9.5 C
Amsterdam

VVD-lijsttrekker Tim Versnel: ‘D66 en Leefbaar Rotterdam zijn voor ons natuurlijke partners’

Majorie van Leijen
Majorie van Leijen
Journalist en Midden-Oostendeskundige

Lees meer

De Rotterdamse VVD-lijsttrekker Tim Versnel wil af van het klassieke VVD-beleid, dat hij te rigide vindt. Kwetsbare Rotterdammers moet je helpen om hun plek in de maatschappij te vinden, zegt hij. Als trotse bewoner van Rotterdam Zuid weet hij maar al te goed dat het soms gewoon even niet gaat.

U zegt een ‘aardig rechts’ beleid na te streven. Wat betekent dat?

‘Ik vind dat iedereen actief medeverantwoordelijkheid moet dragen voor de samenleving. Dat is een rechts standpunt, maar soms zie je ook een gebrek aan betrokkenheid bij de ander. Sommige mensen willen niet voor anderen zorgen, omdat het hen eigenlijk niet zo veel interesseert hoe het met hen gaat. Zo zit ik er niet in. Ik vind het wel heel belangrijk dat het met iedereen goed gaat.

Als politicus heb je een grote verantwoordelijkheid om te zorgen dat onze hele samenleving zich ontwikkelt en dat kan alleen maar als je vanuit realisme naar de maatschappij kijkt. Mensen kunnen beperkingen hebben, veranderingen doormaken en dat moet je erkennen.’

Bent u dan niet gewoon sociaal-liberaal?

‘Ja, dat zou kunnen.’

Wat betekent dat aardige rechtse beleid voor mensen aan de rand van de samenleving? Mensen in de bijstand bijvoorbeeld?

‘Het klassieke VVD-beleid ten opzichte van mensen met een uitkering is: u bent zelf verantwoordelijk, dus succes. Rechts beleid is vaak: het is hun eigen schuld, mensen moeten zelf in de benen komen. Wij moeten vooral voorkomen dat ze frauderen. Links daarentegen is vaak: mensen die in de bijstand zitten, hebben er een reden voor. Vaak hebben ze heel veel meegemaakt, ze zijn kwetsbaar. We moeten van hen dus niet te snel en te veel vragen.

Dit is niet mijn insteek. Ik vind dat we mensen moeten helpen om die verandering door te maken. Daarin moeten we heel vooruitstrevend zijn. Ik vertrek vanuit het besef dat in deze maatschappij iedereen nodig is. We hebben overal waar je komt een tekort aan menskracht en ik ben ervan overtuigd dat ook mensen in de bijstand iets bij te dragen hebben. Dus we zeggen niet: u moet gewoon werken, maar: we hebben u nodig, de maatschappij heeft u nodig. U kunt iets wat ergens gewenst is.

Vervolgens vragen we wat iemand nodig heeft om, stap voor stap, aan de slag te gaan. Daarbij kijken we naar een super-intensieve begeleidingsvorm. Dus niet meer vier keer per jaar iemand spreken, maar elke week.

Het effect van deze benadering is heel positief. We zien nu dat Rotterdam, geheel tegen de landelijke trend in, steeds minder mensen in de bijstand heeft. In de afgelopen vier jaar hebben we bijna 12.000 mensen weer aan het werk geholpen vanuit de bijstand. Natuurlijk zijn er ook mensen in de bijstand bijgekomen.’

Zijn dat nu allemaal potentiële VVD-stemmers?

‘Nou haha, dat weet ik niet. Dat is natuurlijk niet waarvoor we het primair doen. Maar ik kijk ook naar mijn eigen situatie, naar mijn moeder die een paar jaar voor mijn broertje en mij heeft moeten zorgen vanuit een bijstandsuitkering.

