7.5 C
Amsterdam

Discriminerende opmerkingen van politici werken door in de media

Lees meer

Wat politici zeggen over bevolkingsgroepen werkt door in kranten en op sociale media. Vooral uitspraken van Tweede Kamerleden hebben invloed: als zij vaker, negatiever of discriminerend spreken over bevolkingsgroepen, zie je dat daarna terug op sociale media en, in mindere mate, in kranten.

Dat blijkt uit de nieuwe voortgangsrapportage Tussen Kamer, krant en sociale media van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme. Volgens de staatscommissie schuilt daarin het risico dat discriminerende taal in het publieke debat steeds normaler wordt. Dat terwijl discriminatie op alle gronden van artikel 1 van de Grondwet in Nederland verboden is.

Discriminatie is een diepgeworteld en wijdverbreid probleem in de Nederlandse samenleving. Het raakt mensen persoonlijk en hersteloperaties kosten de samenleving miljarden. Steeds meer mensen ervaren discriminatie in sectoren als onderwijs, zorg en de arbeidsmarkt. In 2024 verdubbelde het aantal meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen ten opzichte van het jaar daarvoor.

Om beter inzicht te krijgen in de wisselwerking tussen politiek, media en sociale platforms, liet de staatscommissie onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam een grootschalige analyse uitvoeren. Zij onderzochten toespraken en interrupties van Tweede Kamerleden, artikelen in nationale kranten en reacties op YouTube onder de kanalen van de Telegraaf, NOS, NOS Jeugdjournaal en NU.nl. In totaal werden miljoenen teksten uit de periode 2014–2024 geanalyseerd. Daarbij is gekeken hoe vaak bevolkingsgroepen worden genoemd, met welke emotionele lading dat gebeurt en hoe vaak sprake is van discriminerende uitingen.

De resultaten laten zien dat vooral politieke uitingen richtinggevend zijn. Wanneer Kamerleden vaker en negatiever spreken over bevolkingsgroepen, is dat later terug te zien in reacties op sociale media. Tegelijkertijd zijn er ook aanwijzingen voor invloed in omgekeerde richting: als op sociale media vaker en negatiever over bevolkingsgroepen wordt gesproken, is dat daarna ook zichtbaar in uitingen van Kamerleden.

Volgens commissievoorzitter Joyce Sylvester kan zo een neerwaartse spiraal ontstaan waarin discriminerende taal geleidelijk wordt genormaliseerd. ‘Politici, journalisten, sociale mediaplatforms en gebruikers dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor een publiek debat dat volgens principes van gelijkwaardigheid wordt gevoerd’, stelt zij. Het doorbreken van die normalisering vraagt volgens haar om blijvende bewustwording van de impact van woorden. Discriminerende taal is niet acceptabel, juist niet in het politieke en publieke debat, aldus de commissie. Alleen zo kan worden bijgedragen aan een respectvolle omgang met diversiteit en aan het tegengaan van discriminatie en racisme in Nederland.

- Advertentie -