Arab Film Festival wil stereotypen over de Arabische wereld doorbreken

Majorie van Leijen
Majorie van Leijen
Journalist en Midden-Oostendeskundige

Lees meer

Het Arab Film Festival in Rotterdam laat de komende vijf dagen zien dat de Arabische wereld meer is dan conflict en politiek.

Het is dinsdag, de dag voor de opening, en Rosh Abdelfatah is nerveus. Het is nog maar de vraag of alle gasten uit het Midden-Oosten het halen naar Rotterdam, waar de volgende dag het Arab Film Festival begint. Vluchten kunnen worden gecanceld en voor sommigen is de route naar de luchthaven niet eens veilig, vertelt de artistiek directeur van het festival.

De aankomende vijf dagen is Rotterdam de toegangspoort tot de Arabische filmindustrie. Bekende gezichten van voor en achter de camera komen vanuit de hele wereld naar de havenstad voor de 26e editie van het Arab Film Festival. Hier zullen ze ondergedompeld worden in nieuwe films, panelgesprekken en nieuwe ontmoetingen. ‘We willen mensen in deze industrie met elkaar in contact brengen’, vertelt Abdelfatah.

Het festival is meer dan een cinematografisch spektakel. Al gelijk toen het in 2000 werd opgericht door de Tunesische Khaled Chouket, bleek het een gelegenheid om de Arabische wereld in een ander daglicht te stellen. Het was het jaar van de aanslag in New York, het jaar waarin de achterdocht jegens het Midden-Oosten andere proporties aannam. Als het over het Midden-Oosten ging, ging het over conflict, oorlog en ellende.

‘De meeste filmmakers op het festival zijn hier geboren’

Vanaf het begin streefde het Arab Film Festival ernaar deze stereotypen te doorbreken en authentieke verhalen te presenteren. Dat er veel meer is om over te vertellen, is in de zesentwintig jaren die volgden wel gebleken. Wat ook duidelijk werd: er is wel degelijk een publiek in Nederland voor de Arabische film. Op de laatste editie kwamen maar meer dan zesduizend mensen af.

Vroeger was de Arabische film in Nederland vrijwel onbekend. Wat is er door de jaren heen veranderd?

‘Er is een enorme verandering gaande. Tien jaar geleden was er misschien één Arabische film per jaar in de bioscoop. Dit jaar zijn vier van de films die op het Arab Film Festival vertoond worden ook elders te zien. The Voice of Hind Rajab draait op meerdere plekken en heeft zelfs de tweede prijs gewonnen op het Filmfestival van Venetië 2025. Dat is niet niks. Palestina 36 draaide ook op het International Film Festival Rotterdam, de openingsfilm Chronicles from the Siege won een prijs in Berlijn. A Sad and Beautiful World won ook een prijs op het Filmfestival van Venetië. Het is nooit eerder gebeurd dat zoveel films op het festival het grote publiek hebben bereikt.

Veel van deze films gaan over conflict. Is dat toch een terugkerend thema gebleken?

‘Je kunt er niet omheen, je moet het wel in beeld brengen. Niet in de vorm van cijfers en krantenkoppen, maar in de vorm van verhalen, bijvoorbeeld over het dagelijks leven van mensen. De openingsfilm gaat bijvoorbeeld over het leven van gewone burgers die gevangen zitten in een belegerde stad. Ze worstelen met honger, kou, verlangen en angst, maar ervaren ook liefde en een soms verbazingwekkend, absurd gevoel voor humor.

Maar er zijn ook andere thema’s die steeds weer terugkomen. Zoals bijvoorbeeld identiteit. De meeste filmmakers op het festival zijn hier geboren. Ze willen een brug slaan tussen twee culturen. Ze vertellen over de geschiedenis van hun ouders of voorouders. De kwesties die ze aankaarten, raken onze doelgroep in Nederland.’

Wat is die doelgroep dan precies?

‘Dat zijn mensen in Nederland met een Arabische achtergrond, maar ook andere Nederlanders. Onze doelstelling is om de beeldvorming rondom de Arabische wereld te veranderen door middel van film. We werken daarom veel samen met andere instellingen, zodat we een breed publiek bereiken. Daarnaast willen we ook gewoon mensen een fijne dag bezorgen. Niet alle films gaan over conflict; er is ook komedie, romantiek en er is een film voor kinderen. We proberen een zo breed mogelijk programma neer te zetten.’

Dit jaar ligt de nadruk van het evenement op Syrië. Waarom hebben jullie voor dit thema gekozen?

‘Dit heeft te maken met de ontwikkelingen in het afgelopen jaar: de val van het Assad-regime in Syrië. Hier is veel over te vertellen. Maar het gaat ook om de gemeenschap hier in Nederland. In 2015 is er een hele grote Syrische vluchtelingengroep naar Nederland gekomen en we zijn nu meer dan tien jaar verder. Onder hen zijn veel jonge filmmakers die hier op school zitten of nu afstuderen. We willen deze jongeren helpen om verder te komen in de filmindustrie, door ze in contact te brengen met andere filmmakers bijvoorbeeld.

‘We hebben misschien wel 30.000 verhalen over Syriërs waarbij het goed gaat’

Daarnaast willen we ook vooral positieve verhalen vertellen over Syriërs. We hebben bijvoorbeeld een vlaggenparade met portretten van Nederlandse Syriërs met succesverhalen. Deze portretten staan ook op sociale media en zijn duizenden keren bekeken. We hebben ze neergezet als rolmodellen, om andere Syrische jongeren te laten zien dat je kunt slagen, ondanks de problemen die je ervaart.

Ik denk dat dit heel belangrijk is. De media komt heel snel kijken als het fout gaat, maar het gaat misschien maar in een paar gevallen fout. We hebben misschien wel 30.000 verhalen over Syriërs waarbij het goed gaat. We hopen dat die verhalen niet alleen jongeren bereiken, maar heel Nederland.’

Beeld: Arab Film Festival

Het festival wordt niet alleen bezocht door filmmakers, maar ook door filmsterren. Wie lopen er dit jaar zoal rond?

‘Ja, dat klopt. De aanwezigheid van filmsterren is heel belangrijk voor het festival. Er komen echt mensen naartoe om ze te spotten, dit is een doelgroep die normaal gesproken niet naar een filmfestival gaat.

Uit Egypte komt bijvoorbeeld Khalid Youssef, een filmmaker die daarnaast actief is in de Egyptische politiek en zelfs kandidaat is geweest voor het presidentschap. We hebben Lebleba, een Armeens-Egyptische actrice die al sinds haar vijfde acteerwerk doet. Uit Syrië komen de acteurs Dima Kandalaft en Jihad Abdou. Deze acteurs komen niet alleen om gespot te worden. Ze doen ook mee aan The Talk.’

The Talk, dat klinkt als een nieuw concept. Vertel!

‘Klopt, we hebben dit jaar een nieuwe samenwerking met de Cultuurcampus op de Putselaan, waar een brug wordt geslagen tussen educatie en de maatschappij. Aan de Cultuurcampus zijn allerlei onderwijsinstellingen verbonden en daardoor komen er veel studenten. We zullen hier gedurende het hele festival korte films vertonen.

Daarnaast hebben we een industry programme georganiseerd. Jonge filmmakers met een Arabische achtergrond in de EU konden hun ideeën insturen, waarvan er tien zijn geselecteerd. Deze tien zullen worden gepitcht in de campus, waar bedrijven en instellingen aanwezig zijn die deze projecten zouden kunnen financieren. Zo proberen we deze jonge filmmakers op weg te helpen.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -