‘Schoof hoorde er nooit helemaal bij’

Majorie van Leijen
Majorie van Leijen
Journalist en Midden-Oostendeskundige

Lees meer

Hij wilde de premier zijn van alle Nederlanders. Maar was dat wel mogelijk in een radicaal-rechts kabinet? En hoorde hij er eigenlijk ooit wel bij? NRC-journalisten Lamyae Aharouay en Petra de Koning volgden Dick Schoof een jaar lang en schreven een boek over de eerste partijloze premier van Nederland.

Ze zagen hem steeds weer opduiken in Den Haag tijdens de formatie: een nerveus ogende man met zwaaiende handbewegingen en enorme wallen onder zijn ogen. Wie was deze man en wat deed hij hier, vroegen de parlementair verslaggevers zich af.

Al snel bleek hij kandidaat voor het normaal gesproken eervolle ambt van premier; de enige die ‘ja’ zei nadat zeven anderen hadden bedankt. De fractievoorzitters van de formerende partijen waren niet op zoek naar iemand die zou gaan stralen. Ze zochten een grijze, partijloze premier. Schoof ging akkoord.

Lamyae en Petra besloten hem te volgen. Ze gingen mee tijdens werkbezoeken, volgden debatten en spraken met mensen uit zijn vroegere en huidige sociale omgeving. Beetje bij beetje kregen ze een beeld van de man achter de premier.

Schoof was geen bekend persoon voordat hij premier werd. Wat maakte dat jullie dachten: laten we een boek over hem schrijven?

Petra: ‘Misschien juist omdat hij geen bekend persoon was. Daarnaast leidde hij het eerste kabinet met de PVV én was hij de eerste partijloze premier. In Den Haag was iedereen nieuwsgierig naar hem. Toen hij op dat podium stond tijdens zijn allereerste persconferentie, vroeg iedereen zich af: wie is deze man?’

Wat was jullie eerste indruk van hem? Wat viel jullie op?

Petra: ‘Die eerste persconferentie was een vreemde ervaring. Hij maakte een zenuwachtige indruk. Hij stotterde en bewoog druk met zijn handen. Hij noemde Mark Rutte als zijn grote voorbeeld, wilde van de PVV geen afstand doen, maar de partij ook niet omarmen. Ik weet nog dat wij toen dachten: wat voor premier wordt dit?’

Lamyae: ‘Naarmate we aan het schrijven waren, begrepen we dat Schoof zelf ook een beetje overdonderd was dat hij daar mocht staan. Het ging niet zoals gepland. Zijn naam was uitgelekt, dus hij moest opeens het podium op. Er was helemaal geen tijd om zich voor te bereiden. Nog later bleek die nervositeit, die manier van praten, kenmerkend te zijn voor wie hij was.’

Jullie hebben een jaar onderzoek gedaan. Wat heeft jullie zoal verrast?

Petra: ‘Dat hij een linkse student in Nijmegen was bijvoorbeeld. Daar had hij bovendien met andere studenten besloten een woongroep op te richten. Vervolgens werd hij uit die woongroep gezet. Dat gevoel van nergens helemaal bij horen zie je later ook terug in zijn loopbaan.’

Lamyae Aharouay

Hoe bedoelen jullie dat?

Lamyae: ‘Als premier hoorde hij er ook niet echt bij. Terwijl de vier fractievoorzitters overlegden over de voorjaarsnota, wachtte hij letterlijk op de gang. Opvallend was dat hij nauwelijks probeerde daar verandering in te brengen. Terwijl hij, als enige kandidaat die uiteindelijk ‘ja’ zei, best een sterke onderhandelingspositie had. Hij had ook kunnen zeggen: jullie hebben me nodig, laat me mijn werk doen.’

Hebben jullie kunnen achterhalen waarom hij dat niet deed?

Petra: ‘Daar is geen eenduidig antwoord op. Sommigen zeggen dat hij het simpelweg te leuk vond om premier te zijn en geen risico wilde nemen. Anderen wijzen op zijn achtergrond als topambtenaar. Als ambtenaar ben je gewend dienstbaar te zijn en op de achtergrond te opereren. Maar een premier moet soms juist met de vuist op tafel slaan. Dat heeft Schoof nauwelijks gedaan.’

Lamyae: ‘Uit gesprekken met mensen uit zijn omgeving kregen wij bovendien niet de indruk dat hij het heel erg vond om buiten zulke overleggen te blijven. Wel vond hij het vervelend dat dit vervolgens in de krant terechtkwam.’

Denken jullie dat hij het anders had kunnen doen? In hoeverre lag dit aan hem, en in hoeverre lag het aan de politieke constructie waarin hij zich bevond?

Petra: ‘Dat weet je eigenlijk nooit. Wij hebben ons natuurlijk ook afgevraagd hoe Marnix van Rij (CDA) het had gedaan (Van Rij werd voor Schoof benaderd voor het premierschap en bedankte voor de eer omdat CDA niet in de coalitie zat, red.). Maar zover is het niet gekomen.’

Hebben jullie dit hem zelf wel eens gevraagd?

Petra: ‘Ja, dat is hem heel vaak gevraagd. Wat opviel is dat hij daar niet heel uitgebreid over nadenkt. Die reflectie lijkt hij een beetje ingewikkeld te vinden. Hij zei de hele tijd: daar vind ik het nog te vroeg voor.’