‘Je hebt altijd een keuze’

Zij heeft ons altijd geleerd dat het leven tegenslagen kent en dat dit heel pijnlijk en vervelend kan zijn. Maar je hebt altijd een keuze. Je hebt wel mensen om je heen nodig die jou helpen, maar je kunt er altijd voor kiezen om je niet te schikken in je situatie. Dat vind ik een heel belangrijke les en dat zie ik ook in de mensen met wie ik de afgelopen jaren heb mogen werken. Er zit een enorme kracht in mensen, maar mensen hebben soms wel echt even die pep talk nodig, of gewoon goede hulp.’

Hoe is dat voor mensen met een achterstand én een migratieachtergrond?

‘De meerderheid van de mensen in de bijstand heeft een migratieachtergrond. CBS-cijfers van vorig jaar laten zien dat 61 procent van de Rotterdamse bijstandsgerechtigden een eerste generatie immigrant van buiten Europa is. Dus dat is eigenlijk de norm in de bijstand in Rotterdam.

Tim Versnel. Beeld: Bas Czerwinski

We maken geen onderscheid. We hebben geen doelgroepenbeleid binnen de bijstand. We geven onze werkcoaches een zo breed mogelijke gereedschapskist, zodat ze individueel maatwerk kunnen verrichten.’

Toch stemmen mensen met een migratieachtergrond vaker op een progressieve partij dan op de VVD. Waarom zou de VVD voor hen de juiste partij zijn?

‘Wij zijn de partij die je niet zielig vindt, maar in je gelooft. Daarom vragen we veel van je, maar we zijn ook bereid om je veel te helpen.

Dwars door dit sociaaleconomische vraagstuk heen liep de afgelopen 25 jaar de discussie over cultuur en de multiculturele samenleving. Ik denk dat we daarin zeker veel mensen zijn kwijtgeraakt, of niet hebben gevonden, door de positie van de VVD daarin.

‘We zijn hier allemaal minderheden’

Maar ik denk dat dit verandert, zeker in Rotterdam. Rotterdam is een superdiverse stad, volgens mij heet het tegenwoordig zelfs hyperdivers. Dit is hier in toenemende mate een non-issue. We zijn hier allemaal minderheden, al die culturen zijn voor mij om het even. We zijn allemaal gewoon burgers van deze stad.’

Mensen die voor het eerst naar Rotterdam komen schrikken wel eens van al die culturen. U niet meer?

‘Nou, als ik buiten Rotterdam kom, denk ik juist wel eens: jeetje, wat veel Hollanders hier! Ik woon zelf in de Afrikanerwijk, dat is misschien wel de meest diverse wijk van Rotterdam.’

Laten we het over Rotterdam Zuid hebben. Hoe kwam u daar terecht?

‘Mijn vrouw en ik woonden eerst in Rotterdam Noord. We zochten een nieuwe woning en wilden gewoon een goed huis voor ons geld. Ik ken Zuid vanwege mijn werk inmiddels best goed en krijg onwijs veel positieve energie van alle projecten en ontwikkelingen die daar gaande zijn.’

Kunt u voorbeelden noemen?

‘We gaan een aantal parken aanleggen, zoals het Mandela Park en het Rijnhavenpark. Ik vind überhaupt de hele Rijnhavenontwikkeling heel mooi. We krijgen daar echt een nieuw stuk binnenstad, eigenlijk zijn we de modernste binnenstad van Nederland aan het creëren.

Aan de oostkant komt naast het Eiland van Brienenoord het Getijdenpark, dat is waar ook de nieuwe stadsbrug komt. Er is heel veel woningbouw en heel veel economische ontwikkeling. Dat proces van stedelijke zelfvernieuwing vind ik ongelooflijk inspirerend en ik vind het ook heel erg leuk om daar middenin te wonen. De bevolkingssamenstelling is voor mij nooit een overweging geweest, dat is gewoon een gegeven.’

Als wethouder bent u betrokken bij het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ), waarin veel geld is uitgetrokken voor de verbetering van de kwaliteit van de wijk. Wat is er al gebeurd en wat moet er nog gebeuren?

‘Dat programma bestaat nu bijna vijftien jaar en de opgave is best wel groot, vanwege de hoge concentratie aan achterstand. Je hebt op Rotterdam Zuid nog steeds schoolklassen waar niet één kind zonder leerachterstand in zit. Dat is echt wel heel erg taai, want als je in zo’n klas terechtkomt, ga jij nooit de kans en aandacht krijgen om wel volledig tot bloei te komen. Die zou je wel krijgen in een klas waar maar een paar kinderen een achterstand hebben.

‘Je hebt op Rotterdam Zuid nog steeds schoolklassen waar niet één kind zonder leerachterstand in zit’

We moeten dat op een of andere manier zien te doorbreken. Dat doen we in de eerste plaats door veel te investeren in menskracht, zodat er extra lessen zijn en goede schoolleiding. Maar we helpen ook ouders om aan het werk te komen of uit de schulden.

Daar worden we eigenlijk steeds beter in. Het opleidingsniveau gaat omhoog, ondanks die moeilijkheidsgraad. Het aantal mensen met een uitkering neemt af en het gemiddelde inkomen toe. Maar door de eenzijdige woningvoorraad op Zuid gaan mensen er weg als het beter met ze gaat. We nemen dus steeds twee stappen vooruit en een stap achteruit. Soms ook weer twee achteruit.’

Hoe verander je dat?

‘Door die woningen te veranderen. En dat is helaas ook het meest controversiële deel van het programma geworden. Hier is weerstand tegen ontstaan door hoe dat is verlopen in de Tweebosbuurt (door het opkopen en opnieuw op de markt brengen van woningen in deze wijk voelden de oorspronkelijke bewoners zich verdrongen, dit leidde tot hevige protesten, red.).’

Er ligt nu een sociaal statuut, waarin staat dat mensen die hun wijk uit moeten voor vernieuwing altijd terug mogen keren. Hoe pakt dat uit in Rotterdam Zuid?

‘Dat is nu anderhalf jaar van kracht en moet eraan bijdragen dat het minder controversieel wordt om te vernieuwen, omdat mensen dan ervaren dat dit niet gebeurt om hen te vervangen. Die nieuwbouw is ook goed voor hen.

Hiermee hopen we het draagvlak te verbreden voor het verbeteren van deze woningen. Er zijn heel veel corporatiewoningen in Rotterdam van ongelooflijk slechte kwaliteit. Schimmelwoningen met tocht die niet warm te krijgen zijn, woningen die veel te klein zijn of ongeschikt voor moderne gezinnen, noem maar op.

‘Er zijn mensen die al heel lang in dezelfde sociale huurwoning zitten’

Maar je hebt ook politiek draagvlak nodig. Bovendien zouden we willen zien dat woningcorporaties zich minder concentreren op het alsmaar toevoegen van nieuwe sociale huurwoningen, en meer op het vervangen van de bestaande sociale huurwoningen.’

Stel, ik ben een alleenstaande moeder met weinig geld. Er komt voor mijn woning een duurdere woning in de plaats en die kan ik waarschijnlijk niet betalen.

‘We proberen natuurlijk altijd mensen met de kleinste portemonnees in de huizen met de laagste huursom onder te brengen. De sociale huursom is bovendien gemaximeerd en daar komt voor mensen met een laag inkomen nog een flinke huurtoeslag bij. Dus ja, het zou kunnen dat je iets duurder uit bent, maar je zou altijd op een bedrag moeten uitkomen waarmee je het moet kunnen doen, tenzij er andere dingen aan de hand zijn.’

Dat is waarschijnlijk waar die weerstand vandaan komt. Mensen zijn bang dat hun huis te duur voor ze is geworden.

‘Er zijn mensen die al heel lang in dezelfde sociale huurwoning zitten. Na dertig jaar is hun huursom veel lager dan die zou zijn voor iemand die nieuw in die woning komt. Ik snap dat dit dan voor mensen vervelend is, maar dat is niet altijd helemaal te voorkomen.

Bovendien hoor ik regelmatig dat oude bewoners van de Tweebosbuurt, ondanks de hogere huursom toch heel blij zijn met waar ze nu wonen. Ze hebben een enorm toegenomen wooncomfort en ook lagere energiekosten. De allergoedkoopste huizen gaan vaak juist gepaard met hoge energiekosten. Het is uiteindelijk een optelsom.’

Nog even terug naar Rotterdam als een superdiverse stad. Hoe creëer je hier saamhorigheid?

‘Dat is nu echt een uitdaging, om heel eerlijk te zijn. We zien dat er op veel scholen, maar ook in het maatschappelijk verkeer, sprake is van segregatie. Dat vind ik jammer en ik denk dat het uiteindelijk ook problematisch is, omdat de kracht van zo’n stad als Rotterdam juist zit in de uitwisseling van verschillende perspectieven. We zullen moeten werken aan een meer gezamenlijk verhaal.’

Hoe doe je dat?

‘Uit onderzoek blijkt dat veel mensen zich wel Rotterdammer voelen, ook mensen die zeggen niet veel met Nederland te hebben. Toen ik nog in de gemeenteraad zat, heb ik ervoor gezorgd dat de symbolen van Rotterdam meer in het straatbeeld te zien zijn, zoals bijvoorbeeld de Rotterdamse vlag en het wapen.

‘Wij vormen echt een unieke gemeenschap’

Daarnaast willen we de identiteiten die we met elkaar delen benadrukken. Hier doen we nog veel te weinig mee. We hadden laatst een reclamecampagne met 176 gezichten van Rotterdammers, die de 176 nationaliteiten in Rotterdam weerspiegelden. Dat is op zich best aardig, maar dan communiceer je eigenlijk alleen over de diversiteit. Waar we denk ik meer naar op zoek moeten gaan, is wat we delen, dwars door al die verschillen. We zijn allemaal Rotterdamse stedelingen, vervlochten geraakt met het verhaal van deze stad en dat maakt ons anders dan de mensen buiten Rotterdam. Wij vormen echt een unieke gemeenschap.’

Ook in de gemeenteraad is de diversiteit groot, jullie regeerden met Leefbaar, DENK en D66. Hoe is dat geweest?

‘Eigenlijk is dat ontzettend goed gegaan. Natuurlijk zijn er moeilijke momenten geweest. Dat zat hem dan bijna altijd in internationale kwesties, zoals de oorlog in het Midden-Oosten. Dan konden de emoties hoog oplopen. Dat ging dan bijvoorbeeld over het wel of niet hijsen van de Israëlische vlag na 7 oktober, of de manier waarop uiting wordt gegeven aan de betrokkenheid bij het leed van de mensen in Gaza.

Waar het ging om het besturen van de stad Rotterdam, vielen de verschillen wel mee. Er was nooit een probleem onoplosbaar. De persoonlijke verhoudingen zijn bovendien gewoon heel goed geweest, dat zijn ze nog steeds na vier jaar intensieve samenwerking. We vertrouwen elkaar, we weten wat we aan elkaar hebben. En heel belangrijk: afspraak is afspraak.’

Wat is voor jullie de ideale samenstelling voor de komende vier jaar?

‘De ideale samenstelling voor mij is VVD, VVD en VVD. Gegeven dat dat niet lukt, zijn D66 en Leefbaar Rotterdam voor ons heel natuurlijke partners. D66 als het gaat om economie, woningbouw en de lange termijn toekomst van de stad. Leefbaar is voor ons een fijne partner als het gaat om veiligheidsvraagstukken en ook voor het sociaaleconomische verhaal. Voor de balans in zo’n coalitie zouden dit goede partners zijn.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -