het om ons heen. We weten niet beter.
Daarom voelt de weigering van de Somalische scheidsrechter zo persoonlijk. Het had ons kunnen overkomen; die nederlaag van hem is ook van ons. En dat de scheidsrechter in eigen land als overwinnaar werd ontvangen, herinnerde ons er ook aan de tegenstelling tussen Oost en West. Wie hier verliest, wordt daar onmiddellijk een held.
We vieren nederlagen alsof het overwinningen zijn. En dat maakt het ergens ook mooi. En veerkrachtig. De nederlaag is niet kapot te krijgen.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