‘Onlangs nam hij een boek over zijn kabinet in ontvangst en benoemde hij vooral wat er volgens hem goed was gegaan. Dat zijn premierschap uiteindelijk anders is verlopen dan gehoopt, lijkt hij zelf minder zo te zien.’

Schoof staat bekend als iemand die weinig van zijn eigen opvattingen laat zien. Was het moeilijk hem een mening te ontlokken? Of heeft hij deze echt niet?

Lamyae: ‘Hij liet in ieder geval niet heel sterk blijken dat hij meningen had. Steun aan Oekraïne vond hij wel heel belangrijk. Dat is ook de enige keer dat hij enigszins met die vuist op tafel heeft geslagen.’

Toch waren mensen uit zijn eigen omgeving teleurgesteld over hoe hij omging met bijvoorbeeld de Maccabi-rellen. Raakte hem dat niet?

Petra: ‘Daar waren we natuurlijk niet bij, maar hij heeft zich daar nooit uitgebreid over uitgelaten. Wel zei hij eens dat de oorlog in Gaza Nederland had gepolariseerd en dat hij dat ook in zijn eigen omgeving merkte. Verder ging hij daar nauwelijks op in. De vraag is in hoeverre dat echt tot hem is doorgedrongen.’

Schoof was als ambtenaar verantwoordelijk voor de moskeeonderzoeken, waar later veel ophef over is ontstaan. Kon hij wel de premier van alle Nederlanders zijn?

Petra: ‘Dat was inderdaad meteen een deel van zijn verhaal, van wat hij had gedaan als ambtenaar. Tegelijkertijd werd hij premier van een kabinet waarin de PVV de grootste partij was. Ik denk dat dat voor veel Nederlanders uiteindelijk zwaarder woog dan zijn eerdere rol als ambtenaar.’

Petra de Koning

Hoe zagen jullie hem omgaan met de migrantengemeenschappen?

Lamyae: ‘Aan het begin van zijn premierschap herhaalde hij voortdurend dat hij de premier van alle Nederlanders wilde zijn. Dat werd een soort mantra. Tijdens zijn eerste debat in de Tweede Kamer noemde hij zelfs Sifan Hassan als iemand die hem inspireerde. Hij leek zich ervan bewust dat hij zich ook tot minderheidsgroepen moest verhouden.’

‘Tegelijkertijd zagen we dat nauwelijks terug in zijn werkbezoeken. Hij bezocht niet opvallend vaak moskeeën of wijken waar veel Nederlanders met een migratieachtergrond wonen. Pas na de Maccabi-rellen ontving hij vertegenwoordigers van verschillende minderheidsgroepen op het Catshuis.’

‘Opvallend genoeg zei hij steeds minder vaak dat hij de premier van alle Nederlanders wilde zijn. Op een gegeven moment zei hij het helemaal niet meer.’

Welke impact heeft zijn premierschap gehad op de polarisatie in Nederland?

Lamyae: ‘Hij sprak in de laatste maanden van zijn premierschap vaak over polarisatie en zei dat hij zich daar zorgen over maakte. Maar hij sprak er vooral over als een maatschappelijk verschijnsel. We zagen weinig reflectie op de rol die hijzelf of zijn kabinet daarin hadden gespeeld. Wel zei hij achteraf dat hij er zo‘n last van had dat hij werd gezien als het gezicht van een radicaal-rechts kabinet.’

Zijn jullie anders naar hem gaan kijken tijdens jullie onderzoek?

Petra: ‘We kenden hem vooraf nauwelijks, dus in die zin niet. Wel zagen we tijdens ons onderzoek steeds opnieuw bevestigd wat we al vermoedden: dat hij een speelbal was. Dat begon eigenlijk al bij zijn eerste persconferentie en bleef tijdens zijn hele premierschap zichtbaar.’

Lamyae: ‘Wat wel een eyeopener was, is dat het hem echt niet lukte om beter uit de verf te komen tijdens debatten. Hij werd gecoacht door ervaren mensen als Klaas Dijkhoff en Bas Erlings, maar we zagen de resultaten hiervan niet terug in de daaropvolgende debatten. Hij kon het echt niet.’

Jullie besteden veel aandacht aan zijn stunteligheid. Waarom vonden jullie dat belangrijk?

Lamyae: ‘Omdat het onderdeel is van wie hij is. Het boek vormt een portret. We wilden niet alleen schrijven over de politieke gebeurtenissen, maar ook over de mens achter de premier.’

Petra: ‘Iemands jeugd, studententijd en loopbaan vormen hoe iemand uiteindelijk politiek handelt. Dat verhaal wilden we vertellen.’

Jullie schreven heel beschouwend en lieten een oordeel achterwege. Waarom?

Lamyae: ‘Dat is niet onze rol. We beschrijven wat we hebben gezien, wat betrokkenen ons hebben verteld en welke feiten we hebben kunnen reconstrueren. Vervolgens is het aan de lezer om daar een oordeel over te vormen.’

Dick Schoof, Petra de Koning en Lamyae Aharouay, Brooklyn, 128 blz., € 18,-

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -