15.1 C
Amsterdam

Mijn ergernissen in de strijd tegen islamofobie

Tayfun Balcik
Tayfun Balcik
Historicus en journalist.

Lees meer

In de bestrijding van moslimhaat, islamofobie, anti-moslimracisme en moslimdiscriminatie zijn er al lange tijd terugkerende patronen waar we als Nederlandse moslims beter mee kunnen stoppen.

En hoewel schrijven over mijn ergernissen in de bestrijding van islamofobie een fundamenteel paradoxale bezigheid is (omdat het dan juist meer over die ergernissen gaat, in plaats van over de nationale aanpak tegen islamofobie, die – ook nadat in 2023 1 op de 4 Nederlanders op de PVV heeft gestemd – nog steeds van de grond moet komen), moet het er toch uit.

Niet meteen boos worden, medemoslims. Zoals het Turkse gezegde luidt: een goede vriend spreekt de pijnlijke waarheid (dost acı söyler).

Ik zat met die frustraties in mijn maag tijdens de bijzondere bijeenkomst Hoe kunnen we de stilte verbreken?, georganiseerd door het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie. Als moderator, die die rol zo objectief mogelijk vervulde (bijvoorbeeld door te beginnen met een minuut stilte voor alle slachtoffers van islamofobie), moest ik ter plekke functioneel een aantal gedachten wegdrukken. In mijn rol als columnist, die ‘de boel zou moeten opschudden’, kan ik die inhibities nu echter laten varen.

Ten eerste is er de immer aanwezige discussie over de term islamofobie. Elke keer wanneer deze term opduikt, is er wel iemand in de zaal of online (maar ook in het mainstreamdebat) die hier met goede of kwade bedoelingen een punt van maakt, op een manier die bij de bestrijding van antisemitisme of homofobie maar zelden voorkomt. Dit terwijl we, puur technisch gezien, bij die laatste twee termen ook heel wat bedenkingen kunnen hebben, bijvoorbeeld dat Arabische moslims ook tot de Semitische bevolkingsgroepen behoren, of dat mensen ‘angsten’ kunnen hebben voor homonationalisme en ‘regenboogdwang’ in Nederland.

Ten eerste is er de immer aanwezige discussie over de term islamofobie

Niemand in Nederland (even los van de constante neiging van pro-Israëlische lobbygroepen, die in elke vorm van Israëlkritiek ‘antisemitisme’ zien) haalt het in zijn hoofd om bij een bijeenkomst tegen antisemitisme te brabbelen over kritiek op het exclusieve karakter van het jodendom, of om bij de aanpak van homofobie te beginnen over de zogenoemde ‘kwaadaardige geaardheid’ van de lhbtiq+-gemeenschap. Dat zijn slechts enkele voorbeelden van wat moslims systemisch over zich heen krijgen wanneer zij moslimdiscriminatie agenderen.

Het is een bijna godwinachtige wetmatigheid in het Westen dat moslims met dit soort afleidingsmanoeuvres worden geconfronteerd. Is het dus niet tijd om een strategie te ontwikkelen om hiermee om te gaan? Hieronder een suggestie die je kunt inzetten wanneer je weer eens te horen krijgt dat ‘je kritiek op een religie moet kunnen hebben’, ‘islam geen ras is, dus racisme niet kan’ of dat ‘moslims zich niet aanpassen’.

Bij moslimhaat, islamofobie, anti-moslimracisme en moslimdiscriminatie draait het in wezen om de ongelijke behandeling, marginalisering en minachting van Nederlandse moslims, omdat wij al eeuwenlang (’liever Turks dan Paaps’ is geen compliment voor Turken of moslims) institutioneel worden gewantrouwd en sinds Fortuyn ook publiekelijk worden uitgekotst. Dus wanneer we het over islamofobie hebben in Nederland, gaat het om slachtofferschap van moslims omdat ze moslims zijn. Niet om islamistische superioriteitsgevoelens, de ongelijke behandeling van vrouwen of homo’s, of het feit dat niet-moslims Mekka niet mogen betreden. Daar is al genoeg – en vaak terechte – aandacht voor in talloze andere zalen in Nederland.

Zo, dat is eruit. Dan de volgende ergernis. Die heeft te maken met de toevoeging ‘terecht’ in de vorige alinea, die moslims haast verplicht moeten gebruiken bij het bespreken van moslimhaat. Met andere woorden: in het oog van het publiek duidelijk maken dat je geen terrorist bent, door afstand te nemen van gewelddadige praktijken van andere moslims. Hoe vaak zie je witte mensen en/of Joodse Nederlanders afstand nemen van het Trump-regime of van het Israëlische apartheidsregime, om vervolgens vrijuit te kunnen spreken?

Wij als Nederlandse moslims zouden daar ook mee moeten stoppen. Ik ben overigens niet klaar met ellenlange filosofische discussies over kritiek op de islam, islamistische superioriteitsgevoelens en de ongelijke behandeling van vrouwen binnen de islam, maar die discussies kan ik wel even pauzeren wanneer witte politieagenten, supremacistische politici of overcompenserende allochtone agenten en politici ons in de nek hijgen met hun islamofobie.

Er moet dus eerst afstand worden genomen voordat je je eigen slachtofferschap kunt bespreken. Dat dit ook gebeurt in een internationale context waarin sprake is van genocidaal geweld tegen Palestijnen en Libanezen door Israël (gesteund door het Westen), en waarin elk pro-Palestijns verzet wordt weggezet als islamistische terreur en als bedreiging voor het ‘bestaansrecht’ van Israël, illustreert de alledaagsheid van islamofobie waar Nederlandse moslims mee te maken hebben.

Het is een strategie om ons koest te houden

Tot slot lees ik bij het afronden van deze column dat de Zweedse regering wil stoppen met de term islamofobie, omdat, je voelt hem al aankomen, ‘kritiek op de islam mogelijk moet blijven’.

De ontkenning van moslimhaat begint bij de ontkenning van deze term als fundamentele beschrijving van onze alledaagse realiteit. Het is een strategie om ons koest te houden, ons te dwingen te verdwalen in nietszeggende mantra’s over neutraliteit, objectiviteit en vrijheid, terwijl islamofobie zich juist uit in concrete achterstelling: geen baan krijgen, opgroeien in achtergestelde getto’s, lagere schooladviezen en terechtkomen op zogenoemde ‘zwarte scholen’, omdat je niet binnen het plaatje van ‘Henk en Ingrid’ past.

Islamofobie betekent dat je als moslim klein wordt gehouden omdat je Ahmed of Fatma heet, misschien een hoofddoek draagt en bidt. Zo simpel en zo racistisch is het. En, beste mensen, racisme heeft niets met religiekritiek te maken, dus laten we niet verzanden in semantiek.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -